Saskia Ensel, 2020. Vernieuwd in 2025.
Bloeddruk pathologie in de
verloskunde – samenvatting
Gebruikte bronnen:
❖ Ascal, VSV protocol – St. Antonius Ziekenhuis
❖ Chronische hypertensie in de zwangerschap - NVOG, 2005
❖ De rol van acetysalicylzuur – NVOG, 2019 (https://www.nvog.nl/wp-
content/uploads/2019/10/NVOG-module-Acetylsalicylzuur-okt-2019.pdf)
❖ Hypertensieve aandoeningen tijdens de zwangerschap, bevalling en kraamperiode; KNOV – de
Boer, 2011
❖ LEO protocol – counselingshandvatten ascal
❖ Ketenprotocol ascal en hypertensieve aandoeningen – VSV Zoetermeer
❖ Kleine kwalen en alledaagse klachten bij zwangeren - Eekhof, 2020.
❖ Toegevoegd uit nieuwe richtlijn: Multidisciplinaire richtlijn hypertensieve aandoeningen – KNOV,
2023
❖ Praktische Verloskunde – Prins, 2019
❖ Richtlijn hypertensieve aandoeningen in de zwangerschap - NVOG, 2011
Inhoud
De fysiologie en pathologie van bloeddruk .............................................................................................. 1
Bloeddruk in de zwangerschap: fysiologie ........................................................................................... 2
Bloeddruk in de zwangerschap: pathologie ......................................................................................... 2
Mogelijke oorzaken hypertensieve aandoening in de zwangerschap ................................................. 2
Diagnostiek van een hypertensieve aandoening..................................................................................... 2
Hypertensieve aandoeningen .................................................................................................................. 3
Chronische (pre-existente) hypertensie ............................................................................................... 3
Zwangerschapshypertensie ................................................................................................................. 4
Pre-eclampsie (PE) .............................................................................................................................. 4
Eclampsie............................................................................................................................................. 5
HELLP-Syndroom ................................................................................................................................ 5
Acetylsalicylzuur ...................................................................................................................................... 6
Bijlagen .................................................................................................................................................... 8
Verwijsbeleid volgens nieuwe richtlijn (2023) ...................................................................................... 8
Antihypertensiva in de zwangerschap ................................................................................................. 9
De fysiologie en pathologie van bloeddruk
Bloed wordt met een flinke kracht door het lichaam gepompt. Dit zorgt
voor druk op de bloedvaten; de bloeddruk, of tensie. Deze kracht
wordt voortgebracht door de samentrekking van de hartkamers. Het
bloed komt bij een gezonde volwassene binnen in de aorta met 120
mm/Hg systolische druk daalt tot 80 mm/Hg diastolische druk bij
ontspanning.
,Saskia Ensel, 2020. Vernieuwd in 2025.
Bloeddruk in de zwangerschap: fysiologie
Onder invloed van progesteron treedt vasodilatatie op en neemt de elasticiteit van het hart en de grote
vaten toe. Vanaf 5 weken zwangerschap daalt de vaatweerstand en ter compensatie stijgt het
hartminuutvolume en het circulerend volume. Cardiac output stijgt met 30-50%. De perifere weerstand
daalt met 20%. Het aantal erytrocyten met 25-30%.
Al deze veranderingen komen tot uiting in
het fysiologisch verloop van de bloeddruk tijdens de
zwangerschap. In de 6e week van de zwangerschap
is de bloeddruk lager dan preconceptioneel,
vervolgend daalt deze nog licht door om tussen 20-
24 weken het laagste niveau te bereiken
(=midpregnancy drop). De systolische bloeddruk is
dan 5 mmHg lager en de diastolische ongeveer 8-10
mmHg in vergelijking met voor de zwangerschap.
Vanaf 28 weken stijgt die weer tot preconceptionele
waarden.
Bij een fysiologische zwangerschap zal de
bloeddruk nooit stijgen tot boven preconceptionele
waarden. Hij hoort laag te zijn.
Bloeddruk in de zwangerschap: pathologie
In 2007 kreeg in Nederland 11,4% van de nulliparae en 5,8% van de multiparae een hypertensieve
aandoening. Vrouwen met een ernstige hypertensieve aandoening tijdens de zwangerschap hebben
tot een jaar na de bevalling meer lichamelijke en psychosociale klachten.
De pathofysiologie van hypertensieve aandoeningen is complex en deels onduidelijk. Er wordt
aangenomen dat bij de pathofysiologie de placenta een rol speelt, omdat het ziektebeeld na de
zwangerschap meestal verdwijnt. Echter kan een hypertensieve aandoening, zoals HELLP/PE ook
postpartum ontstaan (25-35%).
Mogelijke oorzaken hypertensieve aandoening in de zwangerschap
❖ Placenta
o Onderdruk in de placenta zorgt voor maximale
doorbloeding naar de foetus
o Bij pre-eclampsie (PE) → trofoblast (vaderlijk materiaal)
veroorzaakt waarschijnlijk een immuunrespons. Hierdoor
vinden migratie en invasie van trofoblastcellen in het
endometrium en de spiraalarteriën onvoldoende plaats →
er is verminderd vasodilatie, dus verminderde
doorbloeding → geen onderdruk in de placenta.
❖ Endotheelschade door hypoxie
o Hypoxie ontstaat door snelle groei van foetus wanneer er
verminderde placentadoorbloeding is.
o Hypoxie versterkt het vrijkomen van toxische stoffen →
endotheelschade.
▪ Endotheelcellen spelen een rol in capillaire transport, musculaire reactiviteit en
het produceren van stoffen zoals prostaglandinen en stikstofoxide. Deze zijn
belangrijk bij vasodilatatie.
o Endotheelschade zorgt voor vasospasme → verhoogde bloeddruk → stollingsactivatie
(daling trombocyten). Meerdere organen kunnen aangedaan zijn.
❖ Door andere aandoeningen → pre-existente nierziekten, pre-existente hypertensie, diabetes
mellitus, metabool syndroom en stollingsafwijkingen kunnen uit zichzelf endotheelschade of
stollingsactivatie veroorzaken als gevolg van oxidatieve stress.
Diagnostiek van een hypertensieve aandoening
❖ Bloeddrukmeting, tips:
o Handmatige meting met de juiste manchet. Een te klein manchet leidt tot overschatting en te
groot tot onderschatting. Bij een bovenarm ≥33cm gebruik je een groot manchet.
,Saskia Ensel, 2020. Vernieuwd in 2025.
o Laat de vrouw eerst 2-3 minuten rusten. Let op de houding van de vrouw: zittend met beide
benen op de grond, de arm op dezelfde hoogte als het hart.
o Meet de bloeddruk de eerste keer aan beide armen. Is het verschil < 10 mmHg, meet dan
voortaan de bloeddruk aan de rechter arm. Is het verschil ≥10 mmHg, meet dan voortaan de
bloeddruk aan de arm met de hoogste waarde.
o Meet de bloeddruk elk consult, tijdens de bevalling 2 keer en in het kraambed 24-48 uur
postpartum en op dag 8.
o Om hypertensie te diagnosticeren wordt de tensie minimaal tweemaal gemeten. Wanneer de
afwijking >10mmHg is moet de tensie voor een derde keer worden gemeten.
o Bij ernstige hypertensie (≥160/≥110mmHg) moet deze binnen 15 minuten herhaald worden.
Bij minder ernstige hypertensie (≥140/≥90mmHg) na 4 uur.
o Controleer de bloeddruk bij zwangeren met minstens één van de volgende klachten:
hoofdpijn, epigastrische pijn, visusstoornissen, misselijkheid/braken of ernstige oedeem.
▪ Verwijs naar de tweedelijn bij aanhoudende of ernstige klachten, ook als de vrouw
normotensief is.
❖ Proteïnuriebepaling, verschillende methoden:
o 24-uurs urine → 300mg/24uur is te hoog (gouden standaard)
o Eiwitbepaling met dipstick handmatig → 3 plusjes. De specificiteit is 84% en de
sensitiviteit is 55%. PVW = 72%, NVW= 30%.
▪ Baseer het beleid niet enkel op de uitslag van de dipstick
o Eiwitbepaling met dipstick automatisch → de automatisch afgelezen dipstick heeft een
betere sensitiviteit (82%).
o Eiwit kreatine ratio (EKR) in één portie urine, bepaald door het lab → betekening tussen
hoeveelheid eiwit en kreatine. EKR 30mg/mmol is teveel. Sensitiviteit 84% en specificiteit
84%.
De sensitiviteit van een test is de kans dat de dipstick een positieve uitslag geeft bij zwangeren die proteïnurie
hebben. De specificiteit is de kans dat de dipstick een negatieve uitslag geeft bij zwangeren die geen proteïnurie
hebben. Je wilt ze allebei op 100%.
Als een positief voorspellende waarde (PVW) van een test 95% is, betekent dit dat 95 van de 100 onderzochten met
een positieve uitslag de ziekte ook echt hebben. Een negatief voorspellende waarde (NVW) van 95% houdt in dat
95% van de onderzochten met negatieve uitslag de ziekte niet hebben. Je wilt ze allebei op 100%.
Hypertensieve aandoeningen
Chronische (pre-existente) hypertensie
Wat is het? Hypertensie (≥140/≥90 mmHg) voorafgaand aan de zwangerschap of
hypertensie die ontstaat vóór de 20ste week van de zwangerschap of hypertensie
die langer dan 12 weken post partum aanwezig blijft. De tensie is twee keer
gemeten met een aantal uur er tussen om de diagnose te bevestigen.
Oorzaken ❖ Chronische nierziekten
❖ Endocrinologische aandoening (diabetes, hyperthyreoïdie, ziekte van Crohn)
❖ Auto-immuunziekte (SLE, sclerodermie)
❖ Intoxicaties (medicatie, drugs, alcohol)
❖ Obesitas
Symptomen Vaak geen
Risico’s o PE (5% kans bij een matige hypertensie en 50% kans bij een ernstige
hypertensie (160/100).
o Intra-uteriene groeivertraging (IUGR) door placenta-insufficiëntie
o Vroeggeboorte
o Diabetes gravidarum
o Small for Gestational Age kind (SGA)
o Cardiovasculaire complicaties
o Abruptio Placentae
Behandeling o Leefstijlaanpassingen
o Bewezen effectief: stoppen met alcohol en roken.
, Saskia Ensel, 2020. Vernieuwd in 2025.
o Geadviseerd: zoutbeperking, sporten, gezond BMI en weinig vet
eten.
o Acetylsalicylzuur ter preventie van PE
o Antihypertenvisa: in de zwangerschap is methyldopa veilig. ACE-
remmers worden afgeraden i.v.m. effecten op foetale nierfunctie.
o Diuretica: vaatverwijders
Beleid o Tweedelijnszorg
o Groei en conditie foetus met CTG en echo’s
o Start medicatie afhankelijk van tensie en eiwit in de urine (=proteïnurie)
o Inleiden bij 37 weken zwangerschap indien nodig
Zwangerschapshypertensie
Wat is het? Tensie van >140/90mmHg na de 20 weken bij een voorheen normotensieve
vrouw, zonder proteïnurie of klachten van PE. De bloeddruk moet minimaal 2
keer zijn vastgesteld met minimaal 4 uur er tussen.
Risicofactoren ❖ Nulliparae ❖ Maternale pre-existente ziekte
❖ PE in vorige zwangerschap ❖ Leeftijd ≥ 40 jaar
❖ Meerlingzwangerschap ❖ Gemelli zwangerschap
❖ Hypertensie in anamense ❖ Intoxicaties
❖ Periode van ≥5 jaar tussen twee ❖ Partner van een andere etnische
zwangerschappen afkomst dan de zwangere
❖ UWI of paradontale infecties voor ❖ De zwangere of vader zelf
en tijdens de zwangerschap geboren uit een zwangerschap
❖ BMI >35 preconceptioneel met PE
❖ Ontbreken midpregnancy drop ❖ Etniciteit (vrouwen uit Sub-
❖ Nierziekten Sahara Afrika hebben een 6x
❖ Auto-immuunziekten zoals hogere kans op eclampsie,
diabetes Suriname, Antillen).
❖ Bloeddrukstijging voor de 30ste
week
Risico’s ❖ Kan overgaan in PE (26-46%) of ❖ IUGR
chronische hypertensie ❖ Abruptio placentae
❖ Vroeggeboorte (4x) ❖ Diabetes gravidarum
❖ Neonatale morbiditeit
❖ Perinatale sterfte (2x)
Hoe eerder de aandoening in de zwangerschap, hoe ernstiger de gevolgen.
Beleid o Verwijzing naar de tweedelijn bij SBS ≥140 mmHg en DBD ≥95 mmHg
o Medicatie bij SBD ≥160 mmHg en/of DBD ≥110 mmHg
o Borstvoeding stimuleren → dit verlaagd de bloeddruk.
Beloop Normaliseert binnen 12 weken postpartum
Pre-eclampsie (PE)
Wat is het? Zwangerschapshypertensie met proteïnurie met foetale groeivertraging of
tekenen van eindorgaanfalen. Eindorgaanfalen geeft de volgende klachten:
❖ Neurologische afwijkingen → hoofdpijn (frontaal), visusstoornissen,
hyperreflexie, eclampsie.
❖ Afwijkingen aan de lever → misselijkheid, braken, pijn epigastro RBB,
verhoogde transaminasen (ASAT of ALAT ≥40 U/l, of LDH ≥600 U/l).
❖ Afwijkingen aan de nieren → oligurie (=weinig urine), verhoogd
creatinegehalte in bloed, nierfalen.
❖ Pijn tussen schouderbladen
❖ Oedeem (let op: 30% van de normotensieve zwangeren heeft oedeem).
❖ Hematologische afwijkingen → trombocytopenie (≤150x109/l), intravasale
stolling, hemolyse.
Incidentie 1-2% van alle zwangerschappen in NL. Dit kan bij risicofactoren oplopen tot
17%.
Risicofactoren Zie risicofactoren zwangerschapshypertensie
Risico’s o Abruptio placentae o Pulmonair oedeem
o Leverhematoom
Bloeddruk pathologie in de
verloskunde – samenvatting
Gebruikte bronnen:
❖ Ascal, VSV protocol – St. Antonius Ziekenhuis
❖ Chronische hypertensie in de zwangerschap - NVOG, 2005
❖ De rol van acetysalicylzuur – NVOG, 2019 (https://www.nvog.nl/wp-
content/uploads/2019/10/NVOG-module-Acetylsalicylzuur-okt-2019.pdf)
❖ Hypertensieve aandoeningen tijdens de zwangerschap, bevalling en kraamperiode; KNOV – de
Boer, 2011
❖ LEO protocol – counselingshandvatten ascal
❖ Ketenprotocol ascal en hypertensieve aandoeningen – VSV Zoetermeer
❖ Kleine kwalen en alledaagse klachten bij zwangeren - Eekhof, 2020.
❖ Toegevoegd uit nieuwe richtlijn: Multidisciplinaire richtlijn hypertensieve aandoeningen – KNOV,
2023
❖ Praktische Verloskunde – Prins, 2019
❖ Richtlijn hypertensieve aandoeningen in de zwangerschap - NVOG, 2011
Inhoud
De fysiologie en pathologie van bloeddruk .............................................................................................. 1
Bloeddruk in de zwangerschap: fysiologie ........................................................................................... 2
Bloeddruk in de zwangerschap: pathologie ......................................................................................... 2
Mogelijke oorzaken hypertensieve aandoening in de zwangerschap ................................................. 2
Diagnostiek van een hypertensieve aandoening..................................................................................... 2
Hypertensieve aandoeningen .................................................................................................................. 3
Chronische (pre-existente) hypertensie ............................................................................................... 3
Zwangerschapshypertensie ................................................................................................................. 4
Pre-eclampsie (PE) .............................................................................................................................. 4
Eclampsie............................................................................................................................................. 5
HELLP-Syndroom ................................................................................................................................ 5
Acetylsalicylzuur ...................................................................................................................................... 6
Bijlagen .................................................................................................................................................... 8
Verwijsbeleid volgens nieuwe richtlijn (2023) ...................................................................................... 8
Antihypertensiva in de zwangerschap ................................................................................................. 9
De fysiologie en pathologie van bloeddruk
Bloed wordt met een flinke kracht door het lichaam gepompt. Dit zorgt
voor druk op de bloedvaten; de bloeddruk, of tensie. Deze kracht
wordt voortgebracht door de samentrekking van de hartkamers. Het
bloed komt bij een gezonde volwassene binnen in de aorta met 120
mm/Hg systolische druk daalt tot 80 mm/Hg diastolische druk bij
ontspanning.
,Saskia Ensel, 2020. Vernieuwd in 2025.
Bloeddruk in de zwangerschap: fysiologie
Onder invloed van progesteron treedt vasodilatatie op en neemt de elasticiteit van het hart en de grote
vaten toe. Vanaf 5 weken zwangerschap daalt de vaatweerstand en ter compensatie stijgt het
hartminuutvolume en het circulerend volume. Cardiac output stijgt met 30-50%. De perifere weerstand
daalt met 20%. Het aantal erytrocyten met 25-30%.
Al deze veranderingen komen tot uiting in
het fysiologisch verloop van de bloeddruk tijdens de
zwangerschap. In de 6e week van de zwangerschap
is de bloeddruk lager dan preconceptioneel,
vervolgend daalt deze nog licht door om tussen 20-
24 weken het laagste niveau te bereiken
(=midpregnancy drop). De systolische bloeddruk is
dan 5 mmHg lager en de diastolische ongeveer 8-10
mmHg in vergelijking met voor de zwangerschap.
Vanaf 28 weken stijgt die weer tot preconceptionele
waarden.
Bij een fysiologische zwangerschap zal de
bloeddruk nooit stijgen tot boven preconceptionele
waarden. Hij hoort laag te zijn.
Bloeddruk in de zwangerschap: pathologie
In 2007 kreeg in Nederland 11,4% van de nulliparae en 5,8% van de multiparae een hypertensieve
aandoening. Vrouwen met een ernstige hypertensieve aandoening tijdens de zwangerschap hebben
tot een jaar na de bevalling meer lichamelijke en psychosociale klachten.
De pathofysiologie van hypertensieve aandoeningen is complex en deels onduidelijk. Er wordt
aangenomen dat bij de pathofysiologie de placenta een rol speelt, omdat het ziektebeeld na de
zwangerschap meestal verdwijnt. Echter kan een hypertensieve aandoening, zoals HELLP/PE ook
postpartum ontstaan (25-35%).
Mogelijke oorzaken hypertensieve aandoening in de zwangerschap
❖ Placenta
o Onderdruk in de placenta zorgt voor maximale
doorbloeding naar de foetus
o Bij pre-eclampsie (PE) → trofoblast (vaderlijk materiaal)
veroorzaakt waarschijnlijk een immuunrespons. Hierdoor
vinden migratie en invasie van trofoblastcellen in het
endometrium en de spiraalarteriën onvoldoende plaats →
er is verminderd vasodilatie, dus verminderde
doorbloeding → geen onderdruk in de placenta.
❖ Endotheelschade door hypoxie
o Hypoxie ontstaat door snelle groei van foetus wanneer er
verminderde placentadoorbloeding is.
o Hypoxie versterkt het vrijkomen van toxische stoffen →
endotheelschade.
▪ Endotheelcellen spelen een rol in capillaire transport, musculaire reactiviteit en
het produceren van stoffen zoals prostaglandinen en stikstofoxide. Deze zijn
belangrijk bij vasodilatatie.
o Endotheelschade zorgt voor vasospasme → verhoogde bloeddruk → stollingsactivatie
(daling trombocyten). Meerdere organen kunnen aangedaan zijn.
❖ Door andere aandoeningen → pre-existente nierziekten, pre-existente hypertensie, diabetes
mellitus, metabool syndroom en stollingsafwijkingen kunnen uit zichzelf endotheelschade of
stollingsactivatie veroorzaken als gevolg van oxidatieve stress.
Diagnostiek van een hypertensieve aandoening
❖ Bloeddrukmeting, tips:
o Handmatige meting met de juiste manchet. Een te klein manchet leidt tot overschatting en te
groot tot onderschatting. Bij een bovenarm ≥33cm gebruik je een groot manchet.
,Saskia Ensel, 2020. Vernieuwd in 2025.
o Laat de vrouw eerst 2-3 minuten rusten. Let op de houding van de vrouw: zittend met beide
benen op de grond, de arm op dezelfde hoogte als het hart.
o Meet de bloeddruk de eerste keer aan beide armen. Is het verschil < 10 mmHg, meet dan
voortaan de bloeddruk aan de rechter arm. Is het verschil ≥10 mmHg, meet dan voortaan de
bloeddruk aan de arm met de hoogste waarde.
o Meet de bloeddruk elk consult, tijdens de bevalling 2 keer en in het kraambed 24-48 uur
postpartum en op dag 8.
o Om hypertensie te diagnosticeren wordt de tensie minimaal tweemaal gemeten. Wanneer de
afwijking >10mmHg is moet de tensie voor een derde keer worden gemeten.
o Bij ernstige hypertensie (≥160/≥110mmHg) moet deze binnen 15 minuten herhaald worden.
Bij minder ernstige hypertensie (≥140/≥90mmHg) na 4 uur.
o Controleer de bloeddruk bij zwangeren met minstens één van de volgende klachten:
hoofdpijn, epigastrische pijn, visusstoornissen, misselijkheid/braken of ernstige oedeem.
▪ Verwijs naar de tweedelijn bij aanhoudende of ernstige klachten, ook als de vrouw
normotensief is.
❖ Proteïnuriebepaling, verschillende methoden:
o 24-uurs urine → 300mg/24uur is te hoog (gouden standaard)
o Eiwitbepaling met dipstick handmatig → 3 plusjes. De specificiteit is 84% en de
sensitiviteit is 55%. PVW = 72%, NVW= 30%.
▪ Baseer het beleid niet enkel op de uitslag van de dipstick
o Eiwitbepaling met dipstick automatisch → de automatisch afgelezen dipstick heeft een
betere sensitiviteit (82%).
o Eiwit kreatine ratio (EKR) in één portie urine, bepaald door het lab → betekening tussen
hoeveelheid eiwit en kreatine. EKR 30mg/mmol is teveel. Sensitiviteit 84% en specificiteit
84%.
De sensitiviteit van een test is de kans dat de dipstick een positieve uitslag geeft bij zwangeren die proteïnurie
hebben. De specificiteit is de kans dat de dipstick een negatieve uitslag geeft bij zwangeren die geen proteïnurie
hebben. Je wilt ze allebei op 100%.
Als een positief voorspellende waarde (PVW) van een test 95% is, betekent dit dat 95 van de 100 onderzochten met
een positieve uitslag de ziekte ook echt hebben. Een negatief voorspellende waarde (NVW) van 95% houdt in dat
95% van de onderzochten met negatieve uitslag de ziekte niet hebben. Je wilt ze allebei op 100%.
Hypertensieve aandoeningen
Chronische (pre-existente) hypertensie
Wat is het? Hypertensie (≥140/≥90 mmHg) voorafgaand aan de zwangerschap of
hypertensie die ontstaat vóór de 20ste week van de zwangerschap of hypertensie
die langer dan 12 weken post partum aanwezig blijft. De tensie is twee keer
gemeten met een aantal uur er tussen om de diagnose te bevestigen.
Oorzaken ❖ Chronische nierziekten
❖ Endocrinologische aandoening (diabetes, hyperthyreoïdie, ziekte van Crohn)
❖ Auto-immuunziekte (SLE, sclerodermie)
❖ Intoxicaties (medicatie, drugs, alcohol)
❖ Obesitas
Symptomen Vaak geen
Risico’s o PE (5% kans bij een matige hypertensie en 50% kans bij een ernstige
hypertensie (160/100).
o Intra-uteriene groeivertraging (IUGR) door placenta-insufficiëntie
o Vroeggeboorte
o Diabetes gravidarum
o Small for Gestational Age kind (SGA)
o Cardiovasculaire complicaties
o Abruptio Placentae
Behandeling o Leefstijlaanpassingen
o Bewezen effectief: stoppen met alcohol en roken.
, Saskia Ensel, 2020. Vernieuwd in 2025.
o Geadviseerd: zoutbeperking, sporten, gezond BMI en weinig vet
eten.
o Acetylsalicylzuur ter preventie van PE
o Antihypertenvisa: in de zwangerschap is methyldopa veilig. ACE-
remmers worden afgeraden i.v.m. effecten op foetale nierfunctie.
o Diuretica: vaatverwijders
Beleid o Tweedelijnszorg
o Groei en conditie foetus met CTG en echo’s
o Start medicatie afhankelijk van tensie en eiwit in de urine (=proteïnurie)
o Inleiden bij 37 weken zwangerschap indien nodig
Zwangerschapshypertensie
Wat is het? Tensie van >140/90mmHg na de 20 weken bij een voorheen normotensieve
vrouw, zonder proteïnurie of klachten van PE. De bloeddruk moet minimaal 2
keer zijn vastgesteld met minimaal 4 uur er tussen.
Risicofactoren ❖ Nulliparae ❖ Maternale pre-existente ziekte
❖ PE in vorige zwangerschap ❖ Leeftijd ≥ 40 jaar
❖ Meerlingzwangerschap ❖ Gemelli zwangerschap
❖ Hypertensie in anamense ❖ Intoxicaties
❖ Periode van ≥5 jaar tussen twee ❖ Partner van een andere etnische
zwangerschappen afkomst dan de zwangere
❖ UWI of paradontale infecties voor ❖ De zwangere of vader zelf
en tijdens de zwangerschap geboren uit een zwangerschap
❖ BMI >35 preconceptioneel met PE
❖ Ontbreken midpregnancy drop ❖ Etniciteit (vrouwen uit Sub-
❖ Nierziekten Sahara Afrika hebben een 6x
❖ Auto-immuunziekten zoals hogere kans op eclampsie,
diabetes Suriname, Antillen).
❖ Bloeddrukstijging voor de 30ste
week
Risico’s ❖ Kan overgaan in PE (26-46%) of ❖ IUGR
chronische hypertensie ❖ Abruptio placentae
❖ Vroeggeboorte (4x) ❖ Diabetes gravidarum
❖ Neonatale morbiditeit
❖ Perinatale sterfte (2x)
Hoe eerder de aandoening in de zwangerschap, hoe ernstiger de gevolgen.
Beleid o Verwijzing naar de tweedelijn bij SBS ≥140 mmHg en DBD ≥95 mmHg
o Medicatie bij SBD ≥160 mmHg en/of DBD ≥110 mmHg
o Borstvoeding stimuleren → dit verlaagd de bloeddruk.
Beloop Normaliseert binnen 12 weken postpartum
Pre-eclampsie (PE)
Wat is het? Zwangerschapshypertensie met proteïnurie met foetale groeivertraging of
tekenen van eindorgaanfalen. Eindorgaanfalen geeft de volgende klachten:
❖ Neurologische afwijkingen → hoofdpijn (frontaal), visusstoornissen,
hyperreflexie, eclampsie.
❖ Afwijkingen aan de lever → misselijkheid, braken, pijn epigastro RBB,
verhoogde transaminasen (ASAT of ALAT ≥40 U/l, of LDH ≥600 U/l).
❖ Afwijkingen aan de nieren → oligurie (=weinig urine), verhoogd
creatinegehalte in bloed, nierfalen.
❖ Pijn tussen schouderbladen
❖ Oedeem (let op: 30% van de normotensieve zwangeren heeft oedeem).
❖ Hematologische afwijkingen → trombocytopenie (≤150x109/l), intravasale
stolling, hemolyse.
Incidentie 1-2% van alle zwangerschappen in NL. Dit kan bij risicofactoren oplopen tot
17%.
Risicofactoren Zie risicofactoren zwangerschapshypertensie
Risico’s o Abruptio placentae o Pulmonair oedeem
o Leverhematoom