Week 13
Leerdoelen
De student kent:
1. Algemene eigenschappen, bouw, fysiologie en classificatie van bacteriën en schimmels
2. Microbiota: De distributie en kolonisatie van micro-organismen in en op het lichaam
3. Eerste afweer: Barrières van het lichaam voor infectieuze agentia
4. Kolonisatie versus infectie: Factoren die de balans tussen kolonisatie en infectie door micro-
organismen kunnen beïnvloeden
5. De belangrijkste verwekkers bij de volgende ziektebeelden: cellulitis en pneumonie en het
toepassen van antibiotica bij deze ziektebeelden.
6. Algemene principes van de bouw en functie van het immuunsysteem
7. De barrières van het lichaam en aangeboren immuniteit
Bacteriën
• Enkelcellig, prokaryoten, circulair ds DNA zonder celkern (ds = dubbelstrengs)
• 1 tot 2 plasmamembranen
• Mobiel; m.b.v. flagella en pili.
• Reproductie met binaire deling
• Veel metabole patronen, zowel aeroob als anaeroob
• Bacteriën geven energie aan hun membraan; in membraan dus metabole functies omdat er
een potentiaalverschil is (proton motive force)
• Geen chromosomen, maar DNA ligt in moleculen genaamd plasmiden (hier ook vaak
resistentiegenen)
• Geen organellen, alleen ribosomen voor eiwitsynthese
• M.b.v. gram kleuring verschil tussen grampositieve en gramnegatieve bacteriën (identificatie)
Grampositief
− Peptidoglycanen vormen een dikke laag en kunnen andere macromoleculen bevatten.
− Hydrofiel oppervlakte, resistentie gal activiteit van de darm.
− De laag wordt afgebroken door lysosomen.
− Waxlaag uit complexe lipiden -> resistentie droogheid en andere milieufactoren en verandert
de kleureigenschappen van de bacterie
− Extern aan celwand zit capsule van polysachariden dat zorgt voor een slijmerig oppervlakte.
Hierdoor wordt de bacterie beschermd tegen fagocytose van gastheercellen.
Gramnegatief