Testament (B-KUL-A0AC2B) [A0AC2a]
Professor Patmore Hector
Cursusnota's en PowerPoints van het vak zullen digitaal beschikbaar
worden gesteld (via Toledo), verplicht leesmateriaal zal zoveel mogelijk
digitaal beschikbaar worden gesteld.
Type: Partiële of permanente evaluatie met examen tijdens de
examenperiode
Evaluatievorm : Medewerking tijdens contactmomenten, Paper/Werkstuk,
Schriftelijk, Self assessment/Peer assessment
Vraagvormen: Open vragen
Permanente evaluatie :
Voorbereiding voor de lessen en actieve participatie tijdens de
lesuren (reguliere studenten) OF schriftelijke oefeningen
(werkstudenten) (10%).
1 x recensie (minimum 300 en maximum 500 woorden inclusief
voetnoten en bibliografie). (10%)
1 x essay (toepassing van een methodiek op een uitgekozen Bijbelse
tekst; minimum 1800 en maximum 2200 woorden inclusief
voetnoten en bibliografie) (40%)
Schriftelijk examen van 1u 30min : 2 x open vragen (40%).
I. De geschiedenis van de Bijbelse exegese -
context vóór de methodiek
1. Belangrijke geografische plaatsen
➡️Om te tonen hoe de context bijdraagt aan de betekenis van de
tekst: “Waarom is kennis van de geschiedenis nodig om de evangeliën te
begrijpen?”
➡️Wanneer je plaatsnamen bestudeert op hun betekenis voor het verhaal:
pas je een historisch-kritische benadering toe, waarin geografische
analyse, literaire functie en theologische betekenis samenkomen.
1
,1. Jeruzalem
stad van de tweede tempel
centrum van eredienst
symbool van Gods aanwezigheid.
Tempelreiniging: Jezus jaagt de handelaars weg.
o Marcus (Mc 11:15–19)
→ Plaatst het aan het einde van Jezus’ optreden.
→ Betekenis: profetisch oordeel over de tempel →
aankondiging van het einde van het oude cultussysteem,
tempelgebonden eredienst met offers en priesters.
o Johannes (Joh 2:13–22)
→ Plaatst het aan het begin van Jezus’ optreden.
→ Betekenis: openbaring van Jezus als nieuwe tempel → Gods
aanwezigheid woont voortaan in Hem, niet in het gebouw.
Kruisiging, dood en verrijzenis spelen zich af net buiten
Jeruzalem (Golgotha)
→ stad van afwijzing en verlossing.
Pinksteren (Hand. 2): Heilige Geest daalt neer (tongen van
vuur), ontstaan van de Kerk
→ (Hand. 1:8) aankondiging van de wereldzending; Jeruzalem
wordt het uitgangspunt van de universele missie.
➡️Belang: overgang van tempelstad (oude openbaring) naar
zendingsstad (nieuwe openbaring in Christus).
2. Bethlehem
Geboorteplaats van Jezus (Mt 2; Lc 2), verwijst naar Bethlehem
als geboorteplaats van de komende Messias, de stad van David.
Vervulling van Micha 5:1: de Messias komt uit het huis van David.
➡️ Belang: bevestigt Jezus’ messiaanse afkomst uit de Davidische
dynastie.
3. Nazareth
Plaats van Jezus’ jeugd (Lc 1–2; Mc 1:9).
Symbool van nederige afkomst (“Kan uit Nazareth iets goeds
komen?”, Joh 1:46), een onbeduidend, klein, afgelegen dorpje
in Galilea, een streek die door veel Judeërs als boers en onzuiver
werd beschouwd (want dicht bij niet-joodse gebieden).
➡️ Belang: toont dat Gods redding begint in het gewone en
onverwachte.
2
,4. Capernaüm
Centrum van Jezus’ Galilese bediening (Mc 2; Mt 8),
basisplaats van waaruit Jezus in Galilea predikte, onderwees en
genas.
Vele genezingen en onderricht: Verhalen tonen drie gezichten
van Jezus’ zending:
o Hij vergeeft zonden (genezing van verlamde).
o Hij herstelt mensen tot dienstbaarheid (schoonmoeder van
Petrus), wie door Jezus genezen wordt, staat op en dient
anderen.
o Hij overstijgt grenzen van etniciteit en afstand (knecht van de
honderdman).
➡️ Belang: Jezus’ boodschap richt zich op gewone mensen; begin
van zijn publieke optreden.
5. Caesarea Filippi
Noordelijk grensgebied, buiten religieus centrum.
Belijdenis van Petrus: “Gij zijt de Christus” (Mt 16:13-20).
➡️ Belang: belangrijk omdat Jezus daar, ver weg van Jeruzalem,
zijn ware identiteit als Messias laat belijden door Petrus
➡️ het is een keerpunt in de evangelies: vanaf dit moment richt
Jezus zich op zijn lijdensweg naar Jeruzalem. De plaats symboliseert
dus de overgang van openbaring naar zelfgave.
6. Bethsaida
Geboorteplaats van apostelen (Filippus, Andreas en Petrus)
(Joh 1:44).
Genezing van een blinde (Mc 8:22-26).
➡️ Belang: symbool van groeiend geloof en inzicht — Jezus opent de
ogen van wie wil zien.
7. Jericho
Genezing van Bartimeüs (Lc 18:35-43).
Parabel van de barmhartige Samaritaan speelt zich af op weg
Jeruzalem-Jericho (Lc 10:30-37).
➡️ Belang: Jericho symboliseert bekering, genezing en
barmhartigheid — het is een plaats waar mensen tot inzicht en
3
, herstel komen, zowel lichamelijk (Bartimeüs) als moreel (de
Samaritaan).
8. Kana
Eerste teken van Jezus: water wordt wijn (Joh 2:1-11).
➡️ Belang: begin van Jezus’ openbaring (“Zijn heerlijkheid werd
geopenbaard”); symbool van nieuwe schepping en overvloed.
9. Emmaüs
Verschijning van de verrezen Jezus aan twee leerlingen (Lc
24:13-35).
➡️ Belang: Emmaüs toont hoe christenen Jezus leren herkennen —
niet door zien, maar door luisteren naar het Woord en delen in
de eucharistie.
Daarom is het een model van hermeneutisch (gelovig)
verstaan.
10. Nain
Opwekking van de zoon van de weduwe (Lc 7:11-17).
➡️ Belang: Jezus toont dat God leven brengt waar dood is. Het is
een vooruitwijzing naar de verrijzenis, maar ook een teken van
Gods medelijden met wie lijden.
11. Sychar
Gesprek met de Samaritaanse vrouw aan de bron (Joh 4:1-42).
➡️ Belang: doorbreekt religieuze grenzen, biedt levend water
(de Geest) en openbaart zich als Messias aan een Samaritaanse
vrouw.
➡️ symbool van universele verzoening en nieuwe eredienst “in
geest en waarheid.” Jezus herinterpreteert eredienst als innerlijke,
universele aanbidding, niet langer gebonden aan tempels of
rituelen.
12. Sidon en Tyrus
Niet-Joodse kuststeden (Mc 7:24-31).
Jezus geneest daar de dochter van een Syro-Fenicische vrouw.
➡️ Belang: teken van universele zending – het heil reikt voorbij
4