HOOFDSTUK 1: INLEIDING IN DE ANATOMIE EN DE FYSIOLOGIE
Terminologie: duidelijk kunnen omschrijven, een definitie of een synoniem kunnen
geven
Anatomie
~ Grieks (opensnijden)
= studie van inwendige en uitwendige structuren en de fysieke relaties tussen lichaamsdelen
macroscopische anatomie
kenmerken die zichtbaar zijn met het blote oog worden onderzocht
microscopische anatomie
structuren die niet zonder vergroting zichtbaar zijn, worden onderzocht
Fysiologie
= de studie van de manier waarop levende organismen hun vitale functies verrichten
Cytologie (of celleer)
= onderdeel van de microscopische anatomie waarbij de inwendige structuur van afzonderlijke
cellen wordt bestudeerd
Histologie
= onderdeel van de microscopische anatomie waarbij weefsels worden onderzocht, alsook
groepen gespecialiseerde cellen en celproducten die samenwerken bij het uitvoeren van
specifieke functies
Pathologie (of pathofysiologie)
~ Grieks ‘pathos’ (ziekte)
= bestuderen van de effecten van aandoeningen op het functioneren van organen of stelsels
Homeostase
= de stabiliteit van de inwendige toestand van het lichaam
grondslag homeostase= fysiologische systemen werken samen om een stabiel intern milieu te
handhaven
Homeostatische regulering
= de stabiliteit van de inwendige toestand van het lichaam die gehandhaafd wordt door
fysiologische regelsystemen
OF
aanpassingen van de fysiologische systemen waardoor de homeostase wordt gehandhaafd
Negatieve terugkoppeling
= correctiemechanisme dat een activiteit omvat waardoor een afwijking buiten de normale
grenzen direct wordt tegengewerkt
Positieve terugkoppeling
= hierbij brengt de aanvankelijke prikkel een reactie teweeg waardoor die prikkel wordt
versterkt
Anatomische positie
= persoon ligt in rugligging met gezicht naar omhoog, handen naast het lichaam, palmen naar
voren en voeten naar voor
standaard anatomische houding om verwarring tussen boven of onder en tussen voor of achter
te voorkomen
Sereuze membraan
1
Terminologie: duidelijk kunnen omschrijven, een definitie of een synoniem kunnen
geven
Anatomie
~ Grieks (opensnijden)
= studie van inwendige en uitwendige structuren en de fysieke relaties tussen lichaamsdelen
macroscopische anatomie
kenmerken die zichtbaar zijn met het blote oog worden onderzocht
microscopische anatomie
structuren die niet zonder vergroting zichtbaar zijn, worden onderzocht
Fysiologie
= de studie van de manier waarop levende organismen hun vitale functies verrichten
Cytologie (of celleer)
= onderdeel van de microscopische anatomie waarbij de inwendige structuur van afzonderlijke
cellen wordt bestudeerd
Histologie
= onderdeel van de microscopische anatomie waarbij weefsels worden onderzocht, alsook
groepen gespecialiseerde cellen en celproducten die samenwerken bij het uitvoeren van
specifieke functies
Pathologie (of pathofysiologie)
~ Grieks ‘pathos’ (ziekte)
= bestuderen van de effecten van aandoeningen op het functioneren van organen of stelsels
Homeostase
= de stabiliteit van de inwendige toestand van het lichaam
grondslag homeostase= fysiologische systemen werken samen om een stabiel intern milieu te
handhaven
Homeostatische regulering
= de stabiliteit van de inwendige toestand van het lichaam die gehandhaafd wordt door
fysiologische regelsystemen
OF
aanpassingen van de fysiologische systemen waardoor de homeostase wordt gehandhaafd
Negatieve terugkoppeling
= correctiemechanisme dat een activiteit omvat waardoor een afwijking buiten de normale
grenzen direct wordt tegengewerkt
Positieve terugkoppeling
= hierbij brengt de aanvankelijke prikkel een reactie teweeg waardoor die prikkel wordt
versterkt
Anatomische positie
= persoon ligt in rugligging met gezicht naar omhoog, handen naast het lichaam, palmen naar
voren en voeten naar voor
standaard anatomische houding om verwarring tussen boven of onder en tussen voor of achter
te voorkomen
Sereuze membraan
1