Ruimtelijke ordening = planologisch beleid of planologie. Het houdt zich bezig met de inrichting van de
ruimte. De verschillende overheden maken plannen voor heel Nederland of de provincie of de gemeente.
Hierin staat wat men van plan is op het gebied van woningen, bedrijven, landbouw of natuurgebieden.
Het bouwwerk moet voldoen aan de eisen van het bestemmingsplan.
Wetten waarmee men met bouwen te maken krijgt, ofwel kern wetten voor ruimte, bouwen en wonen:
● Wro: waar we wat mogen bouwen bestemmingsplan en bovendien de aanlegvergunning (bijv.
golfbaan).
Ook wel planologisch beleid (regelen ruimtelijke ordening):
➢ Waar mogen woningen gebouwd worden.
➢ Waar zetten we de fabrieken
➢ Welke stukken grond houden we aan voor landbouw
● Woningwet: de kwaliteit van het bouwen (bouwbesluit en bouwverordening) en bovendien de
woningbouw. Het bouwbesluit en de Bouwverordening zijn op de woningwet gebaseerd.
● Wet milieubeheer: milieueisen voor fabrieken etc. en bovendien algemene milieuregels.
● WABO: 1 vergunning, 1 procedure. - gaat specifiek over de procedure, inhoud is geregeld in:
Eerst bestond enkel de woningwet met rooilijnen voor het gebied binnen de bebouwde kom en
uitbreidingsplannen voor gebieden buiten de bebouwde kom. Ruimtelijke ordening werd steeds belangrijker,
dus kwam er een aparte wet voor.
Recht van ruimtelijke ordening en volkshuisvesting = de indeling van ons land, het bouwen en wonen en de
huisvesting, kortom het proces waarbij ruimte planmatig wordt benut en ingericht. Regels omtrent
aanpassing samenleving en ruimte. Bestemmingsplan is de belangrijkste.
Planologisch beleid
Wro was voorheen wet op de ruimtelijke ordening. In de Wro is er onderscheid tussen beleid & uitvoering.
Verschil beleid en uitvoering in de WRO
Beleid (structuurvisie)
= wat wenselijk wordt gevonden (hoe ziet de toekomst eruit), wat willen we bereiken.
Rijk, provincies en gemeenten hebben de plicht om beleid neer te leggen in structuurvisies. Dit zijn
beleidsstukken en geen regels. Beleidsplannen zijn niet rechtstreeks bindend
Uitvoering
= Hoe gaan we dit aanpakken, hier moet ook regelgeving gemaakt worden. Er is een juridisch kader nodig
met bindende normen. Deze vinden we in het bestemmingsplan en algemene regels van Rijk en Provincies.
Ruimtelijke plannen op drie niveaus:
- nationaal niveau: structuurvisie/rijksinpassingsplan
- provinciaal niveau: structuurvisie/inpassingsplan (prof. staten) Landschapsbeleid.
- gemeentelijk niveau: Structuurvisie/ bestemmingsplan, projectbesluit (WABO), beheersverordening
Rol van rijk en provincie
- Provincie kan vooraf/tijdens de procedure toetsen of het bestemmingsplan past in het provinciale beleid.
- Inpassingsplannen = is bestemmingsplan dat door rijk of provincie wordt gemaakt.
- Rijk en provincie kunnen algemene regels geven voor bestemmingsplannen.
- Bij verordening kan provincie regels stellen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor een hele
provincie of een gedeelte. Het rijk via AMvB en Provincie via verordening.
De instrumenten van Wro zijn:
• structuurvisie
, • bestemmingsplan en inpassingsplan
• projectbesluit (wabo)
• beheersverordening
• algemene regels en aanwijzing (= provincie en rijk dwingen gemeente tot bepaalde ruimtelijke ordening)
Structuurvisie
= een in het kader van de WRO vastgesteld ruimtelijk plan voor een deel of het gehele grondgebied gemaakt
door het rijk, een provincie of gemeente. Geen regels, maar beleidsstukken.
Wat willen we en hoe gaan we dat bereiken.
Structuurvisie heeft vooral een intern structurerende functie.
Er is geen hiërarchische verhouding tussen structuurvisies van rijk, provincie en gemeente.
Rijk, provincie en gemeente moet één of meerdere structuurvisies opstellen voor het grondgebied. De Wro
kent geen formele sancties als niet aan de wettelijke plicht tot vaststellen van een structuurvisie wordt
voldaan. Geen beroep mogelijk.
Inhoud
- De hoofdlijnen van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen van het gebied worden beschreven.
- Daarbij zullen ook hoofdzaken van het te voeren ruimtelijke beleid aan de orde komen.
- De wijze van realisatie van de voorgenomen ontwikkelingen in een duidelijke uitvoeringsparagraaf
aangegeven zijn.
Voor wie bindend?
Aan de structuurvisie van bijv. een provincie zijn burgers noch andere overheden gebonden. Ze legt geen
verplichtingen op. De structuurvisie is een beleids- en ontwikkelingskader, geen toetsingskader.
De structuurvisie is slechts bindend voor het bestuursorgaan dat het heeft vastgesteld.
De gemeenteraad hoort zich bij de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een
projectbesluit te houden aan wat in de structuurvisie is opgenomen. Burgers en andere overheden zijn niet
aan een structuurvisie gebonden. De provinciale structuurvisie heeft een duidelijke link met de provinciale
verordeningen.
Waarvoor kan een structuurvisie verder gebruikt worden?
Een structuurvisie kan een grondslag zijn voor het vestigen van een voorkeursrecht op grond van de Wet
voorkeursrecht gemeenten. Een structuurvisie geeft de gemeente ook bevoegdheden op grond van de
Grondexploitatiewet met betrekking tot de verevening van bovenplanse kosten. In een overeenkomst over
grondexploitatie kunnen alleen bepalingen in de overeenkomst worden opgenomen over financiële bijdragen
aan ruimtelijke ontwikkelingen als daarvoor een basis ligt in een vastgestelde structuurvisie.
D.2