Vertrekkende vanuit de examenvragen gaan we doorheen enkele thema’s:
- Stigmatisering
- Ziektegedrag
- Eenzaamheid
- Je kan deze vragen ‘oplossen’ ahv de leertekst en soms even te grasduinen in de websites
waarnaar verwezen wordt.
Even praktisch: S-OLOD
• 4 SP Zorg in instabiele en complexe situaties
• 2 SP RZL en maatschappelijk – sensitieve zorg
– Waarvan 50 % RZL en 50% MSZ
Examen: SGB
‘Online’ (thuis of op campus)
Waarschijnlijk één geheel voor beide onderdelen (dan moeten jullie geen twee keer inloggen)
Dit zijn de examenvragen (je krijgt er 3 tijdens examen – één van elk
thema):
Thema stigmatisering
1. Leg met eigen woorden uit wat het onderscheid is tussen gediskwalificeerd en potentieel
gediskwalificeerd volgens Goffman.
Geef voor beide een eigen voorbeeld
Leg de link met het begrip ‘disclosure’
2. Leg met eigen woorden uit wat zelfstigma is. Pas toe op een voorbeeld naar keuze.
Benoem hierbij het kenmerk/eigenschap dat tot stigmatisering leidt.
Kan je één manier omschrijven hoe je dit kan doorbreken.
3. Omschrijf met eigen woorden één competentie die je als hulpverlener kan inzetten om
stigmatisering tegen te gaan.
Thema ziektegedrag
1. Wat bedoelt Freidson met ‘legitimiteit’ als het gaat over aandoeningen en ziektegedrag. Leg
uit in maximum 5 zinnen.
2. Welke 4 elementen zorgen er volgens Hirschi voor dat iemand zich niet afwijkend gedraagt?
Benoem ze, leg uit in één zin en geef een voorbeeld.
3. Wat is ‘innovatie’ volgens Merton. Leg uit in maximum 5 zinnen. Geef een voorbeeld vanuit
de gezondheidszorg.
Vragen eenzaamheid/sociaal kapitaal
1. Geef een voorbeeld, uit de gezondheidszorg, van een bridging netwerk
• leg uit waarom dit een bridging netwerk is
• geef vanuit je voorbeeld één of enkele specifieke voor-en nadelen van deze netwerk-vorm
2. Geef een voorbeeld, uit de gezondheidszorg, van een bonding netwerk
• leg uit waarom dit een bondig netwerk is.
• geef vanuit je voorbeeld één of enkele specifieke voor-en nadelen van deze netwerk-vorm
, 3. Beschrijf een eigen ervaring waarin je met eenzaamheid te maken kreeg.
• Welk type van eenzaamheid was dit.
• Welke signalen van eenzaamheid merkte je op.
Stigma
= “Vooroordeel waardoor iemand in negatieve zin wordt onderscheiden van anderen”
• Iemand heeft een kenmerk (attribuut) dat afwijkt van wat ‘normaal’ is in een gemeenschap
• En voldoet hierdoor niet aan ‘de norm’
• En is alleen nog datgene wat anders is
• Wordt ‘afgewezen’, minderwaardig geacht
• Vb. gelaatsafwijkingen, geestelijke gezondheidszorg
• Attribuut dat afwijkt kan plaatsgebonden zijn. Mensen met gezichtstattoos kunnen in
sommige samenlevingen gestigmatiseerd worden, terwijl dit in andere samenlevingen als
normaal ervaren wordt.
• Dat kenmerk op zich (attribuut) is niet noodzakelijk altijd en overal een reden voor afwijzing
Discriminatie kan gevolg zijn van stigma
Gaat breder, niet één kenmerk, maar ook groepen edm (bvb ‘arbeiders’)
Types/categorieën
1. Fysieke afwijkingen. Bijvoorbeeld amputaties, littekens, afwijkingen, huidaandoeningen.
2. ‘Karaktertrekken’ die door de samenleving als ongewenst worden beschouwd. Voorbeelden:
agressie, verslaving of psychische stoornissen. (= verouderde omschrijving, beter ‘niet-fysieke
eigenschap’?))
3. De collectieve stigmata. Deze vorm van stigmatisering is het gevolg van het behoren tot een
bepaalde groep.
Vb. vluchtelingen, samenleving met kastensysteem…
Zelfstigma of geïnternaliseerd stigma: de gestigmatiseerde persoon past de (veronderstelde)
negatieve oordelen van anderen toe op zichzelf en houdt deze voor waar.
- Persoon gaat van zichzelf zeggen ‘ik ben minderwaardig’.
- Gaat stigma op zichzelf toepassen.
In literatuur (maar niet in je leertekst ) vind je bovendien ook
• Structureel stigma:
o stigma is (onbewust) verankerd in cultuur en wet- en regelgeving. (bv. je krijgt geen
verzekering)
En
• Associatief stigma
o Als naaste van iemand met een psychische aandoening kun je te maken hebben
met associatief stigma. Als ‘partner’ van kun je merken dat de omgeving jou ook uit
de weg gaat. Of als ‘dochter van’ houd je de psychische aandoening van je moeder
liever geheim. Sommige naasten voelen zich uitgesloten, worden verantwoordelijk
gesteld, niet serieus genomen, of ervaren onbegrip voor de tijdrovende mantelzorg.
Uit onderzoek naar HIV, verpleegkundigen
• Zorg overdragen