Hoofdstuk 1, Cel en weefsel
Levensverrichtingen van de cel:
Animale levensverrichtingen zijn functies het lichaam instaat stellen te reageren op plotselinge
veranderingen van de omgeving zoals; Prikkelbaarheid en beweging.
Vegetatieve levensverrichtingen zijn functies die groei, stofwisseling en voortplanting mogelijk
maken.
Functies van de cel:
Produceren en afscheiden van stoffen (kliercellen)
Samentrekken van de hart en spiercellen
Impulsen of prikkels geleiden
Groei
Stofwisseling
Voortplanting
- Chromatinekorrels, DNA en celdeling: In de celkern zit chromatine:
opgebouwd uit chromatinekorrels (eiwitten). Wanneer de celkern zich gaat delen, vormen de
korrels draden. Dat zijn de chromosomen, die bestaan uit DNA (Desoxyribo Nucleïne Acid). In
het DNA zitten de genen, die zorgen voor de erfelijke eigenschappen. Een menselijke celkern
heeft 46 chromosomen. (23 paar)
Klierweefsel: Buisvormig/trosvormig
- Excocriene klieren: Klieren met afvoerbuis
Eccriene klieren: Scheiden alleen het product af
Apocriene klieren: Scheiden product en cellichaam af
Holocriene klieren: Scheiden gehele product + cel af
- Endocriene klieren: Klieren zonder afvoerbuis, scheiden product af aan het bloed
- Endo-excocriene klieren: Scheid deels aan het bloed af, en scheiden deels via een afvoer buis
, - Talgklieren (Trosvormig): Talgklieren liggen in de lederhuid, scheiden talg uit en zijn
exocriene (holocrien) klieren.
Houdt de huid en haren vet/soepel
Beschermt de huid tegen uitdroging en vochtverlies
Vormt samen met zweet en stoffen de zuurmantel. Die beschermt het lichaam tegen
ziektekiemen.
- De zweetklieren (Buisvormig): Scheiden zweet uit, zijn eccriene, en apocrien. Zweet bestaat
voor 99% uit water en voor het overige deel keukenzout en zuren.
Regelt de lichaamstempratuur
Speelt een rol bij de uitscheiding van afvalstoffen die bij de celstofwisseling ontstaan zijn
Vormt samen met talg een huidemulsie die de zuurmantel wordt genoemd. Beschermt
tegen ziektekiemen.
Hoofdstuk 2, Skelet
Schoudergordel
Verbindingen (Vergroeiing, bindweefsel, en gewrichten)
- Beenvergroeiingen: Zijn beenstukken die met elkaar vergroeid zijn. Daarbij is het niet
zichtbaar dat de beenderen oorspronkelijk uit meerdere beenderen hebben bestaan. Deze
zijn niet beweeglijk. Het zijn de sterkste botten in het skelet. Bijvoorbeeld: De onderkaak en
de bovenkaak, het heupbeen, en het staartbeenwervel.
- Bindweefselverbindingen: Deze zijn met bindweefselvezels (collageen en elastine)
verbonden. Daar komt bijvoorbeeld een smalle bindweefselstrook voor. Deze zijn nauwelijks
of niet beweegbaar. Dit komt bijvoorbeeld bij baby’s voor.
Levensverrichtingen van de cel:
Animale levensverrichtingen zijn functies het lichaam instaat stellen te reageren op plotselinge
veranderingen van de omgeving zoals; Prikkelbaarheid en beweging.
Vegetatieve levensverrichtingen zijn functies die groei, stofwisseling en voortplanting mogelijk
maken.
Functies van de cel:
Produceren en afscheiden van stoffen (kliercellen)
Samentrekken van de hart en spiercellen
Impulsen of prikkels geleiden
Groei
Stofwisseling
Voortplanting
- Chromatinekorrels, DNA en celdeling: In de celkern zit chromatine:
opgebouwd uit chromatinekorrels (eiwitten). Wanneer de celkern zich gaat delen, vormen de
korrels draden. Dat zijn de chromosomen, die bestaan uit DNA (Desoxyribo Nucleïne Acid). In
het DNA zitten de genen, die zorgen voor de erfelijke eigenschappen. Een menselijke celkern
heeft 46 chromosomen. (23 paar)
Klierweefsel: Buisvormig/trosvormig
- Excocriene klieren: Klieren met afvoerbuis
Eccriene klieren: Scheiden alleen het product af
Apocriene klieren: Scheiden product en cellichaam af
Holocriene klieren: Scheiden gehele product + cel af
- Endocriene klieren: Klieren zonder afvoerbuis, scheiden product af aan het bloed
- Endo-excocriene klieren: Scheid deels aan het bloed af, en scheiden deels via een afvoer buis
, - Talgklieren (Trosvormig): Talgklieren liggen in de lederhuid, scheiden talg uit en zijn
exocriene (holocrien) klieren.
Houdt de huid en haren vet/soepel
Beschermt de huid tegen uitdroging en vochtverlies
Vormt samen met zweet en stoffen de zuurmantel. Die beschermt het lichaam tegen
ziektekiemen.
- De zweetklieren (Buisvormig): Scheiden zweet uit, zijn eccriene, en apocrien. Zweet bestaat
voor 99% uit water en voor het overige deel keukenzout en zuren.
Regelt de lichaamstempratuur
Speelt een rol bij de uitscheiding van afvalstoffen die bij de celstofwisseling ontstaan zijn
Vormt samen met talg een huidemulsie die de zuurmantel wordt genoemd. Beschermt
tegen ziektekiemen.
Hoofdstuk 2, Skelet
Schoudergordel
Verbindingen (Vergroeiing, bindweefsel, en gewrichten)
- Beenvergroeiingen: Zijn beenstukken die met elkaar vergroeid zijn. Daarbij is het niet
zichtbaar dat de beenderen oorspronkelijk uit meerdere beenderen hebben bestaan. Deze
zijn niet beweeglijk. Het zijn de sterkste botten in het skelet. Bijvoorbeeld: De onderkaak en
de bovenkaak, het heupbeen, en het staartbeenwervel.
- Bindweefselverbindingen: Deze zijn met bindweefselvezels (collageen en elastine)
verbonden. Daar komt bijvoorbeeld een smalle bindweefselstrook voor. Deze zijn nauwelijks
of niet beweegbaar. Dit komt bijvoorbeeld bij baby’s voor.