Domein I: Goede tijden, Slechte tijden - Opgaven
Opgave 1
What to do?
De economie van een land is in een diepe recessie terecht gekomen. De regering
van dit land overweegt een anti-cyclisch begrotingsbeleid te gaan voeren met het
doel het binnenlands product op een hoger niveau te brengen. De regering is ook
van plan de centrale bank van het land te vragen dit beleid te ondersteunen met
rentebeleid dat gericht is op een toename van de geldhoeveelheid.
In de onderstaande figuur zijn de macro-economische situatie van dit land en het
beoogde effect van het begrotings- en monetaire beleid weergegeven.
P algemeen prijspeil
Yr reëel binnenlands product
A macro-economische aanbodlijn
V macro-economische vraaglijn
Of het begrotings- en monetaire beleid het beoogde effect ook zal hebben, is
onzeker. Het land heeft namelijk een zeer open economie met een geliberaliseerd
internationaal kapitaalverkeer en zwevende wisselkoersen. De economieën van de
handelspartners van dit land verkeren bovendien eveneens in een diepe recessie.
De regering is bijeen om over het te voeren beleid te praten en diverse ministers
leveren een bijdrage aan de discussie. Hieronder staan enkele uitspraken van de
ministers tijdens deze vergadering.
− De minister van Financiën:
We moeten aannemen dat op korte termijn de omloopsnelheid van de
geldhoeveelheid niet verandert. Als de regering haar doel wil bereiken, moet
volgens de verkeersvergelijking van Fischer de geldhoeveelheid toenemen.
− De minister van Economische Zaken:
, Zowel het consumenten- als het producentenvertrouwen bevindt zich op een
dieptepunt waardoor het door de regering gevraagde rentebeleid van de
centrale bank niet effectief zal zijn.
− De minister van Buitenlandse Handel:
Als de regering haar begrotingstekort voor een deel op de buitenlandse
kapitaalmarkt financiert, zal er ook zonder rentebeleid van de centrale bank
sprake zijn van een toename van de geldhoeveelheid.
− De minister van Internationale Samenwerking:
Het door de regering voorgenomen beleid zal weinig effect hebben als ons
begrotings- en monetaire beleid niet is afgestemd op het begrotings- en
monetaire beleid van onze handelspartners.
2p 1. Geef een verklaring voor het horizontale verloop van het linkerdeel van
de macro-economische aanbodlijn.
2p 2. Geef een verklaring voor de stelling van de minister van Financiën met
betrekking tot de geldhoeveelheid.
2p 3. Geef een verklaring voor de stelling van de minister van Economische
Zaken met betrekking tot de effectiviteit van het rentebeleid.
2p 4. Geef een verklaring voor de stelling van de minister van Buitenlandse
Handel met betrekking tot de toename van de geldhoeveelheid.
De vergaderende ministers begrijpen niet goed wat de minister van Internationale
Samenwerking bedoelt. Hij geeft daarom een nadere toelichting.
4p 5. Schrijf deze toelichting. Betrek daarin afzonderlijk het begrotingsbeleid
en het monetaire beleid. Geef bij elk beleid één argument. De argumenten
moeten passen in de gegeven context. Gebruik ongeveer 75 woorden.
Opgave 1
What to do?
De economie van een land is in een diepe recessie terecht gekomen. De regering
van dit land overweegt een anti-cyclisch begrotingsbeleid te gaan voeren met het
doel het binnenlands product op een hoger niveau te brengen. De regering is ook
van plan de centrale bank van het land te vragen dit beleid te ondersteunen met
rentebeleid dat gericht is op een toename van de geldhoeveelheid.
In de onderstaande figuur zijn de macro-economische situatie van dit land en het
beoogde effect van het begrotings- en monetaire beleid weergegeven.
P algemeen prijspeil
Yr reëel binnenlands product
A macro-economische aanbodlijn
V macro-economische vraaglijn
Of het begrotings- en monetaire beleid het beoogde effect ook zal hebben, is
onzeker. Het land heeft namelijk een zeer open economie met een geliberaliseerd
internationaal kapitaalverkeer en zwevende wisselkoersen. De economieën van de
handelspartners van dit land verkeren bovendien eveneens in een diepe recessie.
De regering is bijeen om over het te voeren beleid te praten en diverse ministers
leveren een bijdrage aan de discussie. Hieronder staan enkele uitspraken van de
ministers tijdens deze vergadering.
− De minister van Financiën:
We moeten aannemen dat op korte termijn de omloopsnelheid van de
geldhoeveelheid niet verandert. Als de regering haar doel wil bereiken, moet
volgens de verkeersvergelijking van Fischer de geldhoeveelheid toenemen.
− De minister van Economische Zaken:
, Zowel het consumenten- als het producentenvertrouwen bevindt zich op een
dieptepunt waardoor het door de regering gevraagde rentebeleid van de
centrale bank niet effectief zal zijn.
− De minister van Buitenlandse Handel:
Als de regering haar begrotingstekort voor een deel op de buitenlandse
kapitaalmarkt financiert, zal er ook zonder rentebeleid van de centrale bank
sprake zijn van een toename van de geldhoeveelheid.
− De minister van Internationale Samenwerking:
Het door de regering voorgenomen beleid zal weinig effect hebben als ons
begrotings- en monetaire beleid niet is afgestemd op het begrotings- en
monetaire beleid van onze handelspartners.
2p 1. Geef een verklaring voor het horizontale verloop van het linkerdeel van
de macro-economische aanbodlijn.
2p 2. Geef een verklaring voor de stelling van de minister van Financiën met
betrekking tot de geldhoeveelheid.
2p 3. Geef een verklaring voor de stelling van de minister van Economische
Zaken met betrekking tot de effectiviteit van het rentebeleid.
2p 4. Geef een verklaring voor de stelling van de minister van Buitenlandse
Handel met betrekking tot de toename van de geldhoeveelheid.
De vergaderende ministers begrijpen niet goed wat de minister van Internationale
Samenwerking bedoelt. Hij geeft daarom een nadere toelichting.
4p 5. Schrijf deze toelichting. Betrek daarin afzonderlijk het begrotingsbeleid
en het monetaire beleid. Geef bij elk beleid één argument. De argumenten
moeten passen in de gegeven context. Gebruik ongeveer 75 woorden.