Samenvatting
Maatschappijleer: Hoofdstuk 8;
Nederlandse uitkomst van het
mensenrechtendilemma
Judith Vuijst
CSVVG Vincent van Gogh
, SAMENVATTING MAATSCHAPPIJLEER HS 8: NEDERLANDSE UITKOMST VH MENSENRECHTENDILEMMA
Veiligheidsutopie: iedereen wil veiligheid, maar niemand wil zijn vrijheid ervoor opgeven
Democratische rechtstaat: meer vrijheid.
kiezen voor vrijheid maar wel orde nodig = wetten. Doel vd
democratische rechtstaat:
1. Gelijkheid tussen burgers (=gelijke vrijheid)
2. Veiligheid voor burgers (=beperking vrijheid)
3. Burgers beschermen tegen machtige overheid: de wet staat
‘boven’ de overheid
(recht gaat voor de staat).
§8.1 GESCHIEDENIS ONTWIKKELING MENSENRECHTENDILEMMA IN NEDERLAND
Germaanse tijd: ongeschreven regels waar men zich aan moest houden
Middeleeuwen: ongeschreven kerkelijke wetten werden toegevoegd. (rechten/plichten rondom huwelijk/erfenis).
Elite bepaalde welke wet in welke situatie van toepassing was; onzekerheid nam toe, beslissingen minder voorspelbaar.
Codificatie: wetten opschrijven
Machtenscheiding: rechters zijn onafhankelijk van anderen en spreken recht volgens de wetgeving.
MENSENRECHTENDILEMMA IN GRONDWET
Art 10. Eerbieding persoonlijke levenssfeer.
Art 11. Onaantastbaarheid vh lichaam.
Art 12. Binnentreden van iemands woning niet toegestaan.
Art 13. Briefgeheim.
Art 14. Recht op privébezit: privacy en privébezit.
Art 15. Iedere burger heeft recht op vrijheid.
Art 16. Geen feit is strafbaar tenzij id wet aangegeven
Art 18. Iedere burger heeft recht op rechtsbijstand
§8.2 BEGINSELEN VD DEMOCRATISCHE RECHTSTAAT
De wet staat boven de overheid. Er zijn 6 beginselen vd democratische rechtstaat.
1. Democratische wetten: Door het volk bepaald
2. Machtenscheiding: Voorkomt dat 1 macht boven de wet komt te staan; in NL dmv Trias Politica.
3. Grondrechten: Voorkomt ongelijkheid en discriminatie.
4. Onschuldpresumptie: Iedereen is onschuldig totdat de rechter een verdachte schuldig heeft verklaard obv strafbare feiten.
5. Legaliteitsbeginsel: Wet moet gelden op moment van overtreden.
6. Gelijkheidsbeginsel: Iedereen is voor de wet gelijk
§8.3 POLITIEKE PARTIJEN EN HET MENSENRECHTENDILEMMA
Democratische rechtsstaat: het ideaal van alle NL’se politieke partijen, maar er zijn wel verschillen in voorkeur voor orde en vrijheid.
D66: Vrijheid (voor het individu)
PVV: Orde en vrijheid (nadruk op veiligheid/controle/harde maatregelen)
SP: Orde en vrijheid