Medisch
5: Regressieve veranderingen en reumatologische aandoeningen
Het proces van cel adaptatie weer te geven met betrekking tot de volgende veranderingen:
hypertrofie, hyperplasie, atrofie, metaplasie, dysplasie, apoptose en necrose
Cel adaptatie:
- Cellen hebben constant te maken met omgevingsveranderingen
- Cellen kunnen zich aanpassen door verandering van hun metabolisme
of groeipatroon. Een stamcel kan goed delen of differentiëren in een
ander celtype
- Stimuli kunnen fysiologisch (stamcellen die zich gaan delen of
differentiëren door veranderingen uit de omgeving) of pathologisch
zijn (er komt stress op de cel, en deze past zich vervolgens aan)
Pathologische stimuli:
- Anoxie
- Genetisch defecten
- Voedingsdeficiënties
- Fysieke stress
- Immunologische reacties
- Biologische agentia
- Chemische agentia
- Veroudering
Adaptatie (aanpassen):
- Hypertrofie
- Hyperplasie
- Atrofie
- Metaplasie
- Dysplasie
Celdood:
- Apoptose
- Necrose
De termen uit adaptatie en celdood zijn belangrijk omdat dit een zeer algemene reactie op ziekte is.
Een aantal adaptaties vergroten de kans op de vorming van neoplasma malignum (kanker).
Hypertrofie
Weefsel of organen die in grootte toenemen door vergroting van het volume van de afzonderlijke
celen.
Hyperplasie
De grootte van weefsels of organen neemt toe door toename van het celaantal.
, Atrofie
Een afname van weefsel- of orgaanmassa.
Metaplasie
Een verandering van het ene celtype naar het andere celtype op een plaats waar dat normaal niet
voorkomt.
Dysplasie
Een abnormale groei van cellen die bepaalde kenmerken gemeenschappelijk hebben met
kankercellen. Wat betreft hun grootte, vorm en organisatie in weefsels wordt het onderscheiden van
de normale cellen.
Apoptose
1. Wanneer een cel met apoptose start verdichten zijn chromosomen en krimpt zijn cytoplasma
2. De nucleus van de cel fragmenteert en het DNA wordt afgebroken. Er ontstaan veel ‘blebs’ of
blaasjes van de celwand
3. Uiteindelijk worden de blebs opgenomen door fagocyterende cellen (macrofagen). Doordat
er geen cel-inhoud vrijkomt is er geen ontstekingsreactie
- Het proces van geprogrammeerde celdood, zonder dat de inhoud vrijkomt
- Een volwassen mens verliest elke dag ongeveer 60 miljard cellen door middel van apoptose.
Bovendien is apoptose normaal bij de embryogenese
- Apoptose leidt niet tot schade aan omliggende cellen
- Het proces van celdood verloopt netjes
5: Regressieve veranderingen en reumatologische aandoeningen
Het proces van cel adaptatie weer te geven met betrekking tot de volgende veranderingen:
hypertrofie, hyperplasie, atrofie, metaplasie, dysplasie, apoptose en necrose
Cel adaptatie:
- Cellen hebben constant te maken met omgevingsveranderingen
- Cellen kunnen zich aanpassen door verandering van hun metabolisme
of groeipatroon. Een stamcel kan goed delen of differentiëren in een
ander celtype
- Stimuli kunnen fysiologisch (stamcellen die zich gaan delen of
differentiëren door veranderingen uit de omgeving) of pathologisch
zijn (er komt stress op de cel, en deze past zich vervolgens aan)
Pathologische stimuli:
- Anoxie
- Genetisch defecten
- Voedingsdeficiënties
- Fysieke stress
- Immunologische reacties
- Biologische agentia
- Chemische agentia
- Veroudering
Adaptatie (aanpassen):
- Hypertrofie
- Hyperplasie
- Atrofie
- Metaplasie
- Dysplasie
Celdood:
- Apoptose
- Necrose
De termen uit adaptatie en celdood zijn belangrijk omdat dit een zeer algemene reactie op ziekte is.
Een aantal adaptaties vergroten de kans op de vorming van neoplasma malignum (kanker).
Hypertrofie
Weefsel of organen die in grootte toenemen door vergroting van het volume van de afzonderlijke
celen.
Hyperplasie
De grootte van weefsels of organen neemt toe door toename van het celaantal.
, Atrofie
Een afname van weefsel- of orgaanmassa.
Metaplasie
Een verandering van het ene celtype naar het andere celtype op een plaats waar dat normaal niet
voorkomt.
Dysplasie
Een abnormale groei van cellen die bepaalde kenmerken gemeenschappelijk hebben met
kankercellen. Wat betreft hun grootte, vorm en organisatie in weefsels wordt het onderscheiden van
de normale cellen.
Apoptose
1. Wanneer een cel met apoptose start verdichten zijn chromosomen en krimpt zijn cytoplasma
2. De nucleus van de cel fragmenteert en het DNA wordt afgebroken. Er ontstaan veel ‘blebs’ of
blaasjes van de celwand
3. Uiteindelijk worden de blebs opgenomen door fagocyterende cellen (macrofagen). Doordat
er geen cel-inhoud vrijkomt is er geen ontstekingsreactie
- Het proces van geprogrammeerde celdood, zonder dat de inhoud vrijkomt
- Een volwassen mens verliest elke dag ongeveer 60 miljard cellen door middel van apoptose.
Bovendien is apoptose normaal bij de embryogenese
- Apoptose leidt niet tot schade aan omliggende cellen
- Het proces van celdood verloopt netjes