Samenvatting H.8: informatie
voorziening
Wat we informatie noemen is eigenlijk het eindproduct van een proces
dat zich in ons lichaam afspeelt. Je beschikt namelijk over verschillende
organen die prikkels kunnen opvangen: de zintuigen. Deze prikkels
worden door de zintuigen via zenuwen doorgegeven aan de hersenen en
daar verwerkt tot zinvolle informatie, die je je bewust wordt.
Daarnaast kun je informatie opvangen uit je eigen lichaam. Enkele
voorbeelden van informatie vanuit je omgeving zijn: koude, warmte,
geluid, donker, licht, kleur, geur en beweging. Enkele voorbeelden van
informatie vanuit je eigen lichaam zijn: dorst, honger, spanning en pijn.
Wat we informatie noemen is eigenlijk het eindproduct van een proces
dat zich in ons lichaam afspeelt. Je beschikt namelijk over verschillende
organen die prikkels kunnen opvangen: de zintuigen. Deze prikkels
worden door de zintuigen via zenuwen doorgegeven aan de hersenen en
daar verwerkt tot zinvolle informatie, die je je bewust wordt. Die
informatie kun je bewust gebruiken; we spreken dan van een bewuste
reactie. Je reageert bijvoorbeeld door iets te doen of door juist bewust
iets niet te doen. Het lichaam kan ook onbewust reageren op prikkels.
Die worden dan door de hersenen of het ruggenmerg verwerkt zonder
dat dit tot ons bewustzijn doordringt. De ontstane informatie heeft dan
een onbewuste reactie tot gevolg. Er is dan sprake van een reflex.
Afhankelijk van de soort prikkel kunnen we verschillende soorten
zintuigen onderscheiden:
• reuk- en smaakzintuig: gevoelig voor chemische prikkels
• warmte- en koudezintuigen: gevoelig voor temperatuurverschillen
• tast-, druk- en pijnzintuigen: gevoelig voor mechanische prikkels
• gehoor- en evenwichtszintuig: eveneens gevoelig voor
mechanische prikkels
• gezichtszintuig: gevoelig voor licht.
, Zintuigen
Zoals bekend hebben we verschillende zintuigen die ieder op hun eigen
manier prikkels opvangen. Er zijn echter factoren die van toepassing zijn
op de prikkeling van alle zintuigen.
De passende of adequate prikkel. Zintuigcellen zijn slechts
gevoelig voor één bepaalde soort prikkel. Zo is de adequate prikkel
voor het oog licht, en voor het oor is dat geluid.
De prikkeldrempel. Hiermee bedoelen we de minimale sterkte die
een prikkel nodig heeft om een impuls op te wekken. Een prikkel
moet de drempelwaarde overschrijden om een impuls tot gevolg te
hebben. Eén korreltje suiker in de koffie proeven we niet, maar een
klontje wel.
De onderscheidingsdrempel. Wanneer de drempelwaarde
overschreden is, kunnen we prikkels die in sterkte uiteenlopen, van
elkaar onderscheiden. Een zacht geluid kunnen we onderscheiden
van een hard geluid. Het verschil in gewicht tussen een brief van
25,0 gram en een brief van 25,2 gram kunnen we daarentegen niet
waarnemen; daarvoor is het verschil te klein. Het minimale verschil
dat we nog kunnen waarnemen noemen we de
onderscheidingsdrempel. Deze is per zintuig sterk uiteenlopend,
bijvoorbeeld voor het oog 1% en voor het oor 15%.
De prikkelgevoeligheid. Elk zintuig heeft een eigen
prikkelgevoeligheid. Het menselijk oog kan niet alle bestaande
lichtprikkels waarnemen. Zo kunnen ultraviolet licht en infrarood
licht niet worden waargenomen. Ook het menselijk oor heeft deze
beperktheid ten aanzien van luchttrillingen (geluid). We weten
bijvoorbeeld dat oudere mensen hoge tonen niet goed meer
kunnen waarnemen.
Het aanpassingsvermogen. Zintuigen zijn vooral gevoelig voor
veranderingen in de omgeving. Wanneer bepaalde prikkels
langdurig blijven bestaan, nemen we die ten slotte niet meer waar.
Zo zal een bepaald eentonig geluid na verloop van tijd niet meer
opvallen en een donkere omgeving niet meer als donker worden
ervaren. Dit aanpassingsvermogen wordt ook
wel adaptatie genoemd.
De aandacht voor een prikkel. Wanneer onze aandacht is
afgeleid worden we ons niet bewust van vele zintuigprikkels die we
normaal wel zouden waarnemen. De prikkeldrempel is dan als het
ware verhoogd. Denk bijvoorbeeld aan de omstandigheden waarin
zakkenrollers te werk gaan.
voorziening
Wat we informatie noemen is eigenlijk het eindproduct van een proces
dat zich in ons lichaam afspeelt. Je beschikt namelijk over verschillende
organen die prikkels kunnen opvangen: de zintuigen. Deze prikkels
worden door de zintuigen via zenuwen doorgegeven aan de hersenen en
daar verwerkt tot zinvolle informatie, die je je bewust wordt.
Daarnaast kun je informatie opvangen uit je eigen lichaam. Enkele
voorbeelden van informatie vanuit je omgeving zijn: koude, warmte,
geluid, donker, licht, kleur, geur en beweging. Enkele voorbeelden van
informatie vanuit je eigen lichaam zijn: dorst, honger, spanning en pijn.
Wat we informatie noemen is eigenlijk het eindproduct van een proces
dat zich in ons lichaam afspeelt. Je beschikt namelijk over verschillende
organen die prikkels kunnen opvangen: de zintuigen. Deze prikkels
worden door de zintuigen via zenuwen doorgegeven aan de hersenen en
daar verwerkt tot zinvolle informatie, die je je bewust wordt. Die
informatie kun je bewust gebruiken; we spreken dan van een bewuste
reactie. Je reageert bijvoorbeeld door iets te doen of door juist bewust
iets niet te doen. Het lichaam kan ook onbewust reageren op prikkels.
Die worden dan door de hersenen of het ruggenmerg verwerkt zonder
dat dit tot ons bewustzijn doordringt. De ontstane informatie heeft dan
een onbewuste reactie tot gevolg. Er is dan sprake van een reflex.
Afhankelijk van de soort prikkel kunnen we verschillende soorten
zintuigen onderscheiden:
• reuk- en smaakzintuig: gevoelig voor chemische prikkels
• warmte- en koudezintuigen: gevoelig voor temperatuurverschillen
• tast-, druk- en pijnzintuigen: gevoelig voor mechanische prikkels
• gehoor- en evenwichtszintuig: eveneens gevoelig voor
mechanische prikkels
• gezichtszintuig: gevoelig voor licht.
, Zintuigen
Zoals bekend hebben we verschillende zintuigen die ieder op hun eigen
manier prikkels opvangen. Er zijn echter factoren die van toepassing zijn
op de prikkeling van alle zintuigen.
De passende of adequate prikkel. Zintuigcellen zijn slechts
gevoelig voor één bepaalde soort prikkel. Zo is de adequate prikkel
voor het oog licht, en voor het oor is dat geluid.
De prikkeldrempel. Hiermee bedoelen we de minimale sterkte die
een prikkel nodig heeft om een impuls op te wekken. Een prikkel
moet de drempelwaarde overschrijden om een impuls tot gevolg te
hebben. Eén korreltje suiker in de koffie proeven we niet, maar een
klontje wel.
De onderscheidingsdrempel. Wanneer de drempelwaarde
overschreden is, kunnen we prikkels die in sterkte uiteenlopen, van
elkaar onderscheiden. Een zacht geluid kunnen we onderscheiden
van een hard geluid. Het verschil in gewicht tussen een brief van
25,0 gram en een brief van 25,2 gram kunnen we daarentegen niet
waarnemen; daarvoor is het verschil te klein. Het minimale verschil
dat we nog kunnen waarnemen noemen we de
onderscheidingsdrempel. Deze is per zintuig sterk uiteenlopend,
bijvoorbeeld voor het oog 1% en voor het oor 15%.
De prikkelgevoeligheid. Elk zintuig heeft een eigen
prikkelgevoeligheid. Het menselijk oog kan niet alle bestaande
lichtprikkels waarnemen. Zo kunnen ultraviolet licht en infrarood
licht niet worden waargenomen. Ook het menselijk oor heeft deze
beperktheid ten aanzien van luchttrillingen (geluid). We weten
bijvoorbeeld dat oudere mensen hoge tonen niet goed meer
kunnen waarnemen.
Het aanpassingsvermogen. Zintuigen zijn vooral gevoelig voor
veranderingen in de omgeving. Wanneer bepaalde prikkels
langdurig blijven bestaan, nemen we die ten slotte niet meer waar.
Zo zal een bepaald eentonig geluid na verloop van tijd niet meer
opvallen en een donkere omgeving niet meer als donker worden
ervaren. Dit aanpassingsvermogen wordt ook
wel adaptatie genoemd.
De aandacht voor een prikkel. Wanneer onze aandacht is
afgeleid worden we ons niet bewust van vele zintuigprikkels die we
normaal wel zouden waarnemen. De prikkeldrempel is dan als het
ware verhoogd. Denk bijvoorbeeld aan de omstandigheden waarin
zakkenrollers te werk gaan.