H1: inleiding
Wat is psychologie?
= wetenschappelijke studie van gedrag en mentale processen
-> gebaseerd op empirisch onderzoek , niet op pseudopsychologie
Kritisch denken
Psychologen moeten kritisch kunnen denken. Belangrijke vragen:
Wat is de bron?
Is de bewering redelijk of extreem?
Welk bewijs is er?
Is er bias?
Worden denkfouten vermeden?
Zijn er meerdere invalshoeken?
Belangrijkste perspectieven in de psychologie
1. Biologisch perspectief: Scheiding van lichaam en geest en het
moderne biologische perspectief
Start bij Descartes’ dualisme (geest ≠ lichaam), maar moderne
visie: geest = product van hersenen.
Gedrag verklaard door: zenuwstelsel, hormonen, genen.
Twee takken
- Neurowetenschap: hoe hersenen mentale processen
genereren.
- Evolutionaire psychologie: gedrag als resultaat van
natuurlijke selectie.
2. Cognitief perspectief: Het begin van de wetenschappelijke
psychologie en het moderne cognitieve perspectief
Wundt → structuralisme: mentale processen opdelen in
basiselementen.
James → functionalisme: functie van gedrag staat centraal.
Moderne visie: mens = informatie-verwerkend systeem
(computer-metafoor).
3. Behavioristisch perspectief: Het behavioristisch perspectief:
nadruk op waarneembaar gedrag
Watson & Skinner.
Focus op waarneembaar gedrag, niet op innerlijke
ervaringen.
Mens = tabula rasa.
Gedrag wordt gevormd door stimuli en consequenties
(leren).
,Psychologie examen I
4. Perspectieven vanuit de gehele persoon
Psychodynamische psychologie
- Grondlegger: Psychodynamisch (Freud)
- Gedrag komt voort uit onbewuste conflicten, verlangens,
herinneringen.
- Psychoanalyse: dromen, versprekingen, vrije associatie.
Humanistische psychologie
- Maslow, Rogers
- Positieve kijk op mens: groei, vrije wil, zelfontplooiing
- Bekend: behoeftepiramide van Maslow.
Psychologie van karaktertrekken en temperament
- Gedrag verklaard door stabiele persoonlijkheidskenmerken.
- Big Five:
-> Extraversie
-> Vriendelijkheid
-> Zorgvuldigheid
-> Emotionele stabiliteit
-> Intellectuele autonomie
Het ontwikkelingsperspectief
- Gedrag verandert door nature (erfelijkheid) en nurture
(omgeving).
- Verandering verloopt voorspelbaar doorheen de levensloop.
Het socioculturele perspectief
- Gedrag wordt sterk beïnvloed door sociale context en
cultuur.
- Cross-culturele psychologie onderzoekt verschillen tussen
culturen.
Hoe vergaren psychologen kennis? – Wetenschappelijke methode
Vier stappen:
1. Hypothese ontwikkelen
-> Moet toetsbaar en falsifieerbaar zijn
-> Operationele definities nodig (objectief meetbaar).
2. Objectieve data verzamelen
-> Experimentele vs. controlegroep.
-> Randomisering.
-> Onafhankelijke variabele manipuleren.
3. Resultaten analyseren
-> Statistiek bepaalt of verschillen door toeval komen.
4. Publiceren, bekritiseren, repliceren
-> Onderzoek moet herhaalbaar zijn.
-> Hypothesen blijven altijd voorlopig.
, Psychologie examen I
Soorten psychologisch onderzoek
Experiment
-> hoogste controle
-> manipulatie van onafhankelijke variabele
Correlatieonderzoek
-> wanneer experiment niet mogelijk is
-> correlatie ≠ causaliteit
-> Correlatiecoëfficiënt r tussen -1 en +1.
Survey
-> vragenlijsten
-> let op: representativiteit, eerlijkheid, formulering van vragen.
Natuurlijke observatie
-> gedrag in natuurlijke omgeving
-> geen controle over variabelen
Gevalstudie
-> diepgaand onderzoek van één persoon
-> risico: overgeneralisatie
Bias in onderzoek
= vooroordelen beïnvloeden waarneming en conclusies
Oplossingen:
- placebo’s -> deelnemers ‘blind’ houden
- dubbel blind onderzoek
Ethische kwesties
Respect voor deelnemers
Informed consent
Veiligheid en welzijn staan centraal
H2: waarneming
Basisbegrippen:
Stimulatie → Sensatie → Perceptie → Interpretatie
Stimulatie: fysieke prikkel uit de omgeving (licht, geluid, geur…)
Sensatie: zintuigen zetten prikkel om in neurale impulsen
(transductie)
Perceptie: hersenen geven betekenis aan die impulsen
Interpretatie: persoonlijke betekenis, beïnvloed door ervaring,
verwachtingen, cultuur
-> We nemen de wereld niet rechtstreeks waar, maar een neurale
representatie ervan.