100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4.2 TrustPilot
logo-home
Resumen

2025 Boek goederen en bijzondere overeenkomsten recht samenvatting - Vermogensrecht in kort bestek - 8e editie

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
176
Subido en
03-01-2026
Escrito en
2025/2026

Dit is een samenvatting van het boek: "Vermogensrecht in kort bestek, Prof. Vincent Sagaert, Bernard Tilleman en Alain-Laurent Verbeke, Intersentia, 2025" 8e editie! Het bevat de belangrijkste punten en codex verwijzingen.

Institución
Grado

















Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
3 de enero de 2026
Archivo actualizado en
14 de enero de 2026
Número de páginas
176
Escrito en
2025/2026
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

Inhoud

INLEIDING ............................................................................................................................... 2
DEEL 1. ALGEMENE BEGRIPPEN VAN HET VERMOGENSRECHT................................ 3
Hoofdstuk I. Vermogensrechten: persoonlijke en zakelijke rechten ...................................... 3
Hoofdstuk II. Bijzondere kenmerken van zakelijke rechten .................................................. 7
Hoofdstuk III. Zakelijke en persoonlijke rechtsvorderingen ............................................... 10
Hoofdstuk IV. De vermogensleer ......................................................................................... 11
Hoofdstuk V. Onderscheid tussen de goederen .................................................................... 12
DEEL 2. CONTRACTEN INZAKE OVERDRACHT VAN EIGENDOM ............................ 23
Hoofdstuk I. Omschrijving, inhoud en bescherming van het eigendomsrecht .................... 23
Hoofdstuk II. Mede-eigendom en onverdeeldheid ............................................................... 30
Hoofdstuk III. Koop ............................................................................................................. 40
Hoofdstuk IV. Kanscontracten ............................................................................................. 86
Hoofdstuk V. Wettelijke wijzen van eigendomsverkrijging ................................................. 88
DEEL 3. CONTRACTEN VOOR HET GEBRUIK EN GENOT VAN EEN GOED ............. 95
Hoofdstuk I. Huur ................................................................................................................ 95
Hoofdstuk II. Lening .......................................................................................................... 122
Hoofdstuk III. Erfdienstbaarheden ..................................................................................... 126
Hoofdstuk IV. Recht van vruchtgebruik ............................................................................. 135
Hoofdstuk V. Recht van erfpacht........................................................................................ 141
Hoofdstuk VI. Recht van opstal ......................................................................................... 144
DEEL 4. DIENSTENCONTRACTEN .................................................................................. 148
Overzicht van de dienstencontracten .................................................................................. 148
Hoofdstuk I. Aanneming .................................................................................................... 149
Hoofdstuk II. Bewaargeving .............................................................................................. 163
Hoofdstuk III. Lastgeving .................................................................................................. 169
DEEL 5. VASTSTELLINGSCONTRACTEN ....................................................................... 173




1

,INLEIDING

Structuur (goederen- en bijzondere overeenkomstenrecht)
❖ Algemene leerstukken uit het vermogensrecht
− Hoe kunnen vermogensrechten worden ingedeeld?
− Wat zijn de kenmerken van respectievelijke persoonlijke en zakelijke rechten?
− Wat houdt het begrip vermogen in? En de vermogensleer?
− Hoe kunnen goederen, waarop zakelijke rechten betrekking op kunnen, worden
ingedeeld?
❖ Eigendom en de eigendomsovergang
− Wat is de inhoud van het eigendomsrecht?
− Hoe wordt het eigendomsrecht beschermd?
− Hoe wordt het eigendomsrecht beperkt?
− Wat is het onverdeelde eigendomsrecht (mede-eigendomsrecht)?
− Hoe kan eigendomsrecht op contractuele wijze worden overgedragen?
▪ Koop
▪ Kanscontracten
− Hoe kan eigendom op wettelijke wijze overgaan?
▪ Natrekking
▪ Bezit
▪ Zaakvorming
❖ De bijzondere contracten die betrekking hebben op het gebruik en genot van eigendom
− Contracten die zuivere persoonlijke rechten creëren
▪ Huur
▪ Lening
− Specifieke zakelijke gebruiksrechten
▪ Erfdienstbaarheden
− Algemene zakelijke gebruiks- en genotsrechten
▪ Vruchtgebruik
▪ Erfpacht
▪ Opstal
❖ Dienstencontracten
− Aanneming
− Bewaargeving
− Sekwester
− Lastgeving
❖ Vaststellingscontracten
− Dading




2

,DEEL 1. ALGEMENE BEGRIPPEN VAN HET VERMOGENSRECHT

Hoofdstuk I. Vermogensrechten: persoonlijke en zakelijke rechten

Inleiding

Vermogensrechten onderverdeeld in:
1. Persoonlijke rechten
2. Zakelijke rechten
3. Intellectuele rechten

Evolutie
❖ In het Romeinse recht had onderscheid een procedurele betekenis: geënt op de
remedies/‘actiones’ die ingesteld konden worden
❖ Wetgever van 1804 heeft het onderscheid verabsoluteerd: een reactie op het Ancien
Regime (feodalisme).
❖ Nieuwe burgerlijk wetboek
− Zakelijke rechten boek 3 BW
− Persoonlijke rechten
▪ Verbintenissenrecht boek 5 BW
▪ Buitencontractuele aansprakelijkheidsregels boek 6 BW
▪ Bijzondere contracten boek 7 BW

Belang van het onderscheid (consequenties)
❖ Enkel zakelijke rechten zijn uitgerust met de attributen van zakelijke rechten
− (1) bescherming tegen insolvabiliteit
− (2) het volgrecht
− (3) zakelijke subrogatie
❖ Het verschillende verjaringsregime:
− Een persoonlijke vordering (m.u.v. een vordering wegens buitencontractuele
aansprakelijkheid) verjaart in beginsel na 10 jaar – art 2262bis oud BW
− Vorderingen tot sanctionering van zakelijke rechten verjaren na verloop van 30
jaar – art 2262 oud BW
❖ De territoriale bevoegdheidsregeling:
− Persoonlijke rechtsvorderingen moeten worden gebracht voor de rechter van de
woonplaats van de verweerder – art. 624, 1° Ger.W.
− Onroerende zakelijke rechtsvorderingen behoren tot de exclusieve bevoegdheid
van de rechter van de plaats waar het goed gelegen is – art. 629 Ger.W.
❖ Het verschillende publiciteitsmechanisme:
− Traditioneel kunnen enkel zakelijke rechten worden bekendgemaakt via een
publiciteitsmechanisme
− Zakelijke rechten op een schuldvordering op naam worden bekendgemaakt door
de kennisgeving aan of erkenning door de schuldenaar van die vordering – art
1690 oud BW
▪ Voor roerende zakelijke rechten wordt die rol vervuld door het bezit - art
2279 oud BW en 3.24 BW
▪ Voor onroerende zakelijke rechten door de hypothecaire publiciteit - art
oud art 1 Hyp.W en art 3.30 BW



3

, → Het gevolg: zakelijke rechten hebben een grotere
tegenwerpenlijkheid
↪ “de absolute gelding van de zakelijke rechten”
− Onder het nieuw BW kunnen ook enkele persoonlijke rechten in de
hypotheekregisters worden overgeschreven
▪ Voorkooprechten en aankoopopties - art. 3.30, § 1, 5° BW
▪ Huurcontracten >9 jaar - art. 3.30, § 1, 6° BW.

Onderscheid persoonlijke en zakelijke rechten

Klassieke leer
❖ Onderscheid tussen zakelijke en persoonlijke rechten liggen in de structuur van het recht
− Persoonlijke rechten creëren een rechtsverhouding tussen twee rechtssubjecten
▪ persoonlijke rechten hebben betrekking op diensten verleend door een
schuldenaar
− Zakelijke rechten brengt een rechtsverhouding tot strand tussen een
rechtssubject en een rechtsobject
▪ Zakelijke rechten hebben betrekking op goederen;
− Henri De Page: “Traité élémentaire de droit civil belge”
❖ Kritiek: misvatting dat zakelijke rechten niet afdwingbaar zouden zijn tegenover
personen en persoonlijke rechten niets met goederen te maken zouden hebben.
− (1) ook persoonlijke rechten kunnen betrekking hebben op goederen
▪ Bij het uitlenen van een goed; huurrecht; eenzijdige verkoopbelofte
− (2) ook zakelijke rechten doen rechtsverhouding tussen personen ontstaan
▪ Een verbintenisrechtelijke relatie bij een erfdienstbarheid tussen de
eigenaar van het heersend erf en de eigenaar van het lijdend erf. Zie ook
verhouding tussen vruchtgebruiker en de blote eigenaar (wederzijdse
rechten en verplichtingen), en ook de onderlinge verplichtingen bij
mede-eigenaars, erfpachter/opstalhouder, en grondeigenaar.

De leer van het personalisme:
❖ Een rechtsverhouding kan enkel bestaan tussen rechtssubjecten en nooit tussen een
rechtssubject en een goed “subjectivering van zakelijke rechten” (Marcel Planiol)
− Zowel zakelijke als persoonlijke rechten creëren een rechtsband tussen twee
rechtssubjecten
❖ Een persoonlijk recht zou een verbintenis doen ontstaan ten laste van één bepaalde
persoon (de debiteur); een zakelijk recht vormt een universele passieve verbintenis –
iedereen moet zich onthouden van inbreuk op het zakelijk recht
− Zakelijkrecht = absoluut
− Persoonlijk recht = relatief
❖ Het personalisme maakt een onderscheid tussen zakelijke en persoonlijke rechten op
basis van externe kenmerken, de tegenwerpelijkheid.
❖ Kritiek: onterecht verweven van de interne kenmerken (bevoegdheden) en de externe
kenmerken (tegenwerpelijkheid) van vermogensrechten.
− Ten onrechte afgeleid dat persoonlijke rechten geen gevolgen hebben in de
verhouding tot derden.
▪ Derden hebben ook de verplichtingen zich te onthouden aan derde-
medeplichtigheid aan andermans contractbreuk bij persoonlijke rechten
– art 5.111 BW

4

, − Ten onrechte is deze leer doorgaans louter gezien in termen van
buitencontractuele aansprakelijkheid, terwijl ze in de werkelijkheid de
tegenwerpelijkheid van de persoonlijke rechten betreft.
− Het nieuwe BW laat ook publiciteit toe van persoonlijke rechten:
voorkooprechten, aankoopopties, huur >9 jaar).

De leer van het neopersonalisme
❖ Het eigendomsrecht is het meest verheven recht, alle andere zakelijke en persoonlijke
rechten worden omschreven in termen van verbintenissen. (geen onderscheid meer
tussen zakelijk en persoonlijk maar tussen het eigendomsrecht en andere
vermogensrechten. (Samuel Ginossar)
❖ Onderscheid tussen de (beperkte) zakelijke rechten en persoonlijke rechten
− Aan zakelijke rechten beantwoord een kwalitatieve verbintenis (een verbintenis
dat overgaat samen met een bepaalde hoedanigheid)
▪ De rechtsopvolger onder bijzondere titel verkrijgt de hoedanigheid van
schuldenaar omdat hij de hoedanigheid van eigenaar overneemt – art 3.6.
BW
− Aan persoonlijke rechten beantwoord een persoonlijke verbintenis – art 5.103
BW
▪ Persoonlijke rechten gaan in beginsel niet over op de rechtsopvolger
onder bijzondere titel van het goed waarop de aanspraak indirect
betrekking heeft.
− Terwijl de schuldenaar van een zakelijk recht instaat voor een verbintenis met
een goed, is de schuldenaar van een persoonlijk recht gehouden als titularis van
zijn vermogen
❖ Kritiek: het eigendomsrecht zou zijn eigenheid verliezen door het uitbreiden van het
eigendomsrecht tot alle vermogensrechten
− Maar, kritiek niet gerechtvaardigd: de uitbreiding van het eigendomsrecht tot
onlichamelijke goederen heeft weerklank gevonden in de latere evolutie → de
dematerialiseren van het goederenrecht heeft ertoe geleid dat eigendomsrecht op
onlichamelijke goederen vanuit economisch oogpunt steeds belangrijker wordt
en eigendomsrecht uitgegroeid tot een grondrecht.

Nieuwe Burgerlijke Wetboek
❖ Numurus clausus – beginsel
− Formele afgrenzing van zakelijke en persoonlijke rechten - art. 3.3 BW
▪ Zakelijke rechten kunnen enkel door de wet worden gecreëerd. Partijen
kunnen geen onbenoemde zakelijke rechten tot stand brengen.
− Twee dimensies van numurus claususbeginsel
▪ (1) Een externe dimensie (‘Typenzang’)
→ Partijen kunnen geen andere zakelijke rechten vestigen dan deze
die door de wetgever als zakelijke rechten zijn benoemd – art 3.3
BW
→ Wetgever streng
▪ (2) Een interne dimensie (‘Typenfixierung’)
→ Partijen moeten bij de vestiging van de zakelijker rechten de
wezenskenmerken van de betrokken zakelijke rechten
eerbiedigen – art 3.1 BW
→ Wetgever soepel

5

, − Vier categorieën van de zakelijke rechten
▪ (1) Het eigendomsrecht
▪ (2) De mede-eigendom
▪ (3) De zakelijke gebruiksrechten
→ Zakelijke rechten die de titularis ervan een gebruiks- en
genotsrecht verlenen met betrekking tot een welbepaald goed
↪ Erfdienstbaarheden, vruchtgebruik, erfpacht, opstal
▪ (4) De zakelijke zekerheden
→ Zakelijke rechten die hoofdzakelijk tot doel hebben de nakoming
van een schuldvordering te voldoen
↪ De titularis krijgt het recht om als eerst uitbetaald te
worden uit de opbrengst van de goed waarop ze
betrekking hebben.
 Bijzonder voorrechten, retentierecht, pand (m.b.t
roerende goederen) en hypotheek (m.b.t.
onroerende goederen en schepen)
− Eigendom ook vaker een accessoir zakelijk recht omdat het eigendomsrecht
steeds vaker tot doel heeft een schuldvordering te waarborgen → fiduciair
eigendom tot zekerheid (zie infra)
− Beperkingen numerus clausus
▪ Klassiek: wilsautonomie geen rol bij zakelijke rechten want het is een
gesloten stelsel
→ Echter speelt wilsautonomie nu wel een rol – art 3.1 BW
↪ “De partijen kunnen afwijken van de bepalingen van dit
boek BEHALVE
 Indien het om definities gaat OF
 Indien de wet anders bepaalt”
↪ Dus partijen kunnen geen nieuwe zakelijke rechten
creëren. Ze moeten zich houden aan de zakelijk rechten
en definities die de kernelementen van het zakelijkrecht
vastleggen maar binnen die bestaande boxen van het
zakelijk recht, daar hebben de partijen nu veel meer
bewegingsvrijheid → versterkt wilsautonomie.
 Vooral bij de gebruiks- en genotsrechten speelt de
wilsautonomie een grote rol.
❖ Wilsautonomie bij persoonlijke rechten
− Het numerus clausus beginsel uit goederenrecht staat lijnrecht tegenover het
beginsel van de wilsautonomie uit het verbintenissenrecht.
▪ Reden: in principe contractsvrijheid (verbintenissenrecht) ZOLANG (a)
niet ingaat tegen de regels van de openbare orde en (b) niet ingaat tegen
dwingend recht. Het numerus clausus is een gesloten stelsel dat die
contractvrijheid wegneemt.
− Voor persoonlijke rechten, zijn partijen vrij om benoemde overeenkomsten,
onbenoemde, en gemengde overeenkomsten te sluiten.
▪ Benoemd contract
→ Bijzondere contracten in BW, bv. koop, huur, aanneming en
lening.
→ Alle overeenkomsten tot overdracht of vestiging van een zakelijk
recht

6

, → Benoemde contracten hebben een specifiek kader aan regels.
partijen kunnen. [NB partijen mogen niet aan de essentie van
zakelijke rechten raken]
▪ Onbenoemd contract
→ Geen wettelijke regeling terug te vinden
→ Ook onderworpen aan het algemeen verbintenissenrecht
→ Voorbeelden: franchising en factoring
▪ Gemengd contract
→ Bevat elementen van meerdere benoemde contracten
↪ Bijvoorbeeld: reiscontract tussen toerist en reisbureau
(bevat aanneming, lastgeving, bewaargeving etz)
→ Allereerst, cumul of distributieve toepassing – art. 5.67, eerste
lid BW
↪ Elke operatie in beginsel aan de eigen regels
onderworpen (contract heeft bedingen die vallen onder
verschillende categorieën van benoemde contracten)
→ Ten tweede, absorptie theorie / “sponsbenadering” – art. 5.67,
tweede lid BW
↪ Regels van het meest dominante contracttype van
toepassing op het volledig contract.
↪ Is van toepassing wanneer blijkt dat een contract
bedingen omvat die behoren tot de ene categorie van de
hoofdzaak terwijl de bedingen behorend tot een andere
categorie de bijzaak uitmaken.
→ Maar, partijen kunnen overeenkomen om een sui-generis
regeling toe te passen (aanvullend recht). – art. 5.67, derde lid
BW
❖ Gesloten stelsel vs. Open stelsel
− Zakelijke rechten kunnen worden gevestigd bij contract, voor zo ver de partijen
zich bij de contractvorming hebben gericht naar de wettelijke erkende zakelijke
rechten. Terwijl in het verbintenissenrecht partijen een sui-generis contract
kunnen sluiten voor benoemde contracten, is dat dus niet mogelijk bij een
contract tot vestiging van een zakelijk recht.
▪ Nuancering: partijen hebben wel de vrijheid om invulling te geven aan
hun zakelijk recht, voor zo ver ze de wezenlijke kenmerken van het
zakelijk recht wanneer ze zich richten, eerbiedigen. (art. 3.1 BW). Bij de
meeste zakelijke rechten worden de modaliteiten overgelaten aan de
partijen zelf, de wetgever is voorziet voor een aanvullend systeem. De
partijen moeten wel houden aan het dwingend recht en de
wezenskenmerken van het zakelijkrecht eerbiedingen (die staan vermeld
in de definities). Dus suppletieve karakter van belang, maar speelt
minder bij erfdienstbaarheden, eigendom, appartmentsmede-eigendom,
en zakelijke zekerheden.

Hoofdstuk II. Bijzondere kenmerken van zakelijke rechten

Bescherming tegen insolvabiliteit (accessoire zakelijke rechten)
❖ Traditioneel: ‘recht van voorrang’ op zakelijke rechten
− Een zakelijk recht kan niet worden aangetast door de samenloop die ontstaat in
geval van insolvabiliteit van de gene die het goed onder zich heeft. (art. 3.5 BW)
7

, − Kritiek: de bescherming tegen de insolvabiliteit kan niet worden verklaard door
het recht van voorrang. DUS: zakelijke rechten verlenen geen voorrang in de
boedel MAAR zakelijke rechten blijven buiten de boedel. En omdat het buiten
de boedel is maakt het geen deel uit van het vermogen dat aan samenloop
onderworpen is – art 3.5, eerste lid BW.
− Enkel bij accessoire zakelijke rechten, de zakelijke zekerheden, geldt er
daadwerkelijk een recht van voorrang – artikel 3.5, tweede lid BW

Volgrecht
❖ De derde-verkrijger van een goed van rechtswege is gebonden door de zakelijke rechten
die op het goed rusten (3.4(2) BW)
− Het goed kan enkel worden vervreemd zoals bezwaard met het zakelijk recht.
Het zakelijkrecht volgt mee op het goed.
− Een persoonlijke verplichting gaat niet automatisch mee over.
❖ Nuancering
− Het volgrecht is niet absoluut bij alle zakelijke rechten
▪ Onroerende goederen: volgrecht geldt als de onroerende zakelijke
rechten bekend zijn gemaakt in de hypothecaire registers
▪ Roerende goederen:
→ geen volgrecht meer bij een de derde-bezitter te goeder trouw
(art. 3.28 BW)
→ bij verlies of diefstal geen vervolgrecht na 3 jaar bij derde-
bezitter te goeder trouw – art 3.28 §1, tweede lid BW
− Uitzonderlijk: persoonlijke rechten met een volgrecht
▪ Het huurrecht: de huurder kan zijn huurrecht tegenwerpen aan de
achtereenvolgende verkrijgers van het gehuurde goed, OP
VOORWAARDE, dat het huurovereenkomst vaste dagtekening heeft –
art 1743 oud BW

Het voorwerp van zakelijke rechten
❖ Specialiteitsbeginsel
− Een zakelijk recht kan enkel betrekking hebben op bepaalde/bepaalbare
goederen (art. 3.8(1) BW)
▪ Een zakelijk recht op een geldsom is dus niet mogelijk
▪ Een zakelijk recht kan wel worden gevestigd op een feitelijke of
juridische universaliteit voor zover dat geheel zelf afgebakend kan
worden ten opzichte van goederen die geen deel uitmaken van deze
universaliteit. Bv een effectenportefeuille of een handelszaak
→ Een effectenportefeuille bestaat uit een verzameling van
verschillende financiële instrumenten (aandelen, obligaties etc.)
→ Een handelszaak is een onderneming die bestaat ui verschillende
activa (inventaris, klantenbestanden etc.)
− Quid bij vermenging?
▪ Onder oud recht werd de gene in wiens hand de vermenging plaatsvond
eigenaar van het geheel en de oorspronkelijk eigenaar krijgt enkel een
persoonlijk recht op gedeelte van het vermengede geheel
▪ Onder het nieuwe recht gaat eigendomsrecht niet verloren maar er
ontstaat een toevallige mede-eigendom naar evenredigheid van


8

, eenieders aandeel. Dus onder het nieuwe recht blijven de zakelijk
rechten op de vermengde soortgoederen bestaan – art 3.12 BW
❖ Eenheidsbeginsel
− Een zakelijk recht kan enkel
gevestigd worden op een autonoom vermogensbestandsdeel
▪ Dus enkel op een goed, maar niet op een inherent bestandsdeel van een
van een vermogensbestanddeel. (art. 3.8(2) BW)
− Consequenties van het eenheidsbeginsel
▪ Natrekking is een toepassing van het eenheidsbeginsel – art 3.55 BW
→ Bv een bouwwerk wordt een inherent bestandsdeel van de grond
– art 3.64 BW
↪ Gevolg: de eigenaar van grond/goed is wordt ook
eigenaar van alle inherente bestanddelen van dat
goed/grond.
→ Dus niet mogelijk om een afzonderlijke recht te vestigen op een
inherent bestandsdeel. Maar 3 uitzonderingen op natrekking, en
dus 3 uitzonderingen op het eenheidsbeginsel. Moet een
grondslag hebben in de wet! Geen conventionele afwijking
mogelijk!
↪ Opstal: is een zakelijk recht op een volume. Volume is een
inherent bestandsdeel van de grond. Dus afwijking
eenheidsbeginsel – art 3.47, eerste lid BW
↪ Appartementseigendom
↪ Vervroegde roerend making: een zakelijk recht op een
inherent bestanddeel, bv appels nog op een boom., dus
afwijking van het eenheidsbeginsel – art 3.48 BW
❖ Zakelijke subrogatie (zaak vervanging)
− Het zakelijkrecht, bij het verlies of waardevermindering van het goed, gaat over
op een andere goed dat er voor in de plaats treed – art 3.10 BW
▪ Dus het zakelijk recht blijft door zaaksvervanging voortbestaan op de
tegenwaarde van het initiële goed.
▪ Zakelijke subrogatie is niet in conflict met het specialiteitsbeginsel.
▪ Voorbeelden van specifieke toepassingsgevallen: zakelijke
zekerheidsrechten, wedderbelegging in het huwelijksvermogensrecht,
ter bescherming van het eigendomsrecht
− Gevolg
▪ Er wordt voorkomen dat de waarde van het zakelijk recht door het
teloorgaan van het oorspronkelijke object plots in een ander vermogen
zou terecht komen.
− Voorwaarden:
▪ (1) Enkel de titularis van een zakelijk recht wordt beschermd door
zakelijke subrogatie
→ Het zakelijk recht mag niet ‘intuitu rei’ zijn
↪ Het mag niet mogelijk zijn dat het zakelijk recht ook
nuttig kan worden uitgeoefend op een andere zaak dan het
oorspronkelijke object [het oorspronkelijke recht mag
niet afhangen van de specifieke aard/kenmerk van de
zaak zelf]



9

,  Bv, een erfdienstbaarheid heeft geen enkel nut
buiten het dienend erf en kan dus niet overgaan op
een ander zaak.
↪ Maar, zakelijke rechten die meestal verbonden zijn aan
een specifiek goed, maar die hun waarde kunnen
behouden, zelfs als het goed verandert, worden ook
beschermd.
 Bv eigendom, mede-eigendom, vruchtgebruik
etc.
▪ (2) Het oorspronkelijke object van het zakelijk recht gaat verloren
→ Zowel juridisch (verkoop, schenking, ruil) als materieel
(tenietgaan, beschadiging) verlies
▪ (3) het vervangende object moet de waarde van het verloren object
vertegenwoordigen.
→ Bv de verzekeringsuitkering bij brand van een huis
▪ (4) Geen beroep mogelijk indien de zakelijk gerechtigde door andere
zakenrechtelijke verbintenisrechtelijke remedies zijn positie kan
handhaven.
→ Reden: zakelijke subrogatie is een subsidiaire rechtsfiguur (dus
kan pas worden ingeroepen als er geen andere mogelijkheid is?)
▪ (5) Het oorspronkelijke object moet vóór de vervanging identificeerbaar
zijn en het vervangende object moet op elk mogelijk ogenblik
individualiseerbaar zijn.
→ Gevolg van het specialiteitsbeginsel

Hoofdstuk III. Zakelijke en persoonlijke rechtsvorderingen

Rechtsvorderingen: remedies die vathangen aan subjectieve rechten op voet van oorlog
❖ Zakelijke rechtsvordering
− Alle vorderingen die het eigendomsrecht of een beperkt zakelijk recht tot
voorwerp hebben
▪ Een vordering tot opeising van zakelijk recht (actio conffessoria)
▪ Een vordering tot ontkenning van rechten van derden op een goed (bv
vruchtgebruik op een goed) (actio negatoria).
→ Een vordering tot het stopzetten en verbod om een inbreuk te
plegen op een zakelijk recht
− Voorbeelden: een vordering tot onteigening
❖ Persoonlijke rechtsvorderingen
− Vorderingen waardoor de titularis ervan aanspraak maakt op een prestatie van
een andere persoon om iets te geven, te doen, of te laten.
− Voorbeelden: vordering herstel op schade – art 2262 bis oud BW
❖ Belang van het onderscheid
− Territoriale bevoegdheid van de rechter
▪ Zakelijke vorderingen → de plaats van goed - art. 629 Ger.W
▪ Persoonlijke rechten → algemene regel - art. 629 Ger.W
− Verjaringstermijn
▪ Persoonlijke vordering: 10 jaar TENZIJ → onrechtmatige daad of
recurrente persoonlijke vorderingen – art 2262bis, tweede lid oud BW en
art 2277 oud BW
▪ Zakelijke vorderingen: 30 jaar – art 2262 oud BW
10
$19.18
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada


Documento también disponible en un lote

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
deboeielieve Katholieke Universiteit Leuven
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
20
Miembro desde
1 año
Número de seguidores
1
Documentos
9
Última venta
5 días hace

5.0

1 reseñas

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes