Hoofdstuk 7: Periodieke functies
V-1. AD 62 ( 20)2 4 en BC 72 ( 20)2 69
V-2. cos Q 8
9 tan D 17
1,5
sin 65o MN
15
cos 65o SN
15
Q 27o D 70o MN 13,59 SN 6,34
PR 9 8 17 2 2
V-3.
a. Ongeveer 18°C.
b. Het bereik: verschil tussen de hoogste en laagste temperatuur.
c. De gemiddelde jaartemperatuur is ongeveer 10°C.
d. ongeveer 14°C.
V-4.
a. maximum is 4,6 en het minimum -3,9
De evenwichtsstand: 0,34 en de amplitude: 4,25
De periode (van minimum tot minimum) is ongeveer 13 uur.
b. Alleen de evenwichtsstand daalt met 75 cm. Amplitude en periode blijven gelijk.
c. Vermenigvuldigen met 1,2
d. De periode en de evenwichtsstand blijven gelijk. De amplitude wordt 5,1
1.
a. Omtrek 2 1 2 meter.
b. 2 seconden.
c. De stip zit dan helemaal links.
d. Na een kwart omwenteling: 41 2 21 1,57 seconden.
2.
a. Helemaal rond is 360o . De stip heeft dan een afstand afgelegd van 2 .
Als de afstand is, dan is de hoek 21 360o 180o
b. Werk met een verhoudingstabel:
x : 180o (rad ) 180o
x 41 : 41 180o 45o
c. 5
12
5
24
2 , dus ook 5
24
360o 75o
d. x 1: 180
57,30o
1
Uitwerkingen 4 vwo wiskunde B, hoofdstuk 7