PREAMBULE - STRUCTUUR VAN HET VLAAMS ONDERWIJS
GROTE ONDERDELEN
Onderverdeling Vlaams onderwijs:
- Gewoon onderwijs
o Basisonderwijs
§ Kleuteronderwijs (2,5j – 6j)
§ Lager onderwijs (6j – 12j)
o Secundair onderwijs
o Hoger onderwijs
- Buitengewoon onderwijs
- Hoger onderwijs (inclusief volwassenonderwijs)
- (Individueel of collectief) Huisonderwijs
Leerplicht start op leeftijd van 5 jaar.
Bijna alle kleuters in Vlaanderen zijn ingeschreven in het kleuteronderwijs.
Om rechtstreeks toegang te krijgen tot lager onderwijs moeten leerlingen minimum 290 halve dagen
kleuteronderwijs gevolgd hebben.
Na 18 jaar geen leerplicht meer.
Verschillende opties na secundair onderwijs:
- Arbeidsmarkt
- 1 jaar specialisatie in een beroepsgericht secundair-na-secundair onderwijs, georganiseerd door
secundaire scholen
- Professionele bachelor (hogeschool)
o Geeft toegang tot bachelor-na-bacheloropleidingen + schakelprogramma’s
- Hoger beroepsonderwijs (hogeschool)
- Academische bachelor (universiteit)
o Geeft toegang tot gespecialiseerde masteropleidingen en voorbereidingsprogramma’s
o Master-na-masteropleidingen en doctoraatsopleidingen volgen na masteropleidingen
Niet voltijds leren: Duaal leren
- Vanaf 16 jaar (of 15 jaar indien de eerste 2 jaar secundair onderwijs zijn afgerond)
- Een volwaardige leerweg met leren op school en op de werkvloer/in ondernemingen
Deeltijds kunstonderwijs (DKO): onderwijs in de vrije tijd
- Vanaf 6 jaar
- Beeldende
- Audiovisuele
- Muziek
- Woordkunst
- Dans
Volwassenonderwijs:
- Basiseducatie
o Centrum voor basiseducatie (CBE)
o Doel: algemene geletterdheid van meerderjarige cursisten verhogen
o Basisvaardigheden op niveau van lager onderwijs en eerste graad secundair
o NT1: NL als eerste taal
o NT2: NL als tweede taal
o Opstap Engels
o Maatschappelijke oriëntatie
- Secundair volwassenenonderwijs
o Centrum voor volwassenonderwijs (CVO)
o Opleidingen op niveau van secundair onderwijs en hoger beroepsonderwijs
Leren in Maatschappelijk Betrokken Onderwijs - Basisinzichten voor leraren nu en in de toekomst
KULeuven
Marijke Daniels
Dec 2025
,Er geldt leerplicht maar geen schoolplicht
Thuisonderwijs: examens afleggen via Examencommissie van de Vlaamse gemeenschap
GEWOON SECUNDAIR ONDERWIJS
- 3 graden met telkens 2 jaar (soms 3 in de derde graad)
- Eerste graad:
o Oriënterende rol: interesses, talenten en mogelijkheden ontwikkelen
o Doel: weloverwogen studiekeuzes maken tijdens het latere traject in secundair onderwijs
o Bewust niet onderverdeeld in onderwijsvormen – enkel opdeling A-stroom versus B-
stroom
o A-stroom: algemene basisopleiding voor leerlingen met getuigschrift basisonderwijs
o B-stroom: voor leerlingen zonder getuigschrift basisonderwijs + leerlingen die instromen
vanuit een niet-Vlaamse school of onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers
- Tweede graad:
o De A+B-stroom wordt vervangen door een matrix volgens 3 dimensies:
§ Onderwijsfinaliteiten
• Classificatie op basis van de voorbereiding die leerlingen kiezen
• Bepalen de inhoud van de opleiding en de mogelijkheden voor verdere
studie
o Doorstroomfinaliteit
§ Abstract-theoretisch
§ Bereiden voor op overgang naar hoger onderwijs
(academische en professionele bacheloropleidingen)
§ Domeinoverschrijdend versus domeingebonden
• Domeinoverschrijdend = algemeen secundair
onderwijs (ASO)
• Domeingebonden = technisch (TSO) of kunst
(KSO)
o Dubbele finaliteit
§ Theoretisch en praktijkgericht
§ Bereiden voor op professionele bachelors,
graduaatsopleidingen of op arbeidsmarkt
o Arbeidsmarktfinaliteit
§ Hoofdzakelijk praktijkgericht
§ Bereiden voor op arbeidsmarkt, specialisatiejaar of
graduaatsopleiding
§ Studiedomeinen
• Een groep van studierichtingen die tot hetzelfde belangstellings- of
interessegebied behoren
• 8 domeinen:
o Taal en cultuur
o Kust en creatie
o Economie en organisatie
o Sport
o STEM
o Land-en tuinbouw
o Maatschappij en welzijn
o Voeding en horeca
§ Onderwijsvormen
• Er worden 4 onderwijsvormen onderscheiden:
o ASO
§ Ruime en diepgaande theoretische basisvorming
§ Voorbereiden op hoger onderwijs
Leren in Maatschappelijk Betrokken Onderwijs - Basisinzichten voor leraren nu en in de toekomst
KULeuven
Marijke Daniels
Dec 2025
, o TSO
§ Algemene en technisch-theoretische vakken + praktijk
§ Voorbereiden op beroepsleven of hoger onderwijs
o KSO
§ Algemene vorming en actieve artistieke praktijk worden
gecombineerd
§ Voorbereiden op beroepsleven of hoger onderwijs
BSO o
§ Praktijkgeoriënteerd
• Wisselen tussen onderwijsvormen kan binnen de 2e graad, maar is
moeilijker binnen de derde graad
o Specifiekere studierichtingen best gebaseerd op interesses en competenties
o Vrij determinerende keuze: sterk richting geven aan de verdere loopbaan van de
leerlingen
o Definitieve keuze bij overgang van tweede naar derde graad
- Derde graad
o Kan uit 3 leerjaren bestaan – aanvullend het 7e jaar
o 7e jaar wordt voornamelijk binnen BSO georganiseerd maar kan ook binnen ASO, TSO en
KSO
o Vanaf 2025-2026 worden de 3 finaliteiten ook binnen het 7e jaar geïntroduceerd
o BSO: na 2e jaar van de derde graag krijgen ze een getuigschrift – dit is nog geen geldig
diploma secundair onderwijs – diploma na het 7e jaar
o ASO en KSO: 7e jaar is specifiek bedoeld om leerlingen voor te bereiden op de instroom in
hoger onderwijs
BUITENGEWOON SECUNDAIR ONDERWIJS
Voor jongeren met een specifieke zorgbehoefte.
Voor toelating tot BUSO is steeds een IAC- (individueel aangepast curriculum) of OV4-(opleidingsvorm 4)
verslag nodig.
Centrum voor Leerlingbegeleiding schrijft dit verslag.
Met dit verslag kunnen leerlingen inschrijven in het gewoon onderwijs onder ontbindende voorwaarde of in
het buitengewoon onderwijs.
BUSO staat open voor kinderen van 2.5 jaar tot 21 jaar. Soms is een verlenging mogelijk mits akkoord van
de klassenraad.
Het betreft een op maat gemaakt leerprogramma met specifieke begeleiding indien nodig.
Sommige kinderen kunnen door hun nodig niet permanent op school zijn, zij hebben recht op 4u per week
tijdelijk (TOAH) of permanent (POAH) onderwijs aan huis.
Dit kan gecombineerd worden met een synchroon internetonderwijs (SIO - Bednet).
In uitzonderlijke gevallen kunnen leerlingen vrijgesteld worden van leerplicht.
POAH en vrijstelling leerplicht kan enkel na gunstig advies van de onderwijsinspectie.
CLB zal ook altijd een type vermelden in het verslag, afhankelijk van de zorgbehoefte.
Type basisaanbod: jongeren met specifieke onderwijsbehoeften voor wie het gemeenschappelijk
curriculum met redelijke aanpassingen niet haalbaar is in een school voor gewoon onderwijs
Type 2: jongeren met een verstandelijke beperking
Type 3: jongeren met een emotionele of gedragsstoornis maar geen verstandelijke beperking
Type 4: jongeren met een motorische beperking
Type 5: jongeren in een ziekenhuis, preventorium of residentiële setting
Type 6: jongeren met een visuele beperking
Type 7: jongeren met een auditieve beperking of spraak/taalstoornis
Type 9: jongeren met een autismespectrumstoornis, maar zonder verstandelijke beperking
In het secundair onderwijs dient het verslag ook een opleidingsvorm te bevatten.
Opleidingsvorm 1,2,3 wordt maatschappelijke participatie beoogd.
Opleidingsvorm 1: arbeidsdeelname in een omgeving met ondersteuning
Leren in Maatschappelijk Betrokken Onderwijs - Basisinzichten voor leraren nu en in de toekomst
KULeuven
Marijke Daniels
Dec 2025
, Opleidingsvorm 2: tewerkstelling in een omgeving met ondersteuning
Opleidingsvorm 3: tewerkstelling in een gewone werkomgeving, eventueel met ondersteuning – regulier
curriculum
HFDST 1 LEREN
1. INLEIDING
Doel van onderwijs = leerlingen vormen
Door: realiseren van cognitieve en niet-cognitieve leeruitkomsten
Om:
- Bij te dragen aan verdere school- en beroepsloopbaan
- Bij te dragen aan persoonlijke ontwikkeling van leerlingen en integratie van de leerlingen in de
samenleving
Om de leeruitkomsten te realiseren moeten leerkrachten een goed zicht hebben op de manier waarop
leerlingen leren.
Definitie:
Leren = wanneer een duurzame verandering in denken of handelen van de lerende plaatsvindt, in
wisselwerking met de omgeving
- Leren gebeurt in interactie met de omgeving – het is dus niet louter een biologisch
ontwikkelingsproces
- Leren – een proces dat leidt tot een resultaat:
o Een inwendig aspect = een intern proces
o Een uitwendig aspect = een observeerbare prestatie
- Het leerresultaat zorgt voor duurzame veranderingen in de gedragsmogelijkheden van de
leerlingen – het verdwijnt niet meteen na het stopzetten van de instructie (geen tijdelijkheid)
2. VERSCHILLENDE PERSPECTIEVEN OP LEREN
Vanaf einde 19e eeuw: uitgesproken aandacht voor wetenschappelijke, empirische studie van leren.
3 leertheoretische stromingen:
- Behaviorisme
- Cognitivisme
- Socio-constructivisme
Deze leertheorieën beïnvloeden ons denken over onderwijzen.
2.1. BEHAVIORISME
Visie: Leren is een blijvende verandering in gedrag als gevolg van een reactie van de lerende op
gebeurtenissen in de omgeving.
Klemtoon op: uitwendig waarneembaar of registreerbaar gedrag à dit is het geldend onderzoeksobject
voor psychologische theorievorming
Interne gedachten en emoties worden niet onderzocht – het is volgens behavioristen onmogelijk om tot
interne processen achter uitwendig waarneembaar gedrag door te dringen.
De lerende wordt gezien als een black box: interne opbouw en mechanismen van de lerende worden
principieel buiten beschouwing gelaten.
Behaviorisme gaat uit van associaties:
Associaties bij leerlingen worden gevormd door verbinden van prikkels of stimuli in de omgeving (S) en
responsen van de lerenden (R).
Eenvoudigste associatie: een stimulus lokt een respons uit à S-R
Dit kan op alle leerprocessen toegepast worden
- Ongeacht wie leert
Leren in Maatschappelijk Betrokken Onderwijs - Basisinzichten voor leraren nu en in de toekomst
KULeuven
Marijke Daniels
Dec 2025
GROTE ONDERDELEN
Onderverdeling Vlaams onderwijs:
- Gewoon onderwijs
o Basisonderwijs
§ Kleuteronderwijs (2,5j – 6j)
§ Lager onderwijs (6j – 12j)
o Secundair onderwijs
o Hoger onderwijs
- Buitengewoon onderwijs
- Hoger onderwijs (inclusief volwassenonderwijs)
- (Individueel of collectief) Huisonderwijs
Leerplicht start op leeftijd van 5 jaar.
Bijna alle kleuters in Vlaanderen zijn ingeschreven in het kleuteronderwijs.
Om rechtstreeks toegang te krijgen tot lager onderwijs moeten leerlingen minimum 290 halve dagen
kleuteronderwijs gevolgd hebben.
Na 18 jaar geen leerplicht meer.
Verschillende opties na secundair onderwijs:
- Arbeidsmarkt
- 1 jaar specialisatie in een beroepsgericht secundair-na-secundair onderwijs, georganiseerd door
secundaire scholen
- Professionele bachelor (hogeschool)
o Geeft toegang tot bachelor-na-bacheloropleidingen + schakelprogramma’s
- Hoger beroepsonderwijs (hogeschool)
- Academische bachelor (universiteit)
o Geeft toegang tot gespecialiseerde masteropleidingen en voorbereidingsprogramma’s
o Master-na-masteropleidingen en doctoraatsopleidingen volgen na masteropleidingen
Niet voltijds leren: Duaal leren
- Vanaf 16 jaar (of 15 jaar indien de eerste 2 jaar secundair onderwijs zijn afgerond)
- Een volwaardige leerweg met leren op school en op de werkvloer/in ondernemingen
Deeltijds kunstonderwijs (DKO): onderwijs in de vrije tijd
- Vanaf 6 jaar
- Beeldende
- Audiovisuele
- Muziek
- Woordkunst
- Dans
Volwassenonderwijs:
- Basiseducatie
o Centrum voor basiseducatie (CBE)
o Doel: algemene geletterdheid van meerderjarige cursisten verhogen
o Basisvaardigheden op niveau van lager onderwijs en eerste graad secundair
o NT1: NL als eerste taal
o NT2: NL als tweede taal
o Opstap Engels
o Maatschappelijke oriëntatie
- Secundair volwassenenonderwijs
o Centrum voor volwassenonderwijs (CVO)
o Opleidingen op niveau van secundair onderwijs en hoger beroepsonderwijs
Leren in Maatschappelijk Betrokken Onderwijs - Basisinzichten voor leraren nu en in de toekomst
KULeuven
Marijke Daniels
Dec 2025
,Er geldt leerplicht maar geen schoolplicht
Thuisonderwijs: examens afleggen via Examencommissie van de Vlaamse gemeenschap
GEWOON SECUNDAIR ONDERWIJS
- 3 graden met telkens 2 jaar (soms 3 in de derde graad)
- Eerste graad:
o Oriënterende rol: interesses, talenten en mogelijkheden ontwikkelen
o Doel: weloverwogen studiekeuzes maken tijdens het latere traject in secundair onderwijs
o Bewust niet onderverdeeld in onderwijsvormen – enkel opdeling A-stroom versus B-
stroom
o A-stroom: algemene basisopleiding voor leerlingen met getuigschrift basisonderwijs
o B-stroom: voor leerlingen zonder getuigschrift basisonderwijs + leerlingen die instromen
vanuit een niet-Vlaamse school of onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers
- Tweede graad:
o De A+B-stroom wordt vervangen door een matrix volgens 3 dimensies:
§ Onderwijsfinaliteiten
• Classificatie op basis van de voorbereiding die leerlingen kiezen
• Bepalen de inhoud van de opleiding en de mogelijkheden voor verdere
studie
o Doorstroomfinaliteit
§ Abstract-theoretisch
§ Bereiden voor op overgang naar hoger onderwijs
(academische en professionele bacheloropleidingen)
§ Domeinoverschrijdend versus domeingebonden
• Domeinoverschrijdend = algemeen secundair
onderwijs (ASO)
• Domeingebonden = technisch (TSO) of kunst
(KSO)
o Dubbele finaliteit
§ Theoretisch en praktijkgericht
§ Bereiden voor op professionele bachelors,
graduaatsopleidingen of op arbeidsmarkt
o Arbeidsmarktfinaliteit
§ Hoofdzakelijk praktijkgericht
§ Bereiden voor op arbeidsmarkt, specialisatiejaar of
graduaatsopleiding
§ Studiedomeinen
• Een groep van studierichtingen die tot hetzelfde belangstellings- of
interessegebied behoren
• 8 domeinen:
o Taal en cultuur
o Kust en creatie
o Economie en organisatie
o Sport
o STEM
o Land-en tuinbouw
o Maatschappij en welzijn
o Voeding en horeca
§ Onderwijsvormen
• Er worden 4 onderwijsvormen onderscheiden:
o ASO
§ Ruime en diepgaande theoretische basisvorming
§ Voorbereiden op hoger onderwijs
Leren in Maatschappelijk Betrokken Onderwijs - Basisinzichten voor leraren nu en in de toekomst
KULeuven
Marijke Daniels
Dec 2025
, o TSO
§ Algemene en technisch-theoretische vakken + praktijk
§ Voorbereiden op beroepsleven of hoger onderwijs
o KSO
§ Algemene vorming en actieve artistieke praktijk worden
gecombineerd
§ Voorbereiden op beroepsleven of hoger onderwijs
BSO o
§ Praktijkgeoriënteerd
• Wisselen tussen onderwijsvormen kan binnen de 2e graad, maar is
moeilijker binnen de derde graad
o Specifiekere studierichtingen best gebaseerd op interesses en competenties
o Vrij determinerende keuze: sterk richting geven aan de verdere loopbaan van de
leerlingen
o Definitieve keuze bij overgang van tweede naar derde graad
- Derde graad
o Kan uit 3 leerjaren bestaan – aanvullend het 7e jaar
o 7e jaar wordt voornamelijk binnen BSO georganiseerd maar kan ook binnen ASO, TSO en
KSO
o Vanaf 2025-2026 worden de 3 finaliteiten ook binnen het 7e jaar geïntroduceerd
o BSO: na 2e jaar van de derde graag krijgen ze een getuigschrift – dit is nog geen geldig
diploma secundair onderwijs – diploma na het 7e jaar
o ASO en KSO: 7e jaar is specifiek bedoeld om leerlingen voor te bereiden op de instroom in
hoger onderwijs
BUITENGEWOON SECUNDAIR ONDERWIJS
Voor jongeren met een specifieke zorgbehoefte.
Voor toelating tot BUSO is steeds een IAC- (individueel aangepast curriculum) of OV4-(opleidingsvorm 4)
verslag nodig.
Centrum voor Leerlingbegeleiding schrijft dit verslag.
Met dit verslag kunnen leerlingen inschrijven in het gewoon onderwijs onder ontbindende voorwaarde of in
het buitengewoon onderwijs.
BUSO staat open voor kinderen van 2.5 jaar tot 21 jaar. Soms is een verlenging mogelijk mits akkoord van
de klassenraad.
Het betreft een op maat gemaakt leerprogramma met specifieke begeleiding indien nodig.
Sommige kinderen kunnen door hun nodig niet permanent op school zijn, zij hebben recht op 4u per week
tijdelijk (TOAH) of permanent (POAH) onderwijs aan huis.
Dit kan gecombineerd worden met een synchroon internetonderwijs (SIO - Bednet).
In uitzonderlijke gevallen kunnen leerlingen vrijgesteld worden van leerplicht.
POAH en vrijstelling leerplicht kan enkel na gunstig advies van de onderwijsinspectie.
CLB zal ook altijd een type vermelden in het verslag, afhankelijk van de zorgbehoefte.
Type basisaanbod: jongeren met specifieke onderwijsbehoeften voor wie het gemeenschappelijk
curriculum met redelijke aanpassingen niet haalbaar is in een school voor gewoon onderwijs
Type 2: jongeren met een verstandelijke beperking
Type 3: jongeren met een emotionele of gedragsstoornis maar geen verstandelijke beperking
Type 4: jongeren met een motorische beperking
Type 5: jongeren in een ziekenhuis, preventorium of residentiële setting
Type 6: jongeren met een visuele beperking
Type 7: jongeren met een auditieve beperking of spraak/taalstoornis
Type 9: jongeren met een autismespectrumstoornis, maar zonder verstandelijke beperking
In het secundair onderwijs dient het verslag ook een opleidingsvorm te bevatten.
Opleidingsvorm 1,2,3 wordt maatschappelijke participatie beoogd.
Opleidingsvorm 1: arbeidsdeelname in een omgeving met ondersteuning
Leren in Maatschappelijk Betrokken Onderwijs - Basisinzichten voor leraren nu en in de toekomst
KULeuven
Marijke Daniels
Dec 2025
, Opleidingsvorm 2: tewerkstelling in een omgeving met ondersteuning
Opleidingsvorm 3: tewerkstelling in een gewone werkomgeving, eventueel met ondersteuning – regulier
curriculum
HFDST 1 LEREN
1. INLEIDING
Doel van onderwijs = leerlingen vormen
Door: realiseren van cognitieve en niet-cognitieve leeruitkomsten
Om:
- Bij te dragen aan verdere school- en beroepsloopbaan
- Bij te dragen aan persoonlijke ontwikkeling van leerlingen en integratie van de leerlingen in de
samenleving
Om de leeruitkomsten te realiseren moeten leerkrachten een goed zicht hebben op de manier waarop
leerlingen leren.
Definitie:
Leren = wanneer een duurzame verandering in denken of handelen van de lerende plaatsvindt, in
wisselwerking met de omgeving
- Leren gebeurt in interactie met de omgeving – het is dus niet louter een biologisch
ontwikkelingsproces
- Leren – een proces dat leidt tot een resultaat:
o Een inwendig aspect = een intern proces
o Een uitwendig aspect = een observeerbare prestatie
- Het leerresultaat zorgt voor duurzame veranderingen in de gedragsmogelijkheden van de
leerlingen – het verdwijnt niet meteen na het stopzetten van de instructie (geen tijdelijkheid)
2. VERSCHILLENDE PERSPECTIEVEN OP LEREN
Vanaf einde 19e eeuw: uitgesproken aandacht voor wetenschappelijke, empirische studie van leren.
3 leertheoretische stromingen:
- Behaviorisme
- Cognitivisme
- Socio-constructivisme
Deze leertheorieën beïnvloeden ons denken over onderwijzen.
2.1. BEHAVIORISME
Visie: Leren is een blijvende verandering in gedrag als gevolg van een reactie van de lerende op
gebeurtenissen in de omgeving.
Klemtoon op: uitwendig waarneembaar of registreerbaar gedrag à dit is het geldend onderzoeksobject
voor psychologische theorievorming
Interne gedachten en emoties worden niet onderzocht – het is volgens behavioristen onmogelijk om tot
interne processen achter uitwendig waarneembaar gedrag door te dringen.
De lerende wordt gezien als een black box: interne opbouw en mechanismen van de lerende worden
principieel buiten beschouwing gelaten.
Behaviorisme gaat uit van associaties:
Associaties bij leerlingen worden gevormd door verbinden van prikkels of stimuli in de omgeving (S) en
responsen van de lerenden (R).
Eenvoudigste associatie: een stimulus lokt een respons uit à S-R
Dit kan op alle leerprocessen toegepast worden
- Ongeacht wie leert
Leren in Maatschappelijk Betrokken Onderwijs - Basisinzichten voor leraren nu en in de toekomst
KULeuven
Marijke Daniels
Dec 2025