Verplichte jurisprudentie
Voorkennis
HR Melk & Water
Essentie
In dit arrest introduceerde de Hoge Raad een nieuwe schulduitsluitingsgrond, namelijk ‘afwezigheid
van alle schuld’, vaak afgekort tot ‘avas’. Avas is, in tegenstelling tot alle overige
strafuitsluitingsgronden, niet opgenomen in ons Wetboek van Strafrecht.
Rechtsregel
Bij afwezigheid van alle schuld, dient een verdachte niet te worden veroordeeld. Afwezigheid van alle
schuld is een buitenwettelijke schulduitsluitingsgrond. Niets dwingt ertoe dat bij gebleken
afwezigheid van alle schuld, niettemin strafbaarheid zou moeten worden aangenomen.
HR Veearts
Essentie
De Huizense Veearts-arresten gaan over het ontbreken van materiële wederrechtelijkheid. In casu
heeft een Huizense veearts opzettelijk koeien besmet met mond-en-klauwzeer om hetzelfde effect te
krijgen als vaccinatie. De rechtsvraag die centraal staat in deze arresten is als volgt: Heeft de veearts
wederrechtelijk gehandeld door in strijd met art. 82 Veewet te handelen, ook al wordt het doel van
deze wettelijke bepaling dan beter beoogd?
Rechtsregel
De dader van een strafbaar feit is niet strafbaar als de doelstelling van de strafrechtelijke norm beter
wordt nageleefd, ook al is het dan op papier gezien wel wederrechtelijk.
HR Verpleegster
Essentie
Dit arrest staat in het teken van de zogenaamde Garantenstellung. Een verpleegster hield een flesje
met de verkeerde vloeistof voor aan een andere verpleegster, die daarmee een injectiespuit vulde.
Vervolgens diende de chirurg de vloeistof aan de patiënt toe. De patiënt overleed ten gevolge van
toediening van een overdosis van de verkeerde vloeistof. Aan de verpleegster wordt dood door
schuld ten laste gelegd.
Rechtsvraag
De vraag die in deze zaak centraal stond was: is er nog ruimte is voor erkenning van het beroep op
een schulduitsluitingsgrond indien de ten laste gelegde culpa reeds is bewezen. Anders geformuleerd:
is de schuld in de zin van verwijtbaarheid (element) reeds aangetoond indien de culpa bewezen is of
kan de rechter na bewezenverklaring van de culpa nog tot ontslag van rechtsvervolging beslissen op
grond van de aanwezigheid van een schulduitsluitingsgrond?
Rechtsregel
De Hoge Raad heeft uit de gebezigde bewijsmiddelen, gelet met name op de opleiding van de
verdachte (de Garantenstellung), de aard van de werkzaamheden die door haar werden verricht met
het oog op verdoving ter gelegenheid van een operatieve ingreep, alsmede haar wetenschap omtrent
het vertrouwen dat in haar moest worden gesteld en omtrent het ontbreken van controle door de
andere zuster en door de chirurg, kunnen afleiden dat verdachte aanmerkelijk is te kort geschoten
voor wat betreft de op haar rustende verplichting om de nodige oplettendheid te betrachten en dat
de handelswijze van de verdachte mitsdien getuigt van een min of meer grove mate van
onoplettendheid, welke schuld oplevert in de zin van artikel 307 van het Wetboek van Strafrecht.
,De Hoge Raad was van oordeel dat indien een culpoos delict ten laste is gelegd en de verdediging
stelt dat er een schulduitsluitingsgrond van toepassing is, dit verweer als een bewijsverweer moet
worden opgevat. Als de rechter het verweer toewijst, dan zal hij de culpa niet bewezen kunnen
verklaren en daarom moeten vrijspreken.
De verwijtbaarheid (schuld als element) maakt dus volgens de Hoge Raad deel uit van de culpa. Nu is
het niet zo dat de officier van justitie deze verwijtbaarheid in volle omvang dient te bewijzen indien
hij een culpoos delict ten laste legt. Dat zou immers betekenen dat hij dan altijd zou moeten
aantonen dat er geen sprake is van de aanwezigheid van de geschreven of ongeschreven
schulduitsluitingsgronden en dat is praktisch ondoenlijk. Voldoende is dat de officier van justitie de
(grove) onzorgvuldigheid die hij de verdachte verwijt bewijst. Een beroep op een
strafuitsluitingsgrond moet door de verdediging worden gedaan en door haar slechts aannemelijk
worden gemaakt.
HR Porsche
Essentie
Dit arrest gaat over de grens tussen voorwaardelijke opzet en bewuste culpa. De verdachte in deze
zaak zat met te veel alcohol op achter het stuur en reed met onverantwoorde snelheid. Er ontstond
een frontale botsing en vijf mensen kwamen om het leven. De bestuurder (hierna: verdachte)
overleefde het ongeluk. Aan de verdachte wordt primair doodslag (art. 287 Sr) ten laste gelegd en
subsidiair dood door schuld in het verkeer.
De ingewikkelde vraag in deze zaak was of hier sprake was van voorwaardelijke opzet of bewuste
culpa. Heeft de bestuurder willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard, dat door zijn gedrag
mensen om het leven zouden kunnen komen (dus doodslag)? Of is de man onvoorzichtig of roekeloos
geweest, zodat er sprake is van culpa (wat dood door schuld oplevert)?
Rechtsregel
De vraag die in dit arrest centraal stond, was: is er sprake van voorwaardelijke opzet? De Hoge Raad
vond van niet. In hoger beroep werd de verdachte veroordeeld wegens doodslag, waarbij het Hof
voorwaardelijke opzet bewezen achtte. In cassatie werd de uitspraak van het hof vernietigd. De Hoge
Raad was van mening, omdat de verdachte de eerste paar inhaalpogingen had afgebroken, dat hij
zich bewust was van het risico op een aanrijding en dat hij het risico kennelijk niet heeft aanvaard. Hij
bleef volgens de Hoge Raad geloven in een goede afloop. Het aanvaardingscriterium van de HR luidt
als volgt: “bewust de aanmerkelijke kans aanvaarden dat een gevolg intreedt”. Hiervan was dus geen
sprake.
HR Uitzendbureau Cito
Essentie
In dit arrest heeft de Hoge Raad het criterium geformuleerd om de grens aan te geven tussen een
voorbereidingshandeling en een begin van uitvoering bij het plegen van een misdrijf. Bedenk wel dat
ten tijde van dit arrest, voorbereidingshandelingen nog niet strafbaar waren gesteld in ons Wetboek
van Strafrecht.
Tegenwoordig kennen we art. 46 Sr, dat stelt dat het voorbereiden van een misdrijf, waarop een
gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, strafbaar is.
Rechtsregel
De vraag die in dit arrest centraal stond, was: is er in casu sprake van een begin van uitvoering of
slechts van een voorbereidingshandeling? De Hoge Raad oordeelde, net als de rechtbank in eerste
aanleg en het hof in hoger beroep, dat er sprake was van een begin van uitvoering. De Hoge Raad
formuleerde een nieuw criterium, namelijk dat er sprake is van een begin van uitvoering “indien de
gedragingen naar haar uiterlijke verschijningsvorm moeten worden beschouwd als te zijn gericht op
de voltooiing van het misdrijf”.
, HR Grenswisselkantoor
Essentie
Het Grenswisselkantoor-arrest (GWK-arrest) is een aanvulling op het Cito-arrest. Door het Cito-
criterium toe te passen in het GWK-arrest, kwam de Hoge Raad tot de conclusie dat de handelingen
van de verdachten juist geen begin van uitvoering opleverden. Het Cito-arrest en het
Grenswisselkantoor-arrest vormen samen de standaard arresten die de grens aangeven tussen een
voorbereidingshandeling en begin van uitvoering bij het plegen van een misdrijf.
Voorbereidingshandelingen waren ook ten tijde van het GWK-arrest nog niet strafbaar gesteld. De
uitspraak in deze zaak leidde uiteindelijk tot de totstandkoming van art. 46 Sr, waarin het
voorbereiden van een misdrijf waarop een gevangenisstraf van 8 jaren of meer is gesteld, strafbaar
werd.
Rechtsregel
De vraag die in dit arrest centraal stond, was: heeft het voornemen van de daders om een misdrijf
(afpersing, art. 317 Sr) te plegen zich door een begin van uitvoering geopenbaard? De Hoge Raad
antwoordde ontkennend. De Hoge Raad vond dat er in dit geval niet gesproken kon worden van een
dergelijk begin van uitvoering.
Er is volgens de Hoge Raad sprake van een begin van uitvoering, indien de gedragingen naar haar
uiterlijke verschijningsvorm moeten worden beschouwd als te zijn gericht op de voltooiing van het
misdrijf.
Voorkennis
HR Melk & Water
Essentie
In dit arrest introduceerde de Hoge Raad een nieuwe schulduitsluitingsgrond, namelijk ‘afwezigheid
van alle schuld’, vaak afgekort tot ‘avas’. Avas is, in tegenstelling tot alle overige
strafuitsluitingsgronden, niet opgenomen in ons Wetboek van Strafrecht.
Rechtsregel
Bij afwezigheid van alle schuld, dient een verdachte niet te worden veroordeeld. Afwezigheid van alle
schuld is een buitenwettelijke schulduitsluitingsgrond. Niets dwingt ertoe dat bij gebleken
afwezigheid van alle schuld, niettemin strafbaarheid zou moeten worden aangenomen.
HR Veearts
Essentie
De Huizense Veearts-arresten gaan over het ontbreken van materiële wederrechtelijkheid. In casu
heeft een Huizense veearts opzettelijk koeien besmet met mond-en-klauwzeer om hetzelfde effect te
krijgen als vaccinatie. De rechtsvraag die centraal staat in deze arresten is als volgt: Heeft de veearts
wederrechtelijk gehandeld door in strijd met art. 82 Veewet te handelen, ook al wordt het doel van
deze wettelijke bepaling dan beter beoogd?
Rechtsregel
De dader van een strafbaar feit is niet strafbaar als de doelstelling van de strafrechtelijke norm beter
wordt nageleefd, ook al is het dan op papier gezien wel wederrechtelijk.
HR Verpleegster
Essentie
Dit arrest staat in het teken van de zogenaamde Garantenstellung. Een verpleegster hield een flesje
met de verkeerde vloeistof voor aan een andere verpleegster, die daarmee een injectiespuit vulde.
Vervolgens diende de chirurg de vloeistof aan de patiënt toe. De patiënt overleed ten gevolge van
toediening van een overdosis van de verkeerde vloeistof. Aan de verpleegster wordt dood door
schuld ten laste gelegd.
Rechtsvraag
De vraag die in deze zaak centraal stond was: is er nog ruimte is voor erkenning van het beroep op
een schulduitsluitingsgrond indien de ten laste gelegde culpa reeds is bewezen. Anders geformuleerd:
is de schuld in de zin van verwijtbaarheid (element) reeds aangetoond indien de culpa bewezen is of
kan de rechter na bewezenverklaring van de culpa nog tot ontslag van rechtsvervolging beslissen op
grond van de aanwezigheid van een schulduitsluitingsgrond?
Rechtsregel
De Hoge Raad heeft uit de gebezigde bewijsmiddelen, gelet met name op de opleiding van de
verdachte (de Garantenstellung), de aard van de werkzaamheden die door haar werden verricht met
het oog op verdoving ter gelegenheid van een operatieve ingreep, alsmede haar wetenschap omtrent
het vertrouwen dat in haar moest worden gesteld en omtrent het ontbreken van controle door de
andere zuster en door de chirurg, kunnen afleiden dat verdachte aanmerkelijk is te kort geschoten
voor wat betreft de op haar rustende verplichting om de nodige oplettendheid te betrachten en dat
de handelswijze van de verdachte mitsdien getuigt van een min of meer grove mate van
onoplettendheid, welke schuld oplevert in de zin van artikel 307 van het Wetboek van Strafrecht.
,De Hoge Raad was van oordeel dat indien een culpoos delict ten laste is gelegd en de verdediging
stelt dat er een schulduitsluitingsgrond van toepassing is, dit verweer als een bewijsverweer moet
worden opgevat. Als de rechter het verweer toewijst, dan zal hij de culpa niet bewezen kunnen
verklaren en daarom moeten vrijspreken.
De verwijtbaarheid (schuld als element) maakt dus volgens de Hoge Raad deel uit van de culpa. Nu is
het niet zo dat de officier van justitie deze verwijtbaarheid in volle omvang dient te bewijzen indien
hij een culpoos delict ten laste legt. Dat zou immers betekenen dat hij dan altijd zou moeten
aantonen dat er geen sprake is van de aanwezigheid van de geschreven of ongeschreven
schulduitsluitingsgronden en dat is praktisch ondoenlijk. Voldoende is dat de officier van justitie de
(grove) onzorgvuldigheid die hij de verdachte verwijt bewijst. Een beroep op een
strafuitsluitingsgrond moet door de verdediging worden gedaan en door haar slechts aannemelijk
worden gemaakt.
HR Porsche
Essentie
Dit arrest gaat over de grens tussen voorwaardelijke opzet en bewuste culpa. De verdachte in deze
zaak zat met te veel alcohol op achter het stuur en reed met onverantwoorde snelheid. Er ontstond
een frontale botsing en vijf mensen kwamen om het leven. De bestuurder (hierna: verdachte)
overleefde het ongeluk. Aan de verdachte wordt primair doodslag (art. 287 Sr) ten laste gelegd en
subsidiair dood door schuld in het verkeer.
De ingewikkelde vraag in deze zaak was of hier sprake was van voorwaardelijke opzet of bewuste
culpa. Heeft de bestuurder willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard, dat door zijn gedrag
mensen om het leven zouden kunnen komen (dus doodslag)? Of is de man onvoorzichtig of roekeloos
geweest, zodat er sprake is van culpa (wat dood door schuld oplevert)?
Rechtsregel
De vraag die in dit arrest centraal stond, was: is er sprake van voorwaardelijke opzet? De Hoge Raad
vond van niet. In hoger beroep werd de verdachte veroordeeld wegens doodslag, waarbij het Hof
voorwaardelijke opzet bewezen achtte. In cassatie werd de uitspraak van het hof vernietigd. De Hoge
Raad was van mening, omdat de verdachte de eerste paar inhaalpogingen had afgebroken, dat hij
zich bewust was van het risico op een aanrijding en dat hij het risico kennelijk niet heeft aanvaard. Hij
bleef volgens de Hoge Raad geloven in een goede afloop. Het aanvaardingscriterium van de HR luidt
als volgt: “bewust de aanmerkelijke kans aanvaarden dat een gevolg intreedt”. Hiervan was dus geen
sprake.
HR Uitzendbureau Cito
Essentie
In dit arrest heeft de Hoge Raad het criterium geformuleerd om de grens aan te geven tussen een
voorbereidingshandeling en een begin van uitvoering bij het plegen van een misdrijf. Bedenk wel dat
ten tijde van dit arrest, voorbereidingshandelingen nog niet strafbaar waren gesteld in ons Wetboek
van Strafrecht.
Tegenwoordig kennen we art. 46 Sr, dat stelt dat het voorbereiden van een misdrijf, waarop een
gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, strafbaar is.
Rechtsregel
De vraag die in dit arrest centraal stond, was: is er in casu sprake van een begin van uitvoering of
slechts van een voorbereidingshandeling? De Hoge Raad oordeelde, net als de rechtbank in eerste
aanleg en het hof in hoger beroep, dat er sprake was van een begin van uitvoering. De Hoge Raad
formuleerde een nieuw criterium, namelijk dat er sprake is van een begin van uitvoering “indien de
gedragingen naar haar uiterlijke verschijningsvorm moeten worden beschouwd als te zijn gericht op
de voltooiing van het misdrijf”.
, HR Grenswisselkantoor
Essentie
Het Grenswisselkantoor-arrest (GWK-arrest) is een aanvulling op het Cito-arrest. Door het Cito-
criterium toe te passen in het GWK-arrest, kwam de Hoge Raad tot de conclusie dat de handelingen
van de verdachten juist geen begin van uitvoering opleverden. Het Cito-arrest en het
Grenswisselkantoor-arrest vormen samen de standaard arresten die de grens aangeven tussen een
voorbereidingshandeling en begin van uitvoering bij het plegen van een misdrijf.
Voorbereidingshandelingen waren ook ten tijde van het GWK-arrest nog niet strafbaar gesteld. De
uitspraak in deze zaak leidde uiteindelijk tot de totstandkoming van art. 46 Sr, waarin het
voorbereiden van een misdrijf waarop een gevangenisstraf van 8 jaren of meer is gesteld, strafbaar
werd.
Rechtsregel
De vraag die in dit arrest centraal stond, was: heeft het voornemen van de daders om een misdrijf
(afpersing, art. 317 Sr) te plegen zich door een begin van uitvoering geopenbaard? De Hoge Raad
antwoordde ontkennend. De Hoge Raad vond dat er in dit geval niet gesproken kon worden van een
dergelijk begin van uitvoering.
Er is volgens de Hoge Raad sprake van een begin van uitvoering, indien de gedragingen naar haar
uiterlijke verschijningsvorm moeten worden beschouwd als te zijn gericht op de voltooiing van het
misdrijf.