pasgeborene. Hoofdstuk 3.
Tijdens de zwangerschap adviseert de verloskundige of gynaecoloog de
zwangere zich aan te melden bij het kraamcentrum. Dit kan het beste voor de
vierde maand. Als kraamverzorgende kom je pas in beeld op het moment dat je
opgeroepen wordt om te assisteren bij de baring. Na een korte kennismaking
vindt er eerst een observatie en anamnese plaats, meestal aan de hand van een
standaardzorgplan, dat is opgenomen in het zorgdossier.
Aan het eind van de kraamzorg in het gezin vindt er een eindevaluatie plaats om
duidelijkheid te krijgen over de kwaliteit van de zorg en om continuering van de
jeugdzorg voor de pasgeborene plaats te laten vinden.
Voorbereiding op de kraamzorg.
Nadat ze zwangere zich heeft aangemeld voor kraamzorg bij het kraamcentrum,
begint het kraamzorgproces. Een kraamverpleegkundige of de intaker voert in de
7e of 8e maand van de zwangerschap een intakegesprek met de zwangere (en
partner) waarbij er afspraken rondom de kraamzorg worden gemaakt.
De verloskundige is degene die de zwangere en haar partner voorlichting geeft
over de verschillende kraamzorgmogelijkheden. Als zij ervoor kiezen thuis te
bevallen, melden zij zich aan bij het kraamcentrum. Tijdens de intake maakt de
kraamverpleegkundige of intaker afspraken die voor de kraamverzorgende
voorwaarde-scheppend zijn. Dat wil zeggen: het kraamcentrum stelt zodanige
voorwaarden dat jij als kraamverzorgende je werk goed kun verrichten.
De kraamverpleegkundige controleert of de benodigdheden voor de kraamvrouw,
barende en pasgeborene aangeschaft zijn. Dit heet het kraampakket. Verder
bestaat er een advieslijst voor de baby uitzet.
Advieslijst voor de baby uitzet.
o 3 molton onderleggers
o 2 dekentjes en lakentjes
o klein zeiltje voor het matras
o 12 hydrofiele luiers (ruitjesluiers)
o bij stoffen luiers: 24 oogjesluiers, een doosje inlegluiers en
strikslips
o 3 flanellen luiers
o 6 spuugdoekjes
o 6 washandjes
o 6 hemdjes of rompertjes
o 4 truitjes of luierpakjes
o 1 of 2 metalen kruiken met kruikenzak
o beveiligde veiligheidsspelden
o luieremmer
o babybadje
o doosje babylotion doekjes
o babyzeep, haarborsteltje en kammetje
Daarnaast bespreekt de kraamverpleegkundige de veiligheidstips voor de
babykamer, het babybedje en andere factoren.
Veiligheidstips voor de pasgeborene.
o zet een kinderbedje niet te dicht bij snoeren en/of stopcontacten
, o de ruimte tussen de spijlen van een kinderbedje mag niet meer dan 7 cm zijn
o de bedbodem moet voldoende gaten bevatten voor een goede ventilatie
o gebruik nooit een zeegras matrasje (vochtigheid, allergische reacties)
o gebruik geen dekbed als het kind nog geen twee jaar is, maar kies voor een
lakentje of
dekentje of babyslaapzak op maat
o leg geen hoofdbeschermer, kussentje of losse knuffels in bed
o gebruik een naadloze kruik met een rubberen afsluitring in de dop
o leg de baby niet op de buik om te slapen, rugligging is aan te bevelen
o de temperatuur van de babykamer kan overdag 18 graden zijn, snachts 15
graden
o rook niet in de kamer waar de baby is
o verklein het bed niet met een kussen, als hij een kleinere slaapruimte nodig
heeft, maak dan het
bed kort op
Een anamnese afnemen.
Dit is een continu proces. Dat begint bij het voorbereidende gesprek van de
kraamverpleegkundige en dat jij als kraamverzorgende voortzet. Vanaf de baring
tot het einde van de kraamzorg verzamel je gegevens over de barende,
pasgeborene, kraamvrouw en het kraamgezin. In iedere fase van de baring en in
de kraamperiode zal de kraamzorgbehoefte steeds veranderen en bijgesteld
worden.
Als je als kraamverzorgende wordt opgeroepen om partusassistentie te verlenen,
dan heb je de volgende noodzakelijke informatie nodig:
o NAW gegevens (naam, adres, woonplaats)
o indien noodzakelijk routebeschrijving
o gezinsgegevens, soort zorg en kinderen
o naam van degene die de bevalling begeleidt
o hoe ver de bevalling (ontsluiting) gevorderd is
Naast de gebruikelijke gegevens die je verzamelt bij een zorgvrager, zijn er ook
specifieke gegevens noodzakelijk voor de zorgverlening aan een barende:
o hoe is de zwangerschap verlopen?
o wat is de datum à terme?
o is de barende primigravida of multigravida?
o is de barende primipara of multipara?
o wanneer zijn de weeën begonnen?
o om de hoeveel minuten komen de weeën?
o hoe krachtig zijn de weeën?
o zijn de vliezen al gebroken?
o wat was de kleur van het vruchtwater?
o is de slijmprop verloren en hoe zag die eruit?
o wil de moeder na de baring de pasgeborene direct op de buik?
o wil de moeder borstvoeding geven?
o is de verloskundige al gebeld?
o welke afspraken zijn er met de verloskundige gemaakt?
o zijn (slapen) er andere kinderen thuis?
o op welke manier heeft de barende geleerd om de weeën op te vangen?
o heeft het gezin nog iets te melden dat voor de partus voor belang is?