DECEMBER 2025/2026 –
BEROEPSETHIEK
LES 1 - ETHIEK
PPT 1
ALGEMENE ETHISCHE ORIËNTATIE:
Ethiek:
Gaat over hoe je met de medemens moet omgaan
Wat er als “goed” wordt beschouwt
Hebben steeds een persoonlijke zijde
MAAR gaat ook over het hebben van alle kaders bestuderen
Juridisch, waarden, normen, actoren…
Ethische vragen:
Dagen ons uit om contact te maken met onze diepste morele intuïties en
waarden omtrent onszelf, de anderen en onze samenleving
Intuïtie:
Wat is je eerste buikgevoel
Beroepsethiek
Bevindt zich in het spanningsveld tussen:
o Mijn eigen waarden
o De grondwaarden van de sociale sector
o Wetgeving en protocollen
ETHIEK IN DE ZORG EN SOCIALE SECTOR
ZORGRELATIE ALS UITGANGSPUNT
Asymmetrische relatie
In de hulpverlening spreken we altijd van een asymmetrische relatie
Structureel van aard
o Door de structuur van zorgverlener en hulpverlener is er een
asymmetrische relatie
o Jij hebt nog altijd het eindoordeel
Je moet rekening houden met de gelijkwaardigheid
,ETHISCH PERSPECTIEF
Professionele én persoonlijke visies
Botsen heel vaak, maar dat is niet erg
Dynamisch
De zorgrelatie verandert voortdurend.
emoties, omstandigheden, noden, rollen… die kunnen evolueren
DAAROM moet je blijven afstemmen en in dialoog gaan
Het is geen statische relatie: je moet telkens opnieuw kijken wat nodig en
juist is.
Morele keuze
Je moet als zorgprofessional regelmatig keuzes maken die ethisch geladen zijn.
Bijvoorbeeld: autonomie respecteren vs. veiligheid garanderen.
Dat vraagt nadenken over: wat is hier het juiste om te doen?
WAARDEN EN NORMEN
Waarden:
Betekenis of het belang waarmee iemand een handeling duidt als goed of
nastrevenswaardig
Normen:
Algemene richtlijnen voor het handelen
Opgelet!
Grondrechten kunnen conflicteren met grondstroom
Bijvoorbeeld: Grondrecht van autonomie en zelfbeschikking in conflict met
publieke opinie rond opsluiting families met kinderen in migratiedossiers
MORELE INTUÏTIE
= Het spontaan aanvoelen van normen en waarden
Iedereen heeft intuïtie, dat is normaal.
MAAR je moet eerst de verschillende aspecten bekijken voor je, je
buikgevoel volgt
ETHISCHE REFLECTIE
= Het proces van verhelderen en verdiepen
Door lang te blijven nadenken ga je ook niet vastroesten
2
, Bijvoorbeeld: “Ik heb dat altijd zo gedaan, dus ik ga het nu ook zo doen”
Je moet alle aspecten in rekening blijven nemen
Er is een voortdurende wisselwerking tussen morele intuïtie en ethische
reflectie
WAAR BEVINDT HET SOCIAAL WERK ZICH
Sociaal werk bevindt zich op het snijpunt van:
Samenleving – Macro
o Ideologie, politiek, publieke opinie, grondstroom…
Organisatie – Meso
o Ideologie, huisreglement, protocol…
Individu – Micro
o Ideologie, zelfbeeld, sociale context, hulpvraag…
Vaak is er sprake van tegengestelde belangen
Sociaal werk is normatief
Het is geen neutrale job
Je moet morele knopen doorhakken
Objectiviteit is onwenselijk/ onmogelijk
Sociaal werk is geënt op:
Feiten
o Oriëntatie in de breedte
Bijvoorbeeld: Wat zijn alle gegevens
Normen
o Oriëntatie in de hoogte
Bijvoorbeeld: Wat is het wetgevend kader
Waarden
o Oriëntatie in de diepte
Bijvoorbeeld: Welke waarden vind ik het belangrijkste om mee te
werken
PARADIGMA’S
TRADITIONEEL – MEDISCH EN RELIGIEUS PARADIGMA
Elementen van het traditioneel paradigma zitten nog altijd in de sociale sector
Medisch:
Zorgverlener
= De expert die weet wat goed is
Eed van Hippocrates:
3
, Niet-schaden zorgontvanger
Zorgverleners moeten mijden dat ze patiënten beschadigen
MAAR de zorgverlener bepaald zelf hoe hij/ zij daarvoor zorgt
Religieus:
Caritas en naastenliefde
Het idee dat we zorgen voor de zwakkere omdat het onze plicht is
Doen we voor de armen en behoeftigen
= Zeer asymmetrisch, risico op paternalisme
Paternalisme: Zorgverlener neemt de controle over, omdat hij denkt dat
hij het beter weet.
MODERN: EMANCIPATORISCH PARADIGMA
De cliënt moet zoveel mogelijk hun eigen leven leren leiden
Klemtoon op autonomie/ eigen verantwoordelijkheid
Geïnformeerde toestemming van de zorgontvanger
o Voor iets uit te voeren moet je toestemming hebben van de
zorgontvanger
Probleem van keuzebekwaamheid
o Je verwacht dat de zorgontvanger zelf keuzes maakt, maar
misschien is hij niet in staat om keuzes te maken
“Uitvoerders van wensen”
o De zorgverlener moet gewoon de wensen van de zorgontvanger
uitvoeren
Risico op individueel schuldmodel
MODERN: MAATSCHAPPELIJK PARADIGMA
Rol van samenleving en “naastbetrokkenen”
Het idee dat jij als gewone mens ook moet bijdragen en helpen
Inclusie: nadruk op burgerschap
o Mensen worden betrokken bij het sociale leven
Privatisering:
Zorgtaken verschuiven van de overheid naar private organisaties
Commercialisering:
4