Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4.2 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting - Belgisch en Vergelijkend Buitenlands Beleid

Note
-
Vendu
-
Pages
65
Publié le
27-12-2025
Écrit en
2025/2026

Samenvatting van alle lessen (PPT's) aangevuld met eigen notities












Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

Infos sur le Document

Publié le
27 décembre 2025
Fichier mis à jour le
6 janvier 2026
Nombre de pages
65
Écrit en
2025/2026
Type
Resume

Aperçu du contenu

BELGISCH EN BUITENLANDS
VERGELIJKEND BELEID
INLEIDING TOT HET VERGELIJKEND BUITENLANDS BELEID

WAT IS “BUITENLANDS BELEID”?


DEFINITIE
De som van beslissingen genomen namens een bepaalde politieke eenheid (meestal een staat) die de
uitvoering van doelen omvat met directe verwijzing naar de externe omgeving ervan.

o Buitenlandse beleidsinput zijn de vele factoren die de besluitvorming over het buitenlandse
beleid beïnvloeden
o De waarneembare uitkomsten van het buitenlandse beleid zijn een kenmerk van gedrag van
staten (en niet-staten) binnen het internationale systeem.

OPMERKINGEN
o Elk land heeft bepaalde doelstellingen
o Wil dingen veranderd zien voor zichzelf of voor
de omgeving
o En gaat beslissingen nemen in de hoop de
positie in het internationale systeem te
wijzigen
o Output kan een statement namens een land
zijn dat een positie in neemt in het internationale systeem
 Bv. erkenning Palestina door België onder voorwaarden
o Output kan ook een speech of beleidsdocument zijn of een handeling van een minister of van
andere namens de regering
o Er is ook onobserveerbare output die pas later bekend wordt (kan maanden na vergaderingen
pas naar buiten komen of zelfs langer)
o Output ≠ wat er effectief gaat gebeuren


AANDACHTSPUNTEN I.V.M. “BUITENLANDS”
o De scheiding tussen “binnenland” en “buitenland” wordt steeds vager:
 Op verschillende vlakken: economie, migratie, defensie, klimaat
 Europese Unie wordt door sommigen als ‘binnenland’ gezien; hoog % van de wetgeving
wordt op heden door de EU gegenereerd
 Europese minimum-standaarden op milieuvlak; heeft zowel impact op het ‘binnenland’
als op het ‘buitenland’
o De lijn die onderzoekers in CFP/ FPA trekken: wie is het belangrijkste doelwit van een bepaald
beleid?
 Indien het hoofddoelwit buiten de grenzen van de eigen politieke entiteit ligt  dan
wordt het als een aspect van het buitenlands beleid beschouwt, zelfs indien het
secundaire gevolgen heeft voor de ‘interne politiek’
 DUS; indien de hoofddoelstelling van een milieuwet erin bestaat om de verhoudingen
tussen landen te wijzigen, dan kunnen we dit als een onderdeel van ‘buitenlands beleid’
beschouwen; vb. het 20-20-20 Energie en Milieupakket van de Europese Commissie.
o Hoe belangrijk zijn territoriale grenzen in de 21ste eeuw? (cf. één van de klassieke geopolitieke
factoren)
 Op economisch, ecologisch, demografisch vlak merken we een verwatering van de
grenzen
 Langs de andere zijde blijven er op politiek vlak o.a. sterke tendensen in de richting van
zelf-determinatie

,  Dit worden ook problemen van buitenlands beleid indien hun afwikkeling niet
louter een interne zaak blijft, maar (on)rechtstreeks ook een impact heeft op de
regio of andere landen (vb. Zuid-Ossetië en Abchazië op de Kaukasus).
 Veel hangt ook af van hoe de internationale gemeenschap dit probleem
percipieert, definieert en framed.


AANDACHTSPUNTEN I.V.M. “BELEID”
o “Buitenlands beleid” is een zeer brede term. Het omvat alle mogelijke facetten van high politics
tot low politics;
 Geostrategische vraagstukken (vb. beleid van de VS in Irak Afghanistan of inzake de
stationering van een ‘missile defense’-systeem)
 Geo-economische vraagstukken; (1°) de mondiale kredietcrisis en haar gevolgen, vb. van
de G8 naar de G20?, (2°) energie in de EU-Rusland relaties; loutere marktwerking of
geopolitiek?
 Ecologie; vb. het post-Kyoto processen de initiatieven van de # landen
 Mensenrechten; Westerse regeringsleiders wel of niet naar de opening van de
Olympische Spelen, de multilaterale onderhandelingen in de Mensenrechtenraad in de
Genève, etc.
 Cultuur; culturele akkoorden tussen landen (drempelverlagend)
 Wordt vaak gebruikt als eerste stap om een land te leren kennen en kan zo
geleidelijk overvloeien naar economische thema's
o Andere vraag; welke actoren maken/beïnvloeden het beleid?
o Executieve macht, parlementaire macht, …
o Media, lobbygroepen, multinationale ondernemingen, individuen, etc.


FOREIGN POLICY ANALYSIS IS DAN…
o De studie van buitenlands beleid heeft als doel het begrijpen en verklaren van het buitenlandse
beleidsgedrag van actoren in de wereldpolitiek’ (Neack, Hey & Haney)
 Houdt zich bezig met zowel binnenlandse als internationale arena's, springend van
individueel naar staat naar systemische niveaus van analyse en tracht al deze aspecten
in een samenhangend geheel te integreren’ (Gerner)
o De centrale focus van Buitenlandse Beleidsanalyse ligt op de bedoelingen, uitspraken en
handelingen van een actor – vaak, maar niet altijd, een staat – gericht op de externe wereld en
de reactie van andere actoren.
o Op zoek naar patronen: de comparatieve methode

WANNEER BUITENLANDS BELEID BESTUDEERT WORDT, MOET ER EEN ONDERSCHEID GEMAAKT
WORDEN TUSSEN;
o Buitenlands beleid als gedrag: vb. de rol van de president in de totstandkoming van een
buitenlands politieke beslissing
o Buitenlands beleid als proces: vb. verschillende actoren die verwikkeld zijn in een
besluitvormingsproces over het te voeren beleid
o Buitenlands beleid als output: vaak –doch niet altijd –wordt in FPA de vraag gesteld hoe het
gevoerde beleid ‘output’ verklaard kan worden

STUDIES KUNNEN EEN VERSCHILLENDE FINALITEIT HEBBEN:
o Beschrijvend:
 “als output”; een loutere beschrijving maken van de actoren, doelstellingen en ingezette
instrumenten.
 “als proces”; in kaart brengen welke actoren betrokken worden bij een beslissing over
buitenlandse politiek
o Evaluerend:
 “als output”; het buitenlands beleid toetsen aan de eerder gedeclareerde doelstellingen.
 “als proces”; suboptimale aspecten van de besluitvorming over buitenlands beleid in
kaart brengen

, o Beleidsgericht: in het verlengde van evaluerende analyses aanbevelingen tot optimalisatie van
het beleid als proces/output formuleren
o Verklarend “als proces”; a.d.h.v. interne en externe factoren het beleid verklaren




NIET-STATELIJKE ENTITEITEN
In tegenstelling tot wat het realisme beweert

PUBLIEK
o Subnationale entiteiten van (federale) staten: vb. Vlaanderen, Wallonië, Québec, Catalonië
o Supranationale Organisaties: vb. de Europese Unie (GBVB)
o Internationale (Gouvernementele) Organisaties: vb. VN, IMF, NATO
o Internationale Gerechtshoven: vb. het Europees Hof van Justitie
o Transnationale Informele Coalities: vb. G8, G77

PRIVAAT
o Multinationale Ondernemingen: vb. Danone, Bertelsmann, AmCham
o Internationale Niet-Gouvernementele Organisaties: vb. Amnesty, Greenpeace
o Individuen: Track-Two Diplomacy: vb. Carter, University of Kent


STATELIJKE PUBLIEKE ENTITEITEN
o Een natie: een gemeenschap van mensen die zich verbonden voelt door gedeelde kenmerken
zoals een gemeenschappelijke geschiedenis, cultuur, taal, of politieke identiteit, vaak met de wil
om samen te leven in een staat, hoewel het ook los van een staat kan bestaan
o Een staat heeft een bevolking, regering, territorium, soevereiniteit/ macht en is verbonden aan
internationale betrekkingen
 Verschil tussen een natie en een staat: een staat is een politieke organisatie met een
territorium en een regering, terwijl een natie een gemeenschap van mensen is,
verbonden door gedeelde cultuur, taal, geschiedenis en identiteit
o Wat houdt soevereiniteit in: het hoogste, onafhankelijke gezag van een staat binnen zijn
grondgebied, zowel intern (het recht om eigen regels te maken en te handhaven, zoals
belastingen te innen) als extern (onafhankelijkheid van andere staten).
o Statelijk buitenlands beleid: het beleid dat een staat voert ten opzichte van andere staten en
internationale organisaties, met als doel het staatsbelang te behartigen.
 Om dit te definiëren: gaat zowel over inhoud als proces
 Focust op de doelstellingen die beleidsverantwoordelijken die de staat extern
vertegenwoordigen, trachten na te streven
 Focust op de waarden die aan deze doelstellingen ten grondslag liggen
 Focust op de middelen/ instrumenten om die doelen na te streven

VAN COMPARATIVE FOREIGN POLICY (CFP) NAAR FOREIGN POLICY ANALYSIS (FPA)


EERSTE GENERATIE: COMPARATIVE FOREIGN POLICY
o Overstijgen van niet-cumulatieve beschrijvende studies
o Op zoek naar spaarzame verklaringen d.m.v. analysetechnieken uit de sociale wetenschappen
(zoals vergelijken)
o Inductief: langzaam cumulatief opbouwen van theorie
o Methode was vaak kwantitatief geïnspireerd: data in de vorm van gebeurtenissen (‘events’)

, o Rosenau (1957): via een pretheoretisch kader (op basis van analyseniveaus) komen tot een
‘middlerange theory’ en uiteindelijk tot een ‘grand theory’
 Nooit zover gekomen omwille van de beperktheid van de aanpak, nl. een bijna uitsluitend
positivistische, kwantitatieve aanpak (nu nog vaak het geval in de VS…)
o Jaren ‘40 –’60: Amerikaanse dominantie in het studiegebied
o CFP gekaderd in de kwantitatieve trend in de sociale wetenschappen (sponsoring van de VS
overheid voor dergelijke International Relations(IR) en Comparative Politics (CP) projecten)
o CFP gekaderd in de internationale situatie die werd gereflecteerd in IR (realisme, power politics)
en CP (moderniseringstheorie)
 Dit leidde in IR tot spel theoretische modellen, formele besluitvormingsmodellen van
conflicten en allianties en in CP tot modellen van ontwikkeling en modernisering
o Resultaat: in CFP ook modellenbouw, aanmaak van databases
o CFP was tot dan vooral geënt op theorieën uit IR; uit CP werd enkel de comparatieve methode
gehaald


OVERGANG VAN DE GENERATIES
o Jaren 60: politieke gebeurtenissen nopen tot aanpassingen
o IR: dekolonisatie leidt tot aandacht voor niet-militaire vormen van macht en tot modellen van
interdependentie-theorieën en pluralisme, waarvoor kwantitatieve methodes minder of niet
geschikt zijn
o CP: moderniseringstheorie komt onder vuur te liggen en moet plaats maken voor meer
gecompliceerde ‘binnenlandse’ studies
o Resultaat is dat de grenzen tussen IR en CP vervagen; CFP lag al op de grens van de twee en
krijgt door die vervaging de kans om zich tot een zelfstandige discipline te ontwikkelen.
o Stilaan wordt aan deze discipline het label ‘Foreign Policy Analysis’ gehecht


TWEEDE GENERATIE: FOREIGN POLICY ANALYSIS
o Jaren 70: het werd duidelijk dat zowel heel wat IR en CP werk ook voor FPA nuttig zou kunnen
zijn
o IR voorbeelden:
 uit realisme: security dilemma’s en deterrence
 uit globalisme: imperialisme
 uit interdependentie: integratietheorieën
o CP voorbeelden: weinig aandacht voor ‘domestic factors’ en vaak enkel VS en dus niet erg
vergelijkend; relatie binnenlandse economie en buitenlands beleid wordt sterk benadrukt
o Het verlaten van het idee om een ‘grand theory’ te ontwikkelen maakte het mogelijk om
meerdere potentiële verklarende factoren systematisch te onderzoeken

AANZET: ‘NEW DIRECTIONS IN THE STUDY OF FOREIGN POLICY’ (1987)
o Ontwikkeling op basis van vele verschillende theoretische inzichten, steeds gebaseerd op
empirisch onderzoek, die elk een stuk van de verklaring bieden
o Gebruik van verschillende methodes: kwantitatief, kwalitatief, comparatief
o Verklaringen op basis van complexe interactie tussen factoren
o Meer aandacht voor de ‘domestic factors’
o Meer aandacht voor ander dan VS buitenlands beleid
o Noodzakelijk: dynamische kijk: over tijd, veranderingen door interactie
o Nuttige data zijn eventdata: ontrafelde stappen van een gebeurtenis, maar dan mist men wel
nog steeds de non decisions
o De inhoud van het buitenlands beleid kan bepaald worden door meerdere reeksen van factoren:
o Er kunnen vier clusters onderscheiden worden, maar vaak is er een vage grens tussen één of
meerdere clusters.
 1.Omgevingsfactoren; niveau 1
 2.Binnenlandse factoren (economische opmaak, lobbygroepen, politieke partijen): niveau
2
€8,54
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
Veya86 Universiteit Antwerpen
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
41
Membre depuis
3 année
Nombre de followers
5
Documents
26
Dernière vente
3 jours de cela

3,9

7 revues

5
4
4
1
3
0
2
1
1
1

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions