Introductie college kennismaking met onderzoeksmethoden &
statistiek
Hoorcollege 1
Bronnen van informatie
Intuïtie
- Manieren waarop intuïtie bevooroordeeld kan zijn:
1. Good story Betrouwd worden door een goed verhaal
2. Availability Overtuigd worden door wat gemakkelijk in je opkomt
3. Present bias Niet nadenken over wat we niet kunnen zien
4. Bias blind spot geloven dat wij niet of minder bevooroordeeld zijn dan
anderen.
5. Confirmation bias het (on)opzettelijk negeren van resultaten die niet
overeenkomen met je eigen verwachtingen.
Ervaring
Er zijn twee problemen bij het maken van conclusies op basis van ervaring: het
dagelijks leven bevat geen vergelijkende ervaringen. Er gebeuren meerdere
dingen tegelijkertijd, dus je weet niet wat nou precies de oorzaak is van een
bepaald iets.
Autoriteit
Vraag je eerst af waar hun ideeën vandaan komen? Wanneer autoriteiten hun
conclusies baseren op goed uitgevoerd onderzoek (in plaats van op ervaring of
intuïtie) kan het redelijk zijn deze te accepteren.
Wetenschap
- Meta analyse resultaten van meerdere studies worden gecombineerd en een
getal geeft dat de omvang of de effect Groote, van een relatie samengevat.
Kenmerken van wetenschappelijk onderzoek
1. Empirisch
Gebaseerd op systematische waarnemingen.
Empirische methode/empirisch onderzoek dat bewijs van de zintuigen (zicht,
gehoor, tast) of van instrumenten die de zintuigen ondersteunen (timers, foto’s
enz.) wordt gebruikt als basis voor conclusies.
Componenten van een empirisch tijdschriftartikel:
Samenvatting
Inleiding
Methode
Resultaten
Discussie
Referenties
2. Controleerbaar
Transparant & peer review onafhankelijke collega kijkt dit dan na. Andere
onderzoeken moeten het kunnen controleren.
3. Probabilistisch
Uitspraken houden rekening met onzekerheid. Woorden zoals ‘’groter risico’’
bekent niet dat ‘’iedereen’’ of ‘’altijd’’ is. Het is altijd belangrijk dat we
uitspraken doen in onzekerheid. Er moet altijd rekening gehouden worden met
onzekerheid.
De neiging om alleen naar informatie te kijken die overeenkomt met wat we willen
geloven, wordt de bevestigingsbias genoemd.
,Theorie in sociale wetenschappen
Wikipedia: ‘’een theorie is een geheel van denkbeelden, hypotheses en verklaringen
die in onderlinge samenhang worden beschreven. In de wetenschap is een theorie een
getoetst model ter verklaring van waarnemingen van de werkelijkheid.
Integratief stress-theoretisch model van Hosman
Positieve en negatieve persoonlijke en omgevingsfactoren worden in verband
gebracht met hoe een persoon situaties ervaart.
Theorie data cyclus! Wetenschappers verzamelen data om hun theorieën te testen,
te veranderen of bij te
werken.
De
contactcomforttheorie
volgens de theorie van
Harlow brachten de
babyapen het grootste
deel van hun tijd door op
de warme, knusse doel
van de moeder, ookal gaf
zij hen geen eten.
Kenmerken van een goede wetenschappelijke theorie
Ondersteunt door data
- Data uit wetenschappelijk onderzoek
Falsifieerbaar
- Een theorie moet weerlegd kunnen worden aan de hand van verzamelde
gegevens
Spaarzaam (parsimonious)
- Als een eenvoudige theorie volstaat, is het niet nodig om deze complexer te
maken.
Theorie is een verzameling – zo eenvoudig mogelijke – beweringen die algemene
principes beschrijft over hoe variabelen zich tot elkaar verhouden.
Hypothese (voorspelling) wordt geformuleerd in termen van het onderzoek
ontwerp. Het is de specifieke uitkomst die de onderzoeker in een onderzoek zal
waarnemen als de theorie klopt.
Data reeks observaties.
Onderzoeksvragen
In wetenschappelijk onderzoek zijn er twee soorten onderzoeksvragen:
, 1. Fundamenteel (basic) beantwoorden van kennisvragen. ‘’hebben kinderen
met ADHD vaker last van leerproblemen dan kinderen zonder?’’. Je hebt er nog
geen praktisch probleem mee opgelost. Met deze vraag doe je alleen kennis op
en heb je geen oplossing.
2. Toegepast (applied) antwoord geeft een oplossing op een praktijk probleem.
‘’kan ik met een bepaalde interventie in mijn schoolklas ervoor zorgen dat die
kinderen met ADHD beter kunnen lezen?’’ dus eigenlijk. Ik heb een probleem
hoe los ik dit op. Dat is toegepast.
(3.) Translationeel onderzoek is het gebruik van lessen uit fundamenteel
onderzoek om toepassingen te ontwikkelen en testen in de gezondheidszorg,
psychotherapie of andere vormen van behandeling en interventie.
Het Mozart-effect journalisten verdraaien soms onderzoeksresultaten.
Universalisme (universalism) wetenschappelijke claims worden beoordeeld op
hun merites, onafhankelijk van de kwalificaties of reputatie van de onderzoeker.
Dezelfde vooraf vastgestelde criteria gelden voor alle wetenschappers en al het
onderzoek.
Gemeenschapszin (communality) wetenschappelijke kennis wordt gecreëerd
door een gemeenschap en de bevindingen ervan zijn eigendom van de gemeenschap.
Onverschilligheid (disinterestedness) wetenschappers streven ernaar de
waarheid te ontdekken, wat die ook is. Ze laten zich niet leiden door overtuigingen,
idealisme, politiek of winstbejag.
Georganiseerd scepticisme (organized skepticism) wetenschappers stellen alles
ter discussie, inclusief hun eigen theorieën, algemeen aanvaarde ideeën en oude
wijsheden.
Onderzoeksontwerp
De onderzoeksvraag leidt tot een onderzoeksontwerp
Wat voor soort empirische gegevens worden verzameld? (Bij een deel van de
populatie, maar bij wie?) in hoeverre levert de data van die mensen nou een
goed beeld op van de gehele populatie?
Zijn de gegevens kwalitatief (meer in gespreksvoering) of kwantitatief
(cijfermatige gegevens)?
Hoe worden deze gegevens verzameld?
Waarom kwalitatief onderzoek?
Voornaamste doel is:
Het begrijpen van sociale fenomenen vanuit hun natuurlijke context.
Om empirische patronen te vinden om in die waarnemingen patronen te
vinden.
Die een startpunt kunnen zijn voor theorievorming
- Ontwikkeling nieuwe theorie
- Aanpassing of uitbreiding van bestaande theorie.
Kenmerken van kwalitatief onderzoek
Via specifieke observaties probeert de onderzoeker:
De sociale werkelijkheid te omschrijven in haar diversiteit
Naar algemeenheden toe zoeken die nieuwe theorieën vormen of bestaande
theorieën aapassen (inductief onderzoek)
, Inductie is tegenovergesteld van deductie.
Een kwalitatief onderzoeksvraag kun je herkennen aan de volgende elementen:
SPI(C)E
Setting, perspective, intervention, comparison, evaluation
Hoorcollege 2
Data-verzameling in kwalitatief onderzoek
Hoe worden gegevens verzameld?
Kwalitatief interview
Focusgroep
Observatie
Bestaande gegevens
Voorbeeld: ‘’motieven om te daten bij eerstejaars studenten’’
Hoe wordt de data dan verzameld?
Onderzoeksvraag heeft betrekking op motieven om te daten.
Kwalitatief interview, gesprek waarin de interviewer vragen stelt aan de
geïnterviewde over: ideeën, motieven, ervaringen, gedragingen met betrekking tot
een sociaal fenomeen.
Focusgroep, er is een interactie tussen de deelnemers (groepsinterview). Hierin is
de onderzoeker vooral geïnteresseerd. Dit maakt anonimiteit en vertrouwelijkheid
lastiger te waarborgen.
- Onderwerp is vaak meer specifiek; er wordt meer gedetailleerd ingegaan op een
specifiek onderwerp.
- De interviewer heeft de taak van een moderator: stelt vragen die de
onderzoeker heeft geformuleerd, zorgt ervoor dat het gesprek niet te veel
afdwaalt van het bedoelde onderwerp, zorgt ervoor dat iedereen de kans krijgt
om actief deel te nemen aan het gesprek.
De interviewer is niet altijd de onderzoeker.
Geïnterviewde is informant (docenten/ouders) of respondent (studenten/kind).
Wie nemen er deel aan de focusgroep:
- Moderator
- 6-10 personen (via een van de genoemde steekproefmethoden), bij voorkeur
homogene (enigszins hetzelfde) groep qua achtergrond, wel een breed scala
aan ervaringen (heterogeen).
Het kwalitatief interview
Definitie interview:
‘’een vorm van gesprek waarbij één persoon – de interviewer – zich beperkt tot het
stellen van vragen over gedragingen, ideeën, houdingen en ervaringen met
betrekking tot sociale verschijnselen, aan een of meer anderen, de deelnemers of
geïnterviewden…” (Maso, 1987)
Soorten interviews
statistiek
Hoorcollege 1
Bronnen van informatie
Intuïtie
- Manieren waarop intuïtie bevooroordeeld kan zijn:
1. Good story Betrouwd worden door een goed verhaal
2. Availability Overtuigd worden door wat gemakkelijk in je opkomt
3. Present bias Niet nadenken over wat we niet kunnen zien
4. Bias blind spot geloven dat wij niet of minder bevooroordeeld zijn dan
anderen.
5. Confirmation bias het (on)opzettelijk negeren van resultaten die niet
overeenkomen met je eigen verwachtingen.
Ervaring
Er zijn twee problemen bij het maken van conclusies op basis van ervaring: het
dagelijks leven bevat geen vergelijkende ervaringen. Er gebeuren meerdere
dingen tegelijkertijd, dus je weet niet wat nou precies de oorzaak is van een
bepaald iets.
Autoriteit
Vraag je eerst af waar hun ideeën vandaan komen? Wanneer autoriteiten hun
conclusies baseren op goed uitgevoerd onderzoek (in plaats van op ervaring of
intuïtie) kan het redelijk zijn deze te accepteren.
Wetenschap
- Meta analyse resultaten van meerdere studies worden gecombineerd en een
getal geeft dat de omvang of de effect Groote, van een relatie samengevat.
Kenmerken van wetenschappelijk onderzoek
1. Empirisch
Gebaseerd op systematische waarnemingen.
Empirische methode/empirisch onderzoek dat bewijs van de zintuigen (zicht,
gehoor, tast) of van instrumenten die de zintuigen ondersteunen (timers, foto’s
enz.) wordt gebruikt als basis voor conclusies.
Componenten van een empirisch tijdschriftartikel:
Samenvatting
Inleiding
Methode
Resultaten
Discussie
Referenties
2. Controleerbaar
Transparant & peer review onafhankelijke collega kijkt dit dan na. Andere
onderzoeken moeten het kunnen controleren.
3. Probabilistisch
Uitspraken houden rekening met onzekerheid. Woorden zoals ‘’groter risico’’
bekent niet dat ‘’iedereen’’ of ‘’altijd’’ is. Het is altijd belangrijk dat we
uitspraken doen in onzekerheid. Er moet altijd rekening gehouden worden met
onzekerheid.
De neiging om alleen naar informatie te kijken die overeenkomt met wat we willen
geloven, wordt de bevestigingsbias genoemd.
,Theorie in sociale wetenschappen
Wikipedia: ‘’een theorie is een geheel van denkbeelden, hypotheses en verklaringen
die in onderlinge samenhang worden beschreven. In de wetenschap is een theorie een
getoetst model ter verklaring van waarnemingen van de werkelijkheid.
Integratief stress-theoretisch model van Hosman
Positieve en negatieve persoonlijke en omgevingsfactoren worden in verband
gebracht met hoe een persoon situaties ervaart.
Theorie data cyclus! Wetenschappers verzamelen data om hun theorieën te testen,
te veranderen of bij te
werken.
De
contactcomforttheorie
volgens de theorie van
Harlow brachten de
babyapen het grootste
deel van hun tijd door op
de warme, knusse doel
van de moeder, ookal gaf
zij hen geen eten.
Kenmerken van een goede wetenschappelijke theorie
Ondersteunt door data
- Data uit wetenschappelijk onderzoek
Falsifieerbaar
- Een theorie moet weerlegd kunnen worden aan de hand van verzamelde
gegevens
Spaarzaam (parsimonious)
- Als een eenvoudige theorie volstaat, is het niet nodig om deze complexer te
maken.
Theorie is een verzameling – zo eenvoudig mogelijke – beweringen die algemene
principes beschrijft over hoe variabelen zich tot elkaar verhouden.
Hypothese (voorspelling) wordt geformuleerd in termen van het onderzoek
ontwerp. Het is de specifieke uitkomst die de onderzoeker in een onderzoek zal
waarnemen als de theorie klopt.
Data reeks observaties.
Onderzoeksvragen
In wetenschappelijk onderzoek zijn er twee soorten onderzoeksvragen:
, 1. Fundamenteel (basic) beantwoorden van kennisvragen. ‘’hebben kinderen
met ADHD vaker last van leerproblemen dan kinderen zonder?’’. Je hebt er nog
geen praktisch probleem mee opgelost. Met deze vraag doe je alleen kennis op
en heb je geen oplossing.
2. Toegepast (applied) antwoord geeft een oplossing op een praktijk probleem.
‘’kan ik met een bepaalde interventie in mijn schoolklas ervoor zorgen dat die
kinderen met ADHD beter kunnen lezen?’’ dus eigenlijk. Ik heb een probleem
hoe los ik dit op. Dat is toegepast.
(3.) Translationeel onderzoek is het gebruik van lessen uit fundamenteel
onderzoek om toepassingen te ontwikkelen en testen in de gezondheidszorg,
psychotherapie of andere vormen van behandeling en interventie.
Het Mozart-effect journalisten verdraaien soms onderzoeksresultaten.
Universalisme (universalism) wetenschappelijke claims worden beoordeeld op
hun merites, onafhankelijk van de kwalificaties of reputatie van de onderzoeker.
Dezelfde vooraf vastgestelde criteria gelden voor alle wetenschappers en al het
onderzoek.
Gemeenschapszin (communality) wetenschappelijke kennis wordt gecreëerd
door een gemeenschap en de bevindingen ervan zijn eigendom van de gemeenschap.
Onverschilligheid (disinterestedness) wetenschappers streven ernaar de
waarheid te ontdekken, wat die ook is. Ze laten zich niet leiden door overtuigingen,
idealisme, politiek of winstbejag.
Georganiseerd scepticisme (organized skepticism) wetenschappers stellen alles
ter discussie, inclusief hun eigen theorieën, algemeen aanvaarde ideeën en oude
wijsheden.
Onderzoeksontwerp
De onderzoeksvraag leidt tot een onderzoeksontwerp
Wat voor soort empirische gegevens worden verzameld? (Bij een deel van de
populatie, maar bij wie?) in hoeverre levert de data van die mensen nou een
goed beeld op van de gehele populatie?
Zijn de gegevens kwalitatief (meer in gespreksvoering) of kwantitatief
(cijfermatige gegevens)?
Hoe worden deze gegevens verzameld?
Waarom kwalitatief onderzoek?
Voornaamste doel is:
Het begrijpen van sociale fenomenen vanuit hun natuurlijke context.
Om empirische patronen te vinden om in die waarnemingen patronen te
vinden.
Die een startpunt kunnen zijn voor theorievorming
- Ontwikkeling nieuwe theorie
- Aanpassing of uitbreiding van bestaande theorie.
Kenmerken van kwalitatief onderzoek
Via specifieke observaties probeert de onderzoeker:
De sociale werkelijkheid te omschrijven in haar diversiteit
Naar algemeenheden toe zoeken die nieuwe theorieën vormen of bestaande
theorieën aapassen (inductief onderzoek)
, Inductie is tegenovergesteld van deductie.
Een kwalitatief onderzoeksvraag kun je herkennen aan de volgende elementen:
SPI(C)E
Setting, perspective, intervention, comparison, evaluation
Hoorcollege 2
Data-verzameling in kwalitatief onderzoek
Hoe worden gegevens verzameld?
Kwalitatief interview
Focusgroep
Observatie
Bestaande gegevens
Voorbeeld: ‘’motieven om te daten bij eerstejaars studenten’’
Hoe wordt de data dan verzameld?
Onderzoeksvraag heeft betrekking op motieven om te daten.
Kwalitatief interview, gesprek waarin de interviewer vragen stelt aan de
geïnterviewde over: ideeën, motieven, ervaringen, gedragingen met betrekking tot
een sociaal fenomeen.
Focusgroep, er is een interactie tussen de deelnemers (groepsinterview). Hierin is
de onderzoeker vooral geïnteresseerd. Dit maakt anonimiteit en vertrouwelijkheid
lastiger te waarborgen.
- Onderwerp is vaak meer specifiek; er wordt meer gedetailleerd ingegaan op een
specifiek onderwerp.
- De interviewer heeft de taak van een moderator: stelt vragen die de
onderzoeker heeft geformuleerd, zorgt ervoor dat het gesprek niet te veel
afdwaalt van het bedoelde onderwerp, zorgt ervoor dat iedereen de kans krijgt
om actief deel te nemen aan het gesprek.
De interviewer is niet altijd de onderzoeker.
Geïnterviewde is informant (docenten/ouders) of respondent (studenten/kind).
Wie nemen er deel aan de focusgroep:
- Moderator
- 6-10 personen (via een van de genoemde steekproefmethoden), bij voorkeur
homogene (enigszins hetzelfde) groep qua achtergrond, wel een breed scala
aan ervaringen (heterogeen).
Het kwalitatief interview
Definitie interview:
‘’een vorm van gesprek waarbij één persoon – de interviewer – zich beperkt tot het
stellen van vragen over gedragingen, ideeën, houdingen en ervaringen met
betrekking tot sociale verschijnselen, aan een of meer anderen, de deelnemers of
geïnterviewden…” (Maso, 1987)
Soorten interviews