Onderzoek naar het levensverhaal in relatie met de belevingsgerichte zorg
Christelijke Hogeschool Windesheim, Zwolle
Opleiding HBO verpleegkunde
Vak verpleegkundig schrijven, VPK-PROF2.1.V019
Versie 1
Timon Langeraar
Melanie Hofsink s1142450
Datum: 08-04-2020
Klas: 106B
,De inhoudsopgave
Hoofdstuk 1: inleiding............................................................................................................................................................... 3
Hoofdstuk 2: literatuuropbrengst........................................................................................................................................... 3
2.1 persoonsgerichte zorg: praktijken van goede zorg voor ouderen......................................................................... 3
2.2 de zorg voor chronisch zieken...................................................................................................................................... 3
2.3 het nut van levensverhalen .......................................................................................................................................... 3
Hoofdstuk 3: de samenvatting van het levensverhaal van Maria van Rozen ................................................................. 4
Hoofdstuk 4: beschouwing, conclusies en ervaringen tijdens het interview ................................................................. 7
4.1 ervaringen interview...................................................................................................................................................... 7
4.2 beschouwing.................................................................................................................................................................... 7
4.3 conclusie........................................................................................................................................................................... 7
Hoofdstuk 5: het nawoord ....................................................................................................................................................... 8
Hoofdstuk 6: de literatuurlijst ................................................................................................................................................. 8
Bijlage 1: de vragenlijst............................................................................................................................................................. 9
1.1 het onderwerp: jeugd .................................................................................................................................................... 9
1.2 het onderwerp: WO II .................................................................................................................................................... 9
1.3 het onderwerp: puberteit ............................................................................................................................................. 9
1.4 het onderwerp: volwassen ........................................................................................................................................... 9
1.5 het onderwerp: algemeen ............................................................................................................................................ 9
Bijlage 2: feedbackformulier van een medestudent .........................................................................................................10
Bijlage 3: blanco beoorderlingslijst ......................................................................................................................................11
Bijlage 4: de zoekstrategie .....................................................................................................................................................13
Bijlage 5: het levensverhaal ...................................................................................................................................................14
Bijlage 6: de levenslijn van Maria van Rozen ......................................................................................................................19
, Hoofdstuk 1: inleiding
Dit verslag over het levensverhaal van Maria is geschreven door Donna Bonapart en Melanie Hofsink naar
aanleiding van het vak professioneel schrijven voor de opleiding HBO verpleegkunde van de Hogeschool
Windesheim in Zwolle. In dit verslag leest u een levensverhaal van Maria van Rozen (dit is een gefingeerde
naam), zij is een chronisch zieke oudere. Door middel van dit verslag wordt er antwoord gegeven op de
volgende centrale vraag: ‘wat is de relatie tussen het levensverhaal en de belevingsgerichte zorg aan ouderen
en/of chronisch zieken’. In het volgende hoofdstuk kunt u de door ons gebruikte literatuur lezen die is gebruikt
om een antwoord te geven op de centrale vraag. Deze literatuur is onderverdeeld in drie paragrafen, zodat de
literatuur per onderwerp kan worden onderverdeeld. In het daaropvolgende hoofdstuk kunt u een
samenvatting lezen van het levensverhaal van Maria, deze samenvatting is geschreven vanuit haar eigen
perspectief. Het originele levensverhaal en de bijbehorende tijdlijn kunt u als bijlage aan het einde van het
verslag lezen. Daarna volgt het hoofdstuk met de ervaringen, de beschouwing en de conclusie die wij
ondervonden/getrokken hebben na aanleiding van het maken van het verslag. Tot slot sluiten wij af met een
nawoord, een literatuurlijst en zes bijlages.
Hoofdstuk 2: literatuuropbrengst
2.1 persoonsgerichte zorg: praktijken van goede zorg voor ouderen
Het uiteindelijke doel van professionele zorg is dat zorgafhankelijke ouderen als unieke personen tot hun recht
(blijven) komen, daarmee wordt bedoeld dat een zorgafhankelijke oudere op hun eigen manier het leven kan
inrichten. Persoonsgerichte zorg is vaak te herkennen aan situaties waarin alle betrokkenen tevreden zijn: de
zorgvrager, de familie en naasten, de zorgverlener en zijn of haar collega’s. De kern van persoonsgerichte zorg
is de directe zorgverlening. Het gaat om het concreet zorg dragen door een zorgverlener voor een
zorgafhankelijk oudere, daarin zijn vier fases te onderscheiden: het opmerken van de vraag om zorg, het
organiseren van een antwoord op die vraag, het zorgvuldig en aandachtig geven van zorg en zorg ontvangen.
(van der Cingel & Jukema, 2014)
In de visie van persoonsgerichte zorg gaat het erom dat de oudere ervaart dat hij of zij als een uniek persoon
tot zijn of haar recht komt, daarbij staan drie onderdelen op de voorgrond: de oudere en zorgverlener als uniek
persoon, de relatie tussen een oudere en zorgverlener en de zorgcontext. Persoonsgerichte zorg wil de waarde
van een mens hooghouden, daarom wordt de zorg afgestemd op de zorgvrager. Dit wordt gedaan door
adequaat vast te stellen wat goed is en welke zorgdoelen haalbaar zijn. Als de zorgvrager zorgdoelen heeft die
haalbaar zijn en als plezierig worden ervaren vergroot dit ook meteen de tevredenheid over de geleverde zorg.
(van der Cingel & Jukema, 2014)
2.2 de zorg voor chronisch zieken
De zorg voor chronisch zieken is multidisciplinair, maar de samenwerking tussen zorgverleners en de patiënt
blijkt in de praktijk niet altijd vanzelfsprekend. Om deze samenwerking te stimuleren is het huidige beleid
gericht op een programmatische aanpak, deze aanpak wordt gekenmerkt door de volgende vier speerpunten:
beter afgestemde multidisciplinaire zorg, op elkaar aansluiten van organisatie en inhoud van de zorg, het
centraal stellen van de patiënt met eigen regie en eigen verantwoordelijkheid en een goede samenhang tussen
preventie en curatie. Het doel van deze aanpak is dat de verschillende vormen van zorg voor mens en met een
chronische ziekte geïntegreerd worden aangeboden. Verder zou deze aanpak ervoor kunnen zorgen dat er een
betere samenwerking ontstaat tussen zorgverleners. Toch zijn er een aantal punten waarbij het beleid wringt.
De ziekte specifieke ketenzorgprogramma’s lijken minder geschikt voor mensen met meerdere chronische
ziekte, hiervoor moeten er dus andere organisatorische oplossingen gevonden worden. (Ursum, Rijken,
Heijmans, Cardol, & Schellevis, 2011)
2.3 het nut van levensverhalen
Uit dit onderzoek bleek ten eerste dat informatie over het levensverhaal het beste kan worden verkregen met
behulp van een eenvoudig en flexibel in te zetten instrument, waarmee in een relatief korte tijd feiten uit een
levensverhaal kunnen worden opgevraagd en genoteerd en er wordt bij dit meetinstrument ook direct gevraag
naar de betekenis van die feiten voor de cliënt. De rol van de familie en andere naasten is bij dit proces
essentieel. Dit komt omdat veel cliënten met dementie zelf de informatie niet of nauwelijks kunnen
verschaffen. Ten tweede hebben onderzoekers ontdekt dat kennis van het levensverhaal het begrip en respect
voor de cliënt doet toenemen. Dit is vooral belangrijk bij cliënten met zgn. ‘onbegrepen gedrag’. Zorgverleners
krijgen op deze manier meer ruimte voor de cliënt en zijn minder geneigd om contact te vermijden, daarnaast