100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4,6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting - Fysica van de medische beeldvorming - DTM

Rating
-
Sold
-
Pages
18
Uploaded on
12-12-2025
Written in
2025/2026

Samenvatting/eigen cursus van het vak fysica van de medische beeldvorming, gegeven door prof. Klaus Bacher. Opgesteld op basis van mijn notities van de lessen en de powerpoints.

Institution
Course










Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
December 12, 2025
Number of pages
18
Written in
2025/2026
Type
Summary

Subjects

Content preview

Fysica van de beeldvorming
1. Production & properties of X-rays:
Ioniserende radiatie:
X-stralen:

- EM-golven, geen massa, voortbeweging met lichtsnelheid
- Hoog-energetisch  kunnen ionisaties veroorzaken (schade aan DNA) ook bij lage dosis
o Verhoogd risico op kanker
o Hoge-dosis toepassing = lokaal op huid brandwonden & haaruitval
 Proberen te vermijden, niet altijd mogelijk (bv coil plaatsen op aneurysma)
- Effecten zijn permanent of tijdelijk zijn

Productie van X-stralen:
Mbv x-stralen buis:

- Glazen buis, interne is vacuümgetrokken
o Indien lucht aanwezig: elektronen botsen op luchtdeeltjes  elektronen kwijt,
kunnen gn interacties geven op trefplaat  geen x-stralen synthese
- Synthese elektronen = op kathode, grote stroom erdoor  opgewarmd  elektronen
wegschieten uit draadje
o Meer stroom = meer elektronen opgewekt (buisstroom)
- Buisstroom = synthese milli-amperes (mA)
o Geeft schaling aan stralingsintensiteit/stralingsdosis
o Meer dosis aan patiënt = meer dosis op detector  betere beeldkwaliteit (minder
ruis)
o Niet altijd beste kwaliteit nodig want anders patiënten te veel dosis geven!
- Hoogspanning = versnelling elektronen (meer energie mee) + botsing elektronen op
trefplaat met bepaalde energie
o Uitgedrukt in kilo-elektron-volt (kVp)
o Veel hoogspanning nodig om röntgenbuis te laten werken!
 Gebruik generator:
 Genoeg hoogspanning
 Gelijkstroom ipv wisselstroom: wil altijd kathode = kathode & anode
= anode
- Trefplaat:
o Gemaakt uit Wolfraam (zwaar materiaal, hoog atoomgetal + hitte-resistent)
o Binnentreden elektronen = 2 soorten interacties
 Elektronen = binnendringen in materiaal, w afgebogen tgv elektromagnetisch
veld kern  elektromagnetische straling (REM-straling)
 Zwakke afbuiging = laag-energetische röntgenstraling
 Intermediaire afbuiging = grotere energie
 Intense afbuigingen = maximale energie geproduceerd, intense straling
- Behoud van de energie:
o Hoogspanning van 90 kVp  max energie van elektronen = 90 keV



1

,  keV = eenheid die energie die elektron meekrijgt wanneer een spanningsval
van 1 Volt w doorlopen
o Maximale energie enkel in zeldzame sit. overgedragen (lage kans om dicht bij kern te
bewegen, hoge kans om in elektronenwolk te bewegen)
 Hoge energieënproductie = lage waarschijnlijkheid
 Lage energieënproductie = hoge waarschijnlijkheid
o Dit ging over wat in X-stralen buis w gegenereerd  gaat nog niet door patiënt
- Verlaten buis X-stralen = interacties tss geproduceerde stralen & glazen omhulsel (foto-
elektrisch effect)
o Laagste energieën = makkelijkst gestopt (bijna
volledig tegengehouden)
o Hoge energieën = makkelijkste erdoor
o Rood = stralingen die door patiënt trekken
o Stippellijn = straling geproduceerd door trefplaat
- Botsingen elektronen in trefplaat:
o Geven ionisaties: elektron van kathode botsen op
elektron van atoom van anode (wolfraam-atoom)  elektron wordt weggeschoten
 opname elektron uit omgeving
o Verschil in energie tussen oorspronkelijk e- en opvullend e-  verschil w vrijgesteld
onder karakteristieke/fluorescente x-stralen
o Geven superpositie-pieken op spectrum

Factoren die spectrum beïnvloeden - kwaliteit:
1. Target-materiaal
a. Ander targetmateriaal = vorm van spectrum verschilt
b. Voorbeeld = wolfraam-spectrum
2. Hoogspanningsvariatie
a. Hoger = grotere max. energie, grotere gemiddelde energie, grotere indringdiepte
(makkelijker door materiaal)
3. Filtratie
a. Belangrijk om huiddosis van patiënt te reduceren
b. Ongefilterd spectrum gebruiken = laag-energetische energieën makkelijkst gestopt in
huid v patiënt  bereiken nooit detector (nutteloos voor detector)  geven dosis
thv patiënt ☹
c. Oplossing: laagje aluminium/koper bij verlaten stralen röntgenbuis
i. Vervangt eigenlijk eigen laag huid (aluminium vangt nutteloze dosis op)
ii. Lage energieën kwijt  huiddosis wordt gereduceerd
d. Gemiddelde/effectieve energie stijgt (verharding röntgenbundel) 
i. Daling huiddosis (+)
ii. Contrastvermindering in beeld (-)

Factoren die spectrum beïnvloeden - intensiteit:
1. Aanpassen hoogspanning (Li)
a. Hoger instellen = grotere max. energie + spectrum naar hogere intensiteiten
b. Kleine verhoging = belangrijke impact op intensiteit
(kwadratische verhouding)
2. Hoeveelheid elektronen naar anode aanpassen (Re)

2

, a. Schaalt lineair met intensiteit
b. AUC w verandert
3. Filtratie
a. Meer filter = meer blootstelling
4. Afstand tussen buis & huid v patiënt
a. Intensiteit = kwadratisch afnemen met afstand tot huid
b. Groot gevolg voor huiddosis  vermijden dat buis dicht bij huid patiënt komt



2. Interaction of X-rays:
Foto-elektrisch effect = elektronen dringen binnen & w geabsorbeerd

Comptoneffect = elektronen w in alle richtingen verstrooid

Geen effect: röntgenstralen trekken door patiënt zonder interactie

Compton scattering (CS):
Röntgenstralen invallen op materiaal  deel energie* afgeven aan e- in materiaal  weggeschoten
uit oorspronkelijke positie: voldoende energie zelf botsingen veroorzaken in omgeving

 Kan bv botsen op DNA = ionisatie = DNA-schade
 Aanleiding voor produceren stralingsdosis in pt

Ander deel* = w als verstrooid foton (strooistraling) verder doorgegeven  probleem voor
omstaanders (bv arts) + degradatie beeldkwaliteit

Kans op uitlokken compton effect = afhankelijk van:

- Atoomgetal (Z-waarde) - Invallende energie röntgenstralen

Strooistraling = contrast beelden naar beneden halen (zwart-grijs-wit ipv zwart-wit)

Regio’s met hogere Z-waardes  normaal weinig dosis op detector  witte/lichtgrijze kleur

 Tgv strooistraling = veel meer dosis dan gedacht  donkerder grijs

Strooistraling = alle mogelijke richtingen  nooit veilig

Effect niet uitzetten MAAR wel fine-tunen:

- Minder dosis op pt = minder energie om verstrooid te worden
o Intens bestralen = pt geeft intens veel strooistraling
o Dosis-reducerend werken = reducerend voor comptoneffect
o Low patient dose = low staff dose
- Minder volume bestralen (smallere bundel) = minder mogelijkheid op verstrooiing
o Altijd zo klein mogelijk veld bestralen!
o Gebruik collimator = zware wolfraamplaat  röntgenbundel w groter/kleiner
 Soort ‘window’ creëren
 Verwijdert NIET alle strooistraling!
- Gebruik strooistralenrooster bovenop detector = dun laminair grid uit metallische dunne
plaatjes (plaatjes naast elkaar, ertussen holte)
o Schuine stralen = w tegengehouden door grid, rechte stralen erdoor z problemen

3
R206,93
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
ssstudentCC

Get to know the seller

Seller avatar
ssstudentCC Universiteit Gent
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
New on Stuvia
Member since
2 months
Number of followers
0
Documents
7
Last sold
-

0,0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can immediately select a different document that better matches what you need.

Pay how you prefer, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card or EFT and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions