Toets: 3.2.2 essay
22-06-2019
, Oost, west, Beschermd Thuis het best?
In haar appartementje ligt Ans op bed. Vorig jaar woonde ze in een RIBW, toen ging het redelijk
goed met haar. Nu woont ze zelfstandig met ambulante begeleiding. De laatste weken komt Ans
bijna niet meer buiten, ze is bang voor paniekaanvallen. Anderen laat ze het liefste buiten de deur,
alleen kennissen vanuit de RIBW die drank voor haar meenemen komen nog binnen. Door de
constante angst is dit echter niet altijd gezellig. Ans belt bijna dagelijks de huisartsenpost of 112.
Daarnaast verwaarloost Ans zichzelf en haar huis steeds meer. Hulpverleners weten niet meer wat
ze moeten doen, gedacht wordt aan een opname in een RIBW. Dit is zomaar een voorbeeld waar
ik in mijn stage tegenaan loop.
Er zijn grote veranderingen gaande in de GGZ, zoals ambulantisering van de zorg. Dit is ook
zichtbaar op de Rijksinstelling voor Beschermd Wonen (RIBW) Huis en Haard van het Leger des
Heils in Gorinchem. Voornamelijk bij deelnemers die eerst beschermd woonden binnen de RIBW
en nu beschermd op zichzelf wonen in de wijk. We noemen dit Beschermd Thuis. Steeds meer
mensen moeten beschermd thuis wonen in de wijk, in plaats van binnen een RIBW. Opvallend is
dat verschillende deelnemers van beschermd thuis grote problemen krijgen wanneer zij zelfstandig
wonen. Zoals terugval in gebruik, het maken van schulden, eenzaamheid, etc. Dit is geen specifiek
probleem van het Leger des Heils, maar dit komt ook voor bij andere instellingen.
Is het dan wel een goede verandering om mensen zelfstandig te laten wonen? Dit kan, maar moet
onder één voorwaarde: Mensen moeten meer begeleiding krijgen bij het opbouwen van een
sociaal netwerk, wanneer zij zelfstandig gaan wonen.
In Nederland wonen ongeveer 28.000 mensen in een beschermde woonvoorziening (Gielen, Aarts,
Ellwanger, & van Asselt, 2017). Voor veel van deze mensen is de stap tussen de beschermde
woonvorm en zelfstandig wonen erg groot. In de beschermde woonvorm leefden ze onbedoeld
afgescheiden van de rest van de wereld (Movisie, 2018).
Er is een nieuwe visie op de zorg- en dienstverlening die het reïntegreren in de samenleving zou
vergemakkelijken. De hulp is niet meer aanbod-, maar vraaggericht en is meer gericht op de
zelfstandig- en zelfredzaamheid van de cliënt. Het behoud aan zelfstandigheid kan een grote bijdrage
leveren aan het herstel. Sinds 2015 verandert daarom het beschermd wonen in een beschermd thuis.
Deze verandering sluit aan op de Wet Maatschappelijke Ondersteuning die uitgaat van de eigen regie
van de cliënt en de hulp die een sociaal netwerk kan bieden, de verantwoording van deze vorm van
hulpverlening ligt sinds 2015 bij de gemeenten (Menzis, 2017).
Al in de jaren 50 werd er gesproken over dehospitalisering. Instellingen zaten te vol en kostten de
overheid te veel geld. Door psychisch zieken in de wijk te laten wonen zou de maatschappij meer oog
voor hen krijgen. Het resultaat was schrijnend. Mensen kwamen in erbarmelijke
woonomstandigheden terecht, anderen belandden zelfs op straat. Deze veranderingen deden zich
ook voor in het buitenland. De samenleving was niet klaar voor de ‘terugkomst’ van de psychisch
zieken. Er was een stigma ontstaan door de manier waarop er in het verleden met mensen met
psychische problematiek was omgegaan (Hawley, 2009).
Cliënten worden nu anders benaderd. Hulpverleners gaan uit van de herstelgedachte en de
veerkracht die ieder mens bezit. Deze vorm van zorg vraagt maatwerk. Doordat mensen in hun eigen
woonomgeving blijven kunnen zij meer vorm geven aan hun leven. Wanneer cliënten Beschermd
Thuis blijven wonen, worden zij niet afgescheiden van de rest van de wereld, wat wel het geval is
1