1. Inleiding
,1. Inleiding
criminoloog begrijpt criminaliteit en de impact ervan op individuen en onze samenleving,
ontwikkelen evidence-based aanpak om criminaliteit te verminderen + kritische reflecties
bieden op acties
veiligheidsparadox: sinds jaren ‘90 daling van delicten, Maar mensen voelen zich onveiliger
→ er ontstaan wel nieuwe delicten: bv. cyber
Gevolgen:
- straffen hoger maken, hogere straffen houdt mensen niet tegen; kans gepakt
worden is recht evenredig met afschrikking
→ dus banger dat ze gepakt worden, dan de straffen hoger te maken
- Strafdoel:
→ afschrikking: algemene preventie (naar hele bevolking toe), individuele (dader zelf
afschrikken)
→ vergelding: straf volgt dicht op je feit
→ herstel: maken dat dader terug in maatschappij geraakt = reintegratie
moeilijk: overbevolking gevangenis → oplossingen: enkelband, gevangenissen
bijbouwen,...
meeste die criminaliteit plegen, stoppen: stijging bij puberteit, daarna daling (18-25j) →
brein meer ontwikkeld, sociale factoren bv. ‘niet in gevangenis want mijn vrouw, kinderen’
(leeftijds-criminaliteitscurve) → door Adolph Quetelet
Criminaliteit doorheen de tijd:
Ancien Régime:
koning bepaalde wat criminaliteit was → hem tegenspreken: zeer zware straffen → iemand
gestraft op het plein, je wordt afgeschrikt
Verlichting/ Klassieke strafrecht:
focus op de daad, ratio stond centraal → mensen bewust van wat ze doen
straf lag in verhouding met erge: kleinere feit krijgt kleinere straf
Positivisme (Lombroso):
focus op de dader, mens gedetermineerd; zo geboren + milieu waar die geboren is → je kan
er niks aan doen
minder focussen op straffen maar sanctioneren
Enge definitie: wat in het strafrecht als strafbaar is; is er een regel rond, dan is het strafbaar
overtreding, wanbedrijf en misdaden vanaf nu misdrijven genoemd (misdaden →
wanbedrijven → overtredingen)
,Sutherland: “criminaliteit is gedrag dat staat verbiedt en waarop staat kan reageren met
een straf”
iets doen bv. stelen of niks doen (verzuim) bv. niet helpen bij ongeval → is ook misdrijf
criminaliseren: iets illegaal, strafbaar en dus met straffen
decriminaliseren: illegaal maar niet meer strafbaar; niet door wetboek maar wel
administratief bv. gasboete
legaliseren: legaal en niet strafbaar maar wel regels opleggen; reguleren bv. alcohol
Brede definitie: criminaliteit als sociaal construct bepaald, wat samenleving als fout
beschouwd, door maatschappelijke normen en waarden
Sutherland: niet beperken tot deze definitie; ook kijken naar deviant gedrag, overlast,
dreiging → staan niet altijd in wetboek maar zijn wel storend bv. geluidsoverlast, dreigingen
→ criminaliteit product van cultuurgebonden sociale interactie; gevolg van interactie
tussen individuen die samenleven in sociale groep
variatie in tijd en ruimte: ene vroeger strafbaar en nu niet meer (homohuwelijk) en
omgekeerd (milieu)
criminaliteit en politiek: studie van criminaliteit in sociale en politieke context bv. roken
(sociaal), abortus (politiek) → reflectie van tijd waarin we leven
normatieve criminaliteitsdefinitie: criminaliteit dat ingaat tegen de norm; niet alleen
wettelijk strafbaar, maar ook morele norm en sociale norm bv. vreemdgaan
reactieve criminaliteitsdefinitie: sociale reactie op gedrag (omdat ik het zelf definieer),
criminaliteit is niet het gedrag zelf maar hoe de samenleving erop reageert bv.
homohuwelijk
Wat is criminologie? → 2 manieren beschouwd
Garofalo (academisch jurist, het concept), Topinard (gebruikte eerst concept criminologie)
1. Criminologie als Lombrosiaans project:
vernoemd naar Lombroso (positivisme)
→ onderzoeken karakteristieken van mensen die criminaliteit plegen vergeleken met
mensen die geen criminaliteit plegen
2. Criminologie als overheidsproject:
empirisch onderzoek naar werking politie, gevangenissen en meting criminaliteit
⇒David Garland (2002): moderne criminologie; product 2 stromingen→naar elkaar
gegroeid
Sutherland: “the study of the making of laws, the breaking of laws and of society’s reaction
to breaking the laws” → maken van wetten, breken van wetten en reactie van samenleving
op het breken van de wetten
, → niet volledig: sluit fenomenen uit die geen overtredingen zijn maar wel risicovol zijn en
schade kunnen hebben
3 grote domeinen:
1. de studie van criminaliteit
2. de studie van de personen die criminaliteit plegen
3. de studie van de reactie
→ is interdisciplinair onderwerp: combineert inzichten in verschillende wetenschappen om
criminaliteit beter te begrijpen bv. psychologie, sociologie, recht, wiskunde,...
vandaag niet sociaal, dus rationele mens, maar nuances:
mannen vs vrouwen: geslachtskloof → mannen grotere kans criminaliteit plegen, maar ook
voor rechter komen, gevangenis gaan → overal kloof maar vooral bij geweld
→ vaststelling van de mens in hun hoofd
leeftijd: meeste plegen criminaliteit tussen 18-25 jaar
vroegere start: langere en intensievere carrière → daarom jongeren beschermen bv. drugs,
hoe vroeger je start, hoe langer het gaat duren en hoe intenser
niet enkel individuen criminaliteit plegen → ook bedrijven
bv. fentanyl: wordt gecommercialiseerd, minder straf dan morfine → maar was eigenlijk
verslavender en schadelijker → dus hele generatie verslaafd aan geraakt en illegaliteit gaan
waarom criminaliteit plegen? → meeste niet
risicofactoren:
- persoonlijke factoren: bv. zelfcontrole
- sociale factoren, directe omgeving: binding met vrienden, familie
- structurele factoren: buurt waarin je opgroeit bv. zien criminaliteit, denken
antwoord op problemen
⇒ bepalen niet perse dat je criminaliteit gaat plegen; beschermende factoren: bv.
leerkracht, connectie met anderen (gevoel dat je ergens bijhoort), zelfcontrole
correlatie: meerdere dingen dat kunnen zorgen voor bv criminaliteit
causaliteit: directe relatie, maar dus ook enige dat voor het andere zorgt
Reacties op criminaliteit:
Middeleeuwen: voorbeeldstraffen, publieke straffen etc. → doodstraf Belgie mogelijk tot
1996, maar laatst uitgevoerd in 1863; nu levenslang
Verlichting: geboorte gevangenisstraf, focus op bv. algemene preventie
Positivisme: focus op hulp, bijzondere preventie
→ reacties: administratief recht, strafrecht,...
,1. Inleiding
criminoloog begrijpt criminaliteit en de impact ervan op individuen en onze samenleving,
ontwikkelen evidence-based aanpak om criminaliteit te verminderen + kritische reflecties
bieden op acties
veiligheidsparadox: sinds jaren ‘90 daling van delicten, Maar mensen voelen zich onveiliger
→ er ontstaan wel nieuwe delicten: bv. cyber
Gevolgen:
- straffen hoger maken, hogere straffen houdt mensen niet tegen; kans gepakt
worden is recht evenredig met afschrikking
→ dus banger dat ze gepakt worden, dan de straffen hoger te maken
- Strafdoel:
→ afschrikking: algemene preventie (naar hele bevolking toe), individuele (dader zelf
afschrikken)
→ vergelding: straf volgt dicht op je feit
→ herstel: maken dat dader terug in maatschappij geraakt = reintegratie
moeilijk: overbevolking gevangenis → oplossingen: enkelband, gevangenissen
bijbouwen,...
meeste die criminaliteit plegen, stoppen: stijging bij puberteit, daarna daling (18-25j) →
brein meer ontwikkeld, sociale factoren bv. ‘niet in gevangenis want mijn vrouw, kinderen’
(leeftijds-criminaliteitscurve) → door Adolph Quetelet
Criminaliteit doorheen de tijd:
Ancien Régime:
koning bepaalde wat criminaliteit was → hem tegenspreken: zeer zware straffen → iemand
gestraft op het plein, je wordt afgeschrikt
Verlichting/ Klassieke strafrecht:
focus op de daad, ratio stond centraal → mensen bewust van wat ze doen
straf lag in verhouding met erge: kleinere feit krijgt kleinere straf
Positivisme (Lombroso):
focus op de dader, mens gedetermineerd; zo geboren + milieu waar die geboren is → je kan
er niks aan doen
minder focussen op straffen maar sanctioneren
Enge definitie: wat in het strafrecht als strafbaar is; is er een regel rond, dan is het strafbaar
overtreding, wanbedrijf en misdaden vanaf nu misdrijven genoemd (misdaden →
wanbedrijven → overtredingen)
,Sutherland: “criminaliteit is gedrag dat staat verbiedt en waarop staat kan reageren met
een straf”
iets doen bv. stelen of niks doen (verzuim) bv. niet helpen bij ongeval → is ook misdrijf
criminaliseren: iets illegaal, strafbaar en dus met straffen
decriminaliseren: illegaal maar niet meer strafbaar; niet door wetboek maar wel
administratief bv. gasboete
legaliseren: legaal en niet strafbaar maar wel regels opleggen; reguleren bv. alcohol
Brede definitie: criminaliteit als sociaal construct bepaald, wat samenleving als fout
beschouwd, door maatschappelijke normen en waarden
Sutherland: niet beperken tot deze definitie; ook kijken naar deviant gedrag, overlast,
dreiging → staan niet altijd in wetboek maar zijn wel storend bv. geluidsoverlast, dreigingen
→ criminaliteit product van cultuurgebonden sociale interactie; gevolg van interactie
tussen individuen die samenleven in sociale groep
variatie in tijd en ruimte: ene vroeger strafbaar en nu niet meer (homohuwelijk) en
omgekeerd (milieu)
criminaliteit en politiek: studie van criminaliteit in sociale en politieke context bv. roken
(sociaal), abortus (politiek) → reflectie van tijd waarin we leven
normatieve criminaliteitsdefinitie: criminaliteit dat ingaat tegen de norm; niet alleen
wettelijk strafbaar, maar ook morele norm en sociale norm bv. vreemdgaan
reactieve criminaliteitsdefinitie: sociale reactie op gedrag (omdat ik het zelf definieer),
criminaliteit is niet het gedrag zelf maar hoe de samenleving erop reageert bv.
homohuwelijk
Wat is criminologie? → 2 manieren beschouwd
Garofalo (academisch jurist, het concept), Topinard (gebruikte eerst concept criminologie)
1. Criminologie als Lombrosiaans project:
vernoemd naar Lombroso (positivisme)
→ onderzoeken karakteristieken van mensen die criminaliteit plegen vergeleken met
mensen die geen criminaliteit plegen
2. Criminologie als overheidsproject:
empirisch onderzoek naar werking politie, gevangenissen en meting criminaliteit
⇒David Garland (2002): moderne criminologie; product 2 stromingen→naar elkaar
gegroeid
Sutherland: “the study of the making of laws, the breaking of laws and of society’s reaction
to breaking the laws” → maken van wetten, breken van wetten en reactie van samenleving
op het breken van de wetten
, → niet volledig: sluit fenomenen uit die geen overtredingen zijn maar wel risicovol zijn en
schade kunnen hebben
3 grote domeinen:
1. de studie van criminaliteit
2. de studie van de personen die criminaliteit plegen
3. de studie van de reactie
→ is interdisciplinair onderwerp: combineert inzichten in verschillende wetenschappen om
criminaliteit beter te begrijpen bv. psychologie, sociologie, recht, wiskunde,...
vandaag niet sociaal, dus rationele mens, maar nuances:
mannen vs vrouwen: geslachtskloof → mannen grotere kans criminaliteit plegen, maar ook
voor rechter komen, gevangenis gaan → overal kloof maar vooral bij geweld
→ vaststelling van de mens in hun hoofd
leeftijd: meeste plegen criminaliteit tussen 18-25 jaar
vroegere start: langere en intensievere carrière → daarom jongeren beschermen bv. drugs,
hoe vroeger je start, hoe langer het gaat duren en hoe intenser
niet enkel individuen criminaliteit plegen → ook bedrijven
bv. fentanyl: wordt gecommercialiseerd, minder straf dan morfine → maar was eigenlijk
verslavender en schadelijker → dus hele generatie verslaafd aan geraakt en illegaliteit gaan
waarom criminaliteit plegen? → meeste niet
risicofactoren:
- persoonlijke factoren: bv. zelfcontrole
- sociale factoren, directe omgeving: binding met vrienden, familie
- structurele factoren: buurt waarin je opgroeit bv. zien criminaliteit, denken
antwoord op problemen
⇒ bepalen niet perse dat je criminaliteit gaat plegen; beschermende factoren: bv.
leerkracht, connectie met anderen (gevoel dat je ergens bijhoort), zelfcontrole
correlatie: meerdere dingen dat kunnen zorgen voor bv criminaliteit
causaliteit: directe relatie, maar dus ook enige dat voor het andere zorgt
Reacties op criminaliteit:
Middeleeuwen: voorbeeldstraffen, publieke straffen etc. → doodstraf Belgie mogelijk tot
1996, maar laatst uitgevoerd in 1863; nu levenslang
Verlichting: geboorte gevangenisstraf, focus op bv. algemene preventie
Positivisme: focus op hulp, bijzondere preventie
→ reacties: administratief recht, strafrecht,...