Maatschappelijk werk en Dienstverlening
Uitstroomprofiel: GGZ J4p1
Toets: Psychopathologie, psychofarmacologie en recht
Alle verkregen informatie is afkomstig uit het boek: ‘Psychiatrie, van diagnose
tot behandeling’ en de gegeven lessen en college (W.V. Sewbalak).
Psychofarmacologie
Wat is farmacologie?
Psych = Psyche
Farmacon = Geneesmiddel
Lagos = Leer
Het deel van de wetenschap wat maakt dat een geneesmiddel iemand
beter maakt, dat er wordt voorkomen en wordt opgespoord (van ziekten).
Wat zijn psychofarmaca?
Geneesmiddelen die aangrijpen op het CZS (centraal zenuwstelsel) en op de
Psyche.
Een psychiatrische ziekte ontregelt de basis van een persoon: baan,
opleiding, onderlinge verstandhoudingen, zelfzorg etc. Hierdoor houdt men
vaak een blijvende achterstand en wordt men sociaal-ontregelt. Daarom is
het van belang snel in te grijpen.
Psychiatrisch patiënten blijven echter snel buiten beeld omdat:
-Patiënt heeft een gebrek aan eigen ziekte-inzicht
-Er is spraken van lastige problematiek, geen motivatie en
verzekeringsmaatschappijen spelen een rol in de vergoeding van de
behandeling.
Hersenen:
Het controlecentrum van het lichaam, deze communiceren via prikkels in het
CZS, dat bestuurt: (basis hersenfuncties)
-Sympathisch systeem (Actief tijdens inspanning; zoals verhoogde hartslag)
-Parasympatisch systeem (Altijd actief, ook in rust; zoals werking organen en
ademhaling)
Controle via verschillende hormonen getransporteerd via het bloed.
Trias Psychica: (Hogere hersenfuncties)
-Cognitie: Denken
-Affectie: Voelen
-Conatie: Doen
Wetenschappelijke nomenclatuur:
Het systematisch benoemen van zaken ten behoeve van eenduidige
communicatie:
-Universele benaming van dieren
-Universele benaming van stoffennmedicijn
-Universeel is de taal der wetenschap, zo is wetenschap.
Toedieningswijzen:
Medicatie werk pas op de plek der bestemming
-Lokale toediening: D.m.v. een zalfje op de plek zelf zoals een knie
1
, -Systemische toediening: D.m.v. het slikken van medicatie Dit zorgt voor
de meeste bijwerkingen want het komt in het hele lichaam terecht.
Toedieningsvormen:
-Vast: Pil, zalf, poeder
-Vloeibaar: Dranken, druppels injecties of infuus
-Gas: Lachgas, inhalator
Farmacokinetiek
De beweging van het medicijn. Het verwerkingsproces dat een geneesmiddel
ondergaat na toediening. (Wat doet het lichaam met het geneesmiddel).
Absorptie = Opname door: Mond, spier, anus, huid of
longen.
Distributie = Getransporteerd via: Bloed, lymfe,
hersenvocht.
(Bloed is de voornaamste weg
waardoor
de medicatie wordt
getransporteerd)
Metabolisme = Omzetting door: De lever (Hierin worden de
actief
(Stofwisseling) werkende stoffen geactiveerd)
Excretie = Uitscheiding via: Nieren (plas), longen (adem),
lever (ontlasting), huid (zweet).
Door een verminderde nierfunctie, kan het zijn dat een medicijn niet goed wordt
afgebroken en uitgescheiden en zich op gaat stapelen in het lichaam. Dit kan
erg gevaarlijk zijn!! Daarom altijd checken of een patiënt nier-of leverfalen
heeft. De kans op bijwerkingen wordt door de stapeling van het medicijn een
stuk groter.
Handige filmpjes:
Absorptie van het medicijn:
(https:nnwww.youtube.comnwatch?v=xiuWdJYyIKs)
Distributie van het medicijn:
(https:nnwww.youtube.comnwatch?
v=kLvYCOSnPDc&list=PLDBFB3C07C348FDFC&index=3)
T-max: (Erg belangrijk op de
toets!)
2