100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4.2 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting Praktisch Verbintenissenrecht, ISBN: 9789001875572 Inleiding Verbintenissenrecht (IVRV)

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
23
Subido en
19-04-2021
Escrito en
2020/2021

Samenvatting Inleiding Verbintenissenrecht, leerjaar 1 (periode 2) HAN Literatuur: praktisch verbintenissenrecht Arresten: Hofland/Hennis, Haviltex, Kantharos van Stevensweert, Booy/Wisman, Van der Beek/Van Dartel, Kelderluik, Tandartsen, Wendy en Monique

Mostrar más Leer menos
Institución
Grado










Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Libro relacionado

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

¿Un libro?
No
¿Qué capítulos están resumidos?
Hoofdstuk 1, 2, 3, 4, 6 en 7
Subido en
19 de abril de 2021
Número de páginas
23
Escrito en
2020/2021
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

Samenvatting Inleiding Verbintenissenrecht (theorie)
Week 1
Verbintenis: een rechtsrelatie tussen twee personen, waarbij de ene partij verplicht is om
een prestatie te leveren, terwijl de andere partij hier recht op heeft. Degene die moet
presteren wordt ook wel de schuldenaar genoemd; degene die recht heeft op de prestatie is
de schuldeiser.

Goederenrecht: het rechtsgebied dat de rechtsrelatie tussen een persoon en een goed
bestrijkt.

Vermogensrecht: het verbintenissenrecht en het goederenrecht vormen samen het
vermogensrecht. Het vermogensrecht regelt de verhoudingen die op geld waardeerbaar zijn
tussen burgers onderling.

Rechtsverhouding: ook wel rechtsrelaties genoemd, in het verbintenissenrecht kunnen we
deze komen tussen rechtspersonen en natuurlijke personen.

Rechtsfeiten: een rechtsfeit is een feit dat een rechtsgevolg heeft, met andere woorden: het
heeft een gevolg volgens het geldende recht.
Rechtsfeiten kunnen zelf weer onderverdeeld worden in rechtens relevante handelingen en
blote rechtsfeiten
- Blote rechtsfeiten: zijn geen handelingen, maar hebben toch rechtsgevolg. Dit soort
rechtsfeiten vinden hoe dan ook plaats zonder dat er een feitelijke handeling aan te
pas komt. Bijvoorbeeld: de geboorte, dood, meerderjarig worden.
- Rechtens relevante handelingen: een handeling die relevantie heeft voor het recht.
Met andere woorden: een handeling die rechtsgevolg heeft.
Rechtens relevantie handelingen kunnen verder worden opgesplitst in
rechtshandeling en feitelijke handeling.
o Feitelijke handelingen: handelingen die wel rechtsgevolg hebben, maar die
daar niet op zijn gericht. De handelende persoon had dus niet de bedoeling
het rechtsgevolg tot stand te brengen.
o Rechtshandeling: een handeling gericht op een rechtsgevolg. De handelde
persoon wil dus een bepaald rechtsgevolg tot stand brengen. Voor dit soort
handelingen is een zogeheten wilsuiting van de handelende persoon
noodzakelijk. Met wilsuiting wordt bedoeld dat de handelende persoon
duidelijk laat blijken dat hij de bedoeling heeft het rechtsgevolg tot stand te
brengen. De twee vereisten van een rechtshandeling zijn: een op een
rechtsgevolg gericht wil; die wil heeft zich door een verklaring geopenbaard.
Rechtshandelingen kunnen worden onderscheiden in eenzijdige
rechtshandelingen en meerzijdige rechtshandeling:
 Eenzijdige rechtshandeling: het rechtsgevolg wordt tot stand gebracht
door een persoon, zonder dat de medewerking van een andere
persoon nodig is. Er is sprake van een wilsuiting van een persoon,
gericht op een bepaald rechtsgevolg. Bijvoorbeeld: het opstellen van
een testament.
Eenzijdige rechtshandelingen kunnen worden onderverdeeld in
persoonsgerichte en niet-persoonsgerichte rechtshandelingen:

1

, - Persoonsgerichte eenzijdige rechtshandelingen: worden
verricht door een van beide partijen en zijn gericht tot de
andere partij, een specifiek persoon. Bijvoorbeeld: het
opzeggen van een huurovereenkomst.
- Niet-persoonsgericht rechtshandeling: wordt ook wel een
ongericht rechtshandeling genoemd. Dit is een handeling die
eveneens door één partij verricht, maar die niet tot een
specifiek persoon is gericht. Bijvoorbeeld: aangifte van
geboorte.
 Meerzijdige rechtshandeling: hiervoor is het noodzakelijk dat twee
personen een bepaald rechtsgevolg tot stand willen brengen. Hiervoor
zijn de wilsuiting van beide partijen vereist. Deze wilsuitingen moeten
gericht zijn op hetzelfde rechtsgevolg. Bijvoorbeeld:
huurovereenkomst.
Meerzijdige rechtshandeling kunnen worden onderscheiden in
overeenkomsten en andere meerzijdige rechtshandelingen:
- Andere meerzijdige rechtshandelingen: bijvoorbeeld het
vaststellen van notulen tijden een vergadering.
- Overeenkomsten: een meerzijdige rechtshandeling, waarbij een
of meer partijen jegens een of meer andere een verbintenis
aangaan.
Overeenkomsten kunnen worden onderverdeeld in verbintenis
scheppende overeenkomsten en andere overeenkomsten:
o Andere overeenkomsten: bijvoorbeeld de
familierechtelijke overeenkomst, het huwelijk. De
verplichtingen die door het sluiten van een huwelijk
ontstaan, zijn in de wet geregeld en vloeien niet voort
uit de wilsverklaringen van partijen.
o Verbintenis scheppende overeenkomst: hierbij ontstaan
er een of meerdere verbintenissen tussen partijen. Dit
type overeenkomst wordt ook wel een obligatoire
overeenkomst genoemd.
Verbintenis scheppende overeenkomsten kunnen
worden opgesplitst in eenzijdige overeenkomsten en
meerzijdige overeenkomsten:
- Eenzijdige overeenkomst: schept slechts voor
een van beide partijen een verplichting.
Bijvoorbeeld: een schenking.
- Meerzijdige overeenkomst: beide partijen
hebben verplichtingen jegens elkaar. Dit wordt
ook wel de wederkerige overeenkomst
genoemd. Met wederkerig wordt bedoeld dat de
ene partij een verplichting nakomt in ruil voor de
verplichting van de andere partij.

Wilsverklaring: volgens art. 3:33 BW is voor een rechtshandeling vereist: ‘een op een
rechtsgevolg gerichte wil die zich door een verklaring heeft geopenbaard.’ Dit wordt ook wel

2

, de wilsverklaring genoemd; de verklaring kan zowel mondeling als schriftelijk worden
gedaan. Wanneer een van deze twee vereisten ontbreekt, komt er geen rechtshandeling tot
stand.
Het derde lid van art. 3:37 BW bepaald dat een wilsverklaring pas effect heeft op het
moment dat deze verklaring de persoon tot wie zij is gericht heeft bereikt. Wanneer de
wilsverklaring de persoon tot wie zij is gericht echter niet bereikt door toedoen van die
persoon zelf, dan heeft deze wilsverklaring wel werking.

Stilzwijgende wilsverklaring: een verklaring kan mondeling of schriftelijk worden gedaan,
maar er kan ook sprake zijn van een stilzwijgende wilsverklaring. Dit is een wilsuiting die uit
een bepaalde gedraging blijkt, zoals een handgebaar. Ook is het mogelijk dat de wil van de
handelende persoon blijkt uit het feit dat hij zich meegaand opstelt zonder dit uitdrukkelijk
te verklaren.

Intrekken verklaring: art. 3:37, lid 5 BW bepaalt dat een verklaring die tot een persoon is
gericht kan worden ingetrokken tot het moment dat deze de betreffende persoon heeft
bereikt. De verklaring verliest daarmee haar werking. Wordt de verklaring ingetrokken op
het moment dat deze de persoon bereikt, of daarna, dan heeft de verklaring wel werking; de
intrekking heeft geen effect.

Vertrouwensbeginsel: het vertrouwensbeginsel is in art. 3:35 BW opgenomen en komt op
het volgende neer: wanneer iemand een verklaring doet waaraan een ander een bepaalde
betekenis geeft, die hij daar redelijkerwijs aan mag geven, dan kan de handelende persoon
zich er vervolgens niet op beroepen dat hij de verklaring zonder een daarmee
overeenstemmende wil heeft gedaan. Als er dus een misverstand ontstaat over het al dan
niet overeenstemmen van wil en verklaring, dan vindt bescherming plaats van degene die in
goed vertrouwen afging op de verklaring en er redelijkerwijs een bepaalde betekenis aan
heeft toegekend. We komen in dit artikel de volgende voorwaarden tegen:
1. Er is een verklaring gedaan richting een persoon.
2. Deze persoon heeft een bepaalde betekenis gegeven aan die verklaring.
3. Gelet op de omstandigheden mocht deze persoon die betekenis daar redelijkerwijs
aan toekennen.

Goede trouw: in art. 3:11 BW is bepaald dat iemand te goeder trouw is wanneer hij niet wist
en niet hoefde te weten dat feiten of het recht waarop zijn goede trouw betrekking heeft
niet juist waren. Met andere woorden: degene die de verklaring op een bepaalde manier
opvat weet niet beter dan dat de verklaring op die manier was bedoeld.

Bijzondere overeenkomsten: overeenkomst die apart bij wet worden geregeld, bijvoorbeeld
de huurovereenkomst, de arbeidsovereenkomst en de schenkingsovereenkomst. Wanneer
er geen aparte regeling in de wet is opgenomen, dan zijn de algemene regels voor
overeenkomsten van toepassing, beginnend bij art. 6:123 BW.

Art. 6:217 BW omschrift de totstandkoming van een overeenkomst als volgt: ‘Een
overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan.’
Een aanbod is een rechtshandeling. Het is immers een handeling die gericht is op een
rechtsgevolg, te weten het tot stand komen van een overeenkomst. De handelende persoon

3
$8.38
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor
Seller avatar
isahorstik

Conoce al vendedor

Seller avatar
isahorstik Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
0
Miembro desde
6 año
Número de seguidores
0
Documentos
7
Última venta
-

0.0

0 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes