PRODUCTIE 1: BEELDTAAL
INTRODUCTIE:
BEELDVORMING:
Beeldvorming ≠ een beeld waarnemen
We kunnen beelden vormen in onze hersenen zonder iets te zien met onze ogen.
Voorbeeld: je doet je ogen dicht en denkt aan een boom > je ziet de boom niet, maar
het beeld vormt zich in je hersenen
Beeld = de werkelijkheid
Afbeelding = een reproductie van de werkelijkheid
Mentaal beeld = verbeelding
WAARNEMING:
Waarnemen doe je met je ogen: je ziet een beeld op je netvlies – daarna gaan je
hersenen aan de slag: het beeld wordt ontleed.
> ook dieren kunnen beelden waarnemen
FILOSOFEN EN STROMINGEN:
Veel filosofen hebben zich over beeldtaal gebogen
> Confusius, Plato, Barthes,…
Belangrijkste stromingen:
- de ‘Gestaltwetten’ (= hoe we kijken naar een beeld)
- de semiotiek (= wat de betekenis is van een beeld, hoe we begrijpen wat we zien)
- de retorica (= hoe we iemand overtuigen)
Het interpreteren van
een beeld is geen
lineair proces: de 3
theorieën vullen
elkaar aan in wille-
keurige volgorde
GESTALT:
Een goed aanvoelend, mooi beeld (goed opgebouwd) zal luisteren naar de
Gestaltwetten
Voorbeeld: iedereen vindt een symmetrisch gezicht mooi
Gestalt is het eerste niveau van interpretatie: zien
,SEMIOTIEK:
Semiotiek = de studie van het interpreteren van tekens en beelden
Semiotiek is het tweede niveau van interpretatie: we gaan interpreteren
De interpretatie is wel afhankelijk van de context waarin je het beeld bekijkt:
- omgevingssamenhang: in welke omgeving neem je het beeld waar?
- ontvangstsamenhang: hoe voel je je op het moment dat je het beeld waarneemt?
- waarden en normen: met welke socio-culturele waarden ben je opgevoed?
RETORICA:
Retorische concepten worden gebruikt om overtuigende beelden te maken – we
doen dit om een boodschap levendiger en beter begrijpbaar te maken
Voorbeeld: metaforen, stijlfiguren,…
WAAROM VISUEEL COMMUNICEREN?
1. Er is een overaanbod aan informatie
2. Onze ogen en hersenen kunnen in minder dan 1/10 seconde een visueel beeld
begrijpen
Een beeld wordt 60.000x sneller gelezen dan een tekst
3. Alles wordt visueel, beelden zijn overal
4. Men onthoudt sneller als men iets ziet (80%)
GESTALTWETTEN:
DE THEORIE BIJ BEELDEN:
Gestalt = vorm
Goed Gestalt = eenvoudig, geordend, uitgebalanceerd, verenigd, coherent,
regelmatig
> Gestalt zorgt bij visuele communicatie vooral voor orde
Gestalt gaat om de eerste indruk van een beeld, voor we het gaan interpreteren
Hoe kijken we naar een beeld?
- waarom ervaren we het ene als voorgrond en het andere als achtergrond?
- hoe en waarom zien we samenhang tussen voorwerpen?
We zien betekenisvolle en complete objecten, geen serie onafhankelijke
onderdelen
Voorbeeld: we zien een stoel, geen poten, leuning, zitgedeelte,…
Volgende wetten zijn van belang bij beelden (bij beeldtaal):
- kernachtigheid
- eenvoud
- voor- en achtergrond
- nabijheid
- overeenkomst, symmetrie, gelijke achtergrond
- geslotenheid
, - continuïteit, gelijke bestemming
Er zijn verschillende wetten: die staan niet op zichzelf maar versterken elkaar en
vullen elkaar aan. Meestal worden ze in samenspel toegepast.
Voorbeeld: IKEA heeft een volledige huisstijl en voldoet aan alle wetten (zie video)
GESTALTWET: KERNACHTIGHEID EN EENVOUD:
KERNACHTIGHEID:
= de hersenen ontleden een voorstelling van een beeld altijd in de meest eenvoudige
vormen
Wat zijn ‘de meest eenvoudige vormen’?
- vormen die we herkennen van vroeger
- gezichten
- herleiden tot het minst aantal vormen
- symmetrische vormen
Pareidolie = een psychologisch verschijnsel, een vorm van illusie waarbij iemand
een zodanige interpretatie van onduidelijke of willekeurige waarnemingen heeft, dat
hij hierin herkenbare dingen meent waar te nemen
Voorbeeld: vormen herkennen in de wolken
EENVOUD:
= voorwerpen worden waargenomen in de meest eenvoudige vorm
Eenvoud geeft ruimte (= less is more)
Het groeperen van visuele informatie geeft eenvoud en helpt ons de wereld rond ons
te ordenen
GESTALTWET: VOOR- EN ACHTERGROND, GELIJKE ACHTERGROND EN GELIJKE BESTEMMING
VOOR- EN ACHTERGROND:
= we organiseren onze waarnemingen door voor- en
achtergrond van elkaar te onderscheiden
In een afbeelding spelen sommige onderdelen een
prominente rol, andere worden naar de achtergrond
verdrongen
GESTALTSWITCH:
De ‘Gestaltswitch’ laat toe om in een afbeelding de voor- en
achtergrond te wisselen waardoor er 2 tekeningen ontstaan
- Er wordt een tweede boodschap in een afbeelding/logo gestoken
- Je ziet het of niet
INTRODUCTIE:
BEELDVORMING:
Beeldvorming ≠ een beeld waarnemen
We kunnen beelden vormen in onze hersenen zonder iets te zien met onze ogen.
Voorbeeld: je doet je ogen dicht en denkt aan een boom > je ziet de boom niet, maar
het beeld vormt zich in je hersenen
Beeld = de werkelijkheid
Afbeelding = een reproductie van de werkelijkheid
Mentaal beeld = verbeelding
WAARNEMING:
Waarnemen doe je met je ogen: je ziet een beeld op je netvlies – daarna gaan je
hersenen aan de slag: het beeld wordt ontleed.
> ook dieren kunnen beelden waarnemen
FILOSOFEN EN STROMINGEN:
Veel filosofen hebben zich over beeldtaal gebogen
> Confusius, Plato, Barthes,…
Belangrijkste stromingen:
- de ‘Gestaltwetten’ (= hoe we kijken naar een beeld)
- de semiotiek (= wat de betekenis is van een beeld, hoe we begrijpen wat we zien)
- de retorica (= hoe we iemand overtuigen)
Het interpreteren van
een beeld is geen
lineair proces: de 3
theorieën vullen
elkaar aan in wille-
keurige volgorde
GESTALT:
Een goed aanvoelend, mooi beeld (goed opgebouwd) zal luisteren naar de
Gestaltwetten
Voorbeeld: iedereen vindt een symmetrisch gezicht mooi
Gestalt is het eerste niveau van interpretatie: zien
,SEMIOTIEK:
Semiotiek = de studie van het interpreteren van tekens en beelden
Semiotiek is het tweede niveau van interpretatie: we gaan interpreteren
De interpretatie is wel afhankelijk van de context waarin je het beeld bekijkt:
- omgevingssamenhang: in welke omgeving neem je het beeld waar?
- ontvangstsamenhang: hoe voel je je op het moment dat je het beeld waarneemt?
- waarden en normen: met welke socio-culturele waarden ben je opgevoed?
RETORICA:
Retorische concepten worden gebruikt om overtuigende beelden te maken – we
doen dit om een boodschap levendiger en beter begrijpbaar te maken
Voorbeeld: metaforen, stijlfiguren,…
WAAROM VISUEEL COMMUNICEREN?
1. Er is een overaanbod aan informatie
2. Onze ogen en hersenen kunnen in minder dan 1/10 seconde een visueel beeld
begrijpen
Een beeld wordt 60.000x sneller gelezen dan een tekst
3. Alles wordt visueel, beelden zijn overal
4. Men onthoudt sneller als men iets ziet (80%)
GESTALTWETTEN:
DE THEORIE BIJ BEELDEN:
Gestalt = vorm
Goed Gestalt = eenvoudig, geordend, uitgebalanceerd, verenigd, coherent,
regelmatig
> Gestalt zorgt bij visuele communicatie vooral voor orde
Gestalt gaat om de eerste indruk van een beeld, voor we het gaan interpreteren
Hoe kijken we naar een beeld?
- waarom ervaren we het ene als voorgrond en het andere als achtergrond?
- hoe en waarom zien we samenhang tussen voorwerpen?
We zien betekenisvolle en complete objecten, geen serie onafhankelijke
onderdelen
Voorbeeld: we zien een stoel, geen poten, leuning, zitgedeelte,…
Volgende wetten zijn van belang bij beelden (bij beeldtaal):
- kernachtigheid
- eenvoud
- voor- en achtergrond
- nabijheid
- overeenkomst, symmetrie, gelijke achtergrond
- geslotenheid
, - continuïteit, gelijke bestemming
Er zijn verschillende wetten: die staan niet op zichzelf maar versterken elkaar en
vullen elkaar aan. Meestal worden ze in samenspel toegepast.
Voorbeeld: IKEA heeft een volledige huisstijl en voldoet aan alle wetten (zie video)
GESTALTWET: KERNACHTIGHEID EN EENVOUD:
KERNACHTIGHEID:
= de hersenen ontleden een voorstelling van een beeld altijd in de meest eenvoudige
vormen
Wat zijn ‘de meest eenvoudige vormen’?
- vormen die we herkennen van vroeger
- gezichten
- herleiden tot het minst aantal vormen
- symmetrische vormen
Pareidolie = een psychologisch verschijnsel, een vorm van illusie waarbij iemand
een zodanige interpretatie van onduidelijke of willekeurige waarnemingen heeft, dat
hij hierin herkenbare dingen meent waar te nemen
Voorbeeld: vormen herkennen in de wolken
EENVOUD:
= voorwerpen worden waargenomen in de meest eenvoudige vorm
Eenvoud geeft ruimte (= less is more)
Het groeperen van visuele informatie geeft eenvoud en helpt ons de wereld rond ons
te ordenen
GESTALTWET: VOOR- EN ACHTERGROND, GELIJKE ACHTERGROND EN GELIJKE BESTEMMING
VOOR- EN ACHTERGROND:
= we organiseren onze waarnemingen door voor- en
achtergrond van elkaar te onderscheiden
In een afbeelding spelen sommige onderdelen een
prominente rol, andere worden naar de achtergrond
verdrongen
GESTALTSWITCH:
De ‘Gestaltswitch’ laat toe om in een afbeelding de voor- en
achtergrond te wisselen waardoor er 2 tekeningen ontstaan
- Er wordt een tweede boodschap in een afbeelding/logo gestoken
- Je ziet het of niet