Introductie en geschiedenis van de psychologie.
Introductiecollege
Psychologie is de leer van onszelf, specifiek onderzoek levert gezamenlijk 1 beeld
op over de mens.
Uniek aan psychologie:
Omgeving psychologie gedrag
Om te snappen wat er in de persoon omgaat moet je een model maken.
Psychologen kijken naar de perceptie van mensen en niet alleen naar de
omgeving. Ze kijken wat er in mensen omgaat. Wat er in de buitenwereld is, is
niet hetzelfde als in de binnenwereld, je hersenen. De mensen gedragen zich
naar de wereld die ze zelf waarnemen en niet naar de wereld hoe die is. Mensen
kijken alleen naar de buitenkant en niet naar de binnenkant.
Oliver Sacks Neuroloog, hij combineert de ervaringen van mensen en wat er
achter zit (een neurologische verklaring).
Mensen gebruiken context om dingen te interpreteren. Verwachtingen zorgen
ervoor wat mensen zien.
Zelfbeeld bepaalt ook, iedereen ziet zichzelf anders vanuit de binnenkant dan
vanaf de buitenkant. Mensen zien zichzelf niet realistisch, dat is goed, want dan
probeer je meer. Kinderen zijn het minst realistisch, zij zijn te optimistisch
(childhood optimism).
Mensen zijn gewend patronen te herkennen. Pareidolia is het fenomeen, dat
mensen teveel de patroonherkenning toepassen.
Aandacht stuurt ook heel erg je perceptie. Mensen zien dat gene waar ze
aandacht voor hebben.
Hoorcollege 1
Wetenschap is een cultureel product. Wetenschapsgeschiedenis is vervormd.
Fundamentele attributiefout is de neiging om gedrag teveel toe te schrijven aan
kenmerken van de persoon in plaats van de situatie.
Hindsight bias; overschatten van de kans dat dingen die gebeurd zijn zouden
gebeuren.
Etnocentrisme; mensen onderscheiden ingroup en outgroup, je beoordeelt
naar je eigen groepsnormen. Groepen vormen ook een hiërarchie.
Hoorcollege 2
Deductie: logische conclusies vanuit een aantal premissen/aannames. Plato
Inductie: het trekken van conclusies op basis van convergente observaties.
Aristoteles
De mens als maatstaaf verdwijnt, Copernicus en Galilei stellen de zon
bijvoorbeeld als middelpunt van het universum. Ook komt er een
mechanistische visie, de mechanismen van het universum worden wiskundig
beschreven, zoals Newton met de formule voor zwaartekracht. Het universum
heeft geen ziel meer nodig. Decartes beschrijft het menselijke lichaam als
mechanisme.
Empiricisme: theorieën en observaties met elkaar in verband brengen.
, Evolutie: waarom we zijn zoals we zijn, de psyche heeft een functie.
Fysiologie: het lichaam beïnvloedt de psyche (neuronen en het brein)
Statistiek: psychologische wetten zijn af te leiden uit observaties van groepen
mensen. Mensen zijn als individu heel moeilijk te voorspellen, maar als groep is
het makkelijker, daarom worden de psychologische wetten van groepen mensen
afgeleid.
Grote thema’s (geen tentamen)
- Dualisme – materialisme:
lichaam – geest, fysiologie – psyche, objectief – subjectief.
- Aangeboren – aangeleerd:
nature – nurture, deductie – inductie, dispositie – situatie.
- Individu - groep:
Idiografisch – nomothetisch (moet je de persoonlijkheid meer zien als iets
unieks, of iets dat met groepen via wetten kan worden bepaald),
kwalitatief – kwantitatief.
René Descartes: Je moet niets geloven wat anderen, of je eigen zintuigen zeggen.
Het feit dat hij twijfelt betekent dat er iets is.
- Simple natures: helder en zeker
- Fysieke wereld: extensie (het neemt ruimte in) en beweging
- Mentale wereld: cogito, ergo sum
- Fysiek is de sensorische ervaring, de ziel zijn de aangeboren ideeën.
Animisme: (schema van Aristoteles)
- Psyche – anima – ziel
- Vegetatieve zielen: planten, zijn er maar reageren nauwelijks op
prikkels.
- Sensitieve zielen: dieren, reageren op prikkels.
- Rationele zielen: mensen, reageren op prikkels en denken zelf na.
Homunculus: verklaring van psychische processen waarbij je net doet alsof de
psychische processen/ de hersenen zelf personen zijn.
Hoe is de geest gerelateerd aan het lichaam?
- Dualisme: twee onafhankelijke entiteiten.
- Materialisme: geest is bijproduct van het brein.
Voordelen dualisme
- Sluit aan bij ervaring (zelf, bewustzijn)
- Sluit aan bij lekentheorie
- Sluit aan bij religie
- Sluit aan bij notie van vrije wil
Nadelen dualisme:
- Het interactieprobleem
- Het bestaan van onbewuste processen
- Niet nodig (bijvoorbeeld phlogiston, vitale energie)
- Hersenschade beïnvloedt geest
Monisme:
- Alleen de fysieke wereld bestaat
- Reductief materialisme: hersenen zijn geest
Maar: hoe kan het dat we toch bewust keuzes maken.
Introductiecollege
Psychologie is de leer van onszelf, specifiek onderzoek levert gezamenlijk 1 beeld
op over de mens.
Uniek aan psychologie:
Omgeving psychologie gedrag
Om te snappen wat er in de persoon omgaat moet je een model maken.
Psychologen kijken naar de perceptie van mensen en niet alleen naar de
omgeving. Ze kijken wat er in mensen omgaat. Wat er in de buitenwereld is, is
niet hetzelfde als in de binnenwereld, je hersenen. De mensen gedragen zich
naar de wereld die ze zelf waarnemen en niet naar de wereld hoe die is. Mensen
kijken alleen naar de buitenkant en niet naar de binnenkant.
Oliver Sacks Neuroloog, hij combineert de ervaringen van mensen en wat er
achter zit (een neurologische verklaring).
Mensen gebruiken context om dingen te interpreteren. Verwachtingen zorgen
ervoor wat mensen zien.
Zelfbeeld bepaalt ook, iedereen ziet zichzelf anders vanuit de binnenkant dan
vanaf de buitenkant. Mensen zien zichzelf niet realistisch, dat is goed, want dan
probeer je meer. Kinderen zijn het minst realistisch, zij zijn te optimistisch
(childhood optimism).
Mensen zijn gewend patronen te herkennen. Pareidolia is het fenomeen, dat
mensen teveel de patroonherkenning toepassen.
Aandacht stuurt ook heel erg je perceptie. Mensen zien dat gene waar ze
aandacht voor hebben.
Hoorcollege 1
Wetenschap is een cultureel product. Wetenschapsgeschiedenis is vervormd.
Fundamentele attributiefout is de neiging om gedrag teveel toe te schrijven aan
kenmerken van de persoon in plaats van de situatie.
Hindsight bias; overschatten van de kans dat dingen die gebeurd zijn zouden
gebeuren.
Etnocentrisme; mensen onderscheiden ingroup en outgroup, je beoordeelt
naar je eigen groepsnormen. Groepen vormen ook een hiërarchie.
Hoorcollege 2
Deductie: logische conclusies vanuit een aantal premissen/aannames. Plato
Inductie: het trekken van conclusies op basis van convergente observaties.
Aristoteles
De mens als maatstaaf verdwijnt, Copernicus en Galilei stellen de zon
bijvoorbeeld als middelpunt van het universum. Ook komt er een
mechanistische visie, de mechanismen van het universum worden wiskundig
beschreven, zoals Newton met de formule voor zwaartekracht. Het universum
heeft geen ziel meer nodig. Decartes beschrijft het menselijke lichaam als
mechanisme.
Empiricisme: theorieën en observaties met elkaar in verband brengen.
, Evolutie: waarom we zijn zoals we zijn, de psyche heeft een functie.
Fysiologie: het lichaam beïnvloedt de psyche (neuronen en het brein)
Statistiek: psychologische wetten zijn af te leiden uit observaties van groepen
mensen. Mensen zijn als individu heel moeilijk te voorspellen, maar als groep is
het makkelijker, daarom worden de psychologische wetten van groepen mensen
afgeleid.
Grote thema’s (geen tentamen)
- Dualisme – materialisme:
lichaam – geest, fysiologie – psyche, objectief – subjectief.
- Aangeboren – aangeleerd:
nature – nurture, deductie – inductie, dispositie – situatie.
- Individu - groep:
Idiografisch – nomothetisch (moet je de persoonlijkheid meer zien als iets
unieks, of iets dat met groepen via wetten kan worden bepaald),
kwalitatief – kwantitatief.
René Descartes: Je moet niets geloven wat anderen, of je eigen zintuigen zeggen.
Het feit dat hij twijfelt betekent dat er iets is.
- Simple natures: helder en zeker
- Fysieke wereld: extensie (het neemt ruimte in) en beweging
- Mentale wereld: cogito, ergo sum
- Fysiek is de sensorische ervaring, de ziel zijn de aangeboren ideeën.
Animisme: (schema van Aristoteles)
- Psyche – anima – ziel
- Vegetatieve zielen: planten, zijn er maar reageren nauwelijks op
prikkels.
- Sensitieve zielen: dieren, reageren op prikkels.
- Rationele zielen: mensen, reageren op prikkels en denken zelf na.
Homunculus: verklaring van psychische processen waarbij je net doet alsof de
psychische processen/ de hersenen zelf personen zijn.
Hoe is de geest gerelateerd aan het lichaam?
- Dualisme: twee onafhankelijke entiteiten.
- Materialisme: geest is bijproduct van het brein.
Voordelen dualisme
- Sluit aan bij ervaring (zelf, bewustzijn)
- Sluit aan bij lekentheorie
- Sluit aan bij religie
- Sluit aan bij notie van vrije wil
Nadelen dualisme:
- Het interactieprobleem
- Het bestaan van onbewuste processen
- Niet nodig (bijvoorbeeld phlogiston, vitale energie)
- Hersenschade beïnvloedt geest
Monisme:
- Alleen de fysieke wereld bestaat
- Reductief materialisme: hersenen zijn geest
Maar: hoe kan het dat we toch bewust keuzes maken.