100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting ALLE STOF- Vennootschaps en rechtspersonenrecht (R_VenReP)

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
80
Subido en
14-04-2025
Escrito en
2024/2025

In deze samenvatting zit alle stof, dus zowel de hoorcolleges als de arresten. Ik heb zelf een 7,7 gehaald! Er zitten ook schema's en stappenplannen in voor de moeilijke dingen.

Institución
Grado











Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
14 de abril de 2025
Número de páginas
80
Escrito en
2024/2025
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

Hoorcolleges

, Week 1

Kenmerken van personenvennootschappen
Ook wel contractuele vennootschappen, deze vinden dan ook hun plaats in het contractenrecht, als
bijzondere overeenkomst (boek 7A & Wetboek van Koophandel). Een personenvennootschap kan
worden aangegaan zonder vormvoorschriften, kan dus ook worden aangegaan zonder dat personen dat
weten of willen. Art. 22 WvK (VOF moet bij akte worden aangegaan) is geen constitutief vereiste, maar
heeft enkel een bewijsrechtelijke functie.

HR Samenwerkende Dierenartsen – een aantal dierenartsen werkten samen voor een bepaalde tijd, en in
de loop van de tijd werd de samenwerking anders ingevuld, en ontstond de vraag of er daardoor ook een
(stilzwijgende) maatschap tot stand was gekomen, daar was sprake van. Dat is te beoordelen aan de
hand van de omstandigheden van het geval.

Materiële kenmerken
Een overeenkomst is een personenvennootschap als deze voldoet aan bepaalde materiële kenmerken
(art. 1655 van boek 7A):
1. Contractuele samenwerking voor gemeenschappelijke rekening – in beginsel is dit hoogst
persoonlijk van aard, er wordt vanuit gegaan dat de samenwerking wordt aangegaan op basis
van de persoonlijke kwaliteiten en eigenschappen van de vennoten, waar niet snel verandering in
zou zijn gebracht. Wanneer een vennoot opstapt, wordt de vennootschap geacht te worden
opgeheven, en wanneer een nieuwe vennoot aantreedt, wordt geacht dat er een nieuwe
vennootschap wordt opgericht.
a. Er kan van het contract worden afgeweken, zodat de bestaande vennootschap niet
steeds ontbonden hoeft te worden bij een uittreding, voortzettingsbeding. Deze kan zijn
opgenomen in het contract zelf (voorafgaand aan het uittreden), of na de uittreding, of bij
het toetreden van een nieuwe vennoot.
b. Er kan ook worden opgenomen dat de positie van een vennoot geheel vrij overdraagbaar
is, zo kan er dus van de persoonlijkheid worden afgeweken.
De overeenkomst moet een zekere duurzaamheid hebben, het moet niet gaan om een enkele of
een klein aantal transacties (tenzij het een hele grote overeenkomst is, en het alsnog een
duurovereenkomst is).
We spreken alleen van een personenvennootschap als er sprake is van samenwerking op voet
van gelijkheid – er mag geen sprake zijn van een gezagsverhouding. De vennoten hebben
onderling geen machtsverhoudingen tot elkaar, anders is het een arbeidsovereenkomst. Dit houdt
niet in dat alle vennoten dezelfde rechten en bevoegdheden moeten hebben, maar het is
essentieel dat er geen gezagsverhouding bestaat.
2. Verplichting tot inbreng door alle vennoten (7A:1662 BW) – inbreng is alles wat kan bijdragen aan
het succes van de samenwerking, zoals arbeid, goederen en goodwill. De inbreng van goederen
gebeurt door (1) een levering, middels een koopovereenkomst, de mede-vennoten worden dan
mede-gerechtigden. (2) Goederen kunnen ook obligatoir worden ingebracht, de inbrenger blijft
dan eigenaar, de vennoten krijgen dan een recht op genot van het goed, dit kan op 2 manieren:
via economisch eigendom (waardefluctuaties komen ter risico van de vennootschap), of het kan
met zuiver genot worden ingebracht (de waardefluctuaties ter risico van de inbrenger).

, 3. Gericht op het behalen van een gemeenschappelijk materieel voordeel – dit moet ruim worden
opgevat, dit kan ook zijn het besparen van kosten, dus niet per se winst. Vennootschappen voor
goede doelen kunnen dus niet.
4. Waartoe de vennoten (elk voor een deel) gerechtigd zijn (art. 7A:1672 BW) – geen van de
vennoten mag worden uitgesloten van een aandeel aan de winst. Verbod op de societas
Leonina.

Soorten personenvennootschappen
We kennen 3 typen personenvennootschappen: de maatschap, de vennootschap onder firma en de
commanditaire vennootschap.

De maatschap (art. 7A:1655 e.v. BW)
Dit is de grondvorm, de andere personenvennootschappen moeten ook voldoen aan de eisen van de
maatschap. Er is een onderscheid tussen een stille en een openbare maatschap. De stille maatschap is
de maatschap die niet als zodanig onder die gemeenschappelijke naam aan het rechtsverkeer
deelneemt, het bestaan is vaak niet kenbaar voor de buitenwereld. De openbare maatschap wordt
uitgeoefend onder een gemeenschappelijke naam (de vennoten handelen dus niet onder eigen naam), en
kan alleen worden uitgeoefend in het kader van een vrij beroep. Wat onder vrij beroep valt is niet altijd
volledig duidelijk, er zijn een aantal gemeenschappelijke kenmerken: een element van algemeen belang,
de beoefenaar heeft een eigen verantwoordelijkheid voor de diensten die hij verricht, en er geldt over het
algemeen een stelsel van verplichte registratie, een tuchtrechtelijk systeem, en een verplichting tot
permanente educatie.

Vennootschap onder firma
Moet voldoen aan de eigenschappen van de maatschap (de materiële kenmerken), maar hier komt bij:
1. Gericht op de uitoefening van een bedrijf (geen vrij beroep), art. 16 WvK
2. Vindt plaats onder gemeenschappelijke naam
De regelingen betreffende maatschappen zijn hierop van toepassing, voor zover deze regelingen niet zijn
uitgesloten (art. 15 WvK).

Commanditaire vennootschap
Art. 19 WvK – moet voldoen aan de kenmerken van de
maatschap, en aan de kenmerken van de VOF, en daarnaast
moet deze een of meerdere stille (commanditaire) vennoten
hebben. De commanditaire vennoot wordt niet ingeschreven in
het handelsregister, en is niet kenbaar voor derden. Het is echter
wel kenbaar dat het een commanditaire vennootschap is.

Het vermogen van de contractuele vennootschap
Personenvennootschappen hebben geen rechtspersoonlijkheid, de vennootschap is als zodanig geen
drager van rechten en verplichtingen, en is geen drager van vermogensbestanddelen, etc. De vennoten
zijn dragers van de rechten en plichten. Als er verliezen zijn geleden, zijn dat persoonlijke verliezen van
de vennoten, het vermogen van de vennootschap behoort dan ook toe aan de vennoten.
- Vermogen in economische zin = alles wat ter beschikking staat van de vennootschap, dus ook
alles wat obligatoir is ingebracht (of eventuele goodwill)
- Vermogen in juridische zin = wat goederenrechtelijk gemeenschappelijk is, omvat alleen de
vermogensbestanddelen die goederenrechtelijk aan de vennoten gezamenlijk toebehoren, dit is
dus veel beperkter dan het vermogen in economische zin.

, Het vermogen in juridische zin wordt gekwalificeerd als gebonden vermogen, dit is bij elkaar gebracht
ten behoeve van het doel van de samenwerking. Dit heeft gevolgen voor de beschikkingsbevoegdheid.
De vennoten zijn niet bevoegd om te beschikken over hun aandeel in een gemeenschappelijk goed, en
de vennoten kunnen niet beschikken over hun aandeel in een afzonderlijk goed, althans niet zonder
toestemming van alle vennoten.

Het vermogen van de personenvennootschap heeft een bijzonder karakter, een afgescheiden karakter.
HR Boeschoten/Besier (1897) – een VOF heeft een vermogen dat is afgescheiden van het overige
vermogen van de vennoten. Het vennootschapsvermogen strekt primair tot verhaal voor de crediteuren
van de VOF.
- Hiermee wordt het beginsel van de paritas creditorum doorbroken
- Deze regel geldt ook voor de CV met 2 of meer beherende vennoten (die volledig aansprakelijk
zijn voor de schulden van de vennootschap, tussen hen is het een VOF, art. 19 WvK).
- Dit heeft ook gevolgen voor de mogelijkheid voor verrekening, art. 6:127 BW – verrekening van
een schuld en een vordering tussen 2 partijen is alleen mogelijk als die schuld en de vordering in
gelijke vermogens vallen. Het feit dat een vennoot in een VOF een afgescheiden vermogen heeft,
brengt mee dat verrekening soms niet mogelijk is. Partijen kunnen wel over en weer een
vordering op elkaar hebben, zonder dat deze in dezelfde vermogens vallen.

HR Hovuma/Spreeuwenberg (2003) – ook de commanditaire vennootschap met maar 1 beherend
vennoot heeft een afgescheiden vermogen. Tot deze uitspraak was het vermogen van de vennoot niet
gescheiden van de commanditaire vennootschap.

HR Biek Holdings (2013) – ook de maatschap heeft een afgescheiden vermogen. Er wordt geen
onderscheid gemaakt tussen de openbare en de stille maatschappen. Het is nog een discussiepunt in de
literatuur, of de stille maatschap ook een afgescheiden vermogen heeft.

Interne verhoudingen bij de personenvennootschap
Er is een onderscheid tussen beheren en beschikken. Beheren zijn de handelingen die behoren tot de
normale handelingen van het beroep of bedrijf, normale exploitatie van de onderneming. De hoofdregel is
dat alle vennoten bevoegd zijn tot beheershandelingen (art. 7A:1674/1676 BW). Hier kan wel van worden
afgeweken, dit is regelend recht. Bij beschikkingshandelingen zijn de vennoten slechts gezamenlijk
bevoegd. Ook hiervan kan worden afgeweken.

Dit is allemaal belangrijk voor de vraag of de handeling voor rekening van de vennootschap komt. Als de
vennoot intern bevoegd was, komt deze voor rekening van de vennootschap. Wanneer er buiten de
bevoegdheid wordt gehandeld, kunnen de andere vennoten bepalen dat de handeling dus niet voor
rekening van de vennootschap komt. Er zijn dus best wel risico’s verbonden aan het handelen binnen een
personenvennootschap. Art. 7A:1676 BW – preventief vetorecht, hiermee kan de normale regeling
omtrent de beheersbevoegdheid in concrete gevallen worden doorbroken.
Dit gaat allemaal om de draagplicht, ten laste van welk vermogen komen de kosten van de handeling?
Het gaat niet om externe aansprakelijkheid.

Recht op winst en verlies
Art. 7A:1670 BW – Elk van de vennoten heeft recht op een aandeel in de winst (dwingend), de hoofdregel
hierbij is dat deze winst naar rato van ieders inbreng is. Arbeid is dan de laagste inbreng van kapitaal. Dit
is allemaal regelend recht, in de praktijk wordt hier vrijwel standaard van afgeweken.
Het aandeel in verlies volgt dezelfde verhouding als de verdeling van de winst (ook regelend recht).
Hierbij kan een vennoot wel worden uitgesloten, bij de winst is dat niet mogelijk.
$14.26
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
hedwigluten Vrije Universiteit Amsterdam
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
83
Miembro desde
2 año
Número de seguidores
12
Documentos
39
Última venta
3 días hace

2.9

9 reseñas

5
1
4
1
3
5
2
0
1
2

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes