Positieve psychologie
Hoofdstuk 3: Het Goede leven
1. Het goede leven
Aristoteles > welk leven is het beste?
Beschrijving van het goede leven:
‘Eudemonia’ = een kwestie van persoonlijke ontwikkeling en voortreffelijkheid van karakter.
In het goede leven wordt geluk nagestreefd door het ervaren van plezier -> maar gaat niet per
definitie samen met een prettig gevoel.
Hoe is welbevinden het beste te bevorderen?
1. Geluk is kwalitatief anders dan eudemonia > geluk is geen goede indicator voor goede
leven in deze visie.
2. Geen scherpe grens te trekken tussen geluk en eudemonia.
Seligman: Het goede en het zinvolle leven zijn veel belangrijker voor geluk dan het plezierige
leven.
Het ‘betrokken’leven volgens de positieve psychologie
- Je betrokken voelen > werk, relaties, …
- Je goede/ sterke kanten kennen > je leven zo inrichten dat je deze optimaal kan inzetten
- Flow ervaren*
- Doelgerichtheid
- Persoonlijke groei: feedback krijgen, leren hieruit > juiste richting ingestuurd worden
- Optimisme: in sommige situatie van een andere kant kunnen bekijken
2. Flow
Basis = weten wat je sterke kanten zijn en leven zo in richten dat deze sterke kanten zoveel
mogelijk worden ingezet.
In dit goede leven > niet bewust van uitdagende taken:
Flow = rats waarin je je zelfbewustzijn verliest, terwijl je iets doet wat je erg boeit.
= de gewaarwording dat de tijd stilstaat, je helemaal thuis voelen > echt helemaal
opgaan in het gene wat je doet.
Positieve emoties: niet aanwezig als je flow ervaart
Je gebruikt je sterkste kanten en pas achteraf ervaar je pas emoties (tevredenheid en
trots)
Altijd de vraag stellen waar liggen mijn interesses > is daarin voldoende uitdaging?
Kenmerken van Flow - Nakamura en Csikszentmihalyi
- Er is een duidelijk doel
, - Concentratie en doelgerichtheid
- Verlies van zelfbewustzijn > volledig opgaan
- Verlies van tijdsbesef > tijd vliegt voorbij
- Direct feedback > succes en falen
- Evenwicht tussen eigen vaardigheid en de uit te voeren activiteit
- Idee van persoonlijke controle over de situatie of activiteit
- De activiteit is intrinsiek belonend
- Gevoelens: uitdagend + gebruik van volledige capaciteiten
- Voorbeeld sport en spel (= gestructureerde activiteiten) > flow dichterbij
- In elke activiteit flow, ALS de juiste interesses en uitdaging
Anders: verveling of angst
- Subjectieve uitdaging en vaardigheden > kwaliteit van de ervaring
- Aandacht = belangrijk > in flow en flow behouden
- Controle behouden
* Microwflow
‘Flow’= de optimale mentale toestand waarin je volledig opgaat in je bezigheden
Autotelische persoonlijkheid = heel graag opzoek gaan naar uitdaging, willen groeien en
jezelf verbeteren > ‘flow’ teweeg brengen
Doel -> activiteiten doe je om de activiteit zelf, de ervaring zelf
Herkenbaar: mensen die enorm genieten van hun werk, niet anders willen doen
Toepassing:
- Ervaar flow
- Stel drie vragen voor een gelukkig leven:
1. Wat heb ik vandaag gedaan waarover ik tevreden ben?
2. Wat deed iemand anders waarover ik tevreden ben?
3. Wat zie, hoor, voel, ruik of proef ik nog meer waarvoor ik dankbaar ben?
3. Doelgerichtheid
Eén belangrijke dimensie in het goede leven: doelgerichtheid
= het hebben van plannen voor de toekomst en het idee dat je leven richting heeft.
Andere dimensie: idee van persoonlijke groei
= ontwikkeling zien in je leven, jezelf groeiend zien, openstaan voor nieuwe ervaringen, …
Positieve relatie tussen doelgerichtheid en welbevinden
vaststellen en nastreven van doelen > commitment en idee dat je zinvol bezig bent
Hoofdstuk 3: Het Goede leven
1. Het goede leven
Aristoteles > welk leven is het beste?
Beschrijving van het goede leven:
‘Eudemonia’ = een kwestie van persoonlijke ontwikkeling en voortreffelijkheid van karakter.
In het goede leven wordt geluk nagestreefd door het ervaren van plezier -> maar gaat niet per
definitie samen met een prettig gevoel.
Hoe is welbevinden het beste te bevorderen?
1. Geluk is kwalitatief anders dan eudemonia > geluk is geen goede indicator voor goede
leven in deze visie.
2. Geen scherpe grens te trekken tussen geluk en eudemonia.
Seligman: Het goede en het zinvolle leven zijn veel belangrijker voor geluk dan het plezierige
leven.
Het ‘betrokken’leven volgens de positieve psychologie
- Je betrokken voelen > werk, relaties, …
- Je goede/ sterke kanten kennen > je leven zo inrichten dat je deze optimaal kan inzetten
- Flow ervaren*
- Doelgerichtheid
- Persoonlijke groei: feedback krijgen, leren hieruit > juiste richting ingestuurd worden
- Optimisme: in sommige situatie van een andere kant kunnen bekijken
2. Flow
Basis = weten wat je sterke kanten zijn en leven zo in richten dat deze sterke kanten zoveel
mogelijk worden ingezet.
In dit goede leven > niet bewust van uitdagende taken:
Flow = rats waarin je je zelfbewustzijn verliest, terwijl je iets doet wat je erg boeit.
= de gewaarwording dat de tijd stilstaat, je helemaal thuis voelen > echt helemaal
opgaan in het gene wat je doet.
Positieve emoties: niet aanwezig als je flow ervaart
Je gebruikt je sterkste kanten en pas achteraf ervaar je pas emoties (tevredenheid en
trots)
Altijd de vraag stellen waar liggen mijn interesses > is daarin voldoende uitdaging?
Kenmerken van Flow - Nakamura en Csikszentmihalyi
- Er is een duidelijk doel
, - Concentratie en doelgerichtheid
- Verlies van zelfbewustzijn > volledig opgaan
- Verlies van tijdsbesef > tijd vliegt voorbij
- Direct feedback > succes en falen
- Evenwicht tussen eigen vaardigheid en de uit te voeren activiteit
- Idee van persoonlijke controle over de situatie of activiteit
- De activiteit is intrinsiek belonend
- Gevoelens: uitdagend + gebruik van volledige capaciteiten
- Voorbeeld sport en spel (= gestructureerde activiteiten) > flow dichterbij
- In elke activiteit flow, ALS de juiste interesses en uitdaging
Anders: verveling of angst
- Subjectieve uitdaging en vaardigheden > kwaliteit van de ervaring
- Aandacht = belangrijk > in flow en flow behouden
- Controle behouden
* Microwflow
‘Flow’= de optimale mentale toestand waarin je volledig opgaat in je bezigheden
Autotelische persoonlijkheid = heel graag opzoek gaan naar uitdaging, willen groeien en
jezelf verbeteren > ‘flow’ teweeg brengen
Doel -> activiteiten doe je om de activiteit zelf, de ervaring zelf
Herkenbaar: mensen die enorm genieten van hun werk, niet anders willen doen
Toepassing:
- Ervaar flow
- Stel drie vragen voor een gelukkig leven:
1. Wat heb ik vandaag gedaan waarover ik tevreden ben?
2. Wat deed iemand anders waarover ik tevreden ben?
3. Wat zie, hoor, voel, ruik of proef ik nog meer waarvoor ik dankbaar ben?
3. Doelgerichtheid
Eén belangrijke dimensie in het goede leven: doelgerichtheid
= het hebben van plannen voor de toekomst en het idee dat je leven richting heeft.
Andere dimensie: idee van persoonlijke groei
= ontwikkeling zien in je leven, jezelf groeiend zien, openstaan voor nieuwe ervaringen, …
Positieve relatie tussen doelgerichtheid en welbevinden
vaststellen en nastreven van doelen > commitment en idee dat je zinvol bezig bent