Inhoud
Hoofdstuk 1 algemene inleiding: wat is strafrecht?...............................................................................2
§1.1 inleiding......................................................................................................................................2
§1.2 strafrecht: begripsvorming.........................................................................................................3
§1.3 doel van het Nederlands strafrecht: handhaving d.m.v. leedtoevoeging...................................3
§1.4 het legaliteitsbeginsel.................................................................................................................4
Hoofdstuk 2 materieel strafrecht: de structuur van het strafbare feit...................................................4
§2.1 inleiding......................................................................................................................................4
§2.2 vier voorwaarden voor strafbaarheid.........................................................................................4
§2.3 bestanddelen en elementen.......................................................................................................5
§2.4 delictsvormen.............................................................................................................................5
§2.5 misdrijven en overtredingen.......................................................................................................6
Hoofdstuk 3 materieel strafrecht: opzet en schuld................................................................................6
§3.1 inleiding......................................................................................................................................6
§3.2 opzet (dolus)...............................................................................................................................6
§3.3 schuld (culpa)..............................................................................................................................7
§3.4 culpa in causa.............................................................................................................................8
Hoofdstuk 4 materieel strafrecht: causaliteit.........................................................................................8
§4.1 inleiding......................................................................................................................................8
§4.2 het causaal verband....................................................................................................................9
§4.3 het belang van causaliteit...........................................................................................................9
Hoofdstuk 5 materieel strafrecht: inperking strafbaarheid (strafuitsluitingsgronden).........................10
§5.1 inleiding....................................................................................................................................10
§5.2 strafuitsluitingsgronden............................................................................................................10
§5.3 rechtvaardigingsgronden..........................................................................................................10
§5.4 schulduitsluitingsgronden.........................................................................................................11
§5.5 aanvullende voorwaarden voor strafuitsluitingsgronden proportionaliteit en subsidiariteit...12
Hoofdstuk 7 formeel strafrecht: inleiding en hoofdrolspelers in het strafprocesrecht........................12
§7.1 inleiding....................................................................................................................................12
§7.2 het strafprocesrecht.................................................................................................................12
§7.3 hoofdrolspelers in het strafprocesrecht: de verdachte, het OM, de politie, de rechter en de
advocaat...........................................................................................................................................13
Hoofdstuk 8 formeel strafrecht: de strafprocedure (opsporing, vervolging en berechting).................16
§8.1 inleiding....................................................................................................................................16
, §8.2 voorbereidend onderzoek........................................................................................................16
§8.4 de berechting en tenuitvoerlegging..........................................................................................19
Hoofdstuk 12 formeel strafrecht: de berechting III (beslissingsmodel 348/350)..................................20
§12.1 inleiding..................................................................................................................................20
§12.2 de vier vragen van art. 348 Sv.................................................................................................20
§12.3 de vier vragen van art. 350 Sv.................................................................................................22
Aantekeningen HC 4.............................................................................................................................24
Aantekeningen HC 5.............................................................................................................................26
Aantekeningen HC 6.............................................................................................................................28
Hoofdstuk 1 algemene inleiding: wat is strafrecht?
§1.1 inleiding
Om ons heen (radio/televisie etc) gaat erg veel over strafrecht, ook al heb je dat soms zelf niet door.
Maar hoe is het Nederlands strafrecht nou eigenlijk geregeld?
, §1.2 strafrecht: begripsvorming
Basisbegrippen:
Materieel strafrecht: de regels zelf wetboek van strafrecht
Formeel strafrecht: handhaving van de regels (strafprocesrecht) wetboek van
strafvordering
Commuun strafrecht: de twee bovengenoemde wetboeken
Bijzonder strafrecht: strafrechtelijke bepalingen die over heel specifieke onderwerpen gaan
en in aparte wetten zijn opgenomen (bv Opiumwet)
§1.3 doel van het Nederlands strafrecht: handhaving d.m.v.
leedtoevoeging
Strafrecht is niet normstellend, maar legt alleen sancties op gedrag wat in strijd is met bepaalde
rechtsnormen. Je zult nergens lezen dat je niet mag stelen, alleen wel dat je gestraft wordt wanneer
je dit wel doet.
1.3.1 handhaving van rechtsnormen
We hebben bepaalde gedragsnormen over hoe jij je behoort te gedragen, wanneer deze worden
opgeschreven zijn dit rechtsnormen. Slechts rechtsnormen kunnen bestraft worden.
1.3.2 strafrechtstheorieën
Er moet voorkomen worden dat men opzettelijk leed toebrengt aan een ander (d.m.v. straf) we zelf
een strafbaar feit ondergaan. Daarom zijn er verschillende theorieën die dit legitimeren.
Vergeldingstheorie: ‘overheid moet wraak nemen op diegene die onrecht pleegt’. Wie
onrecht is aangedaan mag dit zelf met precies hetzelfde onrecht terugdoen (wordt
teruggedaan door de Staat). Dit is een absolute theorie: straf vindt zijn grondslag in het
misdrijf (onrecht moet worden hersteld).
Preventietheorie: met het straffen van personen die een strafbaar feit ondergaan voorkomen
we dat anderen strafbare feiten gaan plegen. Dit is een relatieve theorie: het beoogt een
bepaald doel i.p.v. alleen vergelding.
- Generale preventie: er moet worden gezien door het volk dat iemand gestraft wordt
voor een strafbaar feit. Zorgt er dus voor dat anderen buiten de misdadiger om een
strafbaar feit zouden plegen.
- Speciale preventie: zorgen dat de misdadiger zelf niet nog een keer een strafbaar
feit pleegt. Dit is de absolute preventiegedachte. Taakstraf is hier een bekend
voorbeeld van. Strafrecht werkt bij deze theorie op 3 manieren:
1. Afschrikking dader
2. Verbetering gedrag dader
3. Dader tijdelijk uit de samenleving = vooruitgang voor samenleving
1.3.3 geweldsmonopolie bij de overheid: het voorkomen van eigenrichting
Art. 113 Gw: bestraffing door vrijheidsberoving is exclusief voorbehouden aan een onpartijdige
benoemde rechter. Van de overheid wordt verwacht dat zij een algemeen en publiek belang dient en
iedereen gelijk behandelt en daarom heeft zij de geweldsmonopolie.
1.3.4 de ultiem remedium-gedachte