Anatomie en fysiologie
4. Anatomie en fysiologie van het hoofd en hals
15.1 Inleiding
• Anatomie exclusief schedelinhoud
• Verschillende structuren
o Adem en voedselweg
o Afweer
o Vaten, zenuwen, organen als (bij)schildklieren
15.2 Bovenste deel van het spijsverteringskanaal
MONDHOLTE
• Begin: achter lippen
• Eind:
o Voorste farynxboog (boogjes in mond voor amandelen)
o Overgang harde – zachte gehemelte
o Tongpapillen
• Bevat
o Wangslijmvlies, uitgang speekselklier, ductus v Stenon
o Tandvlees, tanden
o Harde gehemelte, tong
• Bodem
o Slijmvlies, uitgang ductus Whartoni
o Sublinguale speekselklieren
,MONDBODEM
• Rust op mondbodem
• Mondbodem spieren
o m. digastricus
o m. stylohyoideus
o m. mylohyoideus
o m. geniohyoideus
• alle spieren die ‘boven’ os hyoideum liggen = suprahyoidale spieren
• functie mondbodemspieren
o actief openen vd mond
o beweging vh os hyoideum naar craniaal + ventraal
→ hyoïd wil zeggen dat het verbonden is met het tongbeen
• M. digastricus (aangestuurd door 2 zenuwen)
o Bestaat uit 2 ‘buiken’ (tweebuikige spier)
o Waar ontstaat een spier: tepelbeen (mastoïd), waar hecht spier aan: onderkaak
o Voorste buik = m. digastricus venter anterior
o Achterste buik = m. digastricus venter posterior
• M. stylohyoideus (aansturen aangezichtszenuw)
o Waar ontstaat spier: processus styloideus, waar hecht spier aan: tongbeen
o Is een gespleten pees, om pees van m. digastricus heen
• M. mylohyoideus
o Zit voor groot opp. vast aan de onderkaak
o Bestaat uit 2 spieren in het midden verbonden met naad = aanhechtingspees
o Waar ontstaat een spier: onderkaak, waar hecht spier aan: tongbeen
o De kaak-tongbeenspier heeft een belangrijke ruimtelijke relatie met de submandibulaire
speekselklier
• M. geniohyoideus
o Waar ontstaat spier: hoek die in de onderkaak zit, waar hecht spier aan: tongbeen
TONG
• Functies vd tong
o Positionering voedsel
o Schoonmaken mond
o Slikken
o Smaak
o Spraak
, • Tong heeft 2 delen
o Tongwortel: achterste 1/3 deel
o Tonglichaam: voorste 2/3 deel
o Grens tussen wortel en lichaam is sulcus terminalis (v-vormig)
o Op de middellijn bevindt zich de sulcus medianus
TONGSPIEREN
• Groep v spieren die in staat is om gehele tong te bewegen
o Extrinsieke:
- ontstaan: buiten de tong
- functie: bewegen vd tong als geheel
o Intrinsieke (vnl snelle type 2 vezels):
- liggen in tong
- functie: vorm veranderen
• 4 extrinsieke spieren
o M. genioglossus (GG)
- uitsteken tong
o M. hyoglossus (vanaf tongbeen) (HG)
- omlaag trekken tong
o M. palatoglossus = voorste keelboog (PG)
- omhoog treken tong, kleiner maken keel(gat)
o M. styloglossus (SG)
- naar achter trekken/terugtrekken tong
• 4 intrinsieke spieren
o 1 + 2 M. longitudinalis superior en inferior (in de lengte)
- verkorten, krullen boven en beneden
- apex/tongpuntje boven en beneden
o 3 M. transversus linguale (dwars)
- versmallen, verlengen
o 4 M. verticalis linguale (vertical)
- verbreden, afplatten
• Bloedvoorziening: a. + v. lingualis
4. Anatomie en fysiologie van het hoofd en hals
15.1 Inleiding
• Anatomie exclusief schedelinhoud
• Verschillende structuren
o Adem en voedselweg
o Afweer
o Vaten, zenuwen, organen als (bij)schildklieren
15.2 Bovenste deel van het spijsverteringskanaal
MONDHOLTE
• Begin: achter lippen
• Eind:
o Voorste farynxboog (boogjes in mond voor amandelen)
o Overgang harde – zachte gehemelte
o Tongpapillen
• Bevat
o Wangslijmvlies, uitgang speekselklier, ductus v Stenon
o Tandvlees, tanden
o Harde gehemelte, tong
• Bodem
o Slijmvlies, uitgang ductus Whartoni
o Sublinguale speekselklieren
,MONDBODEM
• Rust op mondbodem
• Mondbodem spieren
o m. digastricus
o m. stylohyoideus
o m. mylohyoideus
o m. geniohyoideus
• alle spieren die ‘boven’ os hyoideum liggen = suprahyoidale spieren
• functie mondbodemspieren
o actief openen vd mond
o beweging vh os hyoideum naar craniaal + ventraal
→ hyoïd wil zeggen dat het verbonden is met het tongbeen
• M. digastricus (aangestuurd door 2 zenuwen)
o Bestaat uit 2 ‘buiken’ (tweebuikige spier)
o Waar ontstaat een spier: tepelbeen (mastoïd), waar hecht spier aan: onderkaak
o Voorste buik = m. digastricus venter anterior
o Achterste buik = m. digastricus venter posterior
• M. stylohyoideus (aansturen aangezichtszenuw)
o Waar ontstaat spier: processus styloideus, waar hecht spier aan: tongbeen
o Is een gespleten pees, om pees van m. digastricus heen
• M. mylohyoideus
o Zit voor groot opp. vast aan de onderkaak
o Bestaat uit 2 spieren in het midden verbonden met naad = aanhechtingspees
o Waar ontstaat een spier: onderkaak, waar hecht spier aan: tongbeen
o De kaak-tongbeenspier heeft een belangrijke ruimtelijke relatie met de submandibulaire
speekselklier
• M. geniohyoideus
o Waar ontstaat spier: hoek die in de onderkaak zit, waar hecht spier aan: tongbeen
TONG
• Functies vd tong
o Positionering voedsel
o Schoonmaken mond
o Slikken
o Smaak
o Spraak
, • Tong heeft 2 delen
o Tongwortel: achterste 1/3 deel
o Tonglichaam: voorste 2/3 deel
o Grens tussen wortel en lichaam is sulcus terminalis (v-vormig)
o Op de middellijn bevindt zich de sulcus medianus
TONGSPIEREN
• Groep v spieren die in staat is om gehele tong te bewegen
o Extrinsieke:
- ontstaan: buiten de tong
- functie: bewegen vd tong als geheel
o Intrinsieke (vnl snelle type 2 vezels):
- liggen in tong
- functie: vorm veranderen
• 4 extrinsieke spieren
o M. genioglossus (GG)
- uitsteken tong
o M. hyoglossus (vanaf tongbeen) (HG)
- omlaag trekken tong
o M. palatoglossus = voorste keelboog (PG)
- omhoog treken tong, kleiner maken keel(gat)
o M. styloglossus (SG)
- naar achter trekken/terugtrekken tong
• 4 intrinsieke spieren
o 1 + 2 M. longitudinalis superior en inferior (in de lengte)
- verkorten, krullen boven en beneden
- apex/tongpuntje boven en beneden
o 3 M. transversus linguale (dwars)
- versmallen, verlengen
o 4 M. verticalis linguale (vertical)
- verbreden, afplatten
• Bloedvoorziening: a. + v. lingualis