1
Hoofdstuk 1: Om te beginnen
Wat is psychologie en wat is het niet?
Roediger et al.:
“Psychologie is de wetenschappelijke studie van de mentale processen en
gedrag”
Zimbardo et al.:
“Psychologie is de empirische studie van het gedrag en de mentale
processen”
➝ Beide wijzen op mentale processen en gedrag
Psychologie betwist ongefundeerde uitspraken van
pseudowetenschappelijke aard
Pseudowetenschap:
Elke poging om fenomenen uit de natuurlijke wereld te verklaren die niet
gebaseerd is op empirische observatie of op de wetenschappelijke
methode
(Vb. astrologie, toekomstvoorspelling)
Studie over voorspellen van de toekomst (Daryl Bem)
Pp. zit voor scherm, op het scherm verschijnt: ‘Kies linker of rechter
gordijn’
Pp. moest op een knop drukken (linker- of rechterknop)
Het juiste antwoord werd pas achteraf (in de toekomst) beslist
Pp. moest dus de toekomst voorspellen
Als pp. verkeerde gordijn had gekozen, ging het open en verscheen er niks
Alle pp. waren mannen
Als pp. juiste gordijn had gekozen, ging het open en verscheen er een
erotische scène
➝ Op basis van toeval kan je verwachten dat 50% het ‘correcte’ antwoord
zal geven
,2
Resultaat: 54% koos het ‘correcte’ antwoord, dit is meer dan we o.b.v.
toeval konden verwachten, dus de onderzoeker besloot dat mensen de
toekomst kunnen voorspellen
➝ Veel onderzoekers vonden dit ongeloofwaardig en deden het onderzoek
opnieuw, op exact dezelfde manier. Maar niemand bekwam hetzelfde
resultaat.
Er is tot op de dag van vandaag nog geen enkele wetenschappelijke
evidentie voor extra sensory perception (helderziendheid etc.)
Wetenschappelijke psychologie
3 belangrijke kenmerken: Ervaring met de zintuigen
1. Systematisch empirisme
➝ Onderzoeksbenadering vertrekt van sensorische ervaring en observatie
als onderzoeksgegevens (geen gezagsargumenten)
Gebrek aan systematisch empirisme:
➝ Vb. Benjamin Rush zei dat je gele koorts kon genezen door een
aderlating te doen
➝ Vb. Poppers kritiek op de psychoanalyse van Freud
2. Publiek verifieerbare kennis
➝ Eis van repliceerbaarheid (een bevinding moet repliceerbaar zijn)
➝ Als iemand anders dezelfde procedure toepast, moet die dezelfde
resultaten bekomen
➝ Peer review (3 anonieme onderzoekers moeten de paper nalezen en
goedkeuren voordat die gepubliceerd mag worden)
3. Toetsbare theorieën (toetsbaarheid kan variëren binnen de tijd)
➝ Falsifieerbaarheid: fouten moeten in principe aantoonbaar zijn
Gebrek aan toetsbare theorieën:
➝ Vb. Psychoanalyse verklaringen
Het Freud probleem
➝ Minder dan 10% van de APA leden onderschrijven de ideeën van Freud
,3
Nog minder dan die 10% onderschrijven de ideeën van Jung
APA= American Psychological Association
(=grootste beroepsvereniging van psychologen)
Het 5-stapsproces van de wetenschappelijke methode
1. Hypothese ontwikkeling
2. Gecontroleerde test
3. Objectieve gegevens verzamelen
4. Analyseren van de resultaten
5. Publiceren, bekritiseren, en repliceren van de resultaten
Hypothese ontwikkeling:
Hypothese
= een uitspraak die het resultaat van een wetenschappelijke studie
voorspelt
Operationele definities
= exacte procedures om experimentele condities en metingen van
resultaten vast te leggen
Gecontroleerde test:
Onafhankelijke variabele
= de variabele die door de onderzoeker gemanipuleerd wordt
Randomisatie
= Enkel gebruik maken van toeval voor het vastleggen van de
aanbiedingsvolgorde van de stimuli of toewijzen van pp. aan condities
Objectieve gegevens verzamelen:
Gegevens (data)
= informatie verzameld door de onderzoeker voor het testen van de
hypothese
, 4
Afhankelijke variabele
= het gemeten resultaat van een studie; de responsen van deelnemers in
een studie
Types van psychologisch onderzoek
1. Naturalistische observatie
➝ Vaak eerste stap naar een meer gecontroleerd onderzoek
Vb. Mijn kinderen zijn agressief en kijken veel naar gewelddadige films;
‘gewelddadige films zorgen voor agressief gedrag’
2. Gevalstudie
➝ uitvoerige studie van 1 persoon of 1 geval
Vb. Freuds psychoanalyse
Vb. Een man had een ongeluk en kreeg een staaf door zijn hoofd, hij bleef
nog een hele tijd leven met de staaf door zijn hoofd; deze info werd
doorgetrokken naar de hele beschaving; ‘Je kan blijven leven met een
staaf door je hoofd’
➝ gevaar voor getuigenverklaring
3. Interview
= een directe bevraging, moet op een neutrale manier gebeuren (veracht
training)
Vb. Studie met 1500 jongeren, ze werden geïnterviewd, en er bleek een
duidelijk verband tussen kijken naar geweld op tv en agressief gedrag
! ENKEL EEN VERBAND ZEGT NIKS OVER CAUSALITEIT!
4. Survey
= verzamelen van steekproef van opinies
Vb. Om een uitspraak te doen, moet je je informatie gehaald hebben bij
een steekproef die representatief is voor de samenleving
W.E.I.R.D. = Western Educated Industrialized Rich Democratic
5. Psychologische tests
➝ Cognitieve tests: schoolvorderingen, intelligentietests (cognitief= info
verwerking)
➝ Persoonlijkheids- en attitudetests: vragenlijsten, projectieve technieken
Hoofdstuk 1: Om te beginnen
Wat is psychologie en wat is het niet?
Roediger et al.:
“Psychologie is de wetenschappelijke studie van de mentale processen en
gedrag”
Zimbardo et al.:
“Psychologie is de empirische studie van het gedrag en de mentale
processen”
➝ Beide wijzen op mentale processen en gedrag
Psychologie betwist ongefundeerde uitspraken van
pseudowetenschappelijke aard
Pseudowetenschap:
Elke poging om fenomenen uit de natuurlijke wereld te verklaren die niet
gebaseerd is op empirische observatie of op de wetenschappelijke
methode
(Vb. astrologie, toekomstvoorspelling)
Studie over voorspellen van de toekomst (Daryl Bem)
Pp. zit voor scherm, op het scherm verschijnt: ‘Kies linker of rechter
gordijn’
Pp. moest op een knop drukken (linker- of rechterknop)
Het juiste antwoord werd pas achteraf (in de toekomst) beslist
Pp. moest dus de toekomst voorspellen
Als pp. verkeerde gordijn had gekozen, ging het open en verscheen er niks
Alle pp. waren mannen
Als pp. juiste gordijn had gekozen, ging het open en verscheen er een
erotische scène
➝ Op basis van toeval kan je verwachten dat 50% het ‘correcte’ antwoord
zal geven
,2
Resultaat: 54% koos het ‘correcte’ antwoord, dit is meer dan we o.b.v.
toeval konden verwachten, dus de onderzoeker besloot dat mensen de
toekomst kunnen voorspellen
➝ Veel onderzoekers vonden dit ongeloofwaardig en deden het onderzoek
opnieuw, op exact dezelfde manier. Maar niemand bekwam hetzelfde
resultaat.
Er is tot op de dag van vandaag nog geen enkele wetenschappelijke
evidentie voor extra sensory perception (helderziendheid etc.)
Wetenschappelijke psychologie
3 belangrijke kenmerken: Ervaring met de zintuigen
1. Systematisch empirisme
➝ Onderzoeksbenadering vertrekt van sensorische ervaring en observatie
als onderzoeksgegevens (geen gezagsargumenten)
Gebrek aan systematisch empirisme:
➝ Vb. Benjamin Rush zei dat je gele koorts kon genezen door een
aderlating te doen
➝ Vb. Poppers kritiek op de psychoanalyse van Freud
2. Publiek verifieerbare kennis
➝ Eis van repliceerbaarheid (een bevinding moet repliceerbaar zijn)
➝ Als iemand anders dezelfde procedure toepast, moet die dezelfde
resultaten bekomen
➝ Peer review (3 anonieme onderzoekers moeten de paper nalezen en
goedkeuren voordat die gepubliceerd mag worden)
3. Toetsbare theorieën (toetsbaarheid kan variëren binnen de tijd)
➝ Falsifieerbaarheid: fouten moeten in principe aantoonbaar zijn
Gebrek aan toetsbare theorieën:
➝ Vb. Psychoanalyse verklaringen
Het Freud probleem
➝ Minder dan 10% van de APA leden onderschrijven de ideeën van Freud
,3
Nog minder dan die 10% onderschrijven de ideeën van Jung
APA= American Psychological Association
(=grootste beroepsvereniging van psychologen)
Het 5-stapsproces van de wetenschappelijke methode
1. Hypothese ontwikkeling
2. Gecontroleerde test
3. Objectieve gegevens verzamelen
4. Analyseren van de resultaten
5. Publiceren, bekritiseren, en repliceren van de resultaten
Hypothese ontwikkeling:
Hypothese
= een uitspraak die het resultaat van een wetenschappelijke studie
voorspelt
Operationele definities
= exacte procedures om experimentele condities en metingen van
resultaten vast te leggen
Gecontroleerde test:
Onafhankelijke variabele
= de variabele die door de onderzoeker gemanipuleerd wordt
Randomisatie
= Enkel gebruik maken van toeval voor het vastleggen van de
aanbiedingsvolgorde van de stimuli of toewijzen van pp. aan condities
Objectieve gegevens verzamelen:
Gegevens (data)
= informatie verzameld door de onderzoeker voor het testen van de
hypothese
, 4
Afhankelijke variabele
= het gemeten resultaat van een studie; de responsen van deelnemers in
een studie
Types van psychologisch onderzoek
1. Naturalistische observatie
➝ Vaak eerste stap naar een meer gecontroleerd onderzoek
Vb. Mijn kinderen zijn agressief en kijken veel naar gewelddadige films;
‘gewelddadige films zorgen voor agressief gedrag’
2. Gevalstudie
➝ uitvoerige studie van 1 persoon of 1 geval
Vb. Freuds psychoanalyse
Vb. Een man had een ongeluk en kreeg een staaf door zijn hoofd, hij bleef
nog een hele tijd leven met de staaf door zijn hoofd; deze info werd
doorgetrokken naar de hele beschaving; ‘Je kan blijven leven met een
staaf door je hoofd’
➝ gevaar voor getuigenverklaring
3. Interview
= een directe bevraging, moet op een neutrale manier gebeuren (veracht
training)
Vb. Studie met 1500 jongeren, ze werden geïnterviewd, en er bleek een
duidelijk verband tussen kijken naar geweld op tv en agressief gedrag
! ENKEL EEN VERBAND ZEGT NIKS OVER CAUSALITEIT!
4. Survey
= verzamelen van steekproef van opinies
Vb. Om een uitspraak te doen, moet je je informatie gehaald hebben bij
een steekproef die representatief is voor de samenleving
W.E.I.R.D. = Western Educated Industrialized Rich Democratic
5. Psychologische tests
➝ Cognitieve tests: schoolvorderingen, intelligentietests (cognitief= info
verwerking)
➝ Persoonlijkheids- en attitudetests: vragenlijsten, projectieve technieken