FAMILIAAL VERMOGENSRECHT
Oefeningen identiek als examen!
Examen via ans (mix theorie, oefeningen, wetboek)
INLEIDING
Bestaat uit:
- Relatievermogensrecht = het geheel van regels dat de vermogensrechtelijke
verhoudingen beheerst tussen de partners onderling en tegenover derden, zowel
tijdens de relatie als bij de ontbinding ervan
- Erfrecht
- Giften (=schenkingen)
HOOFDSTUK 1. RELATIEVERMOGENSRECHT
INLEIDING
Er is een relatie tussen 2 personen.
Iedere relatie heeft:
- Persoonsrechtelijke gevolgen
- Vermogensrechtelijke gevolgen dit zowel binnen een huwelijk als binnen een
samenwoning
HET VERMOGEN:
Heeft gevolgen tussen partners onderling, maar ook tegenover derden.
- Tussen partners onderling = interne component vb. we hebben een auto, wie is
daarvan eigenaar?
- Tegenover derden met wie zij contracteren of anderszins in een juridische
verhouding staan = externe component vb. wat zijn de rechten van de
schuldeisers t.a.v. het vermogen van de partners
We kijken hoe het vermogen is geregeld tijdens de relatie en bij de beëindiging
(ontbinding of echtscheiding).
Het relatievermogensrecht is het geheel van regels dat de
vermogensrechtelijke verhoudingen beheerst tussen partners onderling en
tegenover derden zowel tijdens de relatie als bij de ontbinding ervan.
HUWELIJKSVERMOGENSRECHT
PRIMAIR HUWELIJKSSTELSEL
= regelt op eenvormige en dwingende wijze de rechten en verplichtingen tussen de
echtgenoten onderling, alsmede in hun verhouding ten aanzien van derden.
Bevat persoonlijke maar ook vermogensrechtelijke bepalingen.
Minimum minimorum: van toepassing op alle echtgenoten door het enkele feit van het
huwelijk
1
,Is van dwingend recht: geldt onverkort voor elk huwelijk.
Wederkerig op grond van de wet:
- Dus! Geen toepassing mogelijk op basis van exceptio non adempleti contractus.
- Handhaving: echtgenoot in gebreke blijft kan gedwongen worden
Toepassingsgebied:
- Alle gehuwden, ongeacht keuze secundair stelsel
- NIET: samenwonenden; verloofden
Wanneer?
- Voor de gehele duur van het huwelijk, niet: na echtscheiding
- Wel nog tijdens de procedure van de echtscheiding
- Ook bij feitelijke scheiding*
* uitvoering soms andere vorm/soms onmogelijk
Dringende en voorlopige maatregelen
Krachtlijnen:
- Gelijkheid van de echtgenoten:
Iedere echtgenoot heeft dezelfde rechten en plichten.
Handelingsbekwaamheid: door huwelijk wordt een echtgenoot niet
(art.212, §3 oud BW) handelingsonbekwaam, soms wel
handelingsonbevoegdheid (bestuursbevoegdheden vermogen)
- Behoud van de autonomie van iedere echtgenoot:
Vrijheid beroepsuitoefening: art.216 oud BW
tweeledig: echtgenoot heeft het recht te kiezen om al dan niet
beroepsactief te zijn als het recht om een beroep te kiezen
Inning en besteding van de inkomsten: art.217 oud BW
Opening van een bankrekening/kluis: mag zonder toestemming van andere
echtgenoot, maar moet deze hierover wel inlichten (niet zeggen hoeveel
hierop staat) art. 218 oud BW
- Minimale solidariteit tussen echtgenoten en bescherming gezinsbelang:
Hulp (= delen van de levensstandaard)- en bijdrage verplichting (financieel
vb. mevrouw verdient meer dan de man, dan moet zij meer bijdragen. Kan
ook in natura vb. koken (materiële hulp) art.213 oud BW, 221 oud BW, 217
oud BW (de bestedingsvolgorde inkomsten: 1. Lastenbijdrage 2. Goederen
i.v.m. beroep echtgenoot (vanaf ze nuttig zijn) 3. Daarna kijken naar regels
secundair vermogensstelsel)
Draagt hij niet bij kan je hem bij de familierechtbank ingebreke stellen
art.221, 2de lid oud BW
Bescherming gezinswoning art.215 oud BW (beschikken: verkopen,
verhuren >9jaar) geldt altijd maakt niet uit onder welk stelsel ze
getrouwd zijn (vb. scheiding van goederen ook dan is instemming
nodig)!
