Begrippenlijst
Rendement = de opbrengst van het gespaarde bedrag uitgedrukt in een percentage
Aandelen = eigendomsbewijzen in een onderneming
Beurskoers = de prijs op de beurs die betaald wordt wanneer je een aandeel koopt
Obligaties = deel van een lening op de langere termijn
Nominale waarde = de waarde die op een aandeel of obligatie staat
Koerswaarde = het vermenigvuldigen van de nominale waarde met de beurskoers
Marktrente = de op een bepaald moment geldende actuele rente
Couponrente = de rente die vernoemd staat op de obligatie
Beleggingsfonds = een fonds wat de inleg van een groot aantal beleggers verzameld en deze belegt in
aandelen of obligaties
Call opties = het recht om een aandeel te kopen voor een vooraf afgestemde prijs
Put opties = het verkopen van het aandeel tegen een vooraf afgesproken prijs
Schrijver = de verkoper van een optie
Optiepremie = de prijs van een optie
Uitoefenprijs = een optie is de prijs waartegen de koper van een call-optie de onderliggende waarde mag
kopen, of waartegen de koper van een put-optie de onderliggende waarde mag verkopen
Vermogenstitels = waardenpapieren zoals aandelen, opties of obligaties
Effectenbeurs = de plaats waar vraag en aanbod elkaar ontmoeten en waar de prijs, de koers van een
aandeel, optie of obligatie tot stand komt
Rendement = de opbrengst van het gespaarde bedrag uitgedrukt in een percentage
Aandelen = eigendomsbewijzen in een onderneming
Beurskoers = de prijs op de beurs die betaald wordt wanneer je een aandeel koopt
Obligaties = deel van een lening op de langere termijn
Nominale waarde = de waarde die op een aandeel of obligatie staat
Koerswaarde = het vermenigvuldigen van de nominale waarde met de beurskoers
Marktrente = de op een bepaald moment geldende actuele rente
Couponrente = de rente die vernoemd staat op de obligatie
Beleggingsfonds = een fonds wat de inleg van een groot aantal beleggers verzameld en deze belegt in
aandelen of obligaties
Call opties = het recht om een aandeel te kopen voor een vooraf afgestemde prijs
Put opties = het verkopen van het aandeel tegen een vooraf afgesproken prijs
Schrijver = de verkoper van een optie
Optiepremie = de prijs van een optie
Uitoefenprijs = een optie is de prijs waartegen de koper van een call-optie de onderliggende waarde mag
kopen, of waartegen de koper van een put-optie de onderliggende waarde mag verkopen
Vermogenstitels = waardenpapieren zoals aandelen, opties of obligaties
Effectenbeurs = de plaats waar vraag en aanbod elkaar ontmoeten en waar de prijs, de koers van een
aandeel, optie of obligatie tot stand komt