H8 Zonnestelsel en heelal
8.1 Zonnestelsel: de zon en alles wat daaromheen draait
Er is leven mogelijk op aarde omdat het hier niet te warm/koud is door de gunstige afstand
van de zon. 4,6 miljard jaar geleden stortte een grote langzaam ronddraaiende wolk gas en
stof door de zwaartekracht die de stofjes op elkaar uitoefende, er ontstond een afgeplatte
draaiende schijf, het zonnestelsel. Aarde is de derde planeet van de acht die om de zon
draaien, in dezelfde richting en ongeveer dezelfde cirkelvormige banen in hetzelfde vlak.
Er zijn 4 relatief kleine en 4 grote planeten, aarde is een kleine. De kleine zitten dichter bij de
zon en heten aardse planeten.
Ze bestaan uit gesteenten en metalen. De 4 grote zijn gasreuzen. Ze hebben een buitenste
gaslaag maar de binnenkant is wss vast. Op de grens tussen de aardse planeten en de
gasreuzen zit de planetoidengordel: een ring van steentjes, stofdeeltjes en rotsblokken
In deze gordel zit een dwergplaneet: Ceres. Dwergplaneten zijn rotsachtige bollen die
kleiner zijn dan planeten en
waarvan de baan nog vol zit met
stof, steentjes en rotsblokken.
Voorbij de baan van Neptunus is
nog zo’n gordel die de
Kuipergordel is genoemd (daar
zit Pluto)
Er zijn in ons zonnestelsel ook meteorieten, en kometen:stof, steengruis en ijs. Kometen zijn
niet groter dan een kilometer of 10. Als deze dichtbij de zon komt, verdampt het ijs en samen
met het steengruis vormt deze damp een mooie staart. Zo’n komeetstaart kan wel 100
miljoen kilometer lang worden.
Soms valt er ijzer of steen op de aarde, dat kan een brokstuk van een komeet zijn. Dat heet
een meteoriet, als ze door de dampkring gaan worden ze heet door wrijving met atmosfeer.
Dat lichtspoor wat ontstaat heet een vallende ster of een meteoor.
Baanstraal: afstand van planeet tot de zon. De baanstraal van de
aarde is 150 miljoen kilometer (1AE). Dat is dus 1,5*10¹¹ m. Om
de baanstraal in AE om te rekenen naar m moet je
*vermenigvuldigen met 1,50 × 10¹¹ m. De tijd die een planeet
nodig heeft om één rondje rond de zon te draaien: omlooptijd. De
baansnelheid is de snelheid waarmee een planeet beweegt: v =
2πr/T met v de baansnelheid in meter per seconde (m/s),r de
baanstraal in meter (m),T de omlooptijd in seconde (s)
Er wordt vanuit gegaan dat de baan een cirkel is. Maar de banen
zijn ellips-vormig. Een ellips heeft twee brandpunten, F1 en F2. In het aarde-zonsysteem
staat de zon in een van de brandpunten.
8.2De baan van de aarde rond de zon is een zeer goede benadering van een cirkelbaan.
Baanvlak/eclipitcavlak:Vlak rond de zon waarin deze cirkelbaan ligt.
Zowel het middelpunt van de aarde als het middelpunt van de zon ligt dus altijd in het
baanvlak. De omlooptijd van de aarde om de zon is 365,25 dagen, dus per 4 jaar hebben we
een extra dag. De aarde draait rond in 1 dag. Daardoor schijnt het zonlicht op de plek waar
8.1 Zonnestelsel: de zon en alles wat daaromheen draait
Er is leven mogelijk op aarde omdat het hier niet te warm/koud is door de gunstige afstand
van de zon. 4,6 miljard jaar geleden stortte een grote langzaam ronddraaiende wolk gas en
stof door de zwaartekracht die de stofjes op elkaar uitoefende, er ontstond een afgeplatte
draaiende schijf, het zonnestelsel. Aarde is de derde planeet van de acht die om de zon
draaien, in dezelfde richting en ongeveer dezelfde cirkelvormige banen in hetzelfde vlak.
Er zijn 4 relatief kleine en 4 grote planeten, aarde is een kleine. De kleine zitten dichter bij de
zon en heten aardse planeten.
Ze bestaan uit gesteenten en metalen. De 4 grote zijn gasreuzen. Ze hebben een buitenste
gaslaag maar de binnenkant is wss vast. Op de grens tussen de aardse planeten en de
gasreuzen zit de planetoidengordel: een ring van steentjes, stofdeeltjes en rotsblokken
In deze gordel zit een dwergplaneet: Ceres. Dwergplaneten zijn rotsachtige bollen die
kleiner zijn dan planeten en
waarvan de baan nog vol zit met
stof, steentjes en rotsblokken.
Voorbij de baan van Neptunus is
nog zo’n gordel die de
Kuipergordel is genoemd (daar
zit Pluto)
Er zijn in ons zonnestelsel ook meteorieten, en kometen:stof, steengruis en ijs. Kometen zijn
niet groter dan een kilometer of 10. Als deze dichtbij de zon komt, verdampt het ijs en samen
met het steengruis vormt deze damp een mooie staart. Zo’n komeetstaart kan wel 100
miljoen kilometer lang worden.
Soms valt er ijzer of steen op de aarde, dat kan een brokstuk van een komeet zijn. Dat heet
een meteoriet, als ze door de dampkring gaan worden ze heet door wrijving met atmosfeer.
Dat lichtspoor wat ontstaat heet een vallende ster of een meteoor.
Baanstraal: afstand van planeet tot de zon. De baanstraal van de
aarde is 150 miljoen kilometer (1AE). Dat is dus 1,5*10¹¹ m. Om
de baanstraal in AE om te rekenen naar m moet je
*vermenigvuldigen met 1,50 × 10¹¹ m. De tijd die een planeet
nodig heeft om één rondje rond de zon te draaien: omlooptijd. De
baansnelheid is de snelheid waarmee een planeet beweegt: v =
2πr/T met v de baansnelheid in meter per seconde (m/s),r de
baanstraal in meter (m),T de omlooptijd in seconde (s)
Er wordt vanuit gegaan dat de baan een cirkel is. Maar de banen
zijn ellips-vormig. Een ellips heeft twee brandpunten, F1 en F2. In het aarde-zonsysteem
staat de zon in een van de brandpunten.
8.2De baan van de aarde rond de zon is een zeer goede benadering van een cirkelbaan.
Baanvlak/eclipitcavlak:Vlak rond de zon waarin deze cirkelbaan ligt.
Zowel het middelpunt van de aarde als het middelpunt van de zon ligt dus altijd in het
baanvlak. De omlooptijd van de aarde om de zon is 365,25 dagen, dus per 4 jaar hebben we
een extra dag. De aarde draait rond in 1 dag. Daardoor schijnt het zonlicht op de plek waar