Bestuurskunde
Deel 1: Situering van de bestuurskunde.........................................................3
H2 De bestuurskunde als discipline.............................................................3
Inleiding......................................................................................................... 3
Definities van bestuurskunde.........................................................................3
Case: de opvang van asielzoekers.................................................................3
Het studieobject van de bestuurskunde.........................................................3
De omgeving van het openbaar bestuur........................................................6
Empirische, normatieve en prescriptieve bestuurskunde..............................8
Kennisintegratie en multi- of interdisciplinariteit.........................................12
Besluit.......................................................................................................... 12
H3 Publieke en private organisaties..........................................................14
Inleiding....................................................................................................... 14
Publieke en private invloedsferen................................................................14
Publieke en private goederen......................................................................16
Publieke en private organisaties..................................................................17
Publieke en private dienstverlening.............................................................20
Publiek en privaat: een doorlaatbare grens.................................................23
Besluit.......................................................................................................... 23
H5 Van bureaucratie over New Public Management naar New Public
Governance..............................................................................................27
Inleiding....................................................................................................... 27
Het bureaucratisch organisatiemodel..........................................................27
Het New Public Management.......................................................................31
New Public Governance............................................................................... 37
Vergelijking tussen paradigma’s..................................................................39
Deel 2: Cartografie en ontwikkelingen in het openbaar bestuur.....................40
H6 De federale overheid...........................................................................40
Inleiding....................................................................................................... 40
Bevoegdheden van de federale overheid....................................................40
De politiek-bestuurlijke instellingen van de federale overheid....................43
De administratieve instellingen van de federale overheid...........................48
De federale overheidsbedrijven...................................................................52
Defensie....................................................................................................... 53
De federale politie........................................................................................ 55
Justitie.......................................................................................................... 55
Personeels- en financiële middelen v/d federale overheid...........................56
Besluit.......................................................................................................... 57
H7 De regionale overheid: de Vlaamse overheid........................................57
Inleiding....................................................................................................... 57
Vlaanderen en staatshervormingen.............................................................57
1
, Bevoegdheden van de Vlaamse overheid....................................................58
De politiek-bestuurlijke instellingen.............................................................60
De Vlaamse financiële middelen..................................................................61
Personeelsmiddelen van de Vlaamse overheid............................................62
Administratieve instellingen.........................................................................62
Sturingsinstrumenten.................................................................................. 64
De Vlaamse administratie en het New Public Management.........................65
Besluit.......................................................................................................... 66
H9 De Lokale Besturen.............................................................................67
Inleiding....................................................................................................... 67
Lokale besturen in België............................................................................. 67
De politieke organisatie v/d Vlaamse lokale besturen.................................73
De administratieve organisatie v/d lokale besturen.....................................75
Andere lokale actoren.................................................................................. 79
De lokale besturen in het binnenlands bestuur............................................82
DEEl 3: Organisatie, processen en actoren in het openbaar bestuur...............83
H10 Overheidssturing en regulering..........................................................83
Inleiding....................................................................................................... 83
Beleidsinstrumenten.................................................................................... 83
Regulering als beleidsinstrument.................................................................87
Evoluties in economische regulering............................................................91
Handhaving.................................................................................................. 92
H11 Politiek-ambtelijke verhoudingen.......................................................98
Inleiding....................................................................................................... 98
H12 Bestuur en burger.............................................................................98
Inleiding....................................................................................................... 98
Burger en bestuur: zicht op een complexe relatie.....................................100
Nieuwe rollen voor de burger.....................................................................101
Burgers als klanten.................................................................................... 102
Rechts- en belangenbescherming..............................................................102
Burgers als participanten en cocreanten...................................................104
H13 Bestuur en maatschappelijk middenveld...........................................109
Inleiding..................................................................................................... 109
Begripsbepaling......................................................................................... 109
2
,DEEL 1: SITUERING VAN DE BESTUURSKUNDE
H2 DE BESTUURSKUNDE ALS DISCIPLINE
INLEIDING
De bestuurskunde definiëren
De concepten uit de definitie van bestuurskunde verduidelijken
De bestuurskunde van andere disciplines
onderscheiden
De definitie van bestuurskunde illustreren aan de hand van een praktijkvoorbeeld
DEFINITIES VAN BESTUURSKUNDE
Van Poelje (1942): bestuurskunde leert hoe men de openbare dienst het best leidt +
inricht. Bestuurskunde is een toegepaste wetenschap die over het inrichten en leiden
van de openbare dienst kennis verzamelt en ordent.
Brasz et al. (1969): De bestuurswetenschap is de wetenschap die zich bezighoudt met
de wijze waarop de openbare dienst is ingericht en functioneert, intern en naar buiten
tegenover de burgers.
Rosenthal et al. (1982): De bestuurswetenschap is de wetenschap die zich uitsluitend
bezighoudt met de studie van de interne en externe werking van de structuren en
processen v/h openbaar bestuur.
Maes (1996): De bestuurskunde bestudeert, binnen de maatschappelijke omgeving en
binnen het politiek systeem die bepalend zijn voor het overheidsbeleid, het geheel van
organisaties en van de processen van het openbaar bestuur vanuit het oogpunt van hun
kwaliteit.
Korsten (2004-2005): De bestuurskunde richt zich op de beschrijving, de verklaring en
de oplossing van praktische vraagstukken die te maken hebben met het bestuur, de
organisatie en het beleid van organisaties in het openbaar bestuur, in relatie tot de
omgeving.
=> De definities zijn over de tijd ruimer geworden:
♥ Van interne focus op openbaar bestuur (Van Poelje) naar aandacht voor
wisselwerking met de omgeving van het openbaar bestuur (Rosenthal, Maes,
Korsten).
♥ Van ‘toepassing’ (Van Poelje, Brasz) naar meer wetenschappelijke
benadering (verklaring) (Rosenthal, Maes, Korsten)
♥ Van ‘organisaties’ (Van Poelje, Brasz) ook naar ‘processen’ en ‘beleid’
(Rosenthal, Maes, Korsten)
CASE: DE OPVANG VAN ASIELZOEKERS
Asielzoekers = verzoekers om internationale bescherming
Voor vluchtelingen uit Oekraïne is er op Europees niveau afgesproken dat zij
onmiddellijk het statuut vluchteling krijgen en de asielprocedure niet moeten
doorlopen.
HET STUDIEOBJECT VAN DE BESTUURSKUNDE
Het studieobject (= ‘kenobject’) van de bestuurskunde is het openbaar bestuur.
Het openbaar bestuur = “het geheel van organisaties en activiteiten die primair zijn
gericht op de besturing v/d maatschappij”
= geheel van organisaties, als een proces van besturen
3
, 4
Deel 1: Situering van de bestuurskunde.........................................................3
H2 De bestuurskunde als discipline.............................................................3
Inleiding......................................................................................................... 3
Definities van bestuurskunde.........................................................................3
Case: de opvang van asielzoekers.................................................................3
Het studieobject van de bestuurskunde.........................................................3
De omgeving van het openbaar bestuur........................................................6
Empirische, normatieve en prescriptieve bestuurskunde..............................8
Kennisintegratie en multi- of interdisciplinariteit.........................................12
Besluit.......................................................................................................... 12
H3 Publieke en private organisaties..........................................................14
Inleiding....................................................................................................... 14
Publieke en private invloedsferen................................................................14
Publieke en private goederen......................................................................16
Publieke en private organisaties..................................................................17
Publieke en private dienstverlening.............................................................20
Publiek en privaat: een doorlaatbare grens.................................................23
Besluit.......................................................................................................... 23
H5 Van bureaucratie over New Public Management naar New Public
Governance..............................................................................................27
Inleiding....................................................................................................... 27
Het bureaucratisch organisatiemodel..........................................................27
Het New Public Management.......................................................................31
New Public Governance............................................................................... 37
Vergelijking tussen paradigma’s..................................................................39
Deel 2: Cartografie en ontwikkelingen in het openbaar bestuur.....................40
H6 De federale overheid...........................................................................40
Inleiding....................................................................................................... 40
Bevoegdheden van de federale overheid....................................................40
De politiek-bestuurlijke instellingen van de federale overheid....................43
De administratieve instellingen van de federale overheid...........................48
De federale overheidsbedrijven...................................................................52
Defensie....................................................................................................... 53
De federale politie........................................................................................ 55
Justitie.......................................................................................................... 55
Personeels- en financiële middelen v/d federale overheid...........................56
Besluit.......................................................................................................... 57
H7 De regionale overheid: de Vlaamse overheid........................................57
Inleiding....................................................................................................... 57
Vlaanderen en staatshervormingen.............................................................57
1
, Bevoegdheden van de Vlaamse overheid....................................................58
De politiek-bestuurlijke instellingen.............................................................60
De Vlaamse financiële middelen..................................................................61
Personeelsmiddelen van de Vlaamse overheid............................................62
Administratieve instellingen.........................................................................62
Sturingsinstrumenten.................................................................................. 64
De Vlaamse administratie en het New Public Management.........................65
Besluit.......................................................................................................... 66
H9 De Lokale Besturen.............................................................................67
Inleiding....................................................................................................... 67
Lokale besturen in België............................................................................. 67
De politieke organisatie v/d Vlaamse lokale besturen.................................73
De administratieve organisatie v/d lokale besturen.....................................75
Andere lokale actoren.................................................................................. 79
De lokale besturen in het binnenlands bestuur............................................82
DEEl 3: Organisatie, processen en actoren in het openbaar bestuur...............83
H10 Overheidssturing en regulering..........................................................83
Inleiding....................................................................................................... 83
Beleidsinstrumenten.................................................................................... 83
Regulering als beleidsinstrument.................................................................87
Evoluties in economische regulering............................................................91
Handhaving.................................................................................................. 92
H11 Politiek-ambtelijke verhoudingen.......................................................98
Inleiding....................................................................................................... 98
H12 Bestuur en burger.............................................................................98
Inleiding....................................................................................................... 98
Burger en bestuur: zicht op een complexe relatie.....................................100
Nieuwe rollen voor de burger.....................................................................101
Burgers als klanten.................................................................................... 102
Rechts- en belangenbescherming..............................................................102
Burgers als participanten en cocreanten...................................................104
H13 Bestuur en maatschappelijk middenveld...........................................109
Inleiding..................................................................................................... 109
Begripsbepaling......................................................................................... 109
2
,DEEL 1: SITUERING VAN DE BESTUURSKUNDE
H2 DE BESTUURSKUNDE ALS DISCIPLINE
INLEIDING
De bestuurskunde definiëren
De concepten uit de definitie van bestuurskunde verduidelijken
De bestuurskunde van andere disciplines
onderscheiden
De definitie van bestuurskunde illustreren aan de hand van een praktijkvoorbeeld
DEFINITIES VAN BESTUURSKUNDE
Van Poelje (1942): bestuurskunde leert hoe men de openbare dienst het best leidt +
inricht. Bestuurskunde is een toegepaste wetenschap die over het inrichten en leiden
van de openbare dienst kennis verzamelt en ordent.
Brasz et al. (1969): De bestuurswetenschap is de wetenschap die zich bezighoudt met
de wijze waarop de openbare dienst is ingericht en functioneert, intern en naar buiten
tegenover de burgers.
Rosenthal et al. (1982): De bestuurswetenschap is de wetenschap die zich uitsluitend
bezighoudt met de studie van de interne en externe werking van de structuren en
processen v/h openbaar bestuur.
Maes (1996): De bestuurskunde bestudeert, binnen de maatschappelijke omgeving en
binnen het politiek systeem die bepalend zijn voor het overheidsbeleid, het geheel van
organisaties en van de processen van het openbaar bestuur vanuit het oogpunt van hun
kwaliteit.
Korsten (2004-2005): De bestuurskunde richt zich op de beschrijving, de verklaring en
de oplossing van praktische vraagstukken die te maken hebben met het bestuur, de
organisatie en het beleid van organisaties in het openbaar bestuur, in relatie tot de
omgeving.
=> De definities zijn over de tijd ruimer geworden:
♥ Van interne focus op openbaar bestuur (Van Poelje) naar aandacht voor
wisselwerking met de omgeving van het openbaar bestuur (Rosenthal, Maes,
Korsten).
♥ Van ‘toepassing’ (Van Poelje, Brasz) naar meer wetenschappelijke
benadering (verklaring) (Rosenthal, Maes, Korsten)
♥ Van ‘organisaties’ (Van Poelje, Brasz) ook naar ‘processen’ en ‘beleid’
(Rosenthal, Maes, Korsten)
CASE: DE OPVANG VAN ASIELZOEKERS
Asielzoekers = verzoekers om internationale bescherming
Voor vluchtelingen uit Oekraïne is er op Europees niveau afgesproken dat zij
onmiddellijk het statuut vluchteling krijgen en de asielprocedure niet moeten
doorlopen.
HET STUDIEOBJECT VAN DE BESTUURSKUNDE
Het studieobject (= ‘kenobject’) van de bestuurskunde is het openbaar bestuur.
Het openbaar bestuur = “het geheel van organisaties en activiteiten die primair zijn
gericht op de besturing v/d maatschappij”
= geheel van organisaties, als een proces van besturen
3
, 4