PSYCHISCHE STOORNISSEN
0. Overzicht.
• Depressieve stemmingsstoornis.
• Bipolaire stemmingsstoornissen.
• Etiologie.
• Behandeling.
• Suïcide (gastcollege).
1. Depressieve stoornissen. Tabel 7.2
• Depressieve stoornis:
o Seizoensgebonden depressie.
o Postnatale depressie.
• Persisterende depressieve stoornis (dysthymie).
• Premenstruele stemmingsstoornis.
DEPRESSIEVE KENMERKEN:
• Veranderingen in...
o Emoties.
» Veranderingen van stemming (langdurige perioden van
sombere, gedeprimeerde bedroefde of trieste gevoelens).
» Duidelijk huilerig zijn of echt huilen.
» Verhoogde prikkelbaarheid, gespannen of opvliegend zijn.
o Motivatie.
» Ingemotiveerd zijn, ’s morgens moeilijk op gang kunnen
komen of zelfs niet uit bed kunnen komen.
» Verlaagde mate van sociale participatie of belangstelling
voor sociale activiteiten.
» Verlies van plezier of interesse in plezierige activiteiten.
» Verminderde belangstelling voor seks.
» Niet reageren op complimenten of beloningen.
o Gedrag.
o Cognities (gedachten).
» Zich moeilijk kunnen concentreren of moeilijk kunnen
nadenken.
» (-) gedachten over zichzelf of de eigen toekomst.
» Zich schuldig voelen of wroeging hebben over wandaden uit
het verleden.
» Gebrek aan zelfvertrouwen of gevoelens van tekortschieten.
» Gedachten over dood of zelfmoord.
o Lichamelijk welzijn.
» Langzamer dan gewoon bewegen of spreken.
» Veranderingen van slaapgewoonten (te veel of te weinig
slapen, eerder wakker worden dan normaal en moeilijk weer
in slaap kunnen vallen in de vroege morgenuren, vroeg
ontwaken).
» Veranderingen van eetlust (te veel/weinig eten).
» Gewichtsveranderingen (aankomen of afvallen).
» Op het werk of op school minder effectief functioneren dan
normaal.
o Sociaal functioneren.
8 – STEMMINGSSTOORNISSEN (H7) 1
, PSYCHISCHE STOORNISSEN
• Onderscheid tussen: Belangrijk!!!
o Depressief voelen: symptoom.
o Depressief zijn: syndroom.
• Classificatie gebeurt op basis van klachten/symptomen die minstens
2 weken voorkomen.
1.1. Depressieve stoornis: specificaties.
• Kunnen ook gepaard gaan met:
o Psychotische kenmerken (wanen en hallucinaties).
o Angststoornissen.
• Met begin postpartum: postnatale depressie.
• Seizoensgebonden depressie.
• Onset: 25-35jaar.
• Beperkt tot 1 / hele leven.
1.2. Depressieve stoornis: prevalentie.
• In de wereld: 230 miljoen mensen lijden aan depressie.
• Lifetime risico: 20% van de vrouwen en 10% van de mannen krijgen
ooit in hun leven met een vorm van depressie te maken.
• Verhouding vrouw-man: 2/1.
1.3. Depressieve stoornis: maatschappelijke impact.
• Sociale en economische gevolgen:
o Door uitval; in Nederland: 1,3 miljard euro.
» Arbeidsverzuim.
» Hogere ziektekosten.
o In België:
» 60-100 dagen per jaar suboptimaal functioneren.
• Mortaliteit (risico op suïcide) :
o In België:
» Mensen met een 12 maand durende depressie ® 3 tot 4x
meer suïcidegedachten, -plannen of –pogingen.
» Mensen met een enstige (majeure) depressie ® 29% had
minstens 1 suïcidaliteitplan en 27% rapporteerde 1 poging.
1.4. Depressieve stoornis: risicofactoren.
• Risicogroepen:
o Reeds depressieve episode doorgemaakt.
o Alleenstaanden (alleenstaand ouderschap!).
o Vrouwen (hormonaal, piekergedrag, misbruik).
o Lagere opleiding – lager inkomen.
1.5. Depressieve stoornis: diagnsotiek.
• Ernst:
o Hoe meer symptomen, hoe ernstiger:
» Subklinische depressie (2-4 symptomen).
» Lichte depressie (5 symptomen).
» Matige depressie (6-7 symptomen).
» Ernstige depressie (8-9 symptomen).
8 – STEMMINGSSTOORNISSEN (H7) 2
0. Overzicht.
• Depressieve stemmingsstoornis.
• Bipolaire stemmingsstoornissen.
• Etiologie.
• Behandeling.
• Suïcide (gastcollege).
1. Depressieve stoornissen. Tabel 7.2
• Depressieve stoornis:
o Seizoensgebonden depressie.
o Postnatale depressie.
• Persisterende depressieve stoornis (dysthymie).
• Premenstruele stemmingsstoornis.
DEPRESSIEVE KENMERKEN:
• Veranderingen in...
o Emoties.
» Veranderingen van stemming (langdurige perioden van
sombere, gedeprimeerde bedroefde of trieste gevoelens).
» Duidelijk huilerig zijn of echt huilen.
» Verhoogde prikkelbaarheid, gespannen of opvliegend zijn.
o Motivatie.
» Ingemotiveerd zijn, ’s morgens moeilijk op gang kunnen
komen of zelfs niet uit bed kunnen komen.
» Verlaagde mate van sociale participatie of belangstelling
voor sociale activiteiten.
» Verlies van plezier of interesse in plezierige activiteiten.
» Verminderde belangstelling voor seks.
» Niet reageren op complimenten of beloningen.
o Gedrag.
o Cognities (gedachten).
» Zich moeilijk kunnen concentreren of moeilijk kunnen
nadenken.
» (-) gedachten over zichzelf of de eigen toekomst.
» Zich schuldig voelen of wroeging hebben over wandaden uit
het verleden.
» Gebrek aan zelfvertrouwen of gevoelens van tekortschieten.
» Gedachten over dood of zelfmoord.
o Lichamelijk welzijn.
» Langzamer dan gewoon bewegen of spreken.
» Veranderingen van slaapgewoonten (te veel of te weinig
slapen, eerder wakker worden dan normaal en moeilijk weer
in slaap kunnen vallen in de vroege morgenuren, vroeg
ontwaken).
» Veranderingen van eetlust (te veel/weinig eten).
» Gewichtsveranderingen (aankomen of afvallen).
» Op het werk of op school minder effectief functioneren dan
normaal.
o Sociaal functioneren.
8 – STEMMINGSSTOORNISSEN (H7) 1
, PSYCHISCHE STOORNISSEN
• Onderscheid tussen: Belangrijk!!!
o Depressief voelen: symptoom.
o Depressief zijn: syndroom.
• Classificatie gebeurt op basis van klachten/symptomen die minstens
2 weken voorkomen.
1.1. Depressieve stoornis: specificaties.
• Kunnen ook gepaard gaan met:
o Psychotische kenmerken (wanen en hallucinaties).
o Angststoornissen.
• Met begin postpartum: postnatale depressie.
• Seizoensgebonden depressie.
• Onset: 25-35jaar.
• Beperkt tot 1 / hele leven.
1.2. Depressieve stoornis: prevalentie.
• In de wereld: 230 miljoen mensen lijden aan depressie.
• Lifetime risico: 20% van de vrouwen en 10% van de mannen krijgen
ooit in hun leven met een vorm van depressie te maken.
• Verhouding vrouw-man: 2/1.
1.3. Depressieve stoornis: maatschappelijke impact.
• Sociale en economische gevolgen:
o Door uitval; in Nederland: 1,3 miljard euro.
» Arbeidsverzuim.
» Hogere ziektekosten.
o In België:
» 60-100 dagen per jaar suboptimaal functioneren.
• Mortaliteit (risico op suïcide) :
o In België:
» Mensen met een 12 maand durende depressie ® 3 tot 4x
meer suïcidegedachten, -plannen of –pogingen.
» Mensen met een enstige (majeure) depressie ® 29% had
minstens 1 suïcidaliteitplan en 27% rapporteerde 1 poging.
1.4. Depressieve stoornis: risicofactoren.
• Risicogroepen:
o Reeds depressieve episode doorgemaakt.
o Alleenstaanden (alleenstaand ouderschap!).
o Vrouwen (hormonaal, piekergedrag, misbruik).
o Lagere opleiding – lager inkomen.
1.5. Depressieve stoornis: diagnsotiek.
• Ernst:
o Hoe meer symptomen, hoe ernstiger:
» Subklinische depressie (2-4 symptomen).
» Lichte depressie (5 symptomen).
» Matige depressie (6-7 symptomen).
» Ernstige depressie (8-9 symptomen).
8 – STEMMINGSSTOORNISSEN (H7) 2