Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4.2 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting - Theorieën van de internationale betrekkingen

Vendu
2
Pages
39
Publié le
29-12-2025
Écrit en
2025/2026

Samenvatting van alles lessen (PPT’s) aangevuld met eigen notities (geen inhoud van de extra teksten)












Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

Infos sur le Document

Publié le
29 décembre 2025
Nombre de pages
39
Écrit en
2025/2026
Type
Resume

Aperçu du contenu

THEORIEËN VAN INTERNATIONALE
BETREKKINGEN
STRUCTUREEL REALISME
Het anarchistische karakter van het internationale systeem en de daaruit voortvloeiende
machtsverdeling tussen staten, zijn de belangrijkste drijfveren achter het gedrag van staten, in
tegenstelling tot de menselijke natuur (klassiek realisme).

3 ANALYSE NIVEAUS IN IB (WALTZ 1959)
o 3 analyse niveaus (‘images’; Waltz 1959, Man, State and War) (is belangrijk omdat er 3
analyses/ images zijn die op een bepaald moment elkaar uitsluiten)
 Individueel/ menselijke natuur & psychologie
 Eenheden/ Units/ collectieve actoren (staten; intern bestaand uit: stad(staten), firma’s,
partijen, lobby’s, NGO’s, instituties, ...)
 Structuur van het internationale systeem (hoe ze met elkaar omgaan is belangrijk)
o Waltz 1979 noemt theorieën over het 2e niveau ‘reductionistisch’
 Zij beperken zich tot (het gedrag) van de eenheden;
o Gaan niet in op het systeem zelf, hebben geen relationele structuur

REALISME IN HET ALGEMEEN

o Pessimistisch: geen geloof in de vooruitgang van de mensheid – als reactie tegen ‘idealisme’ na
de 2e WO (Wilson) bv oprichting van de Volkenbond vonden zij naïef
o Macht, conflict & oorlog
o Moraal en internationaal recht is slechts denkbaar als deel van de bestaande maatschappelijke
orde en de uitoefening van macht is epifenominaal, geloof niet alles wat in het recht staat 
justificatie van eigen belang, legitimatie van iets dat je sowieso wou doen
o Een wereld van staten
 Ofwel als resultaat van het Westfaals systeem (1648)
 Ofwel als het natiestaat systeem van de 19e eeuw derde optie is wanneer een staat een
welvaartstaat werd
o Mensenrechten & democratie slechts als legitimatie voor interventie
o Publieke opinie als rechtvaardiging, legitimatie, manipulatie en bedrog


DE BOUWSTENEN
o Anarchie
 Afwezigheid van hiërarchie niemand in het statensysteem kan zich boven andere staten
stellen
 Geen monopolie van het legitieme gebruik van geweld ( binnenland)
o De staat als centrale actor
 (aanname van) unitaire actor (biljard-model)
 (aanname van) rationele actor (eigenbelang)
 Klassiek real.: de staats-man zou zo moeten ageren (normatief-prescriptief) niet
verklarend
 Structureel real.: een aanname om een verklarende theorie op te bouwen
o Overleving/ ‘zelfhulp’ (ook wel: ‘nationaal belang’) vaag want ieder denkt daar anders over
 Klassiek: na te streven doelstelling (je moet het nationaal belang dienen)
 Structureel: aanname

KLASSIEK REALISME

o Menselijke natuur streeft naar macht – zo ook de staats-man
o Verklarende én prescriptieve theorie van buitenlands beleid (Waltz is hier tegen, zij kijken vanuit
hun ivorentoren volgens hem (bv. zij zeggen wat politici moeten doen)

, o Pro ‘rationeel’ beleid en ter verdediging van staatsbelangen (bv. doden om meer doden te
voorkomen, Kissinger die verantwoord waarom er doden zijn om tegen het communisme te
strijden)
o Tegen idealisme, gezien als een moralistisch-legalistisch buitenlands beleid van VS isolationisme
o Tragisch verantwoordelijkheidsgevoel van de ‘wijze’ staats-man
o Oproep tot prudentie (omzichtigheid & oordeelsvermogen)
 GB: divide et impera in continentaal Europa (18-19e E.).
 Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (Luxemburg & België, 1815/1830-37)


INDELING VAN TYPES REALISME



o Human nature is klassiek realisme
o Defensief realisme is structureel




STRUCTUREEL REALISME

o Ordeningsprincipe: anarchie (afwezigheid van hiërarchie)
 Aanname: overleving/ zelfbehoud als hoofddoelstelling (equivalent aan de aanname van
wil tot winst voor firma’s in een markt)
 Consequentie: relaties tussen eenheden gekarakteriseerd door selectie (sommige staten
zijn nooit ontstaan), zelfhulp, competitie (je probeert iemand af te steken, lokt een
tegenreactie uit, worden door de structuur gedwongen dingen te doen die ze eigenlijk
niet leuk vinden bv. miljarden moeten uitgeven een defensie), coördinatie (bv zouden we
allen hetzelfde soort cybersecurity kopen) en socialisatie (je spreekt met elkaar en begint
zo op dezelfde manier na te denken)  dit zijn mechanismen, waarom staten op elkaar
lijken (niet uit zichzelf maar door deze)
o Natuur van de eenheden/ de staten
 (in hiërarchie: functionele differentiatie  specialisatie)
 In anarchie: functionele gelijkenis = ze beginnen op elkaar te lijken, ze worden ‘like
units’/ gelijkaardige eenheden
 Deze eenheden bepalen de beperkingen & opportuniteiten van niet-statelijke actoren
(multinationals, transnationale bewegingen, etc.)
o De verdeling van capabilities bepaalt de machtsverdeling in het systeem
 Staten verschillen dus niet in hun functies (proberen op verschillende vlakken actief te
zijn zoals defensie, cultuur, gezondheid), maar wel in hun capabilities om deze uit te
oefenen (bevolkingsomvang, territorium, grondstoffen, economische & militaire macht,
politieke stabiliteit, ...)
o Uitkomsten
 Niet als resultaat van politieke wil/ intenties/ motieven
 Maar als resultaat van structurele condities
 Zoals een (binnenlandse) theorie over verschillende leiderschapsstijlen (GB vs. US
in Waltz 1979)
o Moeilijke gevallen: falen & succes van Europese samenwerking
 Niet vanwege de intenties van leiders of de inherente aard van staten
 Er was al een pro-Europese beweging voor de 1e en de 2e WO... (in soc-dem and
christ-dem partijen); maar dit haalde niets uit; dus democratisering was geen
voldoende voorwaarde
 Maar vanwege de verandering van een multipolair naar een bipolair systeem
 In veiligheid werd voorzien door een externe macht (VS via NAVO)

,  Er ontstond ruimte voor samenwerking in alle andere beleidsvelden naast
militaire veiligheid
 (maar hebben ze dan niet de staatsfunctie om in veiligheid te voorzien
gedelegeerd naar de VS…?)


3 TYPES MACHTSVERHOUDINGEN
o Als de capabilities veranderen (groter of kleiner) dan is er verandering in de structuur 
verandering in stabiliteit
o Allianties, kansen op oorlog & vrede en vormen van machtsevenwicht
 Unipolair: hegemoniale stabiliteit, relatief vredevol met overgangsoorlogen
 Bipolair: hoge graad van stabiliteit met perifere (bijzaak) conflicten over het status quo;
beoordeling van elkanders’ capabilities, meer samenwerking, meer gedragsregels,
snellere aanpassing (ze gaan niet rechtstreeks met elkaar in de oorlog eerder proxy
wars) geven niet de aanleiding tot totale/ frontale oorlogen. Werkt volgens Waltz
stabiliserend
 Multipolair: onstabiel; veel, niet erg intensieve oorlogsvoering

HET VEILIGHEIDSDILEMMA: WELKE BETEKENIS IN HET REALISME?
o Onveiligheid zorgt voor veiligheidsdilemma (volgens klassiek realisten had je hier aan kunnen
ontsnappen doordat je veel macht had moeten verwerven zodat de andere je niks kan doen,
Waltz is hier niet mee eens, volgens structureel realisme kan je er niet aan ontsnappen want
angst zorgt ervoor dat andere een gevaar schijnt te vormen waardoor je sowieso iets moet
doen) dit leidt tot wapenwedloop (eens je daar in zit, geraak je daar niet meer uit)
o Waarom?
 In klassiek real.: intenties van leiders en/of staten  belang van ‘voluntarisme’:
o ‘Als ze maar zouden willen, zouden ze de overwinning of een machtsevenwicht tot stand
brengen’
o (en als dat niet lukt: politici verwijten dat ze niet ‘wijs’ genoeg waren).
 In structureel real.: interactie op systeemniveau
 Als ook maar één staat angst verspreidt (omdat die een gevaar schijnt te
vormen), worden alle andere eenheden gedwongen tot een defensieve houding.
 Ze beginnen allemaal – tegen hun wil én intenties – aan de opbouw van een
potentieel tot offensieve oorlogsvoering.

ACTOR STRATEGIEËN
o In multi-polariteit (& dus mogelijke transitie naar bipolariteit of niet):
 Bescherming zoeken: bandwagoning (is een actorkeuze)
 Polen, Tsjechië, Baltische staten,...; België... In NAVO
 Anderen de klus laten klaren: buck-passing (geeft lasten door aan anderen, maar dit is
een interpretatie)
 VS & GB in 1914 & 1936/38  Frankrijk alleen
o In bipolariteit: Machtsevenwicht nastreven: balancing, tegen-coalitie/alliantie
 Warschau-pakt; Frankrijk in Europees veiligheids- en defensiebeleid; Singapore?
o Chain-ganging (wanneer slepen staten elkaar mee)
 Israël sleept VS mee in aanval op Iran, juni 2025
o Preventieve oorlog
 Japan valt VS/Pearl Harbor aan; VS invasie van Irak in 2003 (Bush doctrine)

DEFENSIEF VS. OFFENSIEF REALISME
o Defensief/ structureel (Waltz 1979):
 Status quo streven & machtsevenwicht door middelgrote machten
 Geen totale oorlog vanwege nucleaire revolutie/ MAD (Mutual Assured Destruction: geen
enkele staat kan een nucleaire oorlog winnen)
o Offensief (Mearsheimer):
 Maximalisatie van (relatieve) macht door grootmachten met tragisch risico van
zelfoverschatting & imperial overstretch (zelfoverschatting)

,  Strategieën om macht te verwerven:
 Chantage (blackmail) & hegemoniale oorlog (Gilpin 1988; Allison 2017)
machtsmaximalisatie realisten
– (Athene-Sparta, Thucydides); (1) 30-jarige oorlog 1619-1648; (2)
Napoleontische oorlogen; (3) Wereldoorlog I & II
 Strategieën om machtsverdeling te behouden:
 Balancing & buck-passing (verantwoordelijkheid naar iemand anders schuiven)


KRITIEKEN OP HET STRUCTUREEL REALISME
o Deterministische theorie
 Héél algemene hypothesen
 Conceptualisering van ‘capabilities’; van ‘nationaal belang’, van ‘de staat’...?
o Aanname van de vervangbaarheid (fungibility) van macht (de macht van de staat of macht per
beleidsveld)
 Risico op over-generalisering: militaire, economische, culturele macht als één geheel...
 Machtspotentieel kan verschillen per beleidsdomein (policy field/ issue area) = niet-
vervangbaarheid van het begrip macht (non-fungibility of power)
 Stalin: ‘De paus?! Hoeveel divisies heeft die?’ (macht is verschillend, Stalin
geloofde enkel militaire macht, terwijl er ook religieuze of culturele macht kan
zijn)
 USA & SDI (‘Star Wars’) d.m.v. schuldenfinanciering door Japan
 Deficit spending en China’s US dollar reserves om de Iraq & Afghanistan oorlogen
te financieren
 Militaire hegemonie is nog geen handelshegemonie – een persistente mythe (US
& GATT)
– Kritiek op het idee dat militaire macht automatisch leidt tot economische
dominantie
o Statische, ahistorische, Amerika-centrische & conservatieve theorie:
 Reïficatie van een wereld van staten, geen evocatie van een alternatieve wereld 
verschil tussen probleem-oplossende en zgn. ‘kritische’ theorie
 Klassieke Amerikaanse IR-theorieën behandelen de bestaande wereld van staten
als vanzelfsprekend en geen alternatieve vormen van internationale orde
verkennen.
– Het verschil tussen probleem-oplossende theorie (behoud van het
systeem) en kritische theorie (bevraging van het systeem)

OMVATTENDE KRITIEK OP STAATSVORMINGSTHEORIEËN & REALISME
o Arjun Chowdhury
o Waarom zijn de meeste staten zwak? The Myth of International Order. Why Weak States Persist
and Alternatives to the State Fade Away
o Niet oorlogsvoering, niet capaciteiten, maar gebrek aan capaciteiten en gebrek aan
alternatieven:
 Niet de markt/neoliberalisme
 Niet regionale integratie
 Niet the developmental state
o Daardoor: zwakke staten blijven bestaan
€7,46
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Reviews from verified buyers

Affichage de tous les avis
3 jours de cela

1,0

1 revues

5
0
4
0
3
0
2
0
1
1
Avis fiables sur Stuvia

Tous les avis sont réalisés par de vrais utilisateurs de Stuvia après des achats vérifiés.

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
Veya86 Universiteit Antwerpen
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
41
Membre depuis
3 année
Nombre de followers
5
Documents
26
Dernière vente
3 jours de cela

3,9

7 revues

5
4
4
1
3
0
2
1
1
1

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions