SLEUTELVRAGEN
IMMUNOLGIE
Hematologie
BESPREEK DE FUNCTIES VAN HET BLOED TIJDENS DE INSPANNING EN GEEF
VOLDOENDE UITLEG BIJ IEDER VAN DE FUNCTIES.
TRANSPORT:
- Gassen (O2, CO2, CO)
- Voedingsstoffen (aminozuren, vetten, suikers, vitaminen)
- Afvalstoffen naar de nieren, lever, zweetklieren, longen
- Moleculen (hormonen, cytokines en enzymen)
BESCHERMING:
Tegen indringers (bacteriën, virussen, toxische stoffen,…)
REGELING TEMPERATUUR:
- Vasoconstrictie: warmte wordt bijgehouden, ↑ temperatuur
- Vasodilatatie: warmte wordt aan opp. afgegeven, ↓
temperatuur
ZUUR-BASE EVENWICHT:
Grote concentratie CO2 in het bloed kan pH verlagen daarom zijn
er in het bloed buffers aanwezig (plasmaproteïne,
bicarbonaationen en aminozuren)
REGULATIE COLLOÏD OSMOTISCHE DRUK
BESPREEK ALLES WAT JE WEET OVER TRANSPORT VAN O2 EN CO2 IN HET BLOED
EN MAAK DAARBIJ GEBRUIK VAN DE VOLGENDE WOORDEN:
EPO – PLASMA – BILIRUBINE – LEVER.
De nieren zetten de lever aan tot productie erythropeïtine hormoon
(EPO) aan de hand van erythropoëtische factor. Dit hormoon zal op
zijn beurt het beenmerg aanzetten tot productie pro-erytrocyt en zal
zo omvormen naar een RBC. O2 kan via de ijzermoleculen op de Hb
binden. RBC gaan na een tijd afbreken (120 dagen) waardoor
bilirubine zal ontstaan die via albumine vervoert zal worden naar de
lever als afvalproduct.
BESPREEK DE COAGULATIE VAN HET HEMOSTATISCH MECHANISME EN LEG UIT
WAAROM DIT MECHANISME GEBRUIK MAAKT VAN ZULK EEN COMPLEXE
CASCADEREACTIE.
Wanneer bij schade de plaatjesaggregatie niet in staat is om de
bloeding te stoppen zal coagulatie plaats vinden. Coagulatie is het
sterkste hemostatisch mechanisme in het menselijk lichaam. Een
,bloedklotter wordt gevormd door een cascade van reactie die
stollingsfactoren activeert.
Het extrinsiek en intrinsiek mechanisme werken samen meestal
simultaan, waarbij het intrinsiek mechanisme verantwoordelijk is
voor de klontering binnen het beschadig bloedvat en extrinsiek
mechanisme hetzelfde doet mar met het bloed buiten de beschadig
bloedvat.
Intrinsiek (langste):
1. Het proces wordt geïnduceerd omdat bloed in contact komt met
een negatief geladen oppervlakte (collageen)
2. Factor XII wordt geactiveerd en zal factor XI activeren
3. Factor XI zal met behulp van Ca²+ factor IX en factor VIII
activeren
4. Factor IX, VIII, Ca²+ en fosfolipiden gaan factor X en V
activeren
Extrinsieke (korter):
1. Tromboplastine zal factor VII activeren
2. Tromboplastine, factor VII en Ca²+ gaan factor X en V activeren
Extrinsiek en intrinsiek:
1. Factor X,V, Ca²+ en fosfolipiden gaan protrombine omzetten in
trombine
2. Trombine gaat fibrinogeen omzetten in fibrine monomeer
3. Trombine en Ca²+ gaat fibrine monomeer omzetten in polymeer
Wanneer de beschadiging tijd heeft gekregen om te herstellen en de
bloedklonter dus niet langer nodig is kan geactiveerde factor XII
inactieve kallikrein omzetten in zijn actieve vorm. Kallikrein
activeert op zijn beurt de vorming van plasmine die in staat is het
fibrinenetwork op te lossen zodat de bloedklonter kan afgebroken
worden.
WAT IS HOMEOSTASIS? BESPREEK DE TE CONTROLEREN FACTOREN VOOR HET
BEHOUD VAN DE HOMEOSTATIS.
= de interne omgeving constant houden desondanks de externe
variabiliteit
- [H2O]
- [CO2] en [O2]
- Afvalstoffen
- Temperatuur
- pH
- nutriënten
- [NaCl]
- Bloedvolume
, Immunologie en levensstijl
1. IMMUNOLOGIE:
a. WELK DEEL VAN HET AFWEERSTYSTEEM IS VERANTWOORDELIJK
VOOR ALLERGIËN?
Specifieke immuunsysteem: humorale immuniteit
b. WELKE CELLEN ZIJN VERANTWOORDELIJK VOOR DE
IMMUNOLOGISCHE REACTIE BIJ ALLERGIEËN (BENOEM ER MINIMAAL
2)?
Lymfocyten en mestcellen
c. BESCRIJF DE IMMUNOLOGISCHE REACTIE BIJ ALLERGIEËN.
TYPE I IgE-afhankelijke allergie, IgE bindt zich aan de
binnengekomen allergenen na herhaalde contact
worden mestcellen ertoe aangezet om hun inhoud
uit te storten en deze vasoactieve aminen (zoals
histamine, serotine en prostaglandinen) zullen
vervolgens een aantal veranderingen veroorzaken
in het lichaam.
1. Vaatverwijding
2. Vernauwing van de bronchiën van de longen
3. Afname van hartactiviteit
Treed niet op bij eerste contact. Na de eerste
blootstelling volgt eerst een sensibilisering.
Het lichaam gaat IgE-antistoffen tegen de
betreffende stof aanmaken.
TYPE II Cytotoxische reactie, ontstaat wanneer
antilichamen (IgG of IgM) zich richten naar het
oppervlak van cellen en weefsels, op de aldaar
aanwezige antigenen.
TYPE III Deze vorm van allergie ontstaat wanneer
antigeen-antistofcomplexen neerslaan en onder
andere neutrofielen aantrekken en het
complementsysteem activeren en zo weefselschade
veroorzaken. (oppervlakte antigenen)
TYPE IV Activeren van T-lymfocyten die via productie van
diverse cytokines het betreffende antigeen
elimineert maar tevens weefselschade
veroorzaakt.
2. LEVNSSTIIJL EN IMMUNOLOGIE:
a. WELK(E) DE(E)L(EN) VAN HET AFWEESYSTEEM WORDEN BEÏNVLOED
DOOR STRESS?
Inflammatie
b. LEG UIT WAT PRECIES HET EFFECT IS VAN STRESS OP DE(E)L(EN) VAN
HET AFWEERSYSTEEM BENOEMD IN JE ANTWOORD OP DEEL a VAN DE
VRAAG.
Sociale stress zal inflammatoire cytokines in ons lichaam
doen stijgen en zorgt ook voor een disbalans en dus
IMMUNOLGIE
Hematologie
BESPREEK DE FUNCTIES VAN HET BLOED TIJDENS DE INSPANNING EN GEEF
VOLDOENDE UITLEG BIJ IEDER VAN DE FUNCTIES.
TRANSPORT:
- Gassen (O2, CO2, CO)
- Voedingsstoffen (aminozuren, vetten, suikers, vitaminen)
- Afvalstoffen naar de nieren, lever, zweetklieren, longen
- Moleculen (hormonen, cytokines en enzymen)
BESCHERMING:
Tegen indringers (bacteriën, virussen, toxische stoffen,…)
REGELING TEMPERATUUR:
- Vasoconstrictie: warmte wordt bijgehouden, ↑ temperatuur
- Vasodilatatie: warmte wordt aan opp. afgegeven, ↓
temperatuur
ZUUR-BASE EVENWICHT:
Grote concentratie CO2 in het bloed kan pH verlagen daarom zijn
er in het bloed buffers aanwezig (plasmaproteïne,
bicarbonaationen en aminozuren)
REGULATIE COLLOÏD OSMOTISCHE DRUK
BESPREEK ALLES WAT JE WEET OVER TRANSPORT VAN O2 EN CO2 IN HET BLOED
EN MAAK DAARBIJ GEBRUIK VAN DE VOLGENDE WOORDEN:
EPO – PLASMA – BILIRUBINE – LEVER.
De nieren zetten de lever aan tot productie erythropeïtine hormoon
(EPO) aan de hand van erythropoëtische factor. Dit hormoon zal op
zijn beurt het beenmerg aanzetten tot productie pro-erytrocyt en zal
zo omvormen naar een RBC. O2 kan via de ijzermoleculen op de Hb
binden. RBC gaan na een tijd afbreken (120 dagen) waardoor
bilirubine zal ontstaan die via albumine vervoert zal worden naar de
lever als afvalproduct.
BESPREEK DE COAGULATIE VAN HET HEMOSTATISCH MECHANISME EN LEG UIT
WAAROM DIT MECHANISME GEBRUIK MAAKT VAN ZULK EEN COMPLEXE
CASCADEREACTIE.
Wanneer bij schade de plaatjesaggregatie niet in staat is om de
bloeding te stoppen zal coagulatie plaats vinden. Coagulatie is het
sterkste hemostatisch mechanisme in het menselijk lichaam. Een
,bloedklotter wordt gevormd door een cascade van reactie die
stollingsfactoren activeert.
Het extrinsiek en intrinsiek mechanisme werken samen meestal
simultaan, waarbij het intrinsiek mechanisme verantwoordelijk is
voor de klontering binnen het beschadig bloedvat en extrinsiek
mechanisme hetzelfde doet mar met het bloed buiten de beschadig
bloedvat.
Intrinsiek (langste):
1. Het proces wordt geïnduceerd omdat bloed in contact komt met
een negatief geladen oppervlakte (collageen)
2. Factor XII wordt geactiveerd en zal factor XI activeren
3. Factor XI zal met behulp van Ca²+ factor IX en factor VIII
activeren
4. Factor IX, VIII, Ca²+ en fosfolipiden gaan factor X en V
activeren
Extrinsieke (korter):
1. Tromboplastine zal factor VII activeren
2. Tromboplastine, factor VII en Ca²+ gaan factor X en V activeren
Extrinsiek en intrinsiek:
1. Factor X,V, Ca²+ en fosfolipiden gaan protrombine omzetten in
trombine
2. Trombine gaat fibrinogeen omzetten in fibrine monomeer
3. Trombine en Ca²+ gaat fibrine monomeer omzetten in polymeer
Wanneer de beschadiging tijd heeft gekregen om te herstellen en de
bloedklonter dus niet langer nodig is kan geactiveerde factor XII
inactieve kallikrein omzetten in zijn actieve vorm. Kallikrein
activeert op zijn beurt de vorming van plasmine die in staat is het
fibrinenetwork op te lossen zodat de bloedklonter kan afgebroken
worden.
WAT IS HOMEOSTASIS? BESPREEK DE TE CONTROLEREN FACTOREN VOOR HET
BEHOUD VAN DE HOMEOSTATIS.
= de interne omgeving constant houden desondanks de externe
variabiliteit
- [H2O]
- [CO2] en [O2]
- Afvalstoffen
- Temperatuur
- pH
- nutriënten
- [NaCl]
- Bloedvolume
, Immunologie en levensstijl
1. IMMUNOLOGIE:
a. WELK DEEL VAN HET AFWEERSTYSTEEM IS VERANTWOORDELIJK
VOOR ALLERGIËN?
Specifieke immuunsysteem: humorale immuniteit
b. WELKE CELLEN ZIJN VERANTWOORDELIJK VOOR DE
IMMUNOLOGISCHE REACTIE BIJ ALLERGIEËN (BENOEM ER MINIMAAL
2)?
Lymfocyten en mestcellen
c. BESCRIJF DE IMMUNOLOGISCHE REACTIE BIJ ALLERGIEËN.
TYPE I IgE-afhankelijke allergie, IgE bindt zich aan de
binnengekomen allergenen na herhaalde contact
worden mestcellen ertoe aangezet om hun inhoud
uit te storten en deze vasoactieve aminen (zoals
histamine, serotine en prostaglandinen) zullen
vervolgens een aantal veranderingen veroorzaken
in het lichaam.
1. Vaatverwijding
2. Vernauwing van de bronchiën van de longen
3. Afname van hartactiviteit
Treed niet op bij eerste contact. Na de eerste
blootstelling volgt eerst een sensibilisering.
Het lichaam gaat IgE-antistoffen tegen de
betreffende stof aanmaken.
TYPE II Cytotoxische reactie, ontstaat wanneer
antilichamen (IgG of IgM) zich richten naar het
oppervlak van cellen en weefsels, op de aldaar
aanwezige antigenen.
TYPE III Deze vorm van allergie ontstaat wanneer
antigeen-antistofcomplexen neerslaan en onder
andere neutrofielen aantrekken en het
complementsysteem activeren en zo weefselschade
veroorzaken. (oppervlakte antigenen)
TYPE IV Activeren van T-lymfocyten die via productie van
diverse cytokines het betreffende antigeen
elimineert maar tevens weefselschade
veroorzaakt.
2. LEVNSSTIIJL EN IMMUNOLOGIE:
a. WELK(E) DE(E)L(EN) VAN HET AFWEESYSTEEM WORDEN BEÏNVLOED
DOOR STRESS?
Inflammatie
b. LEG UIT WAT PRECIES HET EFFECT IS VAN STRESS OP DE(E)L(EN) VAN
HET AFWEERSYSTEEM BENOEMD IN JE ANTWOORD OP DEEL a VAN DE
VRAAG.
Sociale stress zal inflammatoire cytokines in ons lichaam
doen stijgen en zorgt ook voor een disbalans en dus