werk en ouderdom
Hoofdstuk 13: Sociale zekerheid bij werkloosheid, werk en
ouderdom
Een werknemer kan een beroep doen op een WW-uitkering als er sprake is van
werkloosheid door het beëindiging van de dienstbetrekking of door een drastische neemt de
werknemer zelf ontslag of is het ontslag de werknemer te verwijten, dan is er meestal geen
recht op een uitkering. Eerst moet op grond van objectieve en subjectieve voorwaarden
worden vastgesteld of de werkloze werknemer recht heeft op een WW-uitkering. Objectieve
voorwaarden:
1. De betrokkene moet werknemer zijn geweest in de zin van de Werkloosheidswet.
2. De werknemer moet werkloos zijn. Er is sprake van werkloosheid als een werknemer:
- Geen recht meer heeft op loon; verplichting van de werkgever heeft voorang.
- Beschikbaar is voor passend werk op de arbeidsmarkt.
- Voldoende urenverlies heeft: de helft van het aantal gewerkte uren minimaal vijf uren.
3. Er moet zijn voldaan aan de referte-eis: dat betekent dat voorafgaand aan de eerste
dag van werkloosheid in 26 kalenderweken van de 36 weken moet zijn gewerkt. Eer
werknemer mag bij verschillende werkgevers hebben gewerkt en de werkzaamheden
hoeven elkaar niet op te volgen.
4. Er moet zijn voldaan aan de 4-uit-5- eis. Dat betekent dat in de periode voorafgaand
aan de werkloosheid vier van de vijf jaren moet zijn gewerkt.
5. Er mag geen uitsluitingsgrond aanwezig zijn. Een uitsluitingsgrond is het ontvangen
van een andere uitkering, bijvoorbeeld een WIA-uitkering.
Subjectieve voorwaarden:
- Voldoende solliciteren naar passend werk en regelmatig de vacaturebank bij het
Werkplein raadplegen.
- Passend werk aanvaarden en behouden
- Niet-verwijtbaar werkloos zijn en niet lichtvaardig ontslag hebben genomen of
gekregen; een werknemer wordt geacht zich in voldoende mate te verzetten tegen
het ontslaginitiatief van de werkgever.
- Voldoen aan verplichtingen, zoals inschrijving bij het UWV WERKbedrijf als
werkzoekende en het overleggen van de juiste gegevens aan het UWV WERKbedrijf.
De WW kent twee WW-uitkerinngen:
1. De loongerelateerde uitkering
2. De kortdurende uitkering
Een uitkeringsgerechtigde die aan alle voorwaarden voldoet, heeft recht op een
loongerelateerde uitkering. De uitkering is de eerste 2 maanden 75% van het berekende
laatstverdiende loon en daarna 70%. De maximale duur van de WW-uitkering is op dit
moment nog 32 maanden.
Een kortdurende uitkering wordt verstrekt aan een werklozen die aan alle voorwaarden
voldoet, met uitzondering van de 4-uit-5-eis. De duur is 3 maanden.
De inkomensvoorziening oudere werklozen (IOW) geeft een inkomensgarantie voor oudere
werkloze werknemers op sociaalminimumniveau. Het recht op deze uitkering ontstaat als de
WW-uitkering is afgelopen en als aan verdere voorwaarden is voldaan. Het is een sociale
voorziening die wordt uitgevoerd door de gemeente waarin de oudere werkloze woont. De
IOW is een tijdelijke regeling die de slechte arbeidspositie van oudere werknemers op de
arbeidsmarkt compenseert. Het inkomen van de partner en het vermogen wordt buiten
beschouwing gelaten. De IOW was geldig tot 2014 en nooit hoger dan 70%.
De wetten: WW, ZW, IVA, WGA, WAO en Wazo kunnen worden aangevuld met de
Toeslagenwet. Iemand die geen recht heeft op toeslag: