Basisvakdagen (week 8)
Leerdoelen
De student kent:
• de basisprincipes van de fysiologie
• het autonome zenuwstelsel en de rol van het bijniermerg
• de functie van het glad spierweefsel
• de belangrijkste functies van bloed, met name het gastransport en de rol die hemoglobine
hierbij speelt
• de fysiologie van gasuitwisseling in de longen
• het bouwplan van het lichaam en de logica in anatomische terminologie,
met bijzondere aandacht voor de relatie embryologie (terugblik week 2)
en volwassen anatomie, de relatie skelet en naamgeving van omliggende
structuren, overeenkomsten in de bouw van arm en been
Het lichaam bestaat uit 35-40 trillion cellen en voor 60% uit vloeistof (water,
ionen), waarvan het meeste (circa 40%) intracellulair. Het extracellulaire
vloeistof bevindt zich tussen de cellen (interstitiële vloeistof + bloedplasma) en is
het interne milieu van het lichaam (bevat ionen en voedingsstoffen die cellen in
leven houden). Microbiota (micro-organismen in het lichaam, zoals darmflora)
kunnen ziektes veroorzaken, maar leven meestal in vrede met hun gastheer.
Extracellulaire vloeistof -> vooral natrium, chloride, bicarbonaat, O2, glucose,
vetzuren, aminozuren, CO2
Intracellulaire vloeistof -> vooral kalium, magnesium, fosfaat
Homeostase is het behoud van constante condities in het interne milieu. Bloed
stroomt door het gehele lichaam en er vindt wisseling plaats tussen capillairen en
interstitiële ruimtes van vloeistof door middel van diffusie. Diffusie vindt plaats
door de beweging van moleculen in het plasma en de interstitiële vloeistof. De
extracellulaire vloeistof wordt dus telkens gemengd met elkaar waardoor je de
homestase kunt behouden.
Orgaanstelsels en hun bijdrage in homeostase
Ademhalingsstelsel -> O2 en CO2 door alveolaire membraan
Maag- en darmkanaal -> koolhydraten, vetzuren en aminozuren, onverteerde
producten gaan met feces weg
Lever, endocriene klieren -> toxische substanties uitscheiden met feces
Nieren -> uitscheiden producten (ureum, urinezuren) die niet nodig zijn. Filteren
plasma dat door glomerulaire capillairen gaat in tubules en reabsorberen
benodigde stoffen vervolgens weer in het bloed. Stoffen zoals creatinine worden
niet gereabsorbeerd en worden met urine uitgescheiden.
Spier- en skeletstelsel -> zorgt voor bescherming en beweging
Regulaties lichaamsfuncties
➢ Zenuwstelsel (sensorische input, CZS, motorische output) met het autonome systeem
➢ Hormoonsystemen (endocriene klieren die hormonen uitscheiden) met schildklier, insuline,
adrenocorticale en parathyreoïd hormonen.