Iedere echtgenoot is handelingsonbekwaam rondom de gezinswoning
Huisraad = alle roerende goederen die dienen tot gebruik of versiering van
de vertrekken en behoren tot het normale kader waarin de echtgenoten
leven.
Niet beschermd tegen rechtshandelingen door derden.
2
, De echtgenoten zijn beschikkingsonbevoegd om alleen op te treden, maar
de gezinswoning is niet onbeschikbaar.
Hoofdelijkheid voor huishoudelijke schulden en schulden van de opvoeding
van de kinderen moeten niet-buitensporig zijn vb. Een kind wordt
ingeschreven op school door de moeder, door vermoeden van instemming
wordt er ook automatisch van uitgegaan dat de vader hier ook mee
akkoord is. Er komt een schuld van 1000€ de school als schuldeiser kan
door de hoofdelijkheid zowel bij mama als voor papa gaan voor de
volledige schuld te eisen. Zijn de ouders gescheiden dan kan de ene ouder
wel de helft van de andere ouder terugeisen. Art.222 oud BW geldt
altijd maakt niet uit onder welk stelsel ze getrouwd zijn (vb.
scheiding van goederen ook dan is instemming nodig)!
Er geldt hierrond een vermoeden: echtgenoot zal dus bewijs moeten
leveren van de feitelijke scheiding en van het feit dat de derde hierover op
de hoogte was.
Art. 212-224 oud BW
Er is een mogelijkheid om dringende maatregelen te vorderen tegen de andere
echtgenoot indien die zijn plichten grovelijk verzuimt of wanneer de verstandhouding
tussen de echtgenoten ernstig is verstoord.
- Dringend = bestaande dreiging voor de vermogensrechtelijke toestand van de
partijen moeten verhinderen of verbeteren.
- Voorlopig: moet beperkt zijn in tijd en mag niet definitief zijn is een rebus sic
stantibus & dus wijzigbaar
De rechter heeft 2 beperkingen:
- Gebonden aan zijn eigen bevoegdheid
- Mag geen maatregelen treffen die in strijd zijn met het recht
BASISBEGINSELEN: MINIMUM MINIMORUM:
Rechten:
- Autonomie van de echtgenoten vb. zelf kiezen welk beroep je uitvoert
- Gelijkheid tussen echtgenoten
Plichten:
- Solidariteit vb. bijdragen binnen de lasten van het huwelijk
- Gezinsbelang
AARD VAN DE BEPALINGEN:
- Zuiver persoonlijke belangen
- Gemengde bepalingen
- Vermogensrechtelijke bepalingen
PERSOONLIJKE GEVOLGEN:
Art.213 oud BW
- Plicht tot samenwonen:
Gezamenlijk verblijf houden
3
, Levensgemeenschap
Geslachtsverkeer
- Plicht tot getrouwheid
- Plicht tot bijstand:
Eerbied
Affectie
Morele hulp
VERMOGENSRECHTELIJKE GEVOLGEN:
Art.214-222 oud BW
SECUNDAIR HUWELIJKSVERMOGENSSTELSEL
Bevat enkel vermogen (=bestaat uit activa en passiva)srechtelijke gevolgen.
Is van aanvullend recht: vrije keuze van echtgenoten
Boek 2, titel 3 BW: art.2.3.1. - 2.3.88. BW (als mensen niets hebben geregeld)
Regeling m.b.t. goederen van de echtgenoten over:
- Wie is eigenaar van welke goederen?
- Beheer en beschikking over die goederen (vb. beschikken dus wie mag die auto
verkopen?)
- Hoe de goederen worden verdeeld bij ontbinding (door echtscheiding:
onherstelbare ontwrichting of door onderlinge toestemming OF door overlijden)
WETTELIJK HUWELIJKSVERMOGENSRECHT
= modelsysteem
Basiskenmerk: gemeenschap van aanwinsten
Van aanvullend recht: Van toepassing in 2 gevallen:
- Geen H-OK toepassing van rechtswege (vallen onder de regels van de wet)
- Wel H-OK toepassing op aspecten die niet geregeld zijn in het H-OK deze vallen
onder de regels uit de wet
In de praktijk zijn er heel wat mensen die een huwelijkscontract hebben met enkel
een keuzebeding. Dit is een soort van menukaart, als één van de echtgenoten sterft
kan de overlevende kiezen uit het keuzebeding welke goederen hij door het
overlijden wil krijgen.
Hebben een statutair of reglementair karakter = de regels van het wettelijk stelsel zijn van
toepassing door het enkele feit van het huwelijk, niet krachtens de veronderstelde wil van de
partijen.
Aanwezigheid van 3 patrimonia:
1) Eigen vermogen van echtgenoot 1
2) Het gemeenschappelijk vermogen:
Sui-generis-kwalificatie = is een bijzondere entiteit met een
bestemmingsgebonden karakter, maar zonder rechtspersoonlijkheid
o Geen rechtspersoonlijkheid
o Geen onverdeeldheid
o Geen vorm van mede-eigendom
Doelgebonden vermogen dat blijft bestaan gedurende de hele duur van het
stelsel
3) Eigen vermogen van echtgenoot 2
4
Oefeningen identiek als examen!
Examen via ans (mix theorie, oefeningen, wetboek)
INLEIDING
Bestaat uit:
- Relatievermogensrecht = het geheel van regels dat de vermogensrechtelijke
verhoudingen beheerst tussen de partners onderling en tegenover derden, zowel
tijdens de relatie als bij de ontbinding ervan
- Erfrecht
- Giften (=schenkingen)
HOOFDSTUK 1. RELATIEVERMOGENSRECHT
INLEIDING
Er is een relatie tussen 2 personen.
Iedere relatie heeft:
- Persoonsrechtelijke gevolgen
- Vermogensrechtelijke gevolgen dit zowel binnen een huwelijk als binnen een
samenwoning
HET VERMOGEN:
Heeft gevolgen tussen partners onderling, maar ook tegenover derden.
- Tussen partners onderling = interne component vb. we hebben een auto, wie is
daarvan eigenaar?
- Tegenover derden met wie zij contracteren of anderszins in een juridische
verhouding staan = externe component vb. wat zijn de rechten van de
schuldeisers t.a.v. het vermogen van de partners
We kijken hoe het vermogen is geregeld tijdens de relatie en bij de beëindiging
(ontbinding of echtscheiding).
Het relatievermogensrecht is het geheel van regels dat de
vermogensrechtelijke verhoudingen beheerst tussen partners onderling en
tegenover derden zowel tijdens de relatie als bij de ontbinding ervan.
HUWELIJKSVERMOGENSRECHT
PRIMAIR HUWELIJKSSTELSEL
= regelt op eenvormige en dwingende wijze de rechten en verplichtingen tussen de
echtgenoten onderling, alsmede in hun verhouding ten aanzien van derden.
Bevat persoonlijke maar ook vermogensrechtelijke bepalingen.
Minimum minimorum: van toepassing op alle echtgenoten door het enkele feit van het
huwelijk
1
,Is van dwingend recht: geldt onverkort voor elk huwelijk.
Wederkerig op grond van de wet:
- Dus! Geen toepassing mogelijk op basis van exceptio non adempleti contractus.
- Handhaving: echtgenoot in gebreke blijft kan gedwongen worden
Toepassingsgebied:
- Alle gehuwden, ongeacht keuze secundair stelsel
- NIET: samenwonenden; verloofden
Wanneer?
- Voor de gehele duur van het huwelijk, niet: na echtscheiding
- Wel nog tijdens de procedure van de echtscheiding
- Ook bij feitelijke scheiding*
* uitvoering soms andere vorm/soms onmogelijk
Dringende en voorlopige maatregelen
Krachtlijnen:
- Gelijkheid van de echtgenoten:
Iedere echtgenoot heeft dezelfde rechten en plichten.
Handelingsbekwaamheid: door huwelijk wordt een echtgenoot niet
(art.212, §3 oud BW) handelingsonbekwaam, soms wel
handelingsonbevoegdheid (bestuursbevoegdheden vermogen)
- Behoud van de autonomie van iedere echtgenoot:
Vrijheid beroepsuitoefening: art.216 oud BW
tweeledig: echtgenoot heeft het recht te kiezen om al dan niet
beroepsactief te zijn als het recht om een beroep te kiezen
Inning en besteding van de inkomsten: art.217 oud BW
Opening van een bankrekening/kluis: mag zonder toestemming van andere
echtgenoot, maar moet deze hierover wel inlichten (niet zeggen hoeveel
hierop staat) art. 218 oud BW
- Minimale solidariteit tussen echtgenoten en bescherming gezinsbelang:
Hulp (= delen van de levensstandaard)- en bijdrage verplichting (financieel
vb. mevrouw verdient meer dan de man, dan moet zij meer bijdragen. Kan
ook in natura vb. koken (materiële hulp) art.213 oud BW, 221 oud BW, 217
oud BW (de bestedingsvolgorde inkomsten: 1. Lastenbijdrage 2. Goederen
i.v.m. beroep echtgenoot (vanaf ze nuttig zijn) 3. Daarna kijken naar regels
secundair vermogensstelsel)
Draagt hij niet bij kan je hem bij de familierechtbank ingebreke stellen
art.221, 2de lid oud BW
Bescherming gezinswoning art.215 oud BW (beschikken: verkopen,
verhuren >9jaar) geldt altijd maakt niet uit onder welk stelsel ze
getrouwd zijn (vb. scheiding van goederen ook dan is instemming
nodig)!
Iedere echtgenoot is handelingsonbekwaam rondom de gezinswoning
Huisraad = alle roerende goederen die dienen tot gebruik of versiering van
de vertrekken en behoren tot het normale kader waarin de echtgenoten
leven.
Niet beschermd tegen rechtshandelingen door derden.
2
, De echtgenoten zijn beschikkingsonbevoegd om alleen op te treden, maar
de gezinswoning is niet onbeschikbaar.
Hoofdelijkheid voor huishoudelijke schulden en schulden van de opvoeding
van de kinderen moeten niet-buitensporig zijn vb. Een kind wordt
ingeschreven op school door de moeder, door vermoeden van instemming
wordt er ook automatisch van uitgegaan dat de vader hier ook mee
akkoord is. Er komt een schuld van 1000€ de school als schuldeiser kan
door de hoofdelijkheid zowel bij mama als voor papa gaan voor de
volledige schuld te eisen. Zijn de ouders gescheiden dan kan de ene ouder
wel de helft van de andere ouder terugeisen. Art.222 oud BW geldt
altijd maakt niet uit onder welk stelsel ze getrouwd zijn (vb.
scheiding van goederen ook dan is instemming nodig)!
Er geldt hierrond een vermoeden: echtgenoot zal dus bewijs moeten
leveren van de feitelijke scheiding en van het feit dat de derde hierover op
de hoogte was.
Art. 212-224 oud BW
Er is een mogelijkheid om dringende maatregelen te vorderen tegen de andere
echtgenoot indien die zijn plichten grovelijk verzuimt of wanneer de verstandhouding
tussen de echtgenoten ernstig is verstoord.
- Dringend = bestaande dreiging voor de vermogensrechtelijke toestand van de
partijen moeten verhinderen of verbeteren.
- Voorlopig: moet beperkt zijn in tijd en mag niet definitief zijn is een rebus sic
stantibus & dus wijzigbaar
De rechter heeft 2 beperkingen:
- Gebonden aan zijn eigen bevoegdheid
- Mag geen maatregelen treffen die in strijd zijn met het recht
BASISBEGINSELEN: MINIMUM MINIMORUM:
Rechten:
- Autonomie van de echtgenoten vb. zelf kiezen welk beroep je uitvoert
- Gelijkheid tussen echtgenoten
Plichten:
- Solidariteit vb. bijdragen binnen de lasten van het huwelijk
- Gezinsbelang
AARD VAN DE BEPALINGEN:
- Zuiver persoonlijke belangen
- Gemengde bepalingen
- Vermogensrechtelijke bepalingen
PERSOONLIJKE GEVOLGEN:
Art.213 oud BW
- Plicht tot samenwonen:
Gezamenlijk verblijf houden
3
, Levensgemeenschap
Geslachtsverkeer
- Plicht tot getrouwheid
- Plicht tot bijstand:
Eerbied
Affectie
Morele hulp
VERMOGENSRECHTELIJKE GEVOLGEN:
Art.214-222 oud BW
SECUNDAIR HUWELIJKSVERMOGENSSTELSEL
Bevat enkel vermogen (=bestaat uit activa en passiva)srechtelijke gevolgen.
Is van aanvullend recht: vrije keuze van echtgenoten
Boek 2, titel 3 BW: art.2.3.1. - 2.3.88. BW (als mensen niets hebben geregeld)
Regeling m.b.t. goederen van de echtgenoten over:
- Wie is eigenaar van welke goederen?
- Beheer en beschikking over die goederen (vb. beschikken dus wie mag die auto
verkopen?)
- Hoe de goederen worden verdeeld bij ontbinding (door echtscheiding:
onherstelbare ontwrichting of door onderlinge toestemming OF door overlijden)
WETTELIJK HUWELIJKSVERMOGENSRECHT
= modelsysteem
Basiskenmerk: gemeenschap van aanwinsten
Van aanvullend recht: Van toepassing in 2 gevallen:
- Geen H-OK toepassing van rechtswege (vallen onder de regels van de wet)
- Wel H-OK toepassing op aspecten die niet geregeld zijn in het H-OK deze vallen
onder de regels uit de wet
In de praktijk zijn er heel wat mensen die een huwelijkscontract hebben met enkel
een keuzebeding. Dit is een soort van menukaart, als één van de echtgenoten sterft
kan de overlevende kiezen uit het keuzebeding welke goederen hij door het
overlijden wil krijgen.
Hebben een statutair of reglementair karakter = de regels van het wettelijk stelsel zijn van
toepassing door het enkele feit van het huwelijk, niet krachtens de veronderstelde wil van de
partijen.
Aanwezigheid van 3 patrimonia:
1) Eigen vermogen van echtgenoot 1
2) Het gemeenschappelijk vermogen:
Sui-generis-kwalificatie = is een bijzondere entiteit met een
bestemmingsgebonden karakter, maar zonder rechtspersoonlijkheid
o Geen rechtspersoonlijkheid
o Geen onverdeeldheid
o Geen vorm van mede-eigendom
Doelgebonden vermogen dat blijft bestaan gedurende de hele duur van het
stelsel
3) Eigen vermogen van echtgenoot 2
4