Inhoud samenvatni
De taaltoets is op HAVO – MBO niveau, gegeven op het HBO.
Werkwoordspellini
- Persoonsvormen
Tegenwoordige en verleden tid
- Deelwoorden
Voltooid en onvoltooid
- Infiniteven
Overiie taalkwestes
- Persoonliike voornaamwoorden
- Bezitteliike voornaamwoorden
- Betrekkeliike voornaamwoorden
- Als of dan
- Weglatngsstreepies
- Samenstellingen
Woordenschat
- Hbo-woordenschat, bestaande uit 70 woorden met definites
-
1
, Werkwoordspellini
Voordat ie werkwoorden goed kan spellen, moet ie eerst weten met wat voor vorm ie te
maken hebt.
Persoonsvormen
Stel ie de zin samen in een vraai, het woord dat dan aan het begin van de zin komt te staan
is de persoonsvorm:
- We lopen samen naar de stad.
- Lopen we samen naar de stad?
Stel de zin samen in een andere vorm
- We lopen samen naar de stad.
- Ik loop samen naar de stad…
Stel de zin samen in een andere tjd
- We lopen samen naar de stad.
- We liepen samen naar de stad.
Persoonsvorm tegenwoordige tid = stam + niks/t/en
Persoonsvorm verleden tid:
Zwakke werkwoorden:
1. Neem het hele werkwoord – iuichen & klagen
2. Haal er -en vanaf – iuich & klag
3. Zit de laatste letter in ’t ex-kofschip = stam + te(n)
Juichte
4. Zit de laatste letter niet in ’t ex-kofschip = stam + de(n)
Klaaide
Dus werkwoorden als vermoeden of verwachten worden in de verleden tid:
Hii vermoedde/ hii verwachte.
Sterke werkwoorden:
- Veranderen van klank en schriif ie zo kort mogeliik.
- Kiik ook altid naar ’t ex-kofship
Ik/iii/hij/zii – werd
Wii/iullie/zii – werden
2