Psychologie
H14 Stress, gezondheid en welzijn
14.3 Wie is het meest kwetsbaar voor stress?
Moderator: Factor die voorkomt dat een stressor stress veroorzaakt
Type A: Gedragspatroon dat wordt gekenmerkt door intense, agressieve, competitieve of
perfectionistische reacties op gebeurtenissen in het leven.
Locus of control: De plek waar een individu de belangrijkste invloed op gebeurtenissen in
zijn leven situeert: intern/extern
Mensen die internaliseren: Mensen met een interne locus of control die geloven dat ze veel
invloed hebben op resultaten van hun leven.
Mensen die externaliseren: mensen met een externe locus of control die geloven dat ze
weinig invloed hebben op resultaten in hun leven.
Primaire controle: Inspanningen die zijn gericht op het aansturen van externe
gebeurtenissen.
Secundaire controle: Inspanningen die zijn gericht op het beheersen van individuele
reacties op externe gebeurtenissen.
Aangeleerde hulpeloosheid: Een verschijnsel waarbij iemand geleerd heeft negatieve
gebeurtenissen toe te schrijven aan zijn eigen persoonlijke gebreken of aan externe
omstandigheden waarover hij denkt zelf geen controle te hebben. Van mensen met
aangeleerde hulpeloosheid wordt gedacht dat ze een externe locus op control hebben.
Weerbaarheid: Houding van weerstand tegen stress, die is gebaseerd op een gevoel van
uitdaging, toewijding, en controle.
Optimisme: Een houding waarbij stressoren over het algemeen worden geïnterpreteerd als
specifiek, situationeel en tijdelijk.
Veerkracht: Iemands capaciteit om zich heen aan te passen en welzijn te bereiken in
weerwil van ernstige bedreigingen van de ontwikkeling.
14.4 Hoe kunnen we invloed van stress op onze gezondheid verminderen?
Coping strategie: Manier om stressvolle situatie te hanteren.
Positieve keuzes op het gebied van levenswijze: Patronen die bescherming bieden tegen
stress en ziekte.
Afweer: Inspanningen verrichten om de symptomen van stress of het bewustzijn van stress
te verminderen.
Coping: Actie ondernemen om de oorzaken van stress te verminderen of weg te nemen.
Probleem gerichte coping: Actie die wordt ondernomen om een stressor te begrijpen en
een oplossing te vinden voor het probleem dat gerelateerd is aan de stressor.
Emotiegerichte coping: Het reguleren van je emotionele reactie op een stressor.
Piekeren: Blijven stilstaan bij negatieve gedachten in reactie op stress, dit is gedrag dat het
afweerstelsel aantast.
Cognitieve herstructurering: Het herbeoordelen van een stressor met het doel deze vanuit
een positiever perspectief te beschouwen.
Sociale vergelijking: Een type cognitieve herstructurering waarbij de betrokkene
vergelijkingen maakt tussen zichzelf en andere in soortgelijke situaties.