LawstudentatVUB 2025-26
Grondige studie van het recht van internationale organisaties
PRAKTISCHE ZAKEN
• Studiemateriaal: Hand-outs/slides die vooraf (voordat de les begint) worden beschikbaar gesteld op
Canvas. Er is geen handboek voor dit vak, behoudens paar verwijzingen ernaar + aanvullende
literatuur. Handboek ‘Kern van het internationaal publiekrecht’ van A., Nollkaemper is belangrijk.
Op het einde van elk hoofdstuk wordt verwezen naar een specifiek handboek dat werd gebruikt. Je
mag die boeken aanschaffen of online raadplegen.
• Waarover gaat dit vak? Constituties van internationale organisaties, waaronder VN, RvE, WHO &
NAVO. Actualiteit is een must.
• Hoorcolleges verlopen op de campus en worden niet opgenomen. Ergens in de komende weken zal
het hoorcollege uitzonderlijk in de voormiddag plaatsvinden. Dus, lesrooster raadplegen!
• Er is een studiereis voorzien naar Den Haag, één nachtje (pas eind november of december; moet
vooraf nog georganiseerd worden. Voor degenen die zouden geïnteresseerd zijn).
• Te schrijven paper: Juridische bronvermelding V&A, niet APA! Deadline: 16 december (de laatste
les) digitaal in te dienen. Laattijdig/niet indienen betekent geen examenkans in januari. Max. 4500
woorden inclusief voetnoten, exclusief bibliografie. Onderwerpen zijn breed, maar die moeten
verder afgebakend worden (zie lijst op Canvas). Evaluatie: 1/3 van de punten (paper zelf - mee te
nemen naar het examen + toelichtingen) en evaluatiecriteria: kennis IR, analyse, kritische reflectie,
gebruikte bronnen en schriftelijke taalvaardigheid.
1
,LawstudentatVUB 2025-26
INLEIDING
Les 1: 30 september 2025
Literatuur: J. Klabbers, An Introduction to International Organizations Law (4th ed. 2022, p. 1): “Whatever
activity one wishes to engage in, be it the sending of a postcard to a friend abroad or the purchase of a
television set produced in a foreign country, it is more than likely that the activity is in one way or another
regulated by the activities of an international organization.”
A. Opbouw van de cursus
Eerste deel: Institutioneel recht van internationale organisaties.
Tweede deel: Materieel recht en beleid van internationale organisaties op bepaalde domeinen:
mensenrechtenbescherming, vrede en veiligheid en internationaal handelsstelsel. De volgende organisaties
zullen aan bod komen: VN, NAVO, OVSE en RvE.
Derde deel: Het schrijven van een paper (komende weken volgt meer informatie daaromtrent). De prof zal
de onderwerpen voorstellen en die zullen aan de studenten toegewezen worden.
B. Leerresultaten
Zie studiedeelfiche + hand-outs op Canvas.
C. Evaluatie
Het is een mondeling examen bestaande uit twee delen (duurt ongeveer een halfuurtje):
• 2/3 = schriftelijk deel met klassieke examenvragen
• 1/3 = paper mondeling ‘verdedigen’ of ‘toelichten’
Je kan deelnemen aan het examen als je de paper hebt ingediend!
D. Begripsomschrijving: Internationale Organisatie (IO)
Om te beginnen is er géén algemeen aanvaarde definitie voor het begrip ‘IO’. International Law
Commission (ILC) – Onafhankelijke Commissie die het internationaal recht interpreteert als suborgaan van
de AV VN bestaande uit deskundigen, met als doel de ontwikkeling en codificatie van het internationaal
recht – heeft zich beziggehouden met een aantal aspecten van de IO, denk aan de aansprakelijkheid van de
IO. Recentelijk ook bezig met geschillenbeslechting. ILC heeft het begrip ‘IO’ als volgt geïnterpreteerd:
UN Doc. A/64/10: “International organization means an organization
established by a treaty or other instruments governed by
international law and possessing its own international legal
personality. International organizations may include as members in
addition to states, other entities”
UN Doc. A/CN4/765: “‘International organization’ refers to an entity
established by States and/or other entities on the basis of a treaty or
other instrument governed by international law and possessing at
least one organ capable of expressing a will distinct from that of its
members.”
2
,LawstudentatVUB 2025-26
Vraag: Wat zijn de gemeenschappelijke kenmerken/basiskenmerken van IO?
• Meestal verdragsrechtelijk opgericht (behoudens uitzonderingen na) waarbij gemeenschappelijke
doelen worden nagestreefd; neemt drie vormen aan:
o Traité constitution (bijv. handvest)
o Traité loi (bijv. algemeen geldende verdragen)
o Traité contrat (bijv. ene verdragspartij verricht een prestaties jegens een ander
verdragspartij).
• Opgericht onder het internationaal recht. Activiteiten worden door het internationaal recht geregeld!
Meestal vloeit daaruit de internationale rechtspersoonlijkheid voort op twee niveaus: onderworpen
aan het nationaal en internationaal recht; heeft dus rechten en plichten op beide niveaus!
• Door Staten en/of internationale organisaties opgericht
o Lidmaatschap: meestal Staten, maar soms ook andere IO of andere entiteiten.
• Subsidiariteit uniek aan IO’s: enkel bevoegd over domeinen die naar hen geschoven worden door
de Staten.
• Bezit één of meer eigen organen (with a distinct will). Er moet minstens één orgaan zijn dat de
belangen van de IO verdedigt; orgaan kan zelfstandig optreden, los van de leden van de IO zelf.
• Beslissingen zijn meestal juridisch afdwingbaar voor een gerechtshof, bijv. inkomsten van EU-
Lidstaten.
• Vorm van financiële autonomie, bijv. eigen inkomsten, bijdrage Lidstaten…
Nuancering: UNRA is opgericht in de schoot van de VN én is daarom een orgaan van de VN zelf, i.t.t.
UNESCO dat afzonderlijk van de VN is opgericht én daarom zelf een organisatie is los van de VN.
E. Soorten internationale organisaties
1. Naargelang lidmaatschap: Open vs. gesloten internationale organisaties
A priori géén uitsluiting van Staten. Lidmaatschap staat in beginsel open voor alle Staten (‘open’), maar kan
wél een toetredingsprocedure hanteren. Bijv. VN, Universal Post Union, ICC, IMF, UNESCO, WGO…
Let op: WHO valt niet onder deze categorie omdat het één van de bevoegdheden van de VN is en er geen
samenwerkingsovereenkomst is met de VN (daarom geen gespecialiseerde organisatie!).
beperking van lidmaatschap tot bepaalde Staten die tot een bepaalde groep behoren (‘gesloten’).
Voorwaarden zijn verbonden met het lidmaatschap, bijv.:
• Territoriaal/geografisch: EU, OAS, AU…
• Economische ontwikkeling en handelsstelsel: OESO
• Exporteren van petroleum: OPEC
• Koloniaal verleden: Commonwealth
2. Naargelang beleidstype: Supranationaal vs. intergouvernementele internationale organisaties
Een deel van de soevereiniteit wordt afgestaan aan de IO door de Staten (‘supranationaal’).
Wie neemt de beslissing? Hoe worden beslissingen genomen? Meerderheidsbeslissing. Als er een beslissing
wordt genomen omdat de meerderheid eens is, kan het zijn dat die beslissing ingaat tegen de wil van een
andere Staat. Een orgaan dat bestaat uit experten die de belangen van de organisatie vertegenwoordigt, kan
ook geconfronteerd worden met zo’n beslissing.
3
, LawstudentatVUB 2025-26
Knelpunten:
• Beslissingen rechtstreeks bindend voor leden (afdwingbaar), zonder dat ze door een lid in eigen
rechtsorde zijn omgezet.
• Beslissingen kennen rechtstreeks rechten toe aan individuen.
• (Gedeeltelijke) financiële autonomie.
Alle IO’s zijn intergouvernementeel, maar sommigen hebben supranationale kenmerken!
➔ Voorbeeld: Europese Commissie is bevoegd over specifieke domeinen, beslissingen worden
genomen door onafhankelijke deskundigen met focus op de belangen van de organisatie zelf én
Lidstaten zijn gebonden door de beslissingen die worden genomen.
Let op: In theorie is de EU overwegend supranationaal. De rechtsmacht van het HvJ EU vloeit voort uit de
lidmaatschap van de Staat in kwestie (er is dus geen sprake van een aanvaarding van de rechtsmacht zoals
bij intergouvernementele IO).
Geen soevereiniteitsafstand door de Staten waardoor leden samenwerken met volledig behoud van
soevereiniteit (‘intergouvernementeel’), bijv. RvE, NAVO, IMO, OVSE…
Wie neemt de beslissing? Hoe worden beslissingen genomen? Eenparigheidsbeslissing. Hier moet iedereen
akkoord zijn om zo dan tot een beslissing te komen. Leden kunnen bijgevolg niet tegen hun wil gebonden
zijn door de genomen beslissing.
Let op: In theorie is de VN overwegend intergouvernementeel. Ook al ben je lid van de VN, dan wilt dat
niet zeggen dat je de rechtsmacht van het IGH automatisch erkent.
3. Naargelang bevoegdheidsthema: Algemene vs. functionele internationale organisaties
Houdt zich met veelheid van zaken bezig. Actief op zeer veel verschillende domeinen (‘algemeen’), bijv.
VN, RvE, Afrikaanse Unie…
Heeft een beperkte functie. Actief op specifieke domeinen (‘functioneel’), bijv. Wereld Postunie, WHO,
Voedsel-en landbouworganisatie, IMF…
F. Historisch overzicht
1. Evolutie van een gemeenschap van co-existentie naar een gemeenschap van coöperatie tussen Staten
Voornaamste beweegredenen:
• Industriële revolutie
o Erkenning van belang van samenwerking tussen Staten
o Oprichting van volkenrecht voor vreedzame samenleving tussen Staten te promoten, bijv.
afbakening van het staatsgezag.
o Gevolg: ontstaan van een gemeenschap van coöperatie door meer samenwerking tussen
Staten, op permanente basis door oprichting van eerste IO’s met als doel de technische
samenwerking te bevorderen.
• Wereldoorlogen in de toekomst vermijden
4
Grondige studie van het recht van internationale organisaties
PRAKTISCHE ZAKEN
• Studiemateriaal: Hand-outs/slides die vooraf (voordat de les begint) worden beschikbaar gesteld op
Canvas. Er is geen handboek voor dit vak, behoudens paar verwijzingen ernaar + aanvullende
literatuur. Handboek ‘Kern van het internationaal publiekrecht’ van A., Nollkaemper is belangrijk.
Op het einde van elk hoofdstuk wordt verwezen naar een specifiek handboek dat werd gebruikt. Je
mag die boeken aanschaffen of online raadplegen.
• Waarover gaat dit vak? Constituties van internationale organisaties, waaronder VN, RvE, WHO &
NAVO. Actualiteit is een must.
• Hoorcolleges verlopen op de campus en worden niet opgenomen. Ergens in de komende weken zal
het hoorcollege uitzonderlijk in de voormiddag plaatsvinden. Dus, lesrooster raadplegen!
• Er is een studiereis voorzien naar Den Haag, één nachtje (pas eind november of december; moet
vooraf nog georganiseerd worden. Voor degenen die zouden geïnteresseerd zijn).
• Te schrijven paper: Juridische bronvermelding V&A, niet APA! Deadline: 16 december (de laatste
les) digitaal in te dienen. Laattijdig/niet indienen betekent geen examenkans in januari. Max. 4500
woorden inclusief voetnoten, exclusief bibliografie. Onderwerpen zijn breed, maar die moeten
verder afgebakend worden (zie lijst op Canvas). Evaluatie: 1/3 van de punten (paper zelf - mee te
nemen naar het examen + toelichtingen) en evaluatiecriteria: kennis IR, analyse, kritische reflectie,
gebruikte bronnen en schriftelijke taalvaardigheid.
1
,LawstudentatVUB 2025-26
INLEIDING
Les 1: 30 september 2025
Literatuur: J. Klabbers, An Introduction to International Organizations Law (4th ed. 2022, p. 1): “Whatever
activity one wishes to engage in, be it the sending of a postcard to a friend abroad or the purchase of a
television set produced in a foreign country, it is more than likely that the activity is in one way or another
regulated by the activities of an international organization.”
A. Opbouw van de cursus
Eerste deel: Institutioneel recht van internationale organisaties.
Tweede deel: Materieel recht en beleid van internationale organisaties op bepaalde domeinen:
mensenrechtenbescherming, vrede en veiligheid en internationaal handelsstelsel. De volgende organisaties
zullen aan bod komen: VN, NAVO, OVSE en RvE.
Derde deel: Het schrijven van een paper (komende weken volgt meer informatie daaromtrent). De prof zal
de onderwerpen voorstellen en die zullen aan de studenten toegewezen worden.
B. Leerresultaten
Zie studiedeelfiche + hand-outs op Canvas.
C. Evaluatie
Het is een mondeling examen bestaande uit twee delen (duurt ongeveer een halfuurtje):
• 2/3 = schriftelijk deel met klassieke examenvragen
• 1/3 = paper mondeling ‘verdedigen’ of ‘toelichten’
Je kan deelnemen aan het examen als je de paper hebt ingediend!
D. Begripsomschrijving: Internationale Organisatie (IO)
Om te beginnen is er géén algemeen aanvaarde definitie voor het begrip ‘IO’. International Law
Commission (ILC) – Onafhankelijke Commissie die het internationaal recht interpreteert als suborgaan van
de AV VN bestaande uit deskundigen, met als doel de ontwikkeling en codificatie van het internationaal
recht – heeft zich beziggehouden met een aantal aspecten van de IO, denk aan de aansprakelijkheid van de
IO. Recentelijk ook bezig met geschillenbeslechting. ILC heeft het begrip ‘IO’ als volgt geïnterpreteerd:
UN Doc. A/64/10: “International organization means an organization
established by a treaty or other instruments governed by
international law and possessing its own international legal
personality. International organizations may include as members in
addition to states, other entities”
UN Doc. A/CN4/765: “‘International organization’ refers to an entity
established by States and/or other entities on the basis of a treaty or
other instrument governed by international law and possessing at
least one organ capable of expressing a will distinct from that of its
members.”
2
,LawstudentatVUB 2025-26
Vraag: Wat zijn de gemeenschappelijke kenmerken/basiskenmerken van IO?
• Meestal verdragsrechtelijk opgericht (behoudens uitzonderingen na) waarbij gemeenschappelijke
doelen worden nagestreefd; neemt drie vormen aan:
o Traité constitution (bijv. handvest)
o Traité loi (bijv. algemeen geldende verdragen)
o Traité contrat (bijv. ene verdragspartij verricht een prestaties jegens een ander
verdragspartij).
• Opgericht onder het internationaal recht. Activiteiten worden door het internationaal recht geregeld!
Meestal vloeit daaruit de internationale rechtspersoonlijkheid voort op twee niveaus: onderworpen
aan het nationaal en internationaal recht; heeft dus rechten en plichten op beide niveaus!
• Door Staten en/of internationale organisaties opgericht
o Lidmaatschap: meestal Staten, maar soms ook andere IO of andere entiteiten.
• Subsidiariteit uniek aan IO’s: enkel bevoegd over domeinen die naar hen geschoven worden door
de Staten.
• Bezit één of meer eigen organen (with a distinct will). Er moet minstens één orgaan zijn dat de
belangen van de IO verdedigt; orgaan kan zelfstandig optreden, los van de leden van de IO zelf.
• Beslissingen zijn meestal juridisch afdwingbaar voor een gerechtshof, bijv. inkomsten van EU-
Lidstaten.
• Vorm van financiële autonomie, bijv. eigen inkomsten, bijdrage Lidstaten…
Nuancering: UNRA is opgericht in de schoot van de VN én is daarom een orgaan van de VN zelf, i.t.t.
UNESCO dat afzonderlijk van de VN is opgericht én daarom zelf een organisatie is los van de VN.
E. Soorten internationale organisaties
1. Naargelang lidmaatschap: Open vs. gesloten internationale organisaties
A priori géén uitsluiting van Staten. Lidmaatschap staat in beginsel open voor alle Staten (‘open’), maar kan
wél een toetredingsprocedure hanteren. Bijv. VN, Universal Post Union, ICC, IMF, UNESCO, WGO…
Let op: WHO valt niet onder deze categorie omdat het één van de bevoegdheden van de VN is en er geen
samenwerkingsovereenkomst is met de VN (daarom geen gespecialiseerde organisatie!).
beperking van lidmaatschap tot bepaalde Staten die tot een bepaalde groep behoren (‘gesloten’).
Voorwaarden zijn verbonden met het lidmaatschap, bijv.:
• Territoriaal/geografisch: EU, OAS, AU…
• Economische ontwikkeling en handelsstelsel: OESO
• Exporteren van petroleum: OPEC
• Koloniaal verleden: Commonwealth
2. Naargelang beleidstype: Supranationaal vs. intergouvernementele internationale organisaties
Een deel van de soevereiniteit wordt afgestaan aan de IO door de Staten (‘supranationaal’).
Wie neemt de beslissing? Hoe worden beslissingen genomen? Meerderheidsbeslissing. Als er een beslissing
wordt genomen omdat de meerderheid eens is, kan het zijn dat die beslissing ingaat tegen de wil van een
andere Staat. Een orgaan dat bestaat uit experten die de belangen van de organisatie vertegenwoordigt, kan
ook geconfronteerd worden met zo’n beslissing.
3
, LawstudentatVUB 2025-26
Knelpunten:
• Beslissingen rechtstreeks bindend voor leden (afdwingbaar), zonder dat ze door een lid in eigen
rechtsorde zijn omgezet.
• Beslissingen kennen rechtstreeks rechten toe aan individuen.
• (Gedeeltelijke) financiële autonomie.
Alle IO’s zijn intergouvernementeel, maar sommigen hebben supranationale kenmerken!
➔ Voorbeeld: Europese Commissie is bevoegd over specifieke domeinen, beslissingen worden
genomen door onafhankelijke deskundigen met focus op de belangen van de organisatie zelf én
Lidstaten zijn gebonden door de beslissingen die worden genomen.
Let op: In theorie is de EU overwegend supranationaal. De rechtsmacht van het HvJ EU vloeit voort uit de
lidmaatschap van de Staat in kwestie (er is dus geen sprake van een aanvaarding van de rechtsmacht zoals
bij intergouvernementele IO).
Geen soevereiniteitsafstand door de Staten waardoor leden samenwerken met volledig behoud van
soevereiniteit (‘intergouvernementeel’), bijv. RvE, NAVO, IMO, OVSE…
Wie neemt de beslissing? Hoe worden beslissingen genomen? Eenparigheidsbeslissing. Hier moet iedereen
akkoord zijn om zo dan tot een beslissing te komen. Leden kunnen bijgevolg niet tegen hun wil gebonden
zijn door de genomen beslissing.
Let op: In theorie is de VN overwegend intergouvernementeel. Ook al ben je lid van de VN, dan wilt dat
niet zeggen dat je de rechtsmacht van het IGH automatisch erkent.
3. Naargelang bevoegdheidsthema: Algemene vs. functionele internationale organisaties
Houdt zich met veelheid van zaken bezig. Actief op zeer veel verschillende domeinen (‘algemeen’), bijv.
VN, RvE, Afrikaanse Unie…
Heeft een beperkte functie. Actief op specifieke domeinen (‘functioneel’), bijv. Wereld Postunie, WHO,
Voedsel-en landbouworganisatie, IMF…
F. Historisch overzicht
1. Evolutie van een gemeenschap van co-existentie naar een gemeenschap van coöperatie tussen Staten
Voornaamste beweegredenen:
• Industriële revolutie
o Erkenning van belang van samenwerking tussen Staten
o Oprichting van volkenrecht voor vreedzame samenleving tussen Staten te promoten, bijv.
afbakening van het staatsgezag.
o Gevolg: ontstaan van een gemeenschap van coöperatie door meer samenwerking tussen
Staten, op permanente basis door oprichting van eerste IO’s met als doel de technische
samenwerking te bevorderen.
• Wereldoorlogen in de toekomst vermijden
4