Bouw en functie van kraakbeen en bot
Botten zijn opgebouwd uit talloze cellen. Het kraakbeen bevat een
tussencelstof die betrekkelijk vast maar toch vervormbaar is. De
kraakbeencellen liggen in groepjes ingekapseld in de tussencelstof
- glasachtig kraakbeen (hyalien kraakbeen); de tussencelstof is
doorschijnend en we treffen het aan als bekleding van de
gewrichtsvlakken van de botten en als verbinding tussen de ribben
en het borstbeen
- elastisch kraakbeen; de tussencelstof bevat veel elastische
vezels en we treffen het aan in de oorschelpen en het strotklepje
- vezelig kraakbeen; de tussencelstof bevat dikke bundels vezels
en is daardoor trekvast en drukbestendig. We treffen het aan in de
tussenwervelschijven van de wervelkolom en in de
kraakbeenverbinding tussen de beide schaambeenderen.
Het kraakbaan heeft de volgende functies:
- soepel verloop van de beweging van gewrichten
- het speelt een belangrijke rol bij de vorming van vele botstukken
- het vormt een soepele verbinding tussen sommige borstustukken
- het geeft vorm aan bepaalde lichaamsdelen
soorten beenweefsel:
- sponsachtig beenweefsel: komt in alle botten voor; bij
pijpbeenderen voornamelijk in de uiteinden, die epifysen worden
genoemd; bij platte beenderen in het gehele botstuk.
- Compacte beenweefsel: komt ook in alle botten voor. Bij
sommige botten is dit het belangrijkste bestanddeel (dijbeen), bij
andere is het slechts een dunne schorslaag (ribben). De
pijpbeenderen bevatten een hol middenstuk dat gevuld is met geel
beenmerg (geel door de aanwezigheid van vet).
We kunnen drie soorten beenderen onderscheiden:
- Platte beenderen zijn plat en vaak breed. Zij bevatten overwegend
sponsachtig weefsel met aan de buitenzijde een schorslaag van
compact been. Voorbeelden: de beenstukken van de
hersenschedel, schouderbladen, heupbeen, ribben en borstbeen.
- Pijpbeenderen zijn lang en dun. Zij bevatten een hol middenstuk
met twee uiteinden. In de uiteinden is op jeugdige leeftijd de
groeischijf nog zichtbaar ( afb. 2.4). Voorbeelden: scheenbeen,
dijbeen, vingerkootjes.
- Onregelmatige (korte) beenderen zijn in alle richtingen ongeveer
even groot, bijvoorbeeld hand- en voetwortelbeentjes, wervels.
, Functies van het skelet
- Het geeft steun en vorm aan ons lichaam
- Het biedt bescherming aan organen zoals hersenen, ruggenmerg
en longen
- Het is een aanhechtingsplaats voor spieren
- Het geeft samen met het spierstelsel bewegingsmogelijkheden
- Het zorgt voor de vorming van bloedcellen in het rode beenmerg.