100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4.2 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting Biologische grondslagen: neuropsychologie + psychofarmaca (NIEUW BOEK)

Puntuación
5.0
(1)
Vendido
10
Páginas
40
Subido en
15-08-2025
Escrito en
2025/2026

Volledige samenvatting van alle tentamenstof voor het vak. Samenvatting opgebouwd per leerdoel van de verschillende thema’s. Met onder andere: - Samenvatting van het boek: klinische neuropsychologie (IBSN: 9789024444779), Hoodstuk: 1,2,3,4,5,6,7,8,9,12,13,14,15,19,20,21. - Samenvatting van de overige PDF-bestanden die als tentamenstof genoemd worden op Brightspace, zoals Kenemans et al. - Samenvatting van de opdrachten op Brightspace Ook antwoorden van de oefententamens in de samenvatting verwerkt.

Mostrar más Leer menos
Institución
Grado













Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
15 de agosto de 2025
Número de páginas
40
Escrito en
2025/2026
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

Thema 1: Introductie
Belangrijke bijdragen aan de ontwikkeling van de hedendaagse neuropsychologie omschrijven
Belangrijke begrippen uit de neuropsychologie uitleggen aan de hand van een voorbeeld
Het wetenschappelijk gebied van de neuropsychologie en de neuropsychologische praktijk
omschrijven
Uitleg geven over vormen van herstel en behandeling binnen de neuropsychologie
Uitleg geven over de opbouw van neuronen, de anatomie en de functionele kenmerken van het
menselijk brein
De kenmerken, voordelen en nadelen van de verschillende beeldvormingstechnieken toelichten.

Thema 1.1 Historische mijlpalen

Aristoteles: vooral het hart belangrijk, hersenen een orgaan dat niet van belang is.
Hippocrates: eerste die hersenen koppelde aan intellect, zintuigen, kennis en emoties.
Herophilus, 4e eeuw voor Christus, Ventrikelleer: ventrikels (met vocht gevulde holtes in de hersenen)
waarin de waarneming, het begrijpen en het geheugen zich bevindt.
Descartes: dualistisch standpunt, waarbij de ratio (geest) gescheiden is van het lichaam.

De ideeën van Franz Joseph Gall en zijn bijdrage aan de ontwikkeling van de hedendaagse
neuropsychologie beschrijven
Joseph Gall (rond 1800) maakte een grote stap in de richting van differentiatie van mentale functies
en de lokalisatie in de hersenen.
o Frenologie: de mens bezit verschillende mentale functies en die functies zijn
onafhankelijk van elkaar terug te voeren op specifieke, zelfstandig functionerende delen
van de hersenen die zich aan de buitenzijde van de hersenen bevinden. (Taalknobbel >
grootte van het gebied heeft invloed op de capaciteit)

Beschrijven hoe casussen van patiënten met hersenbeschadigingen steun gaven aan de
lokalisatietheorie en wat de bijdrage was van Paul Broca en Carl Wernicke hieraan
Patiënten met hersenbeschadiging toonden aan dat mentale functies inderdaad gelokaliseerd zijn op
een specifieke plaats in de hersenen.
 Patient Phineas Gage: kreeg een ijzeren staaf door zijn schedel, door de linker frontaalkwab.
Veel hersenfuncties werkten nog goed; geheugen, bewegen en spreken. Maar zijn
persoonlijkheid was aangetast, vooral op sociaal gebied was hij niet meer zoals hij was.
 Paul Broca: onderzocht een patiënt die alleen nog ‘tan’ kon zeggen, kwam door schade aan
de linker frontaalkwab. Dit gedeelte bleek relevant bij spraak. Het gebied heet nu ‘gebied van
Broca’.
 Carl Wernicke: onderzocht patiënten met schade aan de linker temporaalkwab die nog wel
vloeiend konden spreken, maar de woorden die ze spraken niet meer begrepen. Kwam ook tot
de conclusie dat schade aan de verbindingsbanen tussen verschillende hersengebieden ook tot
specifieke functiestoornissen zouden leiden.

De functionele theorie van Alexandr Luria en zijn bijdrage aan de ontwikkeling van de hedendaagse
neuropsychologie beschrijven.
Functionele theorie: de gebieden in de hersenen zijn betrokken bij 3 basisfuncties die met elkaar
interacteren. Alle informatie wordt verwerkt in 3 georganiseerde zones: primair, secundair en
tertiair.

Subcorticale hersengebieden (o.a. hersenstam): Regulatie van arousal en aandachtsprocessen
(activatie).
Posterieure gebieden: verwerken van informatie die via de zintuigen binnenkomt (input).
Anterieure gebieden: planning, regulatie en monitoring van doelgerichte activiteiten (output).

,Alexandr combineerde de holistische visie met de lokalisatietheorieën tot een globale
functietheorie.
Thema 1.2 Neuropsychologische wetenschappen

De empirische cyclus beschrijven
De empirische cyclus bestaat uit 5 fasen die elkaar opvolgen:
1. Observatie: een waarneming die leidt tot een onderzoeksvraag.
2. Inductie: formuleren van hypothesen waarin de observatie wordt vertaald naar een
algemene regel of theorie (voorlopig antwoord op de onderzoeksvraag, gebaseerd op eerdere
bevindingen uit de literatuur).
3. Deductie: er wordt een onderzoek opgezet waarin een voorspelling wordt gedaan over wat
er verwacht wordt in de specifieke situatie van het onderzoek. Er vindt operationalisering
plaats.
4. Toetsen: Verzamelen van data.
5. Evaluatie: resultaten worden geïnterpreteerd en er worden conclusies getrokken.

Aangeven welke typen vraagstellingen aan de orde zijn binnen het wetenschappelijk gebied van de
neuropsychologie en deze toepassen
Toegepaste vraagstellingen: hebben een direct nut. Bijvoorbeeld het vergroten van kennis over een
ziektebeeld, het verbeteren van de diagnostiek of de behandeling van een stoornis.
Fundamentele vraagstellingen: zijn gericht op het vergroten van kennis. Bijvoorbeeld het begrijpen
van gedrag van patiënten met hersenschade adv cognitieve modellen of theoretische modellen.

De begrippen enkelvoudige dissociatie en dubbele dissociatie toepassen
Enkelvoudige dissociatie: Een patiënt presteert slecht op taak A maar goed op taak B → wijst op dat
de functies mogelijk gescheiden zijn.
Dubbele dissociatie: Twee patiënten: patiënt 1 slecht op taak A, goed op B; patiënt 2 precies
andersom → sterk bewijs dat taken/functies onafhankelijk zijn van elkaar.

Beschrijven welke onderzoeksdesign kenmerkend zijn binnen de neuropsychologie en welke kwesties
van belang zijn bij het bepalen van de kwaliteit van studies.
Kwaliteit van studies wordt gemeten aan de hand van de betrouwbaarheid en validiteit van een
studie. Daarnaast wordt een passende steekproef berekend met een poweranalyse. Wetenschap
moet toegankelijk zijn, zodat de reproduceerbaarheid van een onderzoek en repliceerbaarheid van
bevindingen getoetst kan worden.

Verschillende onderzoeksdesigns:
 Review en meta-analyse: schetsen een breder beeld van de huidige stand van de wetenschap
over een bepaald onderwerp (wat is er al onderzocht?).
 RCT (randomized controlled trial): proefpersonen worden willekeurig en dubbelblind
toegewezen aan een van de interventiegroepen. Met experimentele groep en
placebo/controlegroep. Met dubbelblinde toewijzing.
 Cross-over: Een type RCT, maar proefpersonen krijgen niet 1 maar meerdere interventies.
 Multiple baseline: doen van meerdere voormetingen om vast te stellen wat de baseline is en
hoe/of herstel verloopt.
 Longitudinaal: wordt gebruikt om gedragingen over herhaalde metingen in een korte of
langere tijdsperiode te onderzoeken.
 Cross-sectioneel: dwarsdoorsnede onderzoek > metingen worden op 1 moment gedaan.
 Case-control: een groep mensen met een bepaalde aandoening wordt onderzocht en
vergeleken met een groep zonder die aandoening.
 Gevalsstudies: een of meerdere personen worden grondig bestudeerd.

,Thema 1.3 Neuropsychologische prakti jk

Het werkgebied van de neuropsycholoog omschrijven
Een neuropsycholoog onderzoekt de relatie tussen hersenen en gedrag. In de praktijk richt dit zich op
het analyseren, onderzoeken, diagnosticeren en behandelen van cognitieve, emotionele en
gedragsveranderingen als gevolg van hersenbeschadiging of -stoornissen (bijv. NAH, dementie,
ADHD). In o.a. het ziekenhuis, een revalidatiecentrum, de GGZ en de forensische zorg. Maar ook het
ontwikkelen, toepassen en evalueren van vormen van begeleiding en behandeling.

Beschrijven welke typen van vraagstellingen worden beantwoord binnen de neuropsychologische
praktijk
Vraagstelling over diagnostiek, inzicht in leerbaarheid van de patiënt, of iemand weer veilig naar huis
kan, risicotaxatie etc.

Beschrijven hoe een neuropsychologisch onderzoek verloopt
Volledige hypothese toetsende diagnostische cyclus:
1. Verwijzing en vraagstelling
2. Dossieronderzoek: wat is er al eerder onderzocht? Voorgeschiedenis patiënt?
3. Formuleren van hypothesen
4. Anamnese gesprek: verdieping op klachten die ervaren worden
5. Heteroanamnese: gesprek met naasten van patiënt
6. Psychometrisch testonderzoek
7. Observaties
8. Conclusie en advies

De begrippen betrouwbaarheid, validiteit en onderpresteren toepassen, en uitleggen hoe tests van
onderpresteren werken
Betrouwbaarheid: elke keer dezelfde uitkomst bij 1 test
Test-hertest: in welke mate komt een test tot hetzelfde resultaat als hij op verschillende momenten
bij eenzelfde patiënt wordt afgenomen?
Interbeoordelaar-betrouwbaarheid: komen verschillende onderzoekers tot hetzelfde oordeel?

Validiteit: meten wat je wil meten
Face-validity: de mate waarin een test op het eerste gezicht meet wat hij moet meten.
Inhoudsvaliditeit: is de test representatief voor wat je wil meten? (Heb je de goede test gekozen?).
Begripsvaliditeit: de mate waarin het resultaat van de test ook daadwerkelijk een indicatie is van het
onderwerp waar de onderzoeker uitspraak over wil doen.
Criterium validiteit: de mate waarin een test de prestatie van een patiënt kan voorspellen op een
extern criterium.
Ecologische validiteit: in welke mate de test voorspelt hoe een patiënt functioneert in zijn eigen
omgeving.

Stoorfactoren: factoren die invloed hebben op de uitslag van de test, zoals visuele beperkingen,
vermoeidheid, taalproblemen of gehoorproblemen.
 Een patiënt kan zelf ook een vertekend beeld geven van de klachten, dat kan leiden tot
onderpresteren op een test of overrapportage van klachten.
Het is moeilijk om vooraf te voorspellen of een patiënt onderpresteert of niet.

,  In kaart te brengen door: speciaal ontwikkelde prestatie-validiteitstaken, worden
gepresenteerd als moeilijke taken, maar zijn niet moeilijk en gebruikt te maken van ingebouwde
validiteitsindicatoren, waarbij wordt gekeken naar onwaarschijnlijke presentaties bij reguliere
tests.

Omschrijven met welke aspecten rekening moet worden gehouden binnen de neuropsychologische
diagnostiek
 Het geven van een uitgebreide uitleg over de procedure + wijzen op rechten patiënt.
 Rekening houden met culturele verschillen en gebruik maken van testmateriaal dat geschikt
is voor mensen met diverse culturele achtergronden.
 Rekening houden met secundaire cognitieve klachten.

De relatie tussen neuropsychologie en wetenschappelijk onderzoek omschrijven
Het wetenschappelijk onderzoek is de basis voor alle testen, diagnostiek en behandelingen in de
neuropsychologische praktijk.

De verschillende kenmerken en vormen van herstel omschrijven
Herstel: de vooruitgang in het functioneren na het optreden van hersenletsel.

2 soorten herstel:
Spontaan herstel: vindt vooral plaats in de eerste 12-14 weken (neuronaal herstel), nog voordat er
actief en gericht wordt behandeld. Het spontane herstel vooral op het gebied van motoriek, taal en
neglect.
 De veranderingen die optreden in de hersenen in de spontane-herstelfase verschillen per
persoon. Dit heeft te maken met neuroplasticiteit.
 Het meeste herstel is in de eerste 3 tot 6 maanden na letsel, daarom wordt er vaak al snel
gestart met o.a. fysio en logopedie.

Spontaan herstel komt bijvoorbeeld door het aanleggen van nieuwe synaptische verbindingen:
synaptogenese. Of het verbeteren van de doorbloeding van aangedaan gebied: reperfusie.

Functie herstel (injury induced changes): herstel op basis van plastische veranderingen (herstellen
beenbreuk).
Functioneel herstel: verbeterd functioneren op basis van gedragsverandering (lopen met krukken).

Murphy en Corbett (2009): 2 mechanismen die herstel op neuronaal niveau mogelijk maken:
1. Diffuse en redundante connectiviteit: hersensignalen kunnen via meerdere routes verstuurd
worden, doordat neuronen die betrokken zijn bij complexe cognitieve functies (bv. Geheugen) niet in
1 hersengebied gelokaliseerd zijn.
2. Remapping: sensorische en motorische signalen lopen na schade in de hersenen via een ander
corticaal gebied dan daarvoor. Daardoor ontstaan nieuwe verbindingen tussen de corticale
gebieden.
 Of er veranderingen qua activatie in verschillende hersengebieden kan onderzocht worden
door non-invasieve hersenstimulatie. Waarbij specifieke corticale gebieden gestimuleerd of juist
geremd worden.

Ervaringsafhankelijk herstel (experience dependent changes): herstel door het creëren van nieuwe
functionerende verbindingen door gebruik te maken van plasticiteit door leren. Netwerken en
verbindingen in hersenen worden voortdurend geremodelleerd om nieuwe ervaringen op te slaan en
nieuw gedrag mogelijk te maken.
 Leren gaat samen met veranderingen in het centraal zenuwstelsel, waarbij verbindingen
gelegd worden tussen neuronen die gelijktijdig geactiveerd worden.

,Breinreserve: individuele neuro-anatomische verschillen die kunnen leiden tot specifieke structurele
en functionele eigenschappen van de hersenen, waardoor de cognitieve functies worden behouden
ondanks schade.
Cognitieve reserve: cognitieve capaciteit en vaardigheden die zijn verworven voordat iemand
hersenschade oploopt. Hierdoor ontstaat een soort buffer waarmee schade aan de hersenen en de
gevolgen gecompenseerd kunnen worden.

Kennis over neuroplasticiteit toegepast in behandeling van hersenletsel:
1. Use it or lose it: hersenen moeten gestimuleerd worden.
2. Use it and improve it: trainen van taken kan leiden tot plastische veranderingen.
3. Specifiteit: belangrijk om te trainen op specifieke functies.
4. Herhaling: nieuw gedrag moet voldoende herhaald worden om plastische verandering te krijgen.
5. Intensiteit: training moet voldoende intensief zijn voor plastische verandering.
6. Tijd: proces moet over een langere periode plaatsvinden.
7. Salience: ervaring moet belangrijk en relevant zijn om verwerkt en opgeslagen te worden. Bv door
beloning na taak.
8. Leeftijd: Kennard-principe: hoe jonger de schade, hoe beter. Anderson: beter later schade, omdat
de hersenen dan al beter ontwikkeld zijn.
9. Transfer: hoe zijn bepaalde plastische veranderingen in een bepaald hersennetwerk ondersteund?
10. Interferentie: zelf-aangeleerd gedrag als reactie op het letsel kan leiden tot niet-gewenste
plasticiteit waardoor dit gedrag versterkt wordt.

Behandeling na hersenletsel is vooral gericht op de ervaringsafhankelijke verandering op
gedragsniveau: het opnieuw leren van oude vaardigheden, het aanleren van nieuwe vaardigheden en
het compenseren voor blijvende stoornissen.

De verschillende modellen en vormen van neuropsychologische revalidatie beschrijven
ICF-model: international classification of functioning, disability and health model
In het model wordt op drie verschillende niveaus naar het menselijk functioneren gekeken:
1. perspectief van het menselijke organisme (functies en anatomische eigenschappen).
2. perspectief van het menselijk handelen (activiteiten).
3. perspectief van de mens als deelnemer aan het maatschappelijke leven (participatie).

Wordt binnen de neuropsychologie gebruikt om te inventariseren op welke niveaus van het
functioneren er behandeldoelen gesteld moeten worden.

Belangrijke termen met betrekking tot revalidatie toepassen
Cognitieve revalidatie: een proces waarbij personen met hersenletsel samenwerken met
gezondheidszorg-professionals om cognitieve beperkingen als gevolg van hersenschade te
verbeteren of verminderen.
 Restauratieve model: het nastreven van herstel op het niveau van de hersenen, door
training. Waarbij de aangedane cognitieve functie hersteld kan worden.
o Cognitieve functietraining: de ervaring die moet leiden tot veranderingen en herstel
in de hersenen. O.a. door het herhaaldelijk uitvoeren van dezelfde taak.
 Vooral verbetering op de taak die dan uitgevoerd wordt (near transfer) niet
op de taak in het dagelijks leven (far transfer).
 Wanneer patiënt in staat is het geleerde in te zetten in dagelijks leven:
generalisatie.
 Compensatoire model: draait niet om het repareren van cognitieve stoornissen, maar om het
aanleren van strategieën om te compenseren voor de beperkingen in het dagelijks leven.

, o Wordt het meeste gebruikt in de klinische praktijk. Door middel van;
vaardigheidstraining, conditionering en omgevingsaanpassing.
o Strategietraining vergt meer van de leercapaciteit dan functietraining.

Neuropsychologische revalidatie: neuropsycholoog richt zich niet alleen op de cognitieve gevolgen,
maar ook op de emotionele, psychosociale en gedragsmatige problemen. Samen met patiënt en
naasten. Door bijvoorbeeld; psycho-educatie en lotgenotencontact.
 Neuropsychotherapie: het gestructureerd en methodisch toepassen van
psychotherapeutische interventies bij patiënten met hersenaandoeningen (en hun naasten).


Thema 1.4 Anatomie en beeldvorming

De grove anatomie van het menselijk brein toelichten (figuren A t/m I van het tekstboek)
Zie lesboek; pagina 19 t/m 26

De verschillende beeldvormingstechnieken toelichten; hun kenmerken, en sterke en zwakke kanten
Structurele radiologische beeldvorming: technieken met een (over het algemeen) hoge spatiele
revolutie.
 Computertomografie (CT): brengt hersenweefsel in beeld via röntgenstralen, maakt ‘plakjes’
van de hersenen.
o Vaak gebruikt om beeld te schetsen van hersenweefsel bij acute ziekenhuisopname.
Kan o.a. het watergehalte van het hersenweefsel in kaart brengen.
o Er kan gebruik gemaakt worden van een contrastmiddel om de hersenen of
bloedvaten beter af te beelden. En doorbloeding van de hersenen kan gekwantificeerd
worden.
 Tekortkoming: beperkt onderscheidend vermogen in het hersenweefsel
(subtiele afwijkingen in witte en grijze stof zijn niet te zien).

 Magnetische resonantie (MRI): nauwkeurig in kleine hersenbieden kijken naar de opbouw en
functie van hersenweefsel, zonder ioniserende straling te gebruiken.
o Techniek is onschadelijk, daardoor goed voor kinderen en herhaaldelijk gebruik.
o Samenstelling en structuur wordt berekend door het relaxatiesignaal (het proces
waarbij de opgenomen energie van protonen weer wordt afgegeven).

Functionele radiologische beeldvorming: functionele technieken die de neurobiologische processen
van de hersenen in kaart brengen.
 FLAIR-sequentie: nuttig bij detectie van subtiele veranderingen rondom de hemisferen en in
het periventriculaire gebied.
 Diffusie-gewogen MRI: de moleculaire diffusie in de hersenen (beweging van
watermoleculen).
 Perfusie-MRI: onderzoeken hoe goed de doorbloeding is.
 Functionele MRI: activiteit in de hersenen wordt zichtbaar door de MRI-scanner. Hierbij
wordt gekeken naar de toevoer van zuurstofrijk bloed bij beweging. De eigenschappen van
zuurstofarm en zuurstofrijk bloed kunnen onderscheiden worden waardoor activiteit in bepaalde
hersendelen gezien wordt. Gebruik van het BOLD-response.
 Magnetische-resonantie-spectroscopie: de moleculaire samenstellingen in de hersenen
wordt in vivo bestudeerd. De chemische samenstelling van normaal weefsel wordt vergeleken
met de samenstelling van afwijkend weefsel.
Nucleaire beeldvorming: functionele technieken met radioactieve stoffen. Hoge temporele resolutie,
maar lage spatiele resolutie.
$9.61
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Reseñas de compradores verificados

Se muestran los comentarios
1 mes hace

5.0

1 reseñas

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0
Reseñas confiables sobre Stuvia

Todas las reseñas las realizan usuarios reales de Stuvia después de compras verificadas.

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
hildemars Open Universiteit
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
29
Miembro desde
7 año
Número de seguidores
2
Documentos
5
Última venta
3 días hace
Samenvattingen en opdrachten van de OU

Hi, Ik hoop via Stuvia medestudenten te kunnen helpen met het behalen van hun vakken, door mijn samenvattingen en opdrachten online te zetten. Mocht je vragen hebben over hoe een bepaalde samenvatting eruit ziet oid, stuur me gerust een berichtje. Liefs, Hilde

5.0

1 reseñas

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes