blok 1.1 Communicatie
CPA2-theorie
,Hoorcollege 1
1. Wat is communicatie?
Verbaal- en nonverbale communicatie, je communiceert altijd.
Intentionele communicatie = bewuste communicatie, je doet het met een
reden.
Niet-intentiele communicatie= Onbedoelde communicatie; niet de intentie om
te communiceren, maar er komt wel een boodschap over.
Intentionaliteit en effect = intentie om de boodschap over te brengen betekent
niet dat je je doel bereikt; verschillende redenen.
2. Vak communicatie
Intentionele communicatie met, door en in organisaties.
Bedenken en uitwerken> communicatieproffesional
Communicatie vs marketing
- Marketing wat voor producten bieden we aan, waar heeft de
markt behoefte aan? 4 p’s
- Communicatie hoe bereiken we de potentiele koper? P> promotie
3. Trends en ontwikkelingen
Van offline naar online> alles verspreid sneller door delen, je moet oppassen
wat je zegt. Vroeger kwam het niet ver.
Offline is er nog steeds, denk aan bushokje posters, reclamefolders etc. Wel
afname, denk aan TV kijkcijfers> cmprofs denken ga je wel of niet adverteren
op TV?
Sociaal mediaconsumptie> doelgroep afhankelijk
Trends; data driven en real time; data wordt opgeslagen door google,
advertenties gemaakt voor jou.
Emotiemaatschappij> influencers, volgen, doen wat de rest doet.
Transparantie> openheid in wat de organisatie doet
Basisbegrippen
Zender (Z) bijvoorbeeld de docent bij het hoorcollege
Boodschap (B) de lestheorie
Medium (M) PP
Ontvanger (O) de studenten
, Aspecten
- Zakelijk feitelijk, inhoud van de boodschap
- Expressief (informative over de zender van de boodschap
- Relationeel info hoe de zender tegenover de ontvanger staat
- Appellerend de invloed die de zender wil uitoefenen op de ontvanger
Het aankomen van de boodschap is oa afhankelijk van:
- Referentiekader (hoe je iets waarneemt en beoordeelt waarna je de
informative verwerkt.
- Maatschappelijke en omgevingsfactoren
- Ruis factoren die het communicatieproces verstoren
- Redundantie overtollige informatie.
Ruis factoren die het communicatieproces verstoren, kan komen door
verkeerde middelen, de zender, wie vertelt of brengt het over en de
ontvanger
Externe ruis communicatie wordt verstoort door buitenaf.
Defenitie van communicatie: Communicatie is een process van
tweerichtingsverkeer waarbij de interactie essentieel is.
4. Communicatietheorieën
1. Stimulus-respons theorie (injectienaaldtheorie):
Ontvangers accepteren klakkeloos wat de zender hen voorschotelt. Ontvanger
speelt passieve rol in het communiactieproces.
2. Two step flow theorie:
Mensen laten zich meer sturen door elkaar dan door de medie. Eerst word
teen beperkt aantal opinieleiders beinvloed die vervolgends intermediair zijn
tussen de ‘zender’ en een grotere (doel)groep.
3. Uses and gratifications theorie:
De nadruk ligt op de actieve rol van de ontvanger in het communicatieproces.
De ontvanger maakt zelf keuzes over welke media hij gebruikt en welke
boodschappen hij wil ontvangen.
Basisgedachte: Wat doen mensen met de media? En niet, wat doen de media
met de mensen.
4. Agendasetting theorie:
Massamedia bepalen niet wat we denken, maar wel waarover we denken.
5. Netwerkmodellen:
Door internet kan iedereen zender (en ontvanger) zijn. Er is sprake van een
groot netwerk waarin de leden elkaar beïnvloeden.