OPZET EN INHOUD
Aandacht: historische ontwikkelingen van vormen van criminaliteit en van de strafbedeling in de Westerse
wereld (en België en Nederland in het bijzonder) van de late middeleeuwen tot heden.
Evoluties in het strafrecht en strafbedeling
De ontwikkeling van het politie- en gevangeniswezen
De opkomst van de wetenschappelijke studie van misdaad (= de lange ontstaansgeschiedenis van de
criminologische wetenschap) aan bod.
Veranderende opvattingen over en manifestaties van criminaliteit zoals geweld, bendevorming en
diefstal besproken en in hun specifieke maatschappelijke (sociaaleconomische, politieke, culturele)
context geplaatst
Het is de bedoeling dat de student kennis verwerft en inzicht verkrijgt in de belangrijkste historische
ontwikkelingen in deze domeinen. Daar houdt het echter niet bij op: veeleer dan enkel een feitenoverzicht
bieden, heeft dit vak ook als doel om stil te staan bij de aanpak en de mogelijke meerwaarde van historisch-
criminologische analyse, m.a.w. bij de vraag welke ‘bril’ de geschiedenis kan bieden aan de criminoloog om
hedendaagse fenomenen beter te begrijpen en kritisch te evalueren.
Het eerste deel van het handboek en de colleges (college 1-3) begint met een theoretisch-
methodologische inleiding tot de geschiedwetenschap en de historische criminologie, waarbij wordt aangegeven
hoe en waarom historici precies naar het verleden kijken, welke vragen zij daarbij stellen, hoe zij trachten dat
verleden te reconstrueren en te interpreteren, en welke dilemma’s en valkuilen daarbij opduiken. Vervolgens
bekijken we de verschil- en de raakpunten tussen de criminologie en de geschiedenis (is dit een moeilijk
huwelijk?), de ontmoetingen die al plaatsvonden tussen de beide disciplines en het historisch-criminologisch
onderzoek dat daaruit voortvloeide. We sluiten af met een reflectie over het toepassen van een historisch-
criminologische benadering: wat houdt dit in, welke zijn er de mogelijkheden en moeilijkheden van, hoe kan je
concreet historische analyse inbouwen in criminologisch onderzoek?
Het tweede deel van het handboek en de colleges (college 4-10) behandelt de geschiedenis van
misdaad en strafrechtsbedeling in Europa en de Lage Landen in het bijzonder. Eerst wordt kort de
vroegmoderne periode (14de-18de eeuw, ook “ancien régime” genoemd) belicht, vervolgens bekijken we de
overgang naar de moderne periode via de Verlichting en de Franse Revolutie en de doorbraak van moderne
vormen van criminaliteit en strafrechtsbedeling in de negentiende eeuw. Hier komt ook de lange
ontstaansgeschiedenis van de criminologie aan bod, evenals het maatschappelijke klimaat waarin deze nieuwe
discipline tot bloei kon komen. Nadat ook de twintigste-eeuwse ontwikkelingen voor, tussen en na de twee
wereldoorlogen zijn belicht, sluit het historische overzicht af met enkele slotbeschouwingen over de
voornaamste ontwikkelingen over de periode 1750-1940.
LESSENROOSTER
Hoorcollege 1: Waarom en hoe het verleden bestuderen? (pp.14-17)
Hoorcollege 2: Ontmoetingen tussen criminologen en historici (pp. 38-58)
Hoorcollege 3: Historisch-criminologische analyse in de praktijk (pp. 59-79)
Hoorcollege 4: Het ancien régime: van de middeleeuwen tot de late achttiende eeuw (pp. 82-108)
Hoorcollege 5: De Verlichting en de Franse Tijd (pp. 109-129)
Hoorcollege 6: De negentiende eeuw (pp. 130-153)
Hoorcollege 7: Naar de wetenschappelijke studie van misdaad en overgang naar de
twintigste eeuw (pp. 154-174)
Hoorcollege 8: De Eerste Wereldoorlog en het Interbellum (pp. 174-192)
Hoorcollege 9: Ontwikkelingen sinds 1945 (pp. 193-204)
Hoorcollege 10: krachtlijnen 1750-1940 + toelichting examen (pp. 205-210)
HOORCOLLEGE 1: HOE EN WAAROM HET VERLEDEN BESTUDEREN? (pp14-17)
, WAT IS GESCHIEDENIS?
Er is geen vaste definitie van geschiedenis. Verschillende denkers benadrukken andere aspecten. Toch zijn er
enkele rode draden:
Geschiedenis als geestelijke vorm van cultuur
Johan Huizinga:
Geschiedenis is de manier waarop een cultuur probeert te begrijpen wie ze is door naar haar verleden te
kijken.
Het verleden vormt onze identiteit, waarden en normen. Denk aan hoe wetten, strafsystemen en
ideeën over misdaad veranderd zijn door de tijd heen.
Geschiedenis is vaak beïnvloed door verhalen & mythen
James Fenimore Cooper:
Geschiedenis wordt vaak verteld als een verhaal met helden en schurken, net als in romans.
We moeten oppassen voor een te geromantiseerd of vereenvoudigd beeld van het verleden.
Zeker in criminologie: wie werd als “crimineel” gezien? En waarom?
Geschiedenis is geen vaststaand feit, maar een reconstructie
Keith Jenkins (postmodernist):
Het verleden is voorbij; geschiedenis ontstaat wanneer historici met bronnen aan het werk gaan.
Historici maken keuzes: welke bronnen gebruiken ze? Wat benadrukken ze? Wat laten ze weg?
Dit betekent dat ook ideeën over criminaliteit door de tijd heen sociaal geconstrueerd zijn.
Belangrijk voor historische criminologie
Je bessudeert niet “de waarheid” over misdaad, maar hoe ideeën over misdaad veranderd zijn in de
tijd.
Let op hoe macht, moraal en cultuur bepalen wie als crimineel wordt gezien.
We werken altijd met onvolledige en gekleurde bronnen, dus kritisch denken is essentieel.
VERLEDEN ≠ GESCHIEDSCHRIJVING
Het verleden is alles wat echt gebeurd is
De geschiedenis (Of geschiedgeschrijving) is wat historici daar achteraf van maken op basis van:
Bronnen (vaak onvolledig)
Keuzes (wat wel/niet belangrijk is)
Taal (Hoe het wordt verteld of gekaderd)
= het is dus altijd een selectie en interpretatie, geen neutrale of volledige weergave van “de waarheid”
Waarom is dit belangrijk voor historische criminologie?
Wat we weten over criminaliteit vroeger is geselecteerd, geïnterpreteerd en geschreven door mensen
(meestal witte mannen uit de elite)
Vrouwen, minderheden, armen en andere groepen zijn vaak weggelaten of verkeerd
voorgesteld.
Historisch onderzoek toont dus niet het hele plaatje, maar een versie van het verleden
ROL V/H VERLEDEN
Verleden = alles wat ooit is gebeurd
Niet alleen van mensen, maar ook van de natuur, planeten, dieren, enz.
Omdat alles verandert, heeft ook alles een geschiedenis
Dus geschiedenis is veel meer dan alleen ‘mensen en oorlogen’.
Verleden vormt wie we zijn
Individueel: je persoonlijke ervaringen bepalen je identiteit, keuzes, gedrag.
Collectief: samenlevingen bouwen op een gedeeld verleden (geschiedenis, tradities, normen)
Dit bepaalt bijvoorbeeld hoe er tegen misdaad, straf en gerechtigheid wordt aangekeken.
Ons bewustzijn is “tijdelijk”: we herinneren het verleden, leven in het heden en denken aan de toekomst
(gevoed door je ervaringen en kennis uit het verleden)
Vergeten we het verleden, dan missen we context
Als we plannen maken of beleid ontwikkelen zonder rekening te houden met het verleden, laten we waardevolle
lessen liggen.
In criminologie: hoe is een strafsysteem ontstaan? Welke sociale processen zaten daarachter?
, Voor individuen: trauma’s uit het verleden kunnen gedrag beïnvloeden, ook crimineel gedrag.
GESCHIEDSCHRIJVING ZONDER NUT (1)
Moet geschiedschrijving nuttig zijn?
Verschillende visies die je moet kunnen onderscheiden
Oudere, posivistische traditie (zoals Leopold von Ranke)
"Wie es eigentlich gewesen ist" = “zoals het werkelijk geweest is”
Geschiedenis moet het verleden zo objectief mogelijk reconstrueren.
Het doel is feiten vastleggen, niet per se om er iets praktisch mee te doen.
Het gaat dus niet om nut, maar om waarheidsgetrouwe weergave.
Von Ranke wordt vaak gezien als de vader van de moderne geschiedwetenschap.
Geschiedenis als iets op zichzelf (intrinsiek waardevol)
Sommige historici vinden dat je het verleden bestudeert om het verleden zelf, niet om er lessen uit te
trekken.
Doel: inzicht, verwondering, inspiratie, amusement.
Zoals Daniel Smail zegt: geschiedenis is geen politieke wetenschap, maar een antropologische – het
helpt ons de mens begrijpen.
Geschiedenis hoeft dus niet maatschappelijk of politiek nuttig te zijn.
Postmoderne visie: geschiedenis is eenn verhaal/ perspectief
Postmoderne historici trekken dit verder door:
Er is geen absolute waarheid over het verleden.
Geschiedschrijving is altijd een constructie, een verhaal, een perspectief.
Dus: “anything goes” — er is geen “juiste” versie van het verleden.
Geschiedenis is dan meer literatuur dan wetenschap.
MAAAAAR, NEEN NIET ALLES KAN ZOMAAR!
Niet alles kan zomaar, geschiedschrijving is niet neutraal of onschuldig: Hoewel sommige
postmoderne denkers zeggen dat “alles een verhaal is”, is het belangrijk om te beseffen dat niet alle
verhalen evenveel invloed of macht hebben.
Geschiedenis vaak gebruikt als machtsmiddel (denk aan hoe overheden of media het verleden gebruiken
voor propaganda of ideologische doelen)
Niet iedereen krijgt een stem in de geschiedenis: niet elk verhaal komt evenveel of uberhaut aam bod =
strijd om gehoord te worden
Veel volkeren proberen zich ‘de’ geschiedenis toe te eigenen uit ideologische motieven:
“Owning history has become something of a battleground, especially for those with ideological agendas
that arguably include most people who set out to record history (...) Jews and Arabs tell very different
stories about the creation of the State of Israel and about the subsequent history of the Palestinian
people”
GESCHIEDSCHRIJVING WEL NUT (2)
Hoewel sommige historici zeggen dat geschiedenis geen praktisch nut hoeft te hebben, is het naïef te denken
dat niemand een doel of invloed heeft. Geschiedenis wordt altijd geschreven vanuit een bepaald standpunt.
Machtmisbruik, eigen mening ten koste van andere mogelijke verhalen
, Beschrijven: dingen zichtbaar en levend houden
Geschiedenis helpt om belangrijke gebeurtenissen niet te vergeten
Voorbeeld de Holocaust – we mogen dit niet negeren of vergeten
Het kan dienen als voorbeeld of waarschuwing, maar…
Wat we als “les” beschouwen, verschilt per tijd en historicus
Winston Churchill zei cynisch: “The one thing we have learned from history is that we don't learn from history.”
Toch is het minstens belangrijk dat we mythen en simplificaties doorprikken.
Geen zwart-witdenken over goed/fout, maar nuance en complexiteit aanbrengen.
Verklaren: het heden beter begrijpen via het verleden
Geschiedenis helpt ons om.
Ontwikkelingen te verklaren: hoe is iets zo geworden?
Verandering te zien: hoe zijn ideeën over misdaad, straf, politie, enz. veranderd?
Continuïteit te herkennen: patronen die blijven terugkomen, zoals raciale ongelijkheid in
rechtssystemen = rode draad
In historische criminologie kijk je dus naar de wortels van het strafrecht en sociale opvattingen over criminaliteit
Inzicht in samenhang & proces = besef complexiteit
Kritisch: wat zit er achter actuele fenomenen, hoe gegroeid?
Common sense en stereotiepen vermijden
Mogelijke scenario’s voor de toekomst
Hoe verleden het heden bepaalt = indicatie wat in toekomst zal doorwerken
Wat niet bepaald is door verleden = open voor keuze (niet alles ligt vast)
BEPERKINGEN GESCHIEDSCHRIJVING
1. Historici zelf niet vrij van common sense en stereotypen
2. Geen pasklare antwoorden op vraag aan sociale wetenschappen `what works`
3. Geen toekomst voorspellingen, wel schetsen (on)mogelijke scenaria´s
4. Opgelet voor determinisme: er zijn steeds alternatieven wegen
Verwijst dat je ervanuit gaat dat alles voorspeld is (=padafhankelijkheid), in de loop van de
geschiedenis zijn we overgestapt van paardenkracht naar olie maakt vandaag de dag veel invloed
nu opeens elektrische wagens = voorbeeld er is veel padafhankelijkheid (je kan niet zomaar terug)
HISTORICI, HUN `FEITEN` EN INTERPRETATIE
Het kernprobleem van historisch onderzoek:
Feiten bestaan niet “puur” in de geschiedenis
Historici werken niet met de feiten zelf, maar met sporen van het verleden: brieven, documenten, kranten,
wetten, voorwerpen, gebouwen, etc.
Die sporen moeten eerst geïnterpreteerd worden
Dus van het begin tot eind zit interpretatie in het proces
De drie stappen van historisch onderzoek (=3 keer interprretatie)
Stap 1: gebeurtenis – waarnemen & registreren
In het verleden konden mensen geen interviews geven
zoals nu.
Wat we weten komt uit wat toen gezien,
opgeschreven of achtergelaten werd.