GHU-2A, 1848850
Critically Appraised Topic
CURSUS 7 ZORG VERLENEN BIJ CIRCULATIESTOORNISSEN
GHU-V2CURSUS7-24_TOETS2
Huidtherapie Voltijd
Cursuscoördinatoren: Laurie Dobbelaer, Nicole Ta
07-04-2025
Voorwoord
Dit zorgtraject is opgesteld naar aanleiding van cursus 7, ‘Zorg verlenen bij
circulatiestoornissen,’ en richt zich op het evalueren van de effectiviteit van
bewegingstherapie
2.992 woorden in combinatie met compressietherapie bij wondgenezing. Het onderzoek
is gebaseerd op het zorgtraject van een fictieve casus en wordt door middel van een
,Critically Appraised Topic (CAT) onderbouwd vanuit de praktijk, patiënt en
wetenschappelijke literatuur.
Inhoudsopgave
Voorwoord............................................................................................................. 1
1. Klinisch scenario................................................................................................ 4
2.1. Methode......................................................................................................... 5
PIO...................................................................................................................... 5
, Zoekstrategie..................................................................................................... 6
2.2. Resultaten.................................................................................................... 11
Kritische beoordeling........................................................................................ 11
Kritische reflectie............................................................................................. 15
3. Behandelplan.................................................................................................. 16
4. Conclusie......................................................................................................... 25
Aanbeveling..................................................................................................... 25
Literatuurlijst....................................................................................................... 26
Bijlagen............................................................................................................... 30
Bijlage A: Peerfeedback PIO.............................................................................30
Bijlage B: HMH dossiergegevens casus Ulcus Cruris Venosum.........................30
Bijlage C: CBO-lijst SR-RCT...............................................................................40
Bijlage D: CBO-lijst RCT...................................................................................... 0
, 1. Klinisch scenario
Het ulcus cruris venosum is het eindstadium van chronische veneuze insufficiëntie en
manifesteert zich als een slecht genezende wond aan de mediale zijde van het onderbeen,
net boven het enkelgewricht (Žulec et al., 2019). De aandoening ontstaat door een
verminderde werking van de kuitspierpomp, waardoor het bloed onvoldoende terugstroomt
naar het hart (Zhang et al., 2023). Dit leidt tot ophoping van bloed in de onderste
extremiteiten, waardoor capillaire wanden uitzetten en grote moleculen in de dermis en het
onderhuidse vetweefsel lekken. Dit kan, naast een ulcus, resulteren in aandoeningen zoals
varices, oedeem, lipodermatosclerose en atrofie blanche (Gethin et al., 2021).
Een ulcus cruris venosum is de meest voorkomende ulcus-gerelateerde aandoening aan de
onderbenen (Žulec et al., 2019). De geschatte levenslange prevalentie in de westerse
bevolking is 1%, oplopend tot 3-4% bij 65-plussers. De prevalentie onder mensen jonger
dan 65 jaar is in de afgelopen 20 jaar verdubbeld, van 0,3% naar 0,6% (Gethin et al., 2021).
Door de toenemende prevalentie is een verbetering van de zorg voor chronische veneuze
insufficiëntie noodzakelijk. De NHG-richtlijnen (2010) beschouwen compressietherapie als
de goudenstandaard. Hierbij worden vaak korte-rekzwachtels gebruikt met een druk van 17-
20 mmHg tot 40 mmHg. Een correcte uitvoering door gespecialiseerde zorgprofessionals,
zoals huid- of oedeemtherapeuten, is essentieel (Mościcka et al., 2018). Correct
uitgevoerde compressietherapie leidt bij 50% van de patiënten binnen 24 weken tot
volledige wondgenezing, maar bij 30% blijft de ulcus zelfs na een jaar open (Klonizakis et
al., 2018). Factoren die de genezing belemmeren zijn onder andere een grotere
ulcusoppervlakte, langere ulcusduur, onvoldoende compressie, verminderde mobiliteit,
beperkte enkelbeweging, slechte voeding en een hogere leeftijd (Gethin et al., 2021).
Vanwege deze factoren is multidisciplinaire samenwerking en tijdige doorverwijzing cruciaal.
Huidtherapeuten spelen een belangrijke rol bij de behandeling van CVI door het toepassen
van compressietherapie en het begeleiden van patiënten. Dit draagt bij aan een effectievere
behandeling en helpt complicaties zoals een ulcus cruris venosum te voorkomen (NVDV &
WCS, 2015). Vroege herkenning van CVI-symptomen door zorgverleners, waaronder
huisartsen, is hierbij van groot belang (Davies, 2019). Daarnaast is het essentieel om
aanvullende therapieën te onderzoeken die de wondgenezing kunnen ondersteunen. Een
eenvoudige en kosteneffectieve interventie is het toevoegen van bewegingsoefeningen aan
de standaardbehandeling.
Recente onderzoeken van Smith et al. (2017) en Kulprachakarn et al. (2022) suggereren dat
bewegingsoefeningen in combinatie met compressietherapie de wondgenezing kunnen
verbeteren. Aangezien een ulcus cruris venosum voornamelijk ontstaat door een
verminderde werking van de kuitspierpomp, kunnen gerichte bewegingsoefeningen helpen
deze spierpomp te activeren en zo de veneuze terugstroom naar het hart te verbeteren.
Om deze aanvullende interventie te onderzoeken, staat in deze CAT het zorgtraject van een
67-jarige vrouw met een ulcus cruris venosum centraal (zie Bijlage B in Gradework). De
vrouw heeft al 11 maanden een ulcus aan haar rechteronderbeen, ontstaan na een kleine
huidbeschadiging. Haar voorgeschiedenis, met varices, hyperpigmentatie en atrofie
blanche, wijst op onderliggende veneuze insufficiëntie. Ze heeft bilateraal oedeem, dat
verergert bij lang staan en afneemt bij elevatie. Ondanks compressietherapie en wondzorg
blijft genezing uit, wat haar fysieke activiteit belemmert en leidt tot gewichtstoename en
frustratie.
Deze casus roept de vraag op of begeleide bewegingstherapie, in combinatie met
compressietherapie, een beter resultaat oplevert voor de wondgenezing. Hieruit is de
volgende onderzoeksvraag geformuleerd